Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:3430

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-01-2022
Datum publicatie
10-05-2022
Zaaknummer
KTN-9485483-28012022
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek vernietiging ontslag op staande voet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0523
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9485483 VZ VERZ 21-16121

uitspraak: 28 januari 2022

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats verzoekster],

verzoekster,

gemachtigde: mr. J. Marges,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Vanad Contact Centers Nederland B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. M. Bouman.

Partijen worden hierna aangeduid als “[verzoekster]” en “Vanad”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Kennis is genomen van:

 het verzoekschrift van [verzoekster], met producties, ontvangen op

8 oktober 2021;

 het e-mailbericht van Vanad, met producties.

1.2

Op de zitting van 14 december 2021 is Vanad niet verschenen, waarna zij bij exploot opgeroepen is. Op 14 januari 2022 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verzoekster] is verschenen, bijgestaan door mr. Marges. Voor Vanad is verschenen haar bedrijfsjurist mr. Bouman. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat besproken is.

1.3

De datum van de uitspraak van de beschikking is bij vervroeging bepaald op heden.

2. De feiten

2.1

Op grond van een tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is [verzoekster] op 2 maart 2020 in dienst getreden bij Vanad in de functie van Klantexpert. In die functie heeft [verzoekster] gewerkt op een callcenter om voor opdrachtgevers van Vanad vragen te beantwoorden van klanten van die opdrachtgevers. Kort na aanvang van de coronacrisis heeft Vanad haar medewerkers, onder wie [verzoekster], gefaciliteerd om deze werkzaamheden niet op haar kantoor, maar op afstand te verrichten. [verzoekster] heeft sindsdien veelal vanuit huis gewerkt.

2.2

Op 13 september 2020 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoekster] en een leidinggevende, waarin [verzoekster] - verkort weergegeven - aangesproken is op het gebruik van een onjuiste status, namelijk “e-mail” in plaats van “call” waarvoor zij stond ingeroosterd, en op het niet bereikbaar zijn per telefoon, per e-mail en via het systeem Yammer, dat bij Vanad gebruikt wordt, toen haar leidinggevende haar hierop wilde attenderen. [verzoekster] is te verstaan gegeven dat zij de juiste status dient aan te houden en te allen tijde bereikbaar dient te zijn volgens de huisregels van [naam opdrachtgever] en haar getekende “Work from home” overeenkomst.

2.3

Op 9 december 2020 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoekster] en een leidinggevende, waarin [verzoekster] - verkort weergegeven - aangesproken is op het gedurende anderhalf uur niet bereikbaar zijn geweest voor haar leidinggevende, nadat [verzoekster] melding had gedaan dat zij haar computer opnieuw moest opstarten in verband met een storing. [verzoekster] is te verstaan gegeven dat zij een storing altijd direct moet doorgeven bij “traffic” en aan haar teamleider, zodat gewerkt kan worden aan een oplossing, en dat zij telefonisch bereikbaar dient te zijn tijdens de werkzaamheden, helemaal als zij door een storing niet kan werken.

2.4

Op 20 mei 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoekster] en een leidinggevende, waarin [verzoekster] - verkort weergegeven - aangesproken is op het niet bereikbaar zijn geweest op 19 mei 2021 voor de teamleider. [verzoekster] is meegedeeld dat zij te allen tijde bereikbaar moet zijn voor Vanad, ervoor dient te zorgen dat Yammer altijd open staat op haar computer en ervoor dient te zorgen dat zij zo spoedig mogelijk terugbelt als zij een gemiste oproep heeft ontvangen.

2.5

Bij brief van 20 mei 2021 heeft Vanad een officiële waarschuwing gegeven aan [verzoekster]. In de brief is - verkort weergegeven - vermeld dat geconstateerd is dat zij meerdere gesprekken heeft aangenomen en direct de mute knop heeft gebruikt. Te kennen is gegeven dat dit de reputatie van Vanad op het Project [naam opdrachtgever] en Intergamma schaadt en dat Vanad dit daarom een ernstig vergrijp vindt. [verzoekster] is meegedeeld dat haar werkzaamheden de komende periode gemonitord gaan worden en dat van haar verwacht wordt dat zij, als zij ingepland staat op call, daadwerkelijk de gesprekken voert met de klant. Daarbij is [verzoekster] te verstaan gegeven dat, als zij dit niet doet, dit gezien wordt als een reden voor ontslag op staande voet en dat afhankelijk van de situatie dan een laatste officiële waarschuwing of ontslag op staande voet zal volgen.

2.6

Bij brief van 4 juni 2021 heeft Vanad een laatste officiële waarschuwing gegeven aan [verzoekster]. In de brief is - verkort weergegeven - vermeld dat zij op 2 juni 2021 vijf calls op eigen initiatief heeft opgehangen zonder de klant te woord te hebben gestaan. Meegedeeld is dat, doordat [verzoekster] gesprekken wegdrukt, de klanten nogmaals in de wachtrij staan om haar collega, die dezelfde functie uitoefent als zij, aan de telefoon te krijgen. Te kennen is gegeven dat dit de reputatie van VANAD en haar onze opdrachtgever Intergamma schaadt en dat Vanad dit daarom een ernstig vergrijp vindt. [verzoekster] is meegedeeld dat zij de komende periode gemonitord zal worden, dat zij dient te werken op de data en tijden waarop zij ingeroosterd staat, dat zij 15 minuten voor aanvang van haar shift belt met haar leidinggevende of een dienstdoende leidinggevende als zij verwacht niet (op tijd) te kunnen werken door een bijzondere gebeurtenis die buiten haar invloedssfeer ligt, zodat de leidinggevende dan kan bepalen of de reden geldig is, dat zij ieder klantgesprek aanneemt, iedere klant te woord staat, geen gesprekken meer wegdrukt, klanten niet meer op mute zet en klanten op de hoogte houdt van de stappen die zij neemt. Daarbij is [verzoekster] te verstaan gegeven dat als zij zich hieraan niet houdt of gedrag vertoont waarvoor zij een officiële waarschuwing kan ontvangen ontslag op staande voet zal volgen.

2.7

Op 11 augustus 2021 heeft [verzoekster] te laat ingelogd op haar computer. Zij had om 9:00 uur ingelogd moeten zijn, maar tegen 9:30 uur logde zij pas in. Kort daarvoor heeft [verzoekster] een bericht gestuurd naar de afdeling planning om door te geven dat zij te laat was. Diezelfde ochtend is [verzoekster] verzocht om naar het kantoor van Vanad te komen, waar een gesprek plaatsgevonden heeft tussen [verzoekster] en haar leidinggevende, waarna [verzoekster] op staande voet ontslagen is.

2.8

Bij brief van 11 augustus 2021 heeft Vanad het ontslag op staande voet bevestigd. In de brief wordt - verkort weergegeven - het volgende vermeld:

“(…)Door jouw leidinggevende [naam] (Teamleider [naam opdrachtgever]) is geconstateerd dat je op woensdag 11 augustus 2021 wederom te laat bent ingelogd. Je had om 09:00u moeten beginnen. Je logde echter pas om 09:29:46u in. Te laat inloggen veroorzaakt een hogere werkdruk voor jouw collega’s en brengt onze doelstellingen met onze opdrachtgever [naam opdrachtgever] in gevaar, daarom vinden wij dit een ernstig vergrijp.

Je bent al meerdere malen gewaarschuwd voor diverse vergrijpen middels gespreksverslagen en officiële waarschuwingen, namelijk:

• Gespreksverslag (13 september 2020): Niet bereikbaar en niet houden aan statussen

• Gespreksverslag (9 december 2020): Niet bereikbaar

• Gespreksverslag (20 mei 2021): Niet bereikbaar

• Officiële waarschuwing (20 mei 2021): Klantgesprekken muten

• Laatste officiële waarschuwing (4 juni 2021): Klantgesprekken wegdrukken

Op woensdag 11 augustus 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden met jouw leidinggevende [naam] zodat je in de gelegenheid werd gesteld om jouw kant van het verhaal te doen. Je gaf aan dat je verkeerd op jouw rooster had gekeken en vergeten was om hierover contact op te nemen met jouw leidinggevende of een

dienstdoende leidinggevenden.

Jouw redenen vinden wij echter niet billijk omdat je zelf verantwoordelijk bent om te controleren wanneer je moet werken. Daarnaast stond in de laatste officiële waarschuwing van 4 juni 2021 dat wij van je verwachten dat je gaat werken op de tijden dat je ingeroosterd staat en vijftien minuten van te voren contact opneemt met jouw

leidinggevende of een dienstdoende leidinggevende als je niet op tijd kan inloggen. Je hebt je eveneens niet gehouden aan deze afspraken. Tot slot ben je al meerdere malen gewaarschuwd voor diverse vergrijpen en heb je veelvuldig de kans gehad om jouw gedrag aan te passen. Wij beschouwen het te laat inloggen als werkweigering. De sanctie voor werkweigering is ontslag op staande voet. (…)”

3. Het geschil

3.1

[verzoekster] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. het op 11 augustus 2021 gegeven ontslag op staande voet te vernietigen;

  2. Vanad te verplichten om [verzoekster] binnen 24 uur na betekening van de te wijzen beschikking toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, onder verbeurte van een dwangsom van € 250,- per dag dat Vanad in gebreke blijft;

  3. Vanad te veroordelen tot betaling van het overeengekomen salaris van € 1.585,50 bruto vermeerderd met emolumenten ingaande 11 augustus 2021 tot het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging ingevolge artikel 7:625 BW en met de wettelijke rente;

  4. Vanad te veroordelen in de proceskosten.

3.2

Aan het verzoek legt [verzoekster] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat zij zich niet aan werkweigering of aan een andere dringende reden voor ontslag op staande voet schuldig heeft gemaakt en dat het ontslag daarom vernietigd moet worden. Dat brengt met zich dat zij aanspraak heeft op betaling van haar loon vanaf

11 augustus 2021. Daarnaast wil zij in staat gesteld worden de overeengekomen arbeid op de kortst mogelijke termijn op de gebruikelijke wijze voort te zetten.

3.3

Vanad voert verweer.

3.4

De stellingen van partijen worden, voor zover nodig in het kader van de beoordeling van het verzoek, hieronder nader besproken.

4. De beoordeling

4.1

Niet is in geschil dat [verzoekster] op 11 augustus 2021 bijna een half uur te laat heeft ingelogd op haar computer. Vervolgens is zij aan het werk gegaan voor Vanad, totdat zij opgeroepen werd om naar kantoor te komen. Bij deze gang van zaken past niet de kwalificatie werkweigering. Dat neemt niet weg dat het te laat inloggen tezamen met het niet melden aan de leidinggevende dat te laat was ingelogd, zoals ook verwoord in de onder 2.8 aangehaalde ontslagbrief, niet los kan worden gezien van de eerdere gebeurtenissen waarvoor [verzoekster] meermaals op gesprek is moeten komen en uiteindelijk twee officiële waarschuwingen heeft gehad. Voorafgaand aan 11 augustus 2021 is [verzoekster] herhaaldelijk te verstaan gegeven hoe wel en niet te handelen in haar werk voor Vanad en waarom. Ondanks dat en te zijn gewaarschuwd, waarbij onder meer te kennen is gegeven dat [verzoekster] diende te werken op de data en tijden waarop zij ingeroosterd staat en dat zij indien dat niet of niet op tijd lukte diende te bellen met een leidinggevende, heeft [verzoekster] zich niet hieraan gehouden. Dat is (wederom) te lichtvaardig gebeurd zonder goede redenen, terwijl de waarschuwingen nog tamelijk recent waren.

4.2

Onder deze omstandigheden heeft Vanad het gedrag van [verzoekster] om begrijpelijke redenen onacceptabel geacht. Daarbij is relevant de aard van de werkzaamheden van [verzoekster] en dat Vanad met het oog op haar, bij [verzoekster] bekende, belangen, die van haar opdrachtgevers, de klanten van haar opdrachtgevers en collega’s van [verzoekster] met dezelfde functie als zij, zwaarwegende redenen heeft gehad om naleving te verlangen van de afspraken over het werk, waaronder die met betrekking tot het op tijd inloggen. Het persisteren in de niet naleving hiervan heeft dus niet alleen een subjectief maar ook een objectief dringende reden opgeleverd voor Vanad om de arbeidsovereenkomst met [verzoekster] onverwijld op te zeggen.

4.3

Daarom wordt de verzochte vernietiging van het ontslag afgewezen. Hierdoor is er ook geen grond voor wedertewerkstelling en betaling van loon vanaf 11 augustus 2021.

4.4

[verzoekster] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten veroordeeld, aan de zijde van Vanad vastgesteld op nihil, nu zij de procesvoering in eigen hand gehouden heeft en niet gesteld is dat daarbij kosten zijn gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de verzoeken af;

veroordeelt [verzoekster] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Vanad vastgesteld op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

465