Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:4409

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
20-05-2022
Datum publicatie
07-06-2022
Zaaknummer
10/041005-22 en 10/041024-22 en 10/060383-22
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Drie medeverdachten worden ervan verdacht zich te hebben schuldig gemaakt aan de invoer van grote partijen cocaïne (72 kilogram, 106 kilogram en/of 220 kilogram) gepleegd in 2020 en 2021 dan wel voorbereidingshandelingen daartoe. Tot slot wordt één van de verdachten nog verdacht van het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de invoer van nog een aantal drugstransporten en het witwassen van een bedrag van € 35.000,-

De advocaten hebben diverse rechtmatigheidsverweren gevoerd (o.a. betreffende de toegevoegde Sky-berichten) en (toekomstige) onderzoekswensen benoemd. Mede op basis daarvan hebben zij om schorsing van de voorlopige hechtenis gevraagd. De officieren hebben zich tijdens de 1e pro forma-zitting niet verzet tegen schorsing, omdat zij verwachten dat het proces erg lang gaat duren en er nog geen zicht is op een inhoudelijke behandeling. De rechtbank heeft mede gelet op dit standpunt van de officieren de VH van de verdachten geschorst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank RotterdaM

Team straf 1

Parketnummers: 10/041005-22 ( [naam verdachte 1] ), 10/041024-22 ( [naam verdachte 2] ) en 10/060383-22 ( [naam verdachte 3] )

Proces-verbaal van de openbare terechtzitting van de meervoudige kamer voor strafzaken in de rechtbank Rotterdam op 20 mei 2022.

Tegenwoordig als:

voorzitter mr. F.A. Hut,

rechters mrs. H.I. Kernkamp-Maathuis en R.J. Verbeek,

officier van justitie mrs. R.K. Nanhkoesing en N.J.P. Coenen,

griffier C.A. van den Houwen.

De zaken tegen na te noemen verdachten worden uitgeroepen.

De verdachte, op de terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd

[naam verdachte 1] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte 1] op [geboortedatum verdachte 1] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte 1] , [postcode verdachte 1] in [woonplaats verdachte 1] ,

preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Arnhem

en

[naam verdachte 2] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte 2] op [geboortedatum verdachte 2] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte 2] , [postcode verdachte 2] in [woonplaats verdachte 2] ,

preventief gedetineerd in Justitieel Complex Schiphol

en

[naam verdachte 3] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte 3] op [geboortedatum verdachte 3] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres verdachte 3] , [postcode verdachte 3] in [woonplaats verdachte 3] ,

preventief gedetineerd in Detentiecentrum Rotterdam.

De voorzitter heeft door deze ondervraging de identiteit van de verdachten vastgesteld.

Als raadsman van de verdachte [naam verdachte 1] is aanwezig mr. M. van Stratum, advocaat te

Den Haag.

Als raadsman van de verdachte [naam verdachte 2] is aanwezig mr. H. Raza, advocaat te Rotterdam.

Als raadsman van de verdachte [naam verdachte 3] is aanwezig mr. W.H.J.W. de Brouwer, advocaat te Rotterdam.

In dit proces-verbaal zijn verklaringen en mededelingen steeds zakelijk weergegeven.

De zaken van genoemde verdachten worden gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld. Voor zover hetgeen hieronder is weergegeven niet rechtstreeks betrekking heeft op een betreffende verdachte, is het een relaas van hetgeen in zijn tegenwoordigheid is voorgevallen.

De voorzitter vermaant de verdachten oplettend te zijn op hetgeen zij zullen horen en deelt hen mede, dat zij niet tot antwoorden zijn verplicht.

De officier van justitie, mr. Nanhkoesing, draagt de zaken voor.

De officier van justitie, mr. Nanhkoesing, deelt mede dat in de dagvaardingen een opgave van de feiten zijn gedaan overeenkomstig artikel 261, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De officier van justitie, mr. Nanhkoesing, vordert, overeenkomstig artikel 282, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat het onderzoek tot 14 juli 2022 wordt geschorst. De officier van justitie deelt in dit verband mede:

Dit zal een regiezitting zijn en is reeds met de raadslieden afgestemd. De regiezitting in de zaken [naam verdachte 2] en [naam verdachte 1] zal om 11.00 uur plaatsvinden, terwijl de zaak [naam verdachte 3] om 14.00 uur gepland staat. Desgevraagd deel ik u mede dat de politie in verband met het eindproces-verbaal nog DNA-onderzoek moet verrichten en telefoons moet uitlezen. Wij achten ons in staat om tijdig vóór 14 juli het eindproces-verbaal te verstrekken aan uw rechtbank en de verdediging. Mr. Van Stratum zegt mij dat hij 30 namen van betrokken verdachten in het dossier heeft geteld en vraagt mij of die eveneens worden meegenomen in dit onderzoek. De officier van justitie, mr. Coenen, geeft aan dat er in dit onderzoek meerdere mensen zijn geïdentificeerd, maar dat er zes daarvan als verdachte worden aangemerkt. De raadslieden van de overige drie verdachten zijn ook van deze regiezitting op 14 juli 2022 op de hoogte gesteld.

Mr. Raza voert het woord overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnotities inclusief bijlagen. De pleitnotities inclusief bijlagen zijn aan dit proces-verbaal zijn gehecht

(bijlage I) en maken daarvan deel uit. In aanvulling op zijn notitie stelt hij nog het volgende:

In de zaak met parketnummer 02-078687-22 zijn de Sky-berichten van een advocaat bekeken.

Mr. De Brouwer voert het woord overeenkomstig de door hem overgelegde pleitnotities. De pleitnotities zijn aan dit proces-verbaal zijn gehecht (bijlage II) en maken daarvan deel uit. In aanvulling op zijn notitie stelt hij nog het volgende:

- Ik sluit mij aan bij de verweren van mr. Raza die zien op Sky en crypto. Hiervoor verwijs ik naar het eerste deel van zijn pleitnota en de overgelegde uitspraak in de zaak 26Zenne.

- Onder 18 (pagina 4 van de pleitnotitie): In eerste instantie wordt [naam persoon] gezien als gebruiker van de Sky-telefoon. Maar uiteindelijk is hij degene die mijn cliënt erbij lapt. Op heel veel punten lijkt het dat [naam persoon] de gebruiker van deze telefoon is, maar na zijn verklaring zou het ook misschien [naam verdachte 3] kunnen zijn. Uit de chats blijkt dat de gebruiker van deze telefoon een kind heeft die in Spijkenisse woont. Mijn cliënt heeft geen kind dat in Spijkenisse woont.

- In aanvulling op het verzoek tot schorsing het volgende. De familie van mijn cliënt is vandaag in de zittingszaal aanwezig. Hij heeft jonge kinderen en is nodig in het gezin. Doordat hij nu vastzit, kan zijn vrouw geen ochtenddiensten meer draaien. Ik verzoek u voor de inhoudelijke zitting een reclasseringsrapport op te laten maken.

Mr. Van Stratum voert aan:

Ik wil u op de feitelijke vaststellingen wijzen wat de zaak kleurt. Er is nog geen einddossier. Er zal nog het nodige debat komen. Mijn cliënt betwist de gebruiker te zijn van de Sky-telefoon. De inhoudelijke behandeling laat nog lang op zich wachten. Er zitten meer dan 30 namen in het dossier en die wil ik graag als getuige horen. Er komen nog minimaal drie verdachten bij. Ik ga er van uit dat de einduitspraak, ook gelet op de nieuwe ontwikkelingen inzake Sky zoals mr. Raza ook naar voren heeft gebracht, niet dit jaar zal zijn. Ik verzoek uw rechtbank extra kritisch naar de voorlopige hechtenis te kijken en op te heffen vanwege het ontbreken van gronden. Er is geen 12-jaarsgrond voor de invoer als je kijkt naar andere vergelijkbare zaken. Veel verdachten worden geschorst op de eerste of tweede pro forma. Er zal echt niemand van wakker liggen indien deze verdachten naar buiten worden gestuurd.

Ik houd u wat zaken voor waarbij de 12-jaarsgrond is komen te vervallen en de verdachten geschorst zijn:

Limoen

Dobricic (na 6 mnd)

Rockdale (na 6 mnd)

Flamenco (na 6 mnd)

26Eems

Taxus

26Cuban

Met bovenstaande zaken in aanmerking genomen verzoek ik uw rechtbank, in verband met het ontbreken van gronden, de voorlopige hechtenis op te heffen, maar in ieder geval te schorsen.

Mijn cliënt heeft een zwaar autistische dochter die behandeld moet worden. Daarnaast heeft hij een verslaafde zoon die alleen naar hem luistert. Mijn cliënt kan ook weer werken en is bereid om alle eventueel op te leggen voorwaarden na te komen. Uiterst subsidiair verzoek ik u voor de volgende zitting een reclasseringsrapport ten behoeve van elektronische detentie op te laten stellen.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank het onderzoek kort te schorsen, zodat een reactie op de gedane verzoeken kan worden voorbereid.

De voorzitter onderbreekt het onderzoek.

De officier van justitie deelt na hervatting van het onderzoek mede:

Gelet op de inhoud van de verzoeken inzake de voorlopige hechtenis en de beslissing van de rechtbank Amsterdam in het onderzoek 26Zenne heeft het een openbaar ministerie (hierna: OM) haar standpunt gewijzigd over de voortgang van deze zaak. Kunnen wij nog steeds zeggen dat er een stip op de horizon is om de zaak op afzienbare termijn af te doen? Hebben politie en justitie rechtmatig gehandeld? Dat is voor nu te onduidelijk en het OM kan daarom instemmen met een schorsing van de voorlopige hechtenis. Wij verzoeken u vanuit praktische overweging gelet op het late tijdstip op deze vrijdagmiddag om deze schorsing pas maandag in te laten gaan (23 mei 2022 te 10:00 uur) onder de algemene voorwaarden en een contactverbod tussen deze verdachten.

Verder deel u nog mede dat ik ten aanzien van het bewijs vandaag geen informatie heb gehoord die het OM op andere gedachten brengt. Dat staat nog steeds als een huis. De ernstige bezwaren en gronden zijn dan ook nog onverkort aanwezig.

De persoonlijke omstandigheden in het licht van alles wat naar voren is gebracht brengt ons ertoe dat wij ons niet verzetten tegen een schorsing voor onbepaalde tijd. Het voeren van een regiezitting is daarmee ook voorlopig van de baan.

De voorzitter vraagt mij naar de verzoeken van mr. Raza op pagina 7 van de pleitnotitie. Ik hoor mr. Raza zeggen dat hij ermee instemt dat het OM daar later op terugkomt.

Tot slot deel ik u nog mee dat het OM voor de verdachten [naam verdachte 1] en [naam verdachte 3] een reclasseringsrapport zal aanvragen voor de inhoudelijke behandeling.

De raadslieden mrs. Raza en De Brouwer hebben geen opmerkingen op de reactie van

het OM. Mr. Van Stratum geeft de rechtbank in overweging om de zaak open naar de rechter-commissaris te verwijzen voor regie, gelet op de kostbare zittingsruimte. Desgevraagd geven mr. Raza en De Brouwer aan daar geen behoefte aan te hebben.

De verdachten worden het recht gelaten het laatst te spreken. [naam verdachte 1] en [naam verdachte 3] maken hiervan geen gebruik. De verdachte [naam verdachte 2] verklaart dat hij nooit in het bezit is geweest van een Sky-telefoon. Verder sluit hij zich bij het pleidooi van zijn raadsman mr. Raza aan.

De voorzitter onderbreekt het onderzoek voor beraad.

De voorzitter deelt na hervatting van het onderzoek mede dat de rechtbank als volgt heeft beslist.

In de zaken [naam verdachte 1] en [naam verdachte 3] is verweer gevoerd op de ernstige bezwaren. De verdediging betwist de identificatie van de verdachten als gebruikers van de Sky-telefoons. De rechtbank ziet wel dat er wat haken en ogen zijn aan deze identificatie, zeker in het geval van verdachte [naam verdachte 3] , maar voor dit moment zijn er voldoende ernstige bezwaren dat zij wel degelijk de gebruiker van de Sky-telefoons zijn geweest. Voor een verdere onderbouwing sluit de rechtbank zich aan bij hetgeen over de ernstige bezwaren is overwogen in de bevelen gevangenhouding van de voorlopige hechtenis.

Verder is in alle zaken verweer gevoerd tegen de gronden die ten grondslag liggen aan de voorlopige hechtenis. De rechtbank acht de geschokte rechtsorde en het herhalingsgevaar nog steeds aanwezig. Het herhalingsgevaar zit ingebakken in de lange periode en de grote hoeveelheden drugs. Weliswaar zijn er veel drugszaken met grote hoeveelheden en soms zelfs met meer. Dat neemt echter de geschokte rechtsorde niet weg. Hierbij houdt de rechtbank ook rekening met het gegeven dat dit soort verdenkingen vaak gepaard gaat met andere criminele feiten zoals ernstig geweld. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis wordt daarom in alle zaken afgewezen.

Normaliter verhoudt een schorsing zich niet met de 12-jaarsgrond, maar de rechtbank zal in dit specifieke geval genuanceerder hiermee om gaan. Het openbaar ministerie heeft zich niet verzet tegen schorsing. De rechtbank deelt de inschatting van de officier van justitie en de raadslieden dat het erop lijkt dat - gelet op de verschillende verweren en aangekondigde getuigenverzoeken - deze strafzaken nog erg lang gaan duren. Dat betekent dat het persoonlijk belang van de verdachten om hun strafzaak in vrijheid af te wachten zwaarder weegt dan het strafvorderlijk belang. De verzoeken tot schorsing worden daarom in alle zaken toegewezen. De bevelen tot schorsing van de voorlopige hechtenis zijn in een afzonderlijk document vastgelegd.

De rechtbank ziet op dit moment onvoldoende redenen deze zaken te verwijzen naar (het kabinet van) de rechter-commissaris.

Het onderzoek op de terechtzitting wordt geschorst voor onbepaalde tijd.

Tegen de nadere terechtzitting dienen te worden opgeroepen:

- de verdachten, met verstrekking van een afschrift van de oproeping aan de raadslieden.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.