Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:4105

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-05-2022
Datum publicatie
30-05-2022
Zaaknummer
10/750140-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling ter zake faillissementsfraude tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en tot een taakstraf voor de duur van 180 uren. Als bijkomende straffen ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon en openbaarmaking van dit vonnis door toezending ervan naar de Kamer van Koophandel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/750140-19

Datum uitspraak: 25 mei 2022

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] ( [postcode verdachte] ) te [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. E. Jobse, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 mei 2022.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. S. Sondermeijer heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en als bijkomende straffen ontzetting uit het recht tot het uitoefenen van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon voor een periode van drie jaren en openbaarmaking van dit vonnis door middel van toezending van dit vonnis aan de Kamer van Koophandel.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vaststaande feiten

De verdachte was enig aandeelhouder en bestuurder van [naam bedrijf 1] . Deze onderneming was enig aandeelhouder en bestuurder van drie bedrijven gericht op kinderopvang, te weten: [naam bedrijf 2] , [naam bedrijf 3] . en [naam bedrijf 4] .

In oktober 2013 heeft de Belastingdienst terzake van openstaande vorderingen vennootschapsbelastingen beslag gelegd op een groot aantal vermogensbestanddelen van de ondernemingen.


Op 4 november 2014 is [naam bedrijf 2] . failliet verklaard (hierna: [naam bedrijf 2] ). Na het uitspreken van dit faillissement heeft de curator geprobeerd in contact te komen met de verdachte en de verdachte verzocht om uitlevering van haar administratie. In eerste instantie lukte het de curator niet om de verdachte te bereiken, maar uiteindelijk heeft de verdachte op 26 november 2014 bij de curator zeven dozen met administratie afgeleverd. In deze dozen trof de curator allerlei ongeordende en gefragmenteerde administratieve stukken aan alsmede stukken over een door de onderneming geleasde auto, een Nissan. De curator heeft de verdachte op 8 december 2014 via een e-mail bericht dat zij deze auto moest inleveren. Ook heeft hij haar in datzelfde e-mailbericht medegedeeld welke stukken van de administratie hij nog miste en haar verzocht die met spoed bij hem in te leveren. De verdachte heeft niet gereageerd op het verzoek om het aanleveren van de gevraagde administratie. Ook heeft zij de auto niet ingeleverd bij de curator. Wel ontving de curator van de boekhouder van de verdachte de grootboeken over 2012 en 2013.

Op 23 december 2014 zijn [naam bedrijf 3] . en [naam bedrijf 4] B.V. (hierna: [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4] ) failliet verklaard. De curator heeft de verdachte bij e-mail van 6 januari 2015 bericht dat hij nog steeds niet de door hem gevraagde administratie ontvangen had van [naam bedrijf 2] en haar ook verzocht om de administratie van deze twee in december failliet verklaarde B.V.’s met daarbij een opsomming van de ontbrekende administratieve stukken. Tevens heeft hij haar medegedeeld dat zij niet voldeed aan haar administratieplicht.

De verdachte heeft op diezelfde dag op deze e-mail gereageerd met de mededeling dat ze de e-mail had ontvangen en erop terug zou komen.
Op 22 januari 2015 heeft de curator aan de verdachte per e-mail opnieuw verzocht om de gevraagde stukken. Tevens wees hij haar op haar wettelijke verplichting tot het voeren en bewaren van haar administratie en op haar verplichting om hem alle inlichtingen te verschaffen waar hij om gevraagd had. Ook gaf hij aan wat de gevolgen zouden zijn van het niet voldoen aan haar wettelijke verplichtingen.

Op 27 maart 2015 heeft de curator aan de verdachte per e-mail en aangetekende brief wederom verzocht om de ontbrekende administratie, waarbij hij nogmaals heeft opgesomd welke administratie hij nog nodig had. Ook heeft hij verzocht om stukken met betrekking tot (de schade van) de Nissan. Hij heeft haar in deze brief nog eens gewezen op de consequenties van het niet voldoen aan haar verplichtingen met betrekking tot de administratie en stelde haar hoofdelijk aansprakelijk voor de boedeltekorten van de drie bedrijven. Met betrekking tot de Nissan heeft de verdachte ook na deze aangetekende brief geen stukken aangeleverd.
Uit de door de boekhouder aangeleverde grootboeken over de jaren 2012 en 2013 met betrekking tot [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4] heeft de curator opgemaakt dat deze B.V.’s nog een tweetal rekening-courant vorderingen hadden op [naam verdachte] B.V., een andere onderneming van de verdachte.

De curator heeft op 3 juni 2015 aan de verdachte verzocht om nadere informatie over deze vorderingen en tevens verzocht om deze vorderingen, bedragen van € 22.035,00 respectievelijk € 22.437,00, te voldoen door deze aan hem over te maken. Dit heeft de verdachte niet gedaan. Wel heeft zij op 25 juni 2015 aan de curator een betalingsvoorstel van € 10,00 per maand gedaan. Dit bedrag heeft zij, ondanks verzoek daartoe van de curator bij e-mail van 7 juli 2015, nimmer voldaan. Evenmin heeft zij, na verzoek van de curator, een nieuw betalingsvoorstel gedaan of heeft zij binnen de door de curator gestelde termijn gereageerd op zijn verzoek om het verstrekken van de administratie.

De curator heeft de verdachte op 8 september 2015 een laatste e-mailbericht gestuurd, waarin hij heeft aangegeven dat zij, door het weigeren van het geven van inlichtingen, hem belet in een goede uitvoering van zijn werk als curator. De verdachte kreeg een termijn van twee dagen voor het schriftelijk, gedetailleerd en gemotiveerd verstrekken van alle informatie. Hierop heeft de verdachte niet gereageerd.

Op 6 mei 2015 is [naam bedrijf 1] . failliet verklaard. Op 20 mei 2015 heeft de curator aan de verdachte verzocht om het aanleveren van de administratie en in het bijzonder informatie over de activa. De verdachte heeft vervolgens aan de curator een map met enige bankafschriften en betalingsverzoeken gegeven. De curator heeft daarop in augustus 2015 de verdachte verzocht om andere administratieve stukken aan hem te verstrekken. De verdachte heeft daarop niet gereageerd.

Op 11 april 2017 heeft de curator aangifte tegen de verdachte gedaan van, kort gezegd, faillissementsfraude.

4.2.

Bewijswaardering

4.2.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat vanwege de onduidelijkheden in de tenlastelegging de rechtbank niet kan toekomen aan de vraag of er voldoende wettig en overtuigend bewijs is, zodat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken.

Subsidiair heeft de verdediging zich eveneens op het standpunt gesteld dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Ten aanzien van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten is aangevoerd dat de verdachte door de zeven dozen met administratie aan de curator te overhandigen wel degelijk heeft voldaan aan hetgeen de curator haar had gevraagd. De verdachte heeft ook verklaard dat in deze zeven dozen alle administratie zat. Of er op dat moment stukken ontbraken, kan niet meer worden gecontroleerd omdat de curator heeft nagelaten de verdachte een ontvangstformulier te laten tekenen met een opgave van de inhoud van de zeven dozen en de politie deze dozen met administratie pas jaren later, te weten op 28 februari 2022, heeft onderzocht.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit is aangevoerd dat de verdachte niet heeft kunnen zien aankomen dat haar bedrijven failliet zouden gaan en dat uit het dossier het tegendeel niet kan worden bewezen.

4.2.2.

Beoordeling

Ten aanzien van het primaire standpunt van de verdediging is de rechtbank van oordeel dat dit verweer van de raadsman in de kern een nietigheidsverweer is, welk verweer reeds preliminair is aangevoerd en door de rechtbank is verworpen. De lengte en complexiteit van de dagvaarding, waar de raadsman op doelt, komen voort uit de wetswijzigingen met betrekking tot de faillissementsfraude per 1 juli 2016 en, met dat in het achterhoofd, is van enige onduidelijkheid van het verwijt dat aan de verdachte wordt gemaakt geen sprake.

Feit 1: Ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers het niet bewaren en tevoorschijn brengen van de administratie

Gelet op het feit dat de verdachte de feitelijk bestuurder was van de in de tenlastelegging genoemde B.V.’s, was het ook aan haar om na het uitspreken van de faillissementen en op verzoek van de curator daartoe de gehele bedrijfsadministratie over te leggen. Dat heeft zij niet gedaan, ondanks dat zij verschillende keren door de curator er op is gewezen dat er stukken ontbraken. Of er uiteindelijk in het jaar voorafgaand aan de verschillende faillissementen een (deugdelijke en aan alle wettelijke eisen voldane) administratie is gevoerd, is niet duidelijk geworden. Wel is duidelijk dat verdachte deze niet (geheel) heeft bewaard en niet (geheel) tevoorschijn heeft gebracht terwijl zij daartoe verplicht was. De curator heeft aangifte gedaan en daarbij zijn verschillende stukken overgelegd waaruit blijkt dat de curator verdachte meerdere keren heeft verzocht om ontbrekende stukken van de administratie. Ook blijkt uit de aangifte en de daarbij gevoegde bijlagen dat de curator, doordat hij slechts beschikte over een verouderde en incomplete administratie, niet in staat was de rechten en verplichtingen van de B.V.’s in kaart te brengen.

De stelling van de verdachte dat alle door de curator verzochte (en in de tenlastelegging opgenomen) administratie zich in de zeven dozen bevond die zij reeds in november 2014 bij de curator had afgeleverd, wordt weerlegd door de aangifte met bijlagen van de curator. De rechtbank heeft geen reden om aan de aangifte van de curator te twijfelen. Bovendien heeft de politie de inhoud van de zeven dozen bekeken en geconstateerd dat de door de curator genoemde ontbrekende stukken niet in de dozen zitten. Daarnaast had het voor de hand gelegen dat als de verdachte een verschil van mening heeft met de curator over de inhoud van de dozen, zij met hem hierover een discussie had gevoerd op het moment dat zij diens verzoeken voor het overleggen van de ontbrekende stukken kreeg. De verdachte heeft die discussie niet gevoerd. Integendeel, zij heeft niet of nauwelijks gereageerd op de verzoeken van de curator of heeft overmachtsituaties geschetst, die niet gebaseerd waren op de waarheid, zoals over een tweetal branden en het crashen van een server. Ter zitting heeft de verdachte toegegeven dat deze gebeurtenissen, voor zover hier al sprake van was, geen invloed hadden op de gevoerde administratie.

De door de verdachte ter zitting benoemde door haar zelf opgestelde Excelsheet waarin de door de curator bedoelde informatie zou zijn opgenomen, heeft de rechtbank niet in het dossier aangetroffen en deze is ook niet eerder in haar correspondentie naar de curator of in de latere politieverhoren door de verdachte benoemd. Mocht die Excelsheet al deel uit hebben gemaakt van de door de verdachte ingeleverde administratie, dan is het maar de vraag of een dergelijke Excelsheet voldoet aan de eisen die de wet aan een administratie stelt en heeft deze Excelsheet er kennelijk niet toe geleid dat de curator wél beschikte over een volledige administratie nu hij steeds bij de verdachte om de bovengenoemde (ontbrekende stukken uit de) administratie heeft verzocht.

Voor een bewezenverklaring van bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeisers is vereist dat de verdachte het opzet moet hebben gehad op de verkorting van die rechten. Voor het bewijs van dat opzet is vereist dat de handeling van de verdachte de aanmerkelijke kans op verkorting van de rechten van schuldeisers heeft doen ontstaan (ECLI:NL:HR:2010:BI4691). Zoals blijkt uit de aangifte van de curator is er door de verdachte geen inzicht gegeven in de - in de tenlastelegging genoemde - debiteuren en crediteurenadministratie en ontbreken bankafschriften, verkoopfacturen en kolommenbalansen. Met name ontbreken er administratieve stukken over de twee jaar voorafgaand aan de verschillende faillissementen. Door in ieder geval vanaf het eerste faillissement op 5 november 2014 (de aanvang van de tenlastegelegde periode) bewust die administratie niet te bewaren en/of tevoorschijn te brengen voor de curator en diens vragen hierover ook niet te beantwoorden, heeft de verdachte in de hierna volgende periode bewust de aanmerkelijke kans doen ontstaan op verkorting van de rechten van de schuldeisers.

Daarmee is het onder feit 1 primair en - gezien het per 1 juli 2016 gewijzigde wetsartikel - cumulatief tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2: Ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers een of meer baten niet verantwoord en of goederen aan de boedel onttrokken.

Uit de aangifte van de curator en de daarbij gevoegde bijlagen volgt dat een, door [naam bedrijf 2] geleased en bij de verdachte in gebruik zijnde auto, een Nissan, na het faillissement niet is teruggegeven aan de leasemaatschappij en de verdachte deze Nissan zonder rechtsgrond buiten de failliete boedel heeft gehouden. De Nissan is hiermee naar het oordeel van de rechtbank onttrokken aan de failliete boedel.
De verklaring van de verdachte dat zij, zoals zij op 25 januari 2015 per e-mail aan de curator had laten weten, de Nissan met schade had ingeleverd bij een Nissan dealer, is op geen enkele wijze aannemelijk geworden. Ook de verklaring van de verdachte ter zitting dat de curator vanwege de schade geld van de verzekering zou hebben gekregen, schuift de rechtbank dus terzijde. De rechtbank stelt vast dat een en ander door de verdachte op geen enkele manier met stukken is onderbouwd.

Uit de aangifte van de curator volgt verder dat uit het hem beschikbare overzicht van de rekening-courant verhoudingen er in 2013 onder meer sprake was van openstaande vorderingen van (in totaal) 22.035 euro van [naam bedrijf 3] en 22.437 euro van [naam bedrijf 4] op [naam verdachte] B.V., van welke B.V. de verdachte enig aandeelhouder en bestuurder was. De curator heeft verzocht om informatie over en terugbetaling van deze bedragen. De bedragen zijn echter niet terugbetaald en ook is er geen informatie door de verdachte verstrekt. Vanwege het ontbreken van informatie kan de rechtsgrond voor deze vorderingen niet worden vastgesteld, zo concludeert de curator. Ook deze twee geldbedragen zijn gelet hierop naar het oordeel van de rechtbank door de verdachte onttrokken aan de failliete boedel.

Uit het niet aan de curator verstrekken van de administratie per datum 4 november 2014 ( [naam bedrijf 2] ) respectievelijk 23 december 2014 ( [naam bedrijf 3] en ’ [naam bedrijf 4] ) en het niet dan wel niet afdoende reageren op vragen van de curator over genoemde vorderingen en de Nissan, leidt de rechtbank tot slot af dat de verdachte opzet heeft gehad op benadeling van de schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden en zij dus ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers heeft gehandeld.

Feit 3: Opzettelijk niet voldoen aan de inlichtingenplicht.

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage van dit vonnis opgenomen bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, als bestuurder van de vennootschappen [naam bedrijf 1] ., [naam bedrijf 2] , [naam bedrijf 4] en [naam bedrijf 3] , nadat de verschillende B.V.’s failliet waren verklaard, meermalen niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichting om de curator inlichtingen te geven.

De verdachte heeft telkens geen of onvolledig antwoord gegeven op door de curator concreet gestelde vragen over bijvoorbeeld de openstaande vorderingen. De curator heeft bovendien stukken waar hij - op diverse data - specifiek om heeft gevraagd nimmer ontvangen. Door het uitblijven van de gevraagde stukken en beantwoording van de door de curator gestelde vragen heeft de verdachte de curator belet in een goede uitoefening van zijn werkzaamheden.

De rechtbank acht niet bewezen dat de verdachte op oproepen niet is verschenen bij de curator of de rechter-commissaris omdat het dossier voor dat verwijt geen bewijs bevat. Zij zal de verdachte daarom partieel vrijspreken van het zonder geldige redenen opzettelijk wegblijven.

4.2.3.

Conclusie

Bewezen is het onder 1 primair, 2 en 3 tenlastegelegde.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1. primair.

zij, als (middellijk dan wel onmiddellijk) bestuurder van de vennootschappen

[naam bedrijf 1] , en

[naam bedrijf 2] , en

[naam bedrijf 4] , en

[naam bedrijf 3] ,

in de periode van 5 november 2014 tot en met 30 juni 2016, in Rotterdam en/of (elders) in Nederland, terwijl genoemde vennootschappen telkens bij een vonnis van de rechtbank Rotterdam in staat van faillissement zijn verklaard, te weten

[naam bedrijf 1] op 6 mei 2015, en

[naam bedrijf 2] op 4 november 2014, en

[naam bedrijf 4] en

[naam bedrijf 3]

op 23 december 2014, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van één of meer van hun schuldeiser(s) opzettelijk meermalen niet heeft voldaan aan de op haar, verdachte, rustende verplichting ten aanzien van het ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek bewaren en tevoorschijn brengen van de boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers immers heeft zij, verdachte, met dat opzet niet

  • -

    de (volledige) NAW-gegevens van debiteuren en crediteuren van [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4] . en [naam bedrijf 1] . en

  • -

    het grootboek 2014 van [naam bedrijf 2] en van [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4] . en het grootboek 2013 en 2014 en 2015 van [naam bedrijf 1] .

  • -

    de kolommenbalans (per november 2014) en een (volledige) debiteurenlijst en (volledige) crediteurenlijst (per november 2014) van [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4] . en een (volledige) debiteurenlijst en (volledige) crediteurenlijst (per 6 mei 2016) en een kolommenbalans per 31 december 2013 en 31 december 2014 en 6 mei 2015 van [naam bedrijf 1] . en

  • -

    de jaarrekening 2012 en 2013 van [naam bedrijf 2] en de jaarrekening 2013 van [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4] . en de jaarrekeningen 2012 en 2013 en 2014 van [naam bedrijf 1] . en

  • -

    verkoopfacturen 2013 en 2014 en inkoopfacturen 2013 (A t/m R) van [naam bedrijf 2] en

  • -

    bankafschriften van [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 3] . en [naam bedrijf 4] .

bewaard en/of (desgevraagd) ter beschikking gesteld en/of uitgeleverd aan de

curator in het faillissement van voornoemde rechtspersonen;

en

zij, als (middellijk dan wel onmiddellijk) bestuurder van de vennootschappen

[naam bedrijf 1] , en

[naam bedrijf 2] , en

[naam bedrijf 4] , en

[naam bedrijf 3] ,

in de periode van 1 juli 2016 tot en met 11 april 2017 in Rotterdam en/of (elders) in Nederland,

terwijl genoemde vennootschappen telkens bij een vonnis van de rechtbank te Rotterdam in staat van faillissement waren verklaard, te weten

[naam bedrijf 1] op 6 mei 2015 en

[naam bedrijf 2] op 4 november 2014, en

[naam bedrijf 4] en

[naam bedrijf 3] (telkens) op 23 december 2014,

opzettelijk niet volledig heeft voldaan en/of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan op haar, verdachte, rustende verplichtingen ten opzichte van, ingevolge artikel 10, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek het bewaren van boeken, bescheiden en/of gegevensdragers in die artikelen bedoeld, ten gevolge waarvan de afhandeling van het faillissement van [naam bedrijf 1] . en [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 4] . en [naam bedrijf 3] wordt bemoeilijkt,

en

(vervolgens) tijdens het faillissement van voornoemde rechtspersonen opzettelijk niet terstond de ingevolge artikel 10, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek rustende verplichtingen ten opzichte van het bewaren en/of tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en/of gegevensdragers in die artikelen bedoeld, in ongeschonden vorm aan de curator verstrekt,

immers, heeft zij, verdachte, niet de gehele administratie bewaard of (desgevraagd) uitgeleverd aan de curator in het faillissement van voornoemde rechtspersonen (onder meer) niet

  • -

    de (volledige) NAW-gegevens van debiteuren en crediteuren van [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4] . en [naam bedrijf 1] . en

  • -

    het grootboek 2014 van [naam bedrijf 2] en van [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4] . en het grootboek 2013 en 2014 en 2015 van [naam bedrijf 1] . en

  • -

    de kolommenbalans (per november 2014) en een (volledige) debiteurenlijst en (volledige) crediteurenlijst (per november 2014) van [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 3] . en [naam bedrijf 4] . en een (volledige) debiteurenlijst en crediteurenlijst (per 6 mei 2016) en een kolommenbalans per 31 december 2013 en 31 december 2014 en 6 mei 2015 van [naam bedrijf 1] . en

  • -

    de jaarrekening 2012 en 2013 van [naam bedrijf 2] en de jaarrekening 2013 van [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4] . en de jaarrekeningen 2012 en 2013 en 2014 van [naam bedrijf 1] . en

  • -

    verkoopfacturen 2013 en 2014 en inkoopfacturen 2013 (A t/m R) van [naam bedrijf 2] en

  • -

    bankafschriften van [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 3] . en [naam bedrijf 4] .

bewaard en/of (desgevraagd) ter beschikking gesteld en/of uitgeleverd aan de

curator in het faillissement van voornoemde rechtspersonen;

2.

zij, als (middellijk dan wel onmiddellijk) bestuurder van de vennootschappen

[naam bedrijf 1] , en

[naam bedrijf 2] , en

[naam bedrijf 4] , en

[naam bedrijf 3] ,

in de periode van 4 november 2014 tot en met 30 juni 2016, in Rotterdam en/of (elders) in Nederland,

terwijl genoemde vennootschappen telkens bij een vonnis van de rechtbank te Rotterdam in staat van faillissement waren verklaard, te weten [naam bedrijf 1] op 6 mei 2015, en [naam bedrijf 2] op 4 november 2014, en [naam bedrijf 4] en [naam bedrijf 3]

(telkens) op 23 december 2014, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van die B.V.‘s/rechtspersonen

een goed en geldbedragen aan de boedel heeft onttrokken ,

immers heeft zij, verdachte,

- een goed, te weten een geleased Nissan Qashqai, kenteken [kentekennummer] niet in goede staat (terug) ingeleverd bij de rechthebbende en/of Leasemaatschappij

- een openstaande vordering ten laste van de zakelijke bankrekening van [naam bedrijf 3] op [naam verdachte] B.V . (bij welke rechtspersoon zij, verdachte enig bestuurder en aandeelhouder is), tot een totaalbedrag van 22.035,- euro, en

- een openstaande vordering ten laste van de zakelijke bankrekening van [naam bedrijf 4] . op [naam verdachte] B.V. (bij welke rechtspersoon verdachte enig bestuurder en aandeelhouder is) tot een totaal van 22.437,- euro en

niet (terug)betaald en/of toegelicht/uitgelegd aan de curator en voornoemde geldbedragen en goed uit het zicht van de curator gehouden en/of buiten de boedel gebracht;

3.

zij in de periode van 5 november 2014 tot en met 11 april 2017 te Rotterdam als degene die, als (middellijk dan wel onmiddellijk) bestuurder van de vennootschappen

[naam bedrijf 1] , en

[naam bedrijf 2] , en

[naam bedrijf 4] , en

[naam bedrijf 3] ,

terwijl genoemde vennootschappen telkens bij een vonnis van de rechtbank Rotterdam in staat van faillissement zijn verklaard, te weten

[naam bedrijf 1] op 6 mei 2015, en

[naam bedrijf 2] op 4 november 2014, en

[naam bedrijf 4] en

[naam bedrijf 3] op 23 december 2014,

en door de curator wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven, immers, heeft zij, verdachte, de vragen van de curator in het faillissement van voornoemde rechtspersonen [naam bedrijf 1] . en [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 4] en [naam bedrijf 3] tot het verkrijgen van inzicht in de vermogensrechtelijke positie, niet beantwoord en/of onvolledig beantwoord.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1 primair.

als bestuurder van een rechtspersoon, welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon, niet voldaan hebben aan de op hem ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek rustende verplichting tot het tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, meermalen gepleegd;

en

als bestuurder van een rechtspersoon, tijdens het faillissement van de rechtspersoon, desgevraagd opzettelijk niet terstond, overeenkomstig de op hem rustende wettelijke verplichtingen ter zake, een ingevolge de wettelijke verplichtingen bewaarde administratie en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in ongeschonden vorm, zo nodig met de hulpmiddelen om de inhoud binnen redelijke termijn leesbaar te maken, aan de curator verstrekken, meermalen gepleegd;

en

als bestuurder van een rechtspersoon, tijdens het faillissement van de rechtspersoon, opzettelijk niet voldoen en bewerkstelligen dat werd voldaan aan de wettelijke verplichtingen tot het bewaren van een administratie van de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, ten gevolge waarvan de afhandeling wordt bemoeilijkt, meermalen gepleegd;

2.

als bestuurder van een rechtspersoon welke in staat van faillissement is verklaard, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers van de rechtspersoon, enig goed aan de boedel onttrekken, meermalen gepleegd;

3.

als bestuurder van een rechtspersoon die in staat van faillissement is verklaard, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, weigeren de vereiste inlichtingen te geven, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan faillissementsfraude. Verdachte heeft gedurende een langere periode als (middellijk dan wel onmiddellijk) bestuurder van verschillende vennootschappen nagelaten om de administratie te bewaren. Na het faillissement van de vennootschappen heeft verdachte voorts nagelaten om de volledige beschikbare administratie aan de curator te overhandigen en is zij haar wettelijke verplichting om de curator van inlichtingen te voorzien niet nagekomen.

Daarnaast heeft verdachte geld en auto aan de failliete boedel onttrokken.

Het handelen van de verdachte getuigt van een lichtzinnige en onverschillige houding ten opzichte van de financiële belangen van de schuldeisers van haar vennootschappen. Zij heeft het de curator zeer lastig, zo niet onmogelijk, gemaakt om de faillissementen op een effectieve en juiste wijze af te wikkelen. Door niet de volledige administratie aan de curator over te dragen is niet vast te stellen voor welke bedragen de schuldeisers precies zijn benadeeld door het handelen van verdachte, maar dat er schuldeisers zijn benadeeld acht de rechtbank op grond van de aangifte met (financiële) bijlagen van de curator zonder meer aannemelijk. Dit handelen is kwalijk, omdat de gedupeerde schuldeisers financiële schade lijden, en ook omdat deze vorm van fraude het vertrouwen tussen ondernemers onderling, dat van essentieel belang is voor een goed functionerend handelsverkeer, aantast.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 5 april 2022, waaruit blijkt dat de verdachte niet recentelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportage

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 31 maart 2021. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De officier van justitie heeft bij haar eis aansluiting gezocht bij een benadelingsbedrag ruim € 3.000.000,-. De rechtbank acht een dergelijk benadelingsbedrag echter niet voldoende onderbouwd en zal haar strafmaat dan ook niet op een dergelijk benadelingsbedrag baseren.
De rechtbank ziet ook overigens aanleiding om af te wijken van de eis van de officier van justitie. Daartoe is het volgende redengevend. Hoewel er geen sprake is van een schending van de redelijke termijn, gaat het in deze zaak wel om inmiddels behoorlijk gedateerde feiten. Daarnaast is de nasleep en het gevolg van de faillissementen de verdachte niet in de koude kleren gaan zitten, zo is de rechtbank ter zitting duidelijk geworden. De verdachte is een tijd dakloos geweest en heeft nog steeds grote financiële problemen. Voorts houdt de rechtbank rekening met de ter terechtzitting aangevoerde persoonlijke omstandigheden, onder meer de zorg die de verdachte heeft voor haar verstandelijk beperkte dochter. Een gevangenisstraf zoals door de officier van justitie geëist dient gelet hierop in deze zaak naar het oordeel van de rechtbank geen redelijk strafdoel. In plaats van een gevangenisstraf legt de rechtbank daarom een taakstraf op alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze voorwaardelijke straf dient er toe de verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Bijkomende straffen

De rechtbank volgt de officier van justitie wel in haar eis dat het aangewezen is om de verdachte in de nabije toekomst als bestuurder van een rechtspersoon te weren. Zij heeft in de uitoefening van haar beroep een delict gepleegd dat het voor een gezond economisch klimaat noodzakelijk vertrouwen in het bedrijfsleven ernstig beschaamt. De rechtbank zal de verdachte voor de duur van drie jaren ontzetten van het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon.

De rechtbank zal tevens de openbaarmaking van dit vonnis gelasten. De openbaarmaking van dit vonnis dient te geschieden door middel van toezending van dit vonnis aan de Kamer van Koophandel. Door registratie van dit vonnis bij de Kamer van Koophandel wordt beoogd voornoemde ontzetting van de verdachte van het recht om bestuurder van een rechtspersoon te zijn daadwerkelijk te effectueren. Aangezien met toezending van dit vonnis naar de Kamer van Koophandel geen of verwaarloosbare kosten zijn gemoeid, schat de rechtbank de kosten van openbaarmaking op nihil.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 28, 31, 36, 57, 194, 343 (oud), 344a van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 .Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 180 (honderdtachtig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;

ontzet de verdachte van haar recht tot het uitoefenen van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van 3 (drie) jaren;

gelast de openbaarmaking van dit vonnis door toezending ervan aan de Kamer van Koophandel ten behoeve van de effectuering van voornoemde ontzetting en schat de kosten daarvan op nihil.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. H.I. Kernkamp-Maathuis, voorzitter,

en mrs. A. van Luijck en I. Tillema, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D.W.A. Sonneveld-de Raad, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1. primair.

zij, als (middellijk dan wel onmiddellijk) bestuurder van de vennootschappen

[naam bedrijf 1] , en/of

[naam bedrijf 2] , en/of

[naam bedrijf 4] , en/of

[naam bedrijf 3] ,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 november 2014, althans 24 december 2014, althans 7 mei 2015 tot en met 30 juni 2016, in Rotterdam en/of (elders) in Nederland, terwijl genoemd(e) vennootschap(pen) (telkens) bij een vonnis van de rechtbank Rotterdam in staat van faillissement zijn verklaard, te weten

[naam bedrijf 1] op 6 mei 2015, en/of

[naam bedrijf 2] op 4 november 2014, en/of

[naam bedrijf 4] en/of

[naam bedrijf 3]

(telkens) op 23 december 2014, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van één of meer van haar/hun schuldeiser(s) en/of ter bevoordeling van een van de schuldeisers opzettelijk een of meermalen niet heeft voldaan aan de op haar, verdachte, rustende verplichting(en) ten aanzien van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of tevoorschijn brengen van de boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld immers heeft zij, verdachte, met dat opzet niet

  • -

    de (volledige) NAW-gegevens van debiteuren en/of crediteuren van [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    het grootboek 2012 en/of 2013 en/of 2014 van [naam bedrijf 2] en/of ‘t het grootboek 2014 [naam bedrijf 3] . en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] . en/of het grootboek 2013 en/of 2014 en/of 2015 van [naam bedrijf 1] .

  • -

    de kolommenbalans (per november 2014) en/of een (volledige) debiteurenlijst en/of (volledige) crediteurenlijst (per november 2014) van [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] . en/of [naam bedrijf 4] . en/of een (volledige) debiteurenlijst en/of (volledige) crediteurenlijst (per 6 mei 2016) en/of een kolommenbalans per 31 december 2013 en/of 31 december 2014 en/of 6 mei 2015 van [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    de jaarrekening 2012 en/of 2013 van [naam bedrijf 2] en/of de jaarrekening 2013 van [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] . en/of de jaarrekening(en) 2012 en/of 2013 en/of 2014 van [naam bedrijf 1] . en/of -een of meer verkoopfactu(u)r(en) 2013 en/of 2014 en/of inkoopfactu(u)r(en) 2013 (A t/m R) van [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    een of meer bankafschrift(en) van [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] .

bewaard en/of (desgevraagd) ter beschikking gesteld en/of uitgeleverd aan de

curator in het faillissement van voornoemde rechtsperso(o)n(en);

en/of

zij, als (middellijk dan wel onmiddellijk) bestuurder van de vennootschappen

[naam bedrijf 1] , en/of

[naam bedrijf 2] , en/of

[naam bedrijf 4] , en/of

[naam bedrijf 3] ,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2016 tot en met 11 april 2017 in Rotterdam en/of (elders) in Nederland,

terwijl genoemd(e) vennootschap(pen) (telkens) bij een vonnis van de rechtbank te Rotterdam in staat van faillissement was/waren verklaard, te weten

[naam bedrijf 1] op 6 mei 2015 en/of

[naam bedrijf 2] op 4 november 2014, en/of

[naam bedrijf 4] en/of

[naam bedrijf 3] (telkens) op 23 december 2014,

opzettelijk niet, althans niet volledig heeft voldaan en/of heeft bewerkstelligd dat werd voldaan aan op haar, verdachte, rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 5, eerste lid van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in samenhang met artikel 10, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of het bewaren van boeken, bescheiden en/of gegevensdragers in dat/die artikel(en) bedoeld, ten gevolge waarvan de afhandeling van het faillissement van [naam bedrijf 1] . en/of [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 3] wordt bemoeilijkt,

en/of

  • -

    (vervolgens) tijdens het faillissement van voornoemde rechtsperso(o)n(en) opzettelijk niet terstond de ingevolge artikel 10, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 5, eerste lid van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in samenhang met artikel 10, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie en/of het bewaren en/of tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en/of gegevensdragers in dat/die artikel(en) bedoeld, in ongeschonden vorm aan de curator verstrekt, immers, heeft zij, verdachte, niet de (gehele) administratie bewaard en/of (desgevraagd) uitgeleverd aan de curator in het faillissement van voornoemde rechtsperso(o)n(en) (onder meer) niet

  • -

    de (volledige) NAW-gegevens van debiteuren en/of crediteuren van [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    het grootboek 2012 en/of 2013 en/of 2014 van [naam bedrijf 2] en/of ‘t het grootboek 2014 [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] . en/of het grootboek 2013 en/of 2014 en/of 2015 van [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    de kolommenbalans (per november 2014) en/of een (volledige) debiteurenlijst en/of (volledige) crediteurenlijst (per november 2014) van [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] . en/of [naam bedrijf 4] . en/of een (volledige) debiteurenlijst en/of crediteurenlijst (per 6 mei 2016) en/of een kolommenbalans per 31 december 2013 en/of 31 december 2014 en/of 6 mei 2015 van [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    de jaarrekening 2012 en/of 2013 van [naam bedrijf 2] en/of de jaarrekening 2013 van [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] . en/of de jaarrekening(en) 2012 en/of 2013 en/of 2014 van [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    een of meer verkoopfactu(u)r(en) 2013 en/of 2014 en/of inkoopfactu(u)r(en) 2013 (A t/m R) van [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 1] en/of

  • -

    een of meer bankafschrift(en) van [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] .

bewaard en/of (desgevraagd) ter beschikking gesteld en/of uitgeleverd aan de

curator in het faillissement van voornoemde rechtsperso(o)n(en);

1. subsidiair.

Dat aan haar, verdachte, als (middellijk dan wel onmiddellijk) bestuurder van de vennootschappen

[naam bedrijf 1] , en/of

[naam bedrijf 2] , en/of

[naam bedrijf 4] , en/of

[naam bedrijf 3] ,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 november 2014, althans 24 december 2014, althans 7 mei 2015 tot en met 30 juni 2016,

in Rotterdam en/of (elders) in Nederland, terwijl genoemd(e) vennootschap(pen) (telkens) bij een vonnis van de rechtbank Rotterdam in staat van faillissement was/waren verklaard, te weten:

[naam bedrijf 1] op 6 mei 2015, en/of

[naam bedrijf 2] op 4 november 2014, en/of

[naam bedrijf 4] en/of

[naam bedrijf 3] (telkens) op 23 december 2014,

te wijten is (geweest) dat (telkens) niet (volledig) voldaan is aan de verplichting(en) omschreven in artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of artikel 5, eerste lid van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in samenhang met artikel 10, eerste lid, van het boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, en/of dat de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, waarmee volgens die artikelen administratie is gevoerd en/of de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers welke ingevolge dat/die artikel(en) is/zijn bewaard, niet in ongeschonden staat tevoorschijn zijn/worden gebracht, en/of de volgens die artikelen gevoerde administratie en/of boeken en/of bescheiden en/of andere gegevensdragers, die ingevolge die artikelen zijn bewaard, niet in ongeschonden staat tevoorschijn zijn gebracht immers heeft zij, verdachte, (onder meer) niet

  • -

    de (gehele) administratie van [naam bedrijf 1] en/of ‘ [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] , en/of [naam bedrijf 4] afgegeven en/of ter beschikking gesteld aan de curator en/of

  • -

    een zodanige administratie gevoerd, althans laten voeren, dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] konden worden gekend en/of

  • -

    deze (volledige) administratie van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] ongeschonden tevoorschijn gebracht en/of

(onder meer) niet

  • -

    de (volledige) NAW-gegevens van debiteuren en/of crediteuren van [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    het grootboek 2012 en/of 2013 en/of 2014 van [naam bedrijf 2] en/of het grootboek 2014 [naam bedrijf 3] . en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] . en/of het grootboek 2013 en/of 2014 en/of 2015 van [naam bedrijf 1] en/of

  • -

    de kolommenbalans (per november 2014) en/of een (volledige) debiteurenlijst en/of (volledige) crediteurenlijst (per november 2014) van [naam bedrijf 2] . en/of [naam bedrijf 3] . en/of [naam bedrijf 4] . en/of een (volledige) debiteurenlijst en/of crediteurenlijst (per 6 mei 2016) en/of een kolommenbalans per 31 december 2013 en/of 31 december 2014 en/of 6 mei 2015 van [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    de jaarrekening 2012 en/of 2013 van [naam bedrijf 2] en/of de jaarrekening 2013 van [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] . en/of de jaarrekening(en) 2012 en/of 2013 en/of 2014 van [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    een of meer bankafschrift(en) van [naam bedrijf 2] . en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 1] .

bewaard en/of (desgevraagd) ter beschikking gesteld en/of uitgeleverd aan de curator in het faillissement van voornoemde rechtsperso(o)n(en);

en/of

het aan haar, verdachte, op één of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 1 juli 2016 tot en met 11 april 2017 in Rotterdam, althans in Nederland, als (middellijk dan wel onmiddellijk) bestuurder van de vennootschappen

[naam bedrijf 1] , en/of

[naam bedrijf 2] , en/of

[naam bedrijf 4] , en/of

[naam bedrijf 3] ,

terwijl genoemd(e) vennootschap(pen) (telkens) bij een vonnis van de rechtbank te Rotterdam in staat van faillissement was/waren verklaard, te weten:

[naam bedrijf 1] op 6 mei 2015, en/of

[naam bedrijf 2] op 4 november 2014, en/of

[naam bedrijf 4] en/of

[naam bedrijf 3] (telkens) op 23 december 2014,

te wijten is (geweest) dat voor en/of tijdens het faillissement van voornoemde rechtsperso(o)n(en)

niet, althans niet volledig is voldaan aan op haar, verdachte, rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 10, eerste lid van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 5, eerste lid van de Wet op de formeel buitenlandse vennootschappen in samenhang met artikel 10, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek

en/of

het bewaren van boeken, bescheiden en/of gegevensdragers in dat/die artikel(en) bedoeld, ten gevolge waarvan de afhandeling van het faillissement van [naam bedrijf 1] . en/of [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 3] , wordt bemoeilijkt, immers heeft zij, verdachte, niet de (gehele) administratie (desgevraagd) uitgeleverd aan de curator in het faillissement van voornoemde rechtsperso(o)n(en), (onder meer) niet

  • -

    de (volledige) NAW-gegevens van debiteuren en/of crediteuren van [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    het grootboek 2012 en/of 2013 en./of 2014 van [naam bedrijf 2] en/of ‘t het grootboek 2014 [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 1] . en/of het grootboek 2013 en/of 2014 en/of 2015 van [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    de kolommenbalans (per november 2014) en/of een (volledige) debiteurenlijst en/of (volledige) crediteurenlijst (per november 2014) van [naam bedrijf 2] V. en/of [naam bedrijf 3] . en/of [naam bedrijf 4] . en/of een (volledige) debiteurenlijst en/of crediteurenlijst (per 6 mei 2016) en/of een kolommenbalans per 31 december 2013 en/of 31 december 2014 en/of 6 mei 2015 van [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    de jaarrekening 2012 en/of 2013 van [naam bedrijf 2] en/of de jaarrekening 2013 van [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] . en/of de jaarrekening(en) 2012 en/of 2013 en/of 2014 van [naam bedrijf 1] . en/of

  • -

    een o£ meer verkoopfactu(u)r(en) 2013 en/of 2014 en/of inkoopfactu(u)r(en) 2013 (A t/m R) van [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 1] en/of

  • -

    een of meer bankafschrift(en) van [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] . en/of [naam bedrijf 1] .

bewaard en/of (desgevraagd) ter beschikking gesteld en/of uitgeleverd aan de

curator in het faillissement van voornoemde rechtsperso(o)n(en);

2.

zij, als (middellijk dan wel onmiddellijk) bestuurder van de vennootschappen

[naam bedrijf 1] , en/of

[naam bedrijf 2] , en/of

[naam bedrijf 4] , en/of

[naam bedrijf 3] ,

op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 4 november 2014, althans 23 december 2014, althans 6 mei 2015 tot en met 30 juni 2016, in Rotterdam en/of (elders) in Nederland,

terwijl genoemd(e) vennootschap(pen) (telkens) bij een vonnis van de rechtbank te Rotterdam in staat van faillissement was/waren verklaard, te weten [naam bedrijf 1] op 6 mei 2015, en/of [naam bedrijf 2] op 4 november 2014, en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 3]

(telkens) op 23 december 2014, (telkens) ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers van die B.V.(‘s)/rechtsperso(o)n(en)

  • -

    een of meer last(en) verdicht heeft en/of verdicht en/of een of meer bate(n) niet verantwoord heeft of niet verantwoordt, en/of

  • -

    een of meer goed(eren) en/of geldbedrag(en) aan de boedel (heeft) onttrokken en/of onttrekt, en/of ter gelegenheid van het faillissement of op een tijdstip waarop zij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen een of meer van de schuldeisers op enige wijze bevoordeeld heeft, of bevoordeelt,

immers heeft zij, verdachte,

- een of meerdere goed(eren), te weten een geleased Nissan Qashqai, kenteken [kentekennummer] , althans een geleased auto, niet (in goede staat) (terug) ingeleverd bij de rechthebbende en/of Leasemaatschappij en/of de door (door)verkoop en/of verhuur van deze auto ontvangen geldbedragen en/of goederen aan de boedel onttrokken en/of

- een of meer openstaande vordering(en) ten laste van de (zakelijke) bankrekening(en) van [naam bedrijf 3] . op [naam verdachte] B.V. (bij welke rechtspersoon zij, verdachte (enig) bestuurder en/of aandeelhouder is), tot een totaalbedrag van 22.035,- euro, of daaromtrent, en/of

- een of meerdere openstaande vordering(en) ten laste van de (zakelijke) bankrekening(en) van [naam bedrijf 4] . op [naam verdachte] B.V. (bij welke rechtspersoon verdachte (enig) bestuurder en/of aandeelhouder is) tot een totaal van 22.437,- euro, of daaromtrent en/of

- niet (terug)betaald en/of toegelicht/uitgelegd aan de curator en/of voornoemde geldbedrag(en) en/of goed(eren) uit het zicht van de curator gehouden en/of buiten de boedel gebracht;

3.

zij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 5 november 2014 tot en met 11 april 2017 te Rotterdam, althans in Nederland als degene die, als (middellijk dan wel onmiddellijk) bestuurder van de vennootschappen

[naam bedrijf 1] , en/of

[naam bedrijf 2] , en/of

[naam bedrijf 4] , en/of

[naam bedrijf 3] ,

terwijl genoemd(e) vennootschap(pen) (telkens) bij een vonnis van de rechtbank Rotterdam in staat van faillissement zijn verklaard, te weten

[naam bedrijf 1] op 6 mei 2015, en/of

[naam bedrijf 2] op 4 november 2014, en/of

[naam bedrijf 4] en/of

[naam bedrijf 3] (telkens) op 23 december 2014,

en door de curator en/of rechter-commissaris wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, zonder geldige reden opzettelijk niet is verschenen en/of heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven, en/of opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven, immers, heeft zij, verdachte, de vragen van de curator en/of rechter-commissaris in het faillissement van voornoemde rechtsperso(o)n(en) [naam bedrijf 1] . en/of [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 3] tot het verkrijgen van inzicht in de vermogensrechtelijke positie, niet beantwoord en/of onvolledig beantwoord en/of onjuist beantwoord.