Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:4485

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-06-2022
Datum publicatie
09-06-2022
Zaaknummer
10/309749-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte wordt verdacht van openlijke geweldpleging tegen drie verbalisanten. De rechtbank verklaart het OM niet-ontvankelijk in de vervolging. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van meerdere vormverzuimen in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering. Door een van de betrokken agenten is buitenproportioneel geweld toegepast en een racistische uitlating gedaan. Deze geweldshandelingen en de racistische uitlating zijn door alle drie de verbalisanten niet opgenomen in hun processen-verbaal, noch in het proces-verbaal waarin de camerabeelden zijn uitgewerkt.

Pas naar aanleiding van een nieuwsartikel en op verzoek van de verdediging is door de politie en het OM onderzoek gedaan naar de discriminatoire uitlating. Door het handelen van de politie en het OM is op het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak geschonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/309749-20

Datum uitspraak: 9 juni 2022

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] te [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. J.E. Kötter, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 23 mei 2022. Het onderzoek is gesloten op de terechtzitting van 9 juni 2022.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D.N.G. Woei-A-Tsoi heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 228 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 90 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4. Ontvankelijkheid officier van justitie

4.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie (hierna: OM) niet-ontvankelijk dient te worden verklaard en heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Er is sprake van vormverzuimen. De politie heeft bij de aanhouding van de verdachte meerdere racistische uitlatingen gedaan en disproportioneel geweld toegepast. Daarnaast is gehandeld in strijd met de verbaliseerplicht, nu deze racistische uitlatingen en het toegepaste geweld niet dan wel niet volledig zijn terug te vinden in de processen-verbaal van bevindingen. Het OM heeft lange tijd ontkend dat racistische uitspraken waren gedaan en de rechtbank aldus verkeerd voorgelicht op het moment dat over het voorarrest van de verdachte moest worden beslist.

De verdediging voert aan dat het gaat om ernstige vormverzuimen die niet meer kunnen worden hersteld. De verdachte heeft vastgezeten op grond van een feitelijk onjuist dossier en de uitlatingen en handelswijze van de politie en het ontkennen aan de kant van het OM zijn niet meer terug te draaien. Door het voorgaande is met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte inbreuk gemaakt op zijn recht op een eerlijk proces en andere fundamentele rechten.

4.2.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het OM ontvankelijk is in de vervolging. Zij heeft hiertoe het volgende aangevoerd. Er is geen sprake van vormverzuimen. Ten eerste hoeft de politie niet alles op te nemen in een proces-verbaal, maar alleen de zaken die relevant zijn voor het opsporingsonderzoek. Er zijn geen onjuistheden opgenomen in de processen-verbaal. Ten tweede heeft de politie geen disproportioneel geweld toegepast. De verbalisanten moesten vechten voor hun leven omdat de verdachte en medeverdachte geweld gebruikten terwijl dat niet nodig was. Daarnaast staat de racistische uitlating van [naam verbalisant 1] los van de vechtpartij die daarvoor plaatsvond. Tot slot heeft het OM de rechtbank niet onjuist voorgelicht. De officier van justitie heeft alleen opgemerkt dat zij geen racistische uitlating heeft gehoord bij het beluisteren van de camerabeelden.

Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat sprake is van (een) vormverzuim(en), dan stelt de officier van justitie zich op het standpunt dat het mogelijk opgetreden nadeel inmiddels is hersteld. Meer specifiek door het opmaken van aanvullende processen-verbaal, het verstrekken van camerabeelden, de vervolging van verbalisant [naam verbalisant 1] en de openbare terechtzitting van 23 mei 2022.

4.3.

Beoordeling

De gebeurtenissen van 5 december 2020
Op 5 december 2020 gaan verbalisanten [naam verbalisant 1] , [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] naar een flat aan de [plaats delict] te Dordrecht in verband met een melding van overlast. Een man, naar later blijkt [naam persoon] (hierna: [naam persoon] ), die niets met de overlastmelding te maken heeft, voegt zich bij de verbalisanten. Wat zich vervolgens afspeelt, is vastgelegd in beeld en geluid met een beveiligingscamera van de flat. Uit de beelden, die op de terechtzitting uitvoerig zijn bekeken en besproken, blijkt onder meer het volgende.

4.3.1.

Terwijl de verbalisanten het portiek proberen te openen, komt [naam persoon] aangelopen. Tussen [naam persoon] , [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] ontstaat een gesprek, waarbij [naam persoon] hinderlijk gedrag vertoont. [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] geven meermalen aan dat [naam persoon] beter naar huis kan gaan. Op enig moment komt de verdachte bij [naam persoon] staan. De verdachte praat op rustige toon tegen [naam persoon] en er is een vrouw te horen die meerdere malen ‘ [naam persoon] ’ roept. Achteraf blijkt dit de partner van de verdachte, mevrouw [naam partner verdachte] , te zijn.

4.3.2.

Kort daarna wijst [naam persoon] naar [naam verbalisant 1] en zegt ‘paardenlul’ tegen hem. [naam persoon] en de verdachte lopen weg van de verbalisanten, [naam verbalisant 1] rent achter hen aan waarna [naam persoon] ook begint te rennen. [naam verbalisant 1] haalt [naam persoon] in en pakt hem bij zijn rechterarm waarna zij tot stilstand komen bij een geparkeerde auto. Tegelijkertijd komt [naam medeverdachte] , de zoon van de verdachte (hierna: de medeverdachte), aangelopen. [naam verbalisant 2] , [naam verbalisant 3] en de verdachte lopen richting [naam verbalisant 1] en [naam persoon] . [naam persoon] staat nog bij de auto als [naam verbalisant 1] hem bij zijn kraag pakt en hem met een zwaaibeweging over een laag hekje op het gras gooit. Op dat moment komen de verdachte, de medeverdachte en [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] in een sneller tempo op [naam verbalisant 1] en [naam persoon] af. De medeverdachte pakt [naam verbalisant 1] vast en samen vallen ze op het gras, waarna een worsteling ontstaat. [naam persoon] zegt dat de verbalisanten normaal moeten doen. De medeverdachte roept dat er mensen op zijn hoofd liggen. De medeverdachte komt los en rent met zijn lichaam tegen [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] aan. [naam persoon] geeft een tik tegen het hoofd van [naam verbalisant 1] , waarna zij in een worsteling belanden. [naam partner verdachte] komt er bij en geeft een duw tegen een van de vrouwelijke verbalisanten. [naam verbalisant 1] komt los en loopt naar [naam verbalisant 2] , die in een worsteling zit met de verdachte. [naam verbalisant 1] trekt de medeverdachte weg en valt hierna samen met [naam partner verdachte] op het gras, waarna [naam partner verdachte] meerdere keren roept ‘je gaat hem niet slaan’ en ‘je gaat hem niet pepperen’. [naam persoon] gaat bovenop [naam verbalisant 1] zitten en [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] proberen [naam partner verdachte] en [naam persoon] weg te trekken. [naam verbalisant 1] heeft de verdachte in een beenklem en de medeverdachte probeert de verdachte daaruit te trekken. [naam partner verdachte] en de medeverdachte vragen meerdere malen om de verdachte los te laten. De verdachte blijft in de beenklem vastzitten. [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] zeggen meerdere malen dat iedereen op afstand moet blijven. [naam persoon] loopt weg en is niet meer terug te zien in beeld.

4.3.3.

[naam partner verdachte] en de medeverdachte worden gepepperd. [naam partner verdachte] begint te gillen, waarna [naam verbalisant 3] tegen haar roept: ‘dat krijg je ervan, trut’. De medeverdachte komt met een gestrekt been richting [naam verbalisant 1] en de verdachte gesprongen en roept ‘kankerhoer kinderen’. Hij gaat achter het hekje staan en vraagt aan de verbalisanten wat ze doen. Hierna komt de medeverdachte dichterbij en zegt dat zijn vader niet meer ademt. Gedurende deze tijd blijft [naam verbalisant 1] de verdachte in de houdgreep houden, waarbij de verdachte op zijn handen en knieën op de grond zit. [naam verbalisant 2] houdt zijn hoofd naar beneden. Vervolgens staat [naam verbalisant 1] op en gaat over de verdachte heen staan. Op dat moment maakt [naam verbalisant 1] meerdere malen een slaande beweging richting de rug van de verdachte. Op deze momenten zijn drie klappen te horen. [naam verbalisant 3] staat hier naast. De medeverdachte springt met een gestrekt been in de richting van verbalisant [naam verbalisant 1] en wordt hierna door [naam verbalisant 1] op de grond gewerkt en in een nekklem geplaatst. De verdachte is intussen losgekomen en werpt zich met zijn hele lichaam op [naam verbalisant 2] die op haar rug op de grond komt te liggen met de verdachte op zich. [naam verbalisant 1] zegt tegen [naam verbalisant 3] dat zij tegen de medeverdachte pepperspray moet gebruiken. De medeverdachte wordt gepepperd. De medeverdachte zegt dat hij zich overgeeft en laat zich boeien.

4.3.4.

De medeverdachte ligt met zijn buik op de grond, met zijn handen geboeid op zijn rug, in een nekklem van [naam verbalisant 1] . De medeverdachte zegt ‘ik krijg geen adem’. [naam verbalisant 1] maakt een slaande beweging richting het hoofd van de medeverdachte, waarna een doffe klap is te horen. De medeverdachte zegt dat hij geen adem krijgt en zegt ‘alsjeblieft’. [naam verbalisant 1] maakt nogmaals een slaande beweging in de richting van het hoofd van de medeverdachte, waarna een doffe klap is te horen.

4.3.5.

Ondertussen komt [naam verbalisant 2] los uit de wurggreep van de verdachte, met behulp van [naam partner verdachte] . De verdachte grijpt vervolgens [naam partner verdachte] bij de benen, gooit haar omver en blijft deels op haar liggen. Terwijl [naam partner verdachte] op haar zij op het gras ligt, sommeert [naam verbalisant 3] haar om te gaan liggen met haar armen gespreid. [naam verbalisant 2] houdt de verdachte vast. Op dat moment loopt [naam verbalisant 1] in de richting van [naam partner verdachte] en slaat [naam partner verdachte] met kracht tegen het hoofd.

4.3.6.

Als de verbalisanten [naam partner verdachte] proberen te boeien, schreeuwt zij meerdere keren ‘au’ en zegt dat ze geen adem krijgt. De verdachte ligt boven op haar. Versterking komt ter plaatse. [naam partner verdachte] zegt nogmaals dat ze geen lucht krijgt. Met hulp van andere verbalisanten wordt de verdachte van [naam partner verdachte] af gehaald. [naam verbalisant 1] zegt de woorden ‘kut neger’. De verdachte en [naam partner verdachte] liggen allebei met hun gezicht naar de grond en worden geboeid. Na de aanhouding, als de verdachten buiten beeld zijn, komt een bewoner van het pand naar buiten en vertelt aan de politie dat de flat een beveiligingscamera heeft. Vervolgens ontstaat een gesprek tussen zes verbalisanten, waaronder [naam verbalisant 1] , [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] , over wat zich heeft voorgedaan. Te horen is dat één van de later aangekomen agenten zegt ‘weet je waar ik nou zo van baal’ en ‘er zijn beelden van’. Eén van de agenten reageert en zegt: ‘ja, dat geeft toch niet. Ja, dan blijkt dat ik zomaar dat neger deed hè’.Vervolgens vertrekken de verbalisanten.

Handelen van het OM

In haar verhoor op 6 december 2020 geeft [naam partner verdachte] direct aan dat de mannelijke agent ‘vieze neger’ zei en ‘die vieze negers’ heeft geroepen. Uit het dossier blijkt niet dat de politie dit vervolgens heeft onderzocht. De verdediging heeft de camerabeelden laten analyseren en voorafgaand aan de raadkamerzitting, waar over de voorlopige hechtenis van de verdachte zou worden beslist, de bevindingen uit dat onderzoek gedeeld met het OM. De officier van justitie heeft de rechtbank daags voor de raadkamerzitting laten weten dat zij de beelden uitgebreid heeft bekeken en ook door anderen heeft laten bekijken. Zij geeft hierbij aan dat het proces-verbaal van bevindingen een accurate zakelijke weergave is van de beelden, dat geen disproportioneel geweld is gebruikt door de verbalisanten en dat zij geen discriminatoire uitlatingen heeft gehoord.

Naar aanleiding van een artikel in het NRC op 30 december 2020, waarin stond dat een van de aanwezige politieambtenaren ‘kut negers’ zou hebben geroepen, zijn de beelden nogmaals door het OM bekeken en beluisterd. Ditmaal wordt de racistische uitlating wel gehoord en geverbaliseerd. Tevens is 31 december 2020 opnieuw geverbaliseerd wat te zien is op de camerabeelden.

Verschil camerabeelden met processen-verbaal

De rechtbank heeft de processen-verbaal van de verbalisanten [naam verbalisant 1] , [naam verbalisant 3] en [naam verbalisant 2] en de processen-verbaal betreffende het uitkijken van de camerabeelden vergeleken met de camerabeelden. Dit leidt tot de volgende constateringen.

Zowel de racistische uitlating als het door [naam verbalisant 1] toegepaste geweld zijn niet door de agenten geverbaliseerd.

[naam verbalisant 1] relateert niet dat hij de verdachte meermalen tegen zijn rug slaat (4.3.3). Verder relateert [naam verbalisant 1] niet dat hij de medeverdachte meermalen tegen het hoofd slaat (4.3.4). Over de klap tegen het hoofd van [naam partner verdachte] (4.3.5), is eveneens niets opgenomen in de processen-verbaal van [naam verbalisant 1] , [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] .

De uitlatingen van [naam verbalisant 1] ‘kut neger’ en van [naam verbalisant 3] ‘dat krijg je ervan, trut’ zijn niet geverbaliseerd.

Algemeen

Allereerst geldt het volgende. De politie dient met respect te worden behandeld en dient ongestoord haar belangrijke dienende taak uit te kunnen oefenen. Wat dat betreft was de inmenging van de verdachten bij de aanhouding niet gepast. Politieambtenaren zijn onmisbaar in onze samenleving. Niet voor niets staan er zwaardere straffen op geweld tegen ambtenaren die deze taak vervullen. De rechtbank neemt aan dat de verbalisanten in deze zaak hun taak in het algemeen naar eer en geweten vervullen. Bij dit incident is echter sprake geweest van een combinatie van verkeerde inschattingen en fouten op het moment van de aanhouding en de keuzes die daarna zijn gemaakt, waarbij het uiten van een racistische uiting en de mate van geweld die is toegepast, zwaar weegt.

Politieagenten hebben, om hun belangrijke taak te kunnen voldoen, wettelijke bevoegdheden. Zij mogen mensen aanhouden en dwangmiddelen toepassen. Daarbij dienen zij de grondrechten in acht te nemen en zonder aanzien des persoons te handelen. Verder geldt dat wat politieagenten opschrijven op ambtseed of ambtsbelofte in beginsel voor waar wordt aangenomen. Met deze bijzondere bevoegdheden dient behoedzaam te worden omgegaan. In deze concrete zaak in deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat die noodzakelijke behoedzaamheid op een ernstige wijze is geschonden.

Toetsingskader niet-ontvankelijkheid OM

Voor het in artikel 359a Sv opgenomen rechtsgevolg niet-ontvankelijkheid van het OM is alleen plaats indien sprake is van vormverzuimen die daarin bestaan dat de met de opsporing of vervolging belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op beginselen van een behoorlijke procesorde waardoor doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak is tekort gedaan. Uit de rechtspraak volgt dat hiervan slechts in uitzonderlijke gevallen sprake is. De rechtbank moet dus allereerst vaststellen of sprake is van vormverzuimen en vervolgens of zich zo’n uitzonderlijk geval voordoet dat die vormverzuimen tot niet-ontvankelijkheid moeten leiden.

Vormverzuimen: disproportioneel geweld en racistische uitlating

De rechtbank is van oordeel dat verbalisant [naam verbalisant 1] disproportioneel geweld heeft toegepast. Dat begint op het moment dat [naam verbalisant 1] de stilstaande [naam persoon] met een zwaai over het hek gooit. [naam verbalisant 1] heeft [naam persoon] op dat moment bij zijn arm vast om hem aan te houden en [naam persoon] verzet zich niet. Tegen die achtergrond is het niet begrijpelijk dat [naam verbalisant 1] [naam persoon] met kracht tegen de grond werkt. Dit geweld was weliswaar niet tegen de verdachte of medeverdachte gericht, maar het lijkt wel de directe aanleiding te zijn geweest voor de daarna volledig geëscaleerde situatie.


Verbalisant [naam verbalisant 1] heeft daarna eveneens disproportioneel geweld gebruikt tegen de verdachte. Het geweld tegen de verdachte is toegepast terwijl de verdachte al geruime tijd in een nekklem had gelegen/gezeten, op zijn handen en knieën zat, zijn hoofd omlaag werd gehouden door [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 1] over de verdachte heen stond. De noodzaak van het geweld dat [naam verbalisant 1] heeft gebruikt, namelijk meerdere malen tegen het bovenlichaam van de verdachte slaan, is onder die omstandigheden niet begrijpelijk. Er is derhalve sprake van onrechtmatige geweldstoepassing en van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv.

Verder staat vast dat [naam verbalisant 1] een racistische uitlating heeft gedaan, door het roepen van de woorden ‘kut neger’. Dit is ontoelaatbaar. Dergelijke discriminerende uitlatingen zijn altijd ongeoorloofd, maar het feit dat een verbalisant dit doet is zeer ernstig. Iedere verdachte moet er vanuit kunnen gaan dat, welk strafbaar feit ook wordt gepleegd, en welke dwangmiddelen er ook worden toegepast, er geen sprake is van discriminatie. Deze uitlating is evident discriminatoir en onrechtmatig jegens de verdachte en levert een vormverzuim op.

Vormverzuim: onvolledige processen-verbaal

De rechtbank acht het onjuist weergeven van wat op de camerabeelden te zien is en het niet opnemen van geweldshandelingen en racistische en beledigende woorden in het ambtsedig proces-verbaal ernstige en kwalijke vormverzuimen. In het strafproces moet vanwege de bewijswaarde van een proces-verbaal erop kunnen worden vertrouwd dat dit zonder enige twijfel een juiste weergave bevat van het daarin gerelateerde. Om die reden wordt immers van opsporingsambtenaren verlangd dat zij deze op ambtseed of ambtsbelofte opmaken. Indien de camerabeelden niet meer beschikbaar zouden zijn geweest en de verdediging de camerabeelden niet had opgevraagd, zou aan de weergave van de verbalisanten niet zijn getwijfeld. Daar dienen verbalisanten zich van bewust te zijn. Wat zij opschrijven, wordt op hun ambtseed geloofd.

De rechtbank kan niet aan de conclusie ontkomen dat in ieder geval verbalisant [naam verbalisant 1] doelbewust niet alles heeft gerelateerd over zijn geweldshandelingen en zijn racistische uitlating. Hij heeft de verdachte, de medeverdachte en [naam partner verdachte] geslagen. Dat hij hierover helemaal niets heeft opgenomen kan geen vergissing zijn. Daarnaast blijkt uit de camerabeelden dat [naam verbalisant 1] zich ervan bewust was dat hij een racistische uitlating had gedaan (zie 4.3.6). De processen-verbaal van [naam verbalisant 3] , [naam verbalisant 2] en het eerste proces-verbaal betreffende de camerabeelden zijn met grove veronachtzaming opgemaakt. Ook in deze processen-verbaal zijn (een deel van) de geweldshandelingen van [naam verbalisant 1] en de racistische uitlating niet opgenomen. Dit terwijl [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] zich in de directe omgeving van [naam verbalisant 1] bevonden toen hij (een deel van) de geweldshandelingen toepaste en de uitlatingen deed, dan wel daarover sprak.

Rechtsgevolg van de geconstateerde vormverzuimen
Door het handelen van de politie en het OM is op grove wijze het recht van de verdachte op een eerlijke behandeling van zijn zaak in het gedrang gekomen. Door achtereenvolgens het toepassen van disproportioneel geweld, het doen van een racistische uitlating en het pas na na aanhoudend aandringen van de verdediging nader onderzoek te doen naar die uitlatingen, zijn meerdere normen geschonden, waaronder de integriteit van opsporing en de waarheidsvinding. De ernst hiervan en het daarmee samenhangende belang behoeven geen nader betoog. Dat is het fundament waarop het Nederlandse strafproces is gebouwd.

Voor de vraag of deze normschendingen tot niet-ontvankelijkheid moeten leiden, is ook het nadeel dat voor de verdachte is veroorzaakt van belang. Daarbij speelt een rol of andere mogelijkheden voor controle achteraf aanwezig zijn. In dit geval zijn de camerabeelden aan het dossier toegevoegd en een proces-verbaal waarin de discriminatoire uitlating is geverbaliseerd. Verder is door verbalisant [naam verbalisant 1] erkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan een dergelijke uitlating. Ook is in het aanvullend proces-verbaal betreffende de camerabeelden geverbaliseerd dat [naam verbalisant 1] meerdere vuistslagen gaf.

Met de verdediging is de rechtbank echter van oordeel dat de vormverzuimen niet meer volledig kunnen worden hersteld. Niet meer valt te herstellen dat tegen de verdachte disproportioneel geweld is toegepast en dat een weerzinwekkende discriminatoire uitlating is gedaan. Het feit dat er dwangmiddelen worden toegepast op de verdachten door een verbalisant die een discriminatoire uitlating doet jegens de verdachte, komt naar zijn aard niet voor herstel of compensatie in aanmerking. Daar komt bij dat de officier van justitie zich in de zaak van de verdachte ten behoeve van de vordering tot gevangenhouding heeft beroepen op voormelde processen-verbaal en zich op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is geweest van disproportioneel geweld, hetgeen door de officier van justitie op de terechtzitting is herhaald. Dat de verdachte op basis van voornoemde processen-verbaal in voorlopige hechtenis is genomen, valt eveneens niet meer te herstellen. De vormverzuimen in dit voorbereidend onderzoek in zijn geheel bezien – het buitenproportionele geweld, de discriminatoire uitlating en het proberen te verhullen van het voorgaande – raken de kern van het strafproces. De officier van justitie draagt de verantwoordelijkheid voor het gehele voorbereidend onderzoek. De rechtbank is van oordeel dat bij deze combinatie van vormverzuimen in dit voorbereidend onderzoek, de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie het enige juiste rechtsgevolg is.

4.4.

Conclusie

De officier van justitie is niet-ontvankelijk in de vervolging.

5. Vorderingen benadeelde partijen

[naam verbalisant 1] , [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] hebben zich als benadeelde partijen in het geding gevoegd ter zake van het ten laste gelegde feit. Zij vorderen materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het handelen van de verdachte hebben geleden.
[naam verbalisant 1] vordert een vergoeding van primair € 672,- en subsidiair € 472,- aan materiële schade en een vergoeding van € 2.000,- aan immateriële schade. [naam verbalisant 2] vordert een vergoeding van € 875,- aan immateriële schade en [naam verbalisant 3] vordert een vergoeding van € 275,- aan immateriële schade.

De rechtbank realiseert zich dat de bewuste avond ook voor de verbalisanten heel anders is verlopen dan zij konden vermoeden. Dat de chaotische en gewelddadige gebeurtenissen op deze avond grote impact op hen en hun werk als politieambtenaren hebben gehad, is goed voorstelbaar en blijkt ook uit de slachtofferverklaringen. Gelet op het oordeel van de rechtbank dat de in het vooronderzoek geschonden normen en vormverzuimen tot niet-ontvankelijkheid van het OM moeten leiden, komt zij aan een inhoudelijke beoordeling van de vorderingen van de benadeelde partijen niet toe. De benadeelde partijen zullen niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen.

6. Bijlage

De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

7. Beslissing

De rechtbank:

verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging;

verklaart de benadeelde partijen [naam verbalisant 1] , [naam verbalisant 2] en [naam verbalisant 3] niet-ontvankelijk in de vorderingen;

veroordeelt de benadeelde partijen in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Boer, voorzitter,

en mrs. M. Timmerman en H. Wielhouwer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.C. Wennekes, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij

op of omstreeks 5 december 2020 te Dordrecht

openlijk, te weten, op/aan de [plaats delict] , in elk geval op of aan de openbare

weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats,

in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een of meer personen te weten [naam verbalisant 3]

(politieambtenaar Eenheid Rotterdam), [naam verbalisant 1] (brigadier politie

Eenheid Rotterdam) en/of [naam verbalisant 2] (hoofdagent politie Eenheid Rotterdam)

door

- op die [naam verbalisant 1] af te rennen en/of die [naam verbalisant 1] bij zijn middel/aan zijn

lichaam vast te pakken en/of

- die [naam verbalisant 1] bij zijn benen te pakken, ten gevolge waarvan die [naam verbalisant 1]

ten val is gekomen en/of

- die [naam verbalisant 1] vast te pakken en/of te slaan op/tegen het lichaam en/of

- die [naam verbalisant 1] te schoppen/trappen op/tegen het hoofd en/of het lichaam

en/of

- op die [naam verbalisant 3] te gaan zitten/liggen en/of

- die [naam verbalisant 3] te slaan op/tegen het gezicht en/of lichaam en/of

- op die [naam verbalisant 2] te gaan zitten en/of liggen en/of

- die [naam verbalisant 2] te trappen op/tegen het hoofd en/of lichaam en/of

- die [naam verbalisant 2] (met kracht) om haar nek/hals vast te pakken en/of in die

nek/hals te knijpen en/of

- die [naam verbalisant 2] en/of [naam verbalisant 3] te duwen, ten gevolge waarvan die [naam verbalisant 2]

en/of [naam verbalisant 3] ten val is gekomen,

terwijl het door hem, verdachte, gepleegde feit enig(e) lichamelijk(e) letsel(s) voor

voornoemde verbalisant(en) ten gevolge heeft gehad, te weten

- een of meer kneuzingen in de hals en/of een schaafwond/ontvelling aan/van

een vinger van die [naam verbalisant 2] en/of

- een of meer kneuzingen en/of zwellingen aan het hoofd/gezicht en/of een

hand van die [naam verbalisant 1] en/of

- een of meer kneuzingen en/of schaafwond/ontvelling aan de neus, althans

het gezicht/hoofd van die [naam verbalisant 3] ,

althans enig(e) lichamelijk(e) letsel(s).