Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:4185

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
17-05-2022
Datum publicatie
31-05-2022
Zaaknummer
C/10/636757 / JE RK 22-874
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zittingsplaats: Rotterdam

Zaakgegevens: C/10/636757 / JE RK 22-874

datum uitspraak: 17 mei 2022

beschikking verlenging ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam,

betreffende

[naam kind],

geboren op [geboortedatum kind] 2005 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder].

Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 10 maart 2022, ingekomen bij de griffie op 14 april 2022

- de instemmende verklaring d.d. 16 mei 2022 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 17 mei 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- [naam kind], bijgestaan door mr. E.J.M. van Daalhuizen, die voorafgaand aan de zitting tevens apart is gehoord,

- de moeder,

- een vertegenwoordiger van de GI, [naam 1].

De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [naam 2], de opa mz.

De feiten
Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] verblijft op een gesloten groep van Pluryn, De Lindenhorst.

Bij beschikking van 27 mei 2021 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 27 mei 2022.

Bij beschikking van 17 februari 2022 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 4 maart 2022 tot 27 mei 2022.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van een jaar. Tevens heeft de GI een machtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van een jaar.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Er zijn nog altijd ernstige zorgen over [naam kind]. [naam kind] heeft eerder al gesloten gezeten. Het afgelopen jaar is er veel hulpverlening ingezet, waaronder MDFT, maar de hulp is niet passend gebleken of voortijdig afgebroken. [naam kind] is nog niet tot behandeling gekomen. [naam kind] is vanaf medio februari 2022 acht weken vermist geweest. Hij was spoorloos. Toen hij op 11 april 2022 weer voor de deur van de moeder stond, is de GI gelijk op zoek gegaan naar een passende gesloten groep. Zowel Harreveld als Kadier en Keer waren voor [naam kind] en de moeder onbespreekbaar. Schakenbosch heeft hem afgewezen. Zowel op Harreveld als op Schakenbosch zaten al andere jongeren die uit een drillrap groep komen, waardoor de veiligheid van [naam kind] niet gegarandeerd kon worden. [naam kind] is uiteindelijk op De Lindenhorst van Pluryn geplaatst. Na een moeilijke start, door een incident en gevoelens van onveiligheid, is uiteindelijk gebleken dat [naam kind] zijn draai daar heeft gevonden. Pluryn heeft aangegeven dat hij daar voor langere tijd kan blijven. Op korte termijn staat een startgesprek gepland waar zal worden besproken wat precies de doelen gaan worden en welke behandeling hij daar kan krijgen. Tevens zal worden besproken op welke termijn gezocht gaat worden naar een open groep. Voor [naam kind] moet dit een acceptabele termijn zijn, maar tegelijkertijd is het in de praktijk lastig om op korte termijn een open groep te regelen. De komende tijd wil de GI in ieder geval duidelijkheid verkrijgen over de DNA-afwijking van [naam kind] en wil de GI een persoonlijkheidsonderzoek afnemen, bij voorkeur in samenwerking met het Sophia Kinderziekenhuis. De GI kan zich voorstellen dat de machtiging voor een kortere duur wordt verleend en het overige wordt aangehouden.

De standpunten

Door en namens [naam kind] is verweer gevoerd tegen de duur van het verzoek. Een jaar langer gesloten is voor [naam kind] te lang. Het gaat goed op Pluryn. Hij gaat elke dag naar school. [naam kind] begrijpt dat hij nog wat langer op een gesloten groep moet blijven, maar denkt dat hij over een aantal weken over kan naar een open groep. [naam kind] ziet in dat hij verkeerde keuzes heeft gemaakt en gaat het nu anders aanpakken. Dat hij binnen een aantal dagen vader wordt, maakt voor hem ook dat hij inmiddels volwassener in het leven staat. Het is voor [naam kind] niet duidelijk wat de plannen zijn voor de komende tijd. Mr. van Daalhuizen stelt voor om na drie maanden een toetsmoment in te lassen bij de kinderrechter om een vinger aan de pols te houden. In die drie maanden kan er duidelijkheid komen over de plannen, kan het netwerk worden ingeschakeld en kan [naam kind] laten zien dat hij het voor een langere periode goed kan blijven doen bij Pluryn.

De moeder is het niet eens met de duur van het verzoek. De moeder zou graag zien dat [naam kind] over drie maanden overgeplaatst wordt naar een open groep in de buurt van Rotterdam. [naam kind] doet het goed op Pluryn. Hij heeft een goede band met zijn mentor.

Vanuit de open groep kan hij dan in de buurt in samenwerking met het zorgtraject vanuit het Sophia Kinderziekenhuis behandeling volgen. In de buurt kan er meer bereikt worden, onder meer door aanwezigheid van familie. Dat betekent wel dat [naam kind] direct moet worden aangemeld voor open groepen. De moeder staat eveneens niet achter de duur van de ondertoezichtstelling. De GI neemt beslissingen vanuit angst, niet vanuit de belangen van [naam kind]. De moeder heeft zelf gevraagd om hulp en zal dat ook blijven doen.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hier sprake van is.

Bij beschikking van 17 februari 2022 heeft de kinderrechter het volgende overwogen:

“Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat bij [naam kind] sprake is van

complexe gedrags-en ontwikkelingsproblematiek die de mogelijkheden van een open of

ambulante setting overstijgen, waardoor zowel de veiligheid van [naam kind] als die van zijn

omgeving niet gewaarborgd kan worden. [naam kind] onttrekt zich aan de noodzakelijke hulpverlening door weg te lopen en niet mee te werken. [naam kind] was op 2 februari 2022

vermist, maar na een week weggelopen te zijn geweest is hij 7 februari 2022 ter zitting

verschenen. Hij is toen geplaatst binnen de gesloten jeugdhulp.”

Van een dergelijke situatie is nog altijd sprake. De zorgen zijn de afgelopen drie maanden niet verminderd, integendeel. Slechts twee dagen na de vorige zitting is [naam kind] weggelopen van de gesloten groep. Hij is maar liefst acht weken vermist geweest. De zorgen in die acht weken waren enorm. Gelet op de vermoedens van betrokkenheid in het criminele circuit van alle betrokkenen en eerdere (fysieke) escalaties was de angst bij zijn familie groot. Dat die angst niet geheel onterecht was, bleek onder meer uit filmpjes waarmee [naam kind] deed vermoeden dat hij in Dubai zou verblijven. Of hij daadwerkelijk in Dubai is geweest, is niet duidelijk geworden. [naam kind] geeft hier geen openheid van zaken over en bagatelliseert hiermee de zorgen van zijn netwerk. [naam kind] geeft ter zitting aan in te zien dat hij fouten heeft gemaakt en dat hij het vanaf nu beter gaat doen. [naam kind] legt hieraan ten grondslag dat hij zeer binnenkort vader wordt en daardoor verstandiger is geworden. [naam kind] heeft op eerdere zittingen (d.d. 7 en 17 februari 2022) hetzelfde aangegeven. De afgelopen drie maanden heeft [naam kind] echter blijk gegeven in zijn handelen en gedrag geen rekening te hebben gehouden met het feit dat hij vader wordt. [naam kind] heeft, in tegenstelling tot zijn beloftes, geen gedragsverandering laten zien. De kinderrechter kan er daarom niet zonder meer op vertrouwen dat [naam kind] nu wel in positieve zin is veranderd.

Het zorgelijke gedrag van [naam kind] en zijn verleden maken niet alleen dat het vertrouwen in hem is verminderd, maar zorgen er ook voor dat het vinden van een passende (gesloten) groep moeilijk is. Onder andere Harreveld, Kadier en Keer en Schakenbosch zijn de revue gepasseerd als gesloten groep, maar om verschillende redenen is een plaatsing op een van die plekken niet gelukt. Uiteindelijk is [naam kind] op De Lindenhorst van Pluryn geplaatst. Na een moeizame start is inmiddels gebleken dat [naam kind] zijn draai heeft gevonden. [naam kind] volgt onderwijs en er vinden, afgezien van de eerste week, geen escalaties plaats. Dit is positief. Pluryn lijkt daarmee op dit moment de meest geschikte plek voor [naam kind] om tot rust te komen en aan behandeling te gaan werken. De precieze plannen voor de komende tijd zijn nog onbekend. Het startgesprek zal hierover meer duidelijkheid moeten verschaffen. Duidelijk is wel dat er nog veel stappen gezet moeten worden voordat [naam kind] klaar is voor een open groep. Er zal een PO afgenomen moeten worden om helder te krijgen welke behandeling passend is voor [naam kind] om vervolgens die behandeling in te kunnen zetten.

De kinderrechter ziet aanleiding om de machtiging gesloten jeugdhulp, zoals voorgesteld door de moeder en mr. van Daalhuizen, te verlenen voor een periode van drie maanden en het verzoek voor het overige aan te houden. Binnen deze drie maanden zal het startgesprek plaatsvinden waarbij doelen worden gesteld en een behandelvisie wordt besproken. Eveneens zal een aanmelding moeten worden gedaan voor een PO en daaropvolgend voor passende behandeling. Binnen deze drie maanden krijgt [naam kind] de kans om zich te bewijzen dat hij daadwerkelijk het roer heeft omgegooid en structureel in staat is om zich te houden aan de afspraken en zich in te zetten voor behandeling.

De kinderrechter verwacht over drie maanden van de GI een concreet plan van aanpak met verschillende mogelijkheden voor de toekomst. De betrokkenheid van het netwerk is daarbij zeer belangrijk. Er zullen verschillende opties moeten worden overwogen en worden uitgewerkt. Te denken valt aan de mogelijkheden van het netwerk en van een open groep. [naam kind] moet zich realiseren dat zijn (recente) zorgelijke verleden een belemmerende factor is bij het vinden van een geschikte open groep. Daarnaast spelen ook praktische zaken, zoals wachtlijsten, een rol. Het wenselijke en het mogelijke komen niet altijd met elkaar overeen. Om te voorkomen dat hierdoor onnodige vertraging optreedt, mede gelet op het betrokken netwerk, vindt de kinderrechter een tussentijds toets moment van belang.

De kinderrechter geeft [naam kind] nog het volgende mee. Dat de machtiging gesloten jeugdhulp nu voor een periode van drie maanden wordt verleend, betekent niet zonder meer dat [naam kind] over drie maanden uit de geslotenheid kan. Hoewel de betrokkenen om [naam kind] heen hun uiterste best doen om mogelijkheden te creëren en te helpen, ligt de sleutel tot verandering uiteindelijk bij [naam kind] zelf.

Uit het voorgaande volgt eveneens dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de duur van een jaar. Gelet op de nog aanwezige zorgen en de vele stappen die nog gezet moeten worden, is de verwachting niet gerechtvaardigd dat de moeder binnen een kortere periode in staat is alle hulp zelfstandig te organiseren. De betrokkenheid en actieve houding van de GI is hierbij nog noodzakelijk. Wel is het belangrijk dat de GI en de moeder goed samenwerken en met elkaar in contact blijven.

De kinderrechter verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voor de hierna te noemen datum een rapportage te doen toekomen omtrent de dan huidige stand van zaken en daarbij te vermelden of het resterende deel van het verzoek al dan niet wordt gehandhaafd.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 27 mei 2023;

verklaart deze beschikking tot dusver uitvoerbaar bij voorraad;

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 27 mei 2022 tot 27 augustus 2022 betreffende de minderjarige [naam kind];

en alvorens verder te beslissen:

houdt de beslissing voor het overige verzochte aan en bepaalt dat het verhoor van de GI, de belanghebbende, [naam kind] en mr. van Daalhuizen in deze zaak zal plaatsvinden op

11 augustus 2022 te 14.00 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125;

de zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter;

bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van de GI, de belanghebbende, [naam kind] en mr. van Daalhuizen;

verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter (met afschrift aan de belanghebbende en mr. van Daalhuizen) de verzochte rapportage te doen toekomen.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 mei 2022 door mr. K.J. van den Herik, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.C.J. Holierhoek als griffier.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 18 mei 2022.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.