Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:3151

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-04-2022
Datum publicatie
26-04-2022
Zaaknummer
10/960260-18 en 10/960000-22
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor computervredebreuk ofwel hacking, oplichting en diefstal.

Veroordeling tot een gevangenisstraf op van 270 dagen, waarvan 198 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, namelijk 72 dagen.

De verdachte hoeft dus niet meer terug naar de gevangenis. Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf van 240 uur op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team 1

Parketnummers: 10/960260-18 en 10/960000-22

Datum uitspraak: 4 april 2022

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer in de strafzaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] , ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres verdachte] .

De advocaat van de verdachte is mr. B. Snoeij, advocaat te Amsterdam. De officier van justitie is mr. I.R.V. Out.

De benadeelde partijen zijn [naam benadeelde 1] (hierna ook: [naam benadeelde 1] ), [naam benadeelde 2] (hierna ook: [naam benadeelde 2] ), [naam benadeelde 3] (hierna ook: [naam benadeelde 3] ) en [naam benadeelde 4] (hierna ook: [naam benadeelde 4] ).

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting. De inhoudelijke behandeling van de zaak vond plaats op 9, 10 en 14 maart 2022. Het onderzoek is gesloten op de zitting van 21 maart 2022.

Kern van het vonnis

Op de zitting heeft de verdachte bekend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan computervredebreuk ofwel hacking, oplichting en diefstal. De belangrijkste vraag op de zitting was: moet de verdachte terug naar de gevangenis?

Inhoudsopgave van dit vonnis

De verdachte wordt beschuldigd van hacking, (poging tot) oplichting en (poging tot) diefstal. De volledige tekst van de beschuldiging zoals deze door de officier van justitie is opgeschreven in de tenlastelegging is opgenomen in hoofdstuk 1 van dit vonnis. De officier van justitie heeft twee dagvaardingen gemaakt. Het verschil tussen deze dagvaardingen is dat de eerste dagvaarding (parketnummer 10/960260-18) ziet op het hacken van met malware besmette geautomatiseerde werken en dat de tweede dagvaarding (parketnummer 10/960000-22) ziet op het hacken van geautomatiseerde werken die niet met malware zijn besmet.

De rechtbank vindt de beschuldiging voor een deel bewezen. De bewezenverklaring, de motivering daarvan en de argumenten die tot vrijspraak hebben geleid, staan in hoofdstuk 2 van dit vonnis vermeld.

Een opgave van de bewijsmiddelen is in hoofdstuk 3 van dit vonnis uiteengezet.

De bewezenverklaarde feiten zijn volgens de wet verboden gedragingen waar straf op staat. Welke verboden gedragingen dat zijn, is omschreven in hoofdstuk 4 van dit vonnis. In dat hoofdstuk worden ook de strafbaarheid van de feiten en de strafbaarheid van de verdachte besproken.

De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op van 270 dagen, waarvan 198 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht, namelijk 72 dagen. De verdachte hoeft dus niet meer terug naar de gevangenis. Daarnaast legt de rechtbank aan de verdachte een taakstraf van 240 uur op.

De benadeelde partijen hebben een vordering tot schadevergoeding ingediend. De rechtbank wijst de vordering van [naam benadeelde 4] toe tot een bedrag van € 81.970,84. De rechtbank neemt geen beslissing op het overige door [naam benadeelde 4] gevorderde bedrag, omdat er onvoldoende verband is tussen de bewezenverklaarde feiten en die overige schade. De rechtbank neemt ook geen beslissing op de vorderingen van [naam benadeelde 2] , [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 3] , omdat er onvoldoende verband is tussen de bewezenverklaarde feiten en de gevorderde schade. In hoofdstuk 6 zijn deze beslissingen verder uitgewerkt.

In hoofdstuk 7 worden de beslissingen over de in beslag genomen goederen uiteengezet.

Hoofdstuk 8 sluit dit vonnis af met een korte weergave van alle beslissingen en de ondertekening door de rechters.

Hoofdstuk 1: de beschuldiging in de tenlastelegging

10/960260-18 (zaak A)

Feit 1

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2014 tot en met 19 maart 2019 te Amsterdam en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, een of meerdere bedrij(f)(ven) en/of perso(o)n(en), heeft bewogen tot afgifte van (een) goed en/of tot het verlenen van een dienst en/of tot het ter beschikking stellen van gegevens en/of tot het aangaan van een schuld, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) aan voornoemde perso(o)nen een e-mail en/of SMS-bericht gestuurd, waarin verdachte en/of zijn mededader(s) zich voordeed als het bedrijf [naam bedrijf 1] en/of [naam benadeelde 1] en/of [naam benadeelde 4] en/of andere bedrijven waarbij in die e-mail en/of SMS-bericht een URL opgenomen was waarmee, na het klikken op die URL, malware werd verspreid op de geautomatiseerde werken waar die URL werd geopend en/of waarna na installatie van die malware verdachte(n) automatisch en onherkenbaar zich de toegang heeft/hebben verschaft tot de op die geautomatiseerde werken aanwezige gegevens en/of alle andere gegevens die toegankelijk zijn op de besmette geautomatiseerd werken.

Feit 2

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2014 tot en met 19 maart 2019 te Amsterdam en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in (een) (gedeelte van) (een) geautomatiseerd(e) werk(en), is binnengedrongen, waarbij hij en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot dat/die geautomatiseerde werk(en) heeft verworven door het doorbreken van een beveiliging en/of een technische ingreep en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of enige andere feitelijkheid, en/of vervolgens gegevens die waren opgeslagen, werden verwerkt of overgedragen door dat/die geautomatiseerde werk(en) waarin hij en/of zijn mededader(s) zich wederrechtelijk bevond(en), voor zichzelf of een ander heeft overgenomen, afgetapt of opgenomen

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

  • -

    computers geïnfecteerd middels malware en/of

  • -

    een of meer e-mail en/of SMS-berichten gestuurd, waarin verdachte en/of zijn mededader(s) zich voordeed als het bedrijf [naam bedrijf 1] en/of [naam benadeelde 1] en/of [naam benadeelde 3] en/of [naam benadeelde 4] en/of andere (telecom)bedrijven waarbij een “pushbericht” was opgenomen om te gaan naar een op echt gelijkende webpagina (terwijl dat was een phishingsite) van een bank en/of (telecom)bedrijf, op welke webpagina om inloggevens en/of personalia wordt/werden gevraagd/verzocht in te vullen en/of;

  • -

    met de vergaarde gegevens zich (aldus) toegang verschaft tot de geautomatiseerde werken van een of meer banken en/of bedrijven die besmet waren, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich hebben voorgedaan als de rechtmatige gebruiker(s) van die

omgeving en/of

- vervolgens inloggevens en/of persoonlijke bankgegevens en/of persoonsgegevens heeft/hebben overgenomen en/of afgetapt en/of aangepast en/of opneemt.

Feit 3

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2014 tot en met 19 maart 2019 te Amsterdam en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door:

  • -

    het aannemen van een valse naam en/of van een valse identiteit en/of

  • -

    een valse hoedanigheid en/of

  • -

    door een of meer listige kunstgrepen

  • -

    en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

[naam benadeelde 4] en/of een of meerdere (telecommunicatie)bedrijven, heeft bewogen tot:

  • -

    afgifte van (een) goed en/of

  • -

    tot het verlenen van een dienst en/of

  • -

    tot het ter beschikking stellen van gegevens,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

  • -

    voornoemde bedrijven bewogen tot afgifte van een of meer telefoonnummers en/of

  • -

    voornoemde bedrijven bewogen tot afgifte en/of activatie van een nieuwe SIM-kaart en/of een nieuw telefoonnummer en/of

  • -

    voornoemde bedrijven bewogen tot het leveren van een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of SIM-kaart(en)

door zich voor te doen als de rechtmatige abonnementhouder(s), niet zijnde de verdachte en/of zijn medeverdachte(n); door (onder meer):

  • -

    personen te bewegen in te loggen op een of meer phishingsites en/of daar gegevens te laten invullen en/of

  • -

    met aldaar afgevangen/vergaarde gegeven in te loggen op de accounts van die personen en/of

  • -

    met de aldaar vergaarde gegevens zich telefonisch voor te doen als die personen en/of

  • -

    inloggegevens en/of emailadressen en/of verblijf(woon)adressen en/of simkaartgegevens te wijzigen in die accounts en/of

  • -

    verzoeken te doen als ware zij de echte klant en/of

  • -

    telefonie-gegevens te wijzigen en/of

  • -

    een of meer telefoons en/of simkaarten te bestellen en/of

  • -

    die bestelde goederen op een (nieuw) opgegeven klantadres te laten bezorgen en/of “af te vangen”;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2014 tot en met 19 maart 2019 te Amsterdam en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door:

  • -

    het aannemen van een valse naam en/of van een valse identiteit en/of

  • -

    een valse hoedanigheid en/of

  • -

    door een of meer listige kunstgrepen en/of

  • -

    door een samenweefsel van verdichtsels,

[naam benadeelde 4] en/of een of meerdere (telecommunicatie)bedrijven, heeft bewogen tot:

  • -

    afgifte van (een) goed en/of

  • -

    tot het verlenen van een dienst en/of

  • -

    tot het ter beschikking stellen van gegevens,

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

  • -

    voornoemde bedrijven bewogen tot afgifte van een of meer telefoonnummers en/of

  • -

    voornoemde bedrijven bewogen tot afgifte en/of activatie van een nieuwe SIM-kaart en/of een nieuw telefoonnummer en/of

  • -

    voornoemde bedrijven bewogen tot het leveren van een of meerdere mobiele telefoon(s) en/of SIM-kaart(en)

door zich te hebben voorgedaan als de rechtmatige abonnementhouder(s), niet zijnde de verdachte en/of zijn medeverdachte(n); immers (onder meer):

  • -

    heeft hij / hebben zij personen bewogen in te loggen op een of meer phishingsites en/of hebben zij die personen (al)daar gegevens laten invullen en/of

  • -

    heeft hij / hebben zij met aldaar afgevangen/vergaarde gegeven ingelogd op de accounts van die personen en/of

  • -

    heeft hij / hebben zij met de aldaar vergaarde gegevens zich telefonisch voorgedaan als die personen en/of

  • -

    heeft hij / hebben zij inloggegevens en/of emailadressen en/of verblijf(woon)adressen en/of simkaartgegevens gewijzigd en in die accounts en/of

  • -

    heeft hij / hebben zij verzoeken gedaan als ware zij de echte klant- en/of telefonie-gegevens gewijzigd en/of

  • -

    heeft hij / hebben zij een of meer telefoons en/of simkaarten besteld en/of die bestelde goederen op een (nieuw) opgegeven klantadres laten bezorgen en/of laten “af te vangen”,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Feit 4

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2014 tot en met 19 maart 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde 1] en/of [naam benadeelde 3] en/of een of meerdere bank(en) en/of aan [naam] en/of een of meer rekeninghouders bij die bank(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats(en) van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en), althans enig goed, onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een (of meer) valse sleutel(s), te weten door het gebruiken van onderschepte TAN-codes en/of onrechtmatig verworven inloggegevens en/of (andere) bankgegevens;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2014 tot en met 19 maart 2019 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in verenging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededaders voorgenomen misdrijf om een of meer geldbedrag(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam benadeelde 1] en/of [naam benadeelde 3] en/of een of meerdere bank(en) en/of aan [naam] en/of een of meer rekeninghouders bij die bank(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats(en) van het misdrijf te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geldbedrag(en), althans enig goed, onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een (of meer) valse sleutel(s), te weten door het gebruiken van onderschepte TAN-codes en/of onrechtmatig verworven inloggegevens en/of (andere) bankgegevens, heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders gebruik gemaakt van die onderschepte TAN-codes en/of onrechtmatig verworven inloggegevens en/of (andere) bankgegevens en/of daarmee ingelogd in de bankaccounts van die rekeninghouders en/of overboekingen naar andere rekeningnummers gedaan en/of geldbedragen van die rekeningen opgenomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

10/960000-22 (zaak B)

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2014 tot en met 19 maart 2019 te Amsterdam en/of Rotterdam, in elk geval in Nederland, (meermalen) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in (een) (gedeelte van) (een)

geautomatiseerd(e) werk(en), is binnengedrongen, waarbij hij en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot dat/die geautomatiseerde werk(en) heeft verworven door het doorbreken van

een beveiliging en/of een technische ingreep en/of een valse sleutel en/of door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of enige andere feitelijkheid, en/of vervolgens gegevens die waren opgeslagen, werden verwerkt of overgedragen door dat/die geautomatiseerde werk(en) waarin hij en/of zijn mededader(s) zich wederrechtelijk bevond(en), voor zichzelf of een ander heeft overgenomen, afgetapt of opgenomen

immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s)

  • -

    computers geïnfecteerd middels malware en/of

  • -

    een of meer e-mail en/of SMS-berichten gestuurd, waarin verdachte en/of zijn mededader(s) zich voordeed als het bedrijf [naam bedrijf 1] en/of [naam benadeelde 1] en/of [naam benadeelde 3] en/of [naam benadeelde 4] en/of andere (telecom)bedrijven waarbij een ‘pushbericht” was opgenomen om te gaan naar een op echt gelijkende webpagina (terwijl dat was een phishingsite) van een bank en/of (telecom)bedrijf, op welke webpagina om inloggevens en/of personalia wordt/werden gevraagd/verzocht in te vullen en/of

  • -

    met die vergaarde gegevens zich (aldus) toegang verschaft tot de geautomatiseerde werken van een of meer banken en/of bedrijven (niet zijnde de met malware besmette geautomatiseerde werken), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich hebben voorgedaan als de rechtmatige gebruiker(s) van die omgeving en/of

  • -

    vervolgens inloggegevens en/of persoonlijke bankgegevens en/of persoonsgegevens heeft/hebben overgenomen en/of afgetapt en/of aangepast en/of opneemt.

Hoofdstuk 2: de beslissingen over het bewijs

Vrijspraak feiten 1 en 2 (zaak A)

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het onder 1 tenlastegelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte

daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

In zaak A is onder 2 het hacken van met malware besmette geautomatiseerde werken ten laste gelegd. De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet kan worden bewezen dat de verdachte is binnengedrongen in met malware besmette geautomatiseerde werken, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring zaak A feiten 3 en 4 en zaak B

De rechtbank vindt wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de feiten 3 en 4 in zaak A en het feit in zaak B heeft begaan en vindt bewezen dat:

zaak A, feit 3

hij in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 19 maart 2019 in Nederland, tezamen en in verenging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid, [naam benadeelde 4] heeft bewogen tot afgifte van goederen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededaders [naam benadeelde 4] bewogen tot het leveren van mobiele telefoons en/of simkaarten, door zich voor te doen als de rechtmatige abonnementhouders, niet zijnde de verdachte en/of zijn mededaders, door:

  • -

    personen te bewegen in te loggen op phishingsites en daar gegevens te laten invullen en

  • -

    met aldaar vergaarde gegevens in te loggen op de accounts van die personen en

  • -

    met de aldaar vergaarde gegevens zich telefonisch voor te doen als die personen en/of

  • -

    inloggegevens en/of emailadressen en/of verblijf(woon)adressen en/of simkaartgegevens te wijzigen in die accounts en

  • -

    telefoons en/of simkaarten te bestellen en

  • -

    die bestelde goederen op een (nieuw) opgegeven klantadres te laten bezorgen en/of af te vangen.

zaak A, feit 4

hij in de periode van 1 maart 2014 tot en met 19 maart 2019 in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, geldbedragen, toebehorende aan rekeninghouders bij banken, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaatsen van het misdrijf heeft verschaft en die weg te nemen geldbedragen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, te weten door het gebruiken van onderschepte TAN-codes en/of onrechtmatig verworven inloggegevens en/of bankgegevens.

zaak B

hij in de periode van 1 maart 2014 tot en met 19 maart 2019 in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk geautomatiseerde werken, is binnengedrongen, waarbij hij zich de toegang tot die geautomatiseerde werken heeft verworven door het doorbreken van een beveiliging en een valse sleutel en vervolgens gegevens die waren opgeslagen, werden verwerkt of overgedragen door die geautomatiseerde werken waarin hij zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf of een ander heeft overgenomen, immers heeft verdachte:

  • -

    e-mails en/of sms-berichten gestuurd, waarin verdachte zich voordeed als bedrijven, waarbij een bericht was opgenomen om te gaan naar een op echt gelijkende webpagina van een bedrijf, op welke webpagina om inloggegevens en/of personalia werd gevraagd en

  • -

    met de vergaarde gegevens zich toegang verschaft tot de geautomatiseerde werken van bedrijven (niet zijnde de met malware besmette geautomatiseerde werken), waarbij verdachte zich heeft voorgedaan als de rechtmatige gebruiker van die omgeving en vervolgens

  • -

    inloggegevens en/of persoonlijke bankgegevens en/of persoonsgegevens heeft overgenomen.

De bewezenverklaring steunt op de redengevende inhoud van de bewijsmiddelen. In hoofdstuk 3 is een opgave gedaan van die bewijsmiddelen. Met deze opgave wordt volstaan omdat de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en geen vrijspraakverweer is gevoerd.

Hoofdstuk 3: opgave van de bewijsmiddelen 1

  1. De verklaring van de verdachte op de zitting van 10 maart 2022

  2. Aangifte [naam benadeelde 4]2

3. Onderzoek van de politie3

4. Onderzoek van de politie4

5. Onderzoek van de politie5

6. Onderzoek van de politie6

7. Onderzoek van de politie7

Hoofdstuk 4: de verboden gedragingen en de strafbaarheid

Kwalificatie

De bewezen feiten zijn in de wet verboden gedragingen en leveren de volgende strafbare feiten op:

zaak A, feit 3

medeplegen van oplichting;

zaak A, feit 4

diefstal, waarbij de schuldige zich door middel van valse sleutels de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht;

zaak B

computervredebreuk, terwijl de dader vervolgens gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of worden overgedragen door middel van het geautomatiseerd werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf overneemt.

Strafbaarheid feiten en verdachte

De feiten en de verdachte zijn strafbaar.

Hoofdstuk 5: de onderbouwing van de straf

De rechtbank zal in dit hoofdstuk beslissen dat aan de verdachte straf wordt opgelegd en zal uitleggen waarom. Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank de volgende punten meegewogen:

  1. de ernst van de feiten;

  2. de persoonlijke omstandigheden van de verdachte;

  3. de overschrijding van de redelijke termijn.

Nadat deze drie punten zijn besproken, volgen de concrete afwegingen van de rechtbank die hebben geleid tot de genoemde straf die aan de verdachte wordt opgelegd.

Ad 1. de ernst van de feiten

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan hacking, oplichting en diefstal. Hij heeft aan slachtoffers e-mails en sms-berichten verstuurd, met daarin een link naar een phishing website. De slachtoffers hebben op die phishing website persoonlijke gegevens ingevuld, waarna de verdachte met de verkregen gegevens [naam benadeelde 4] heeft opgelicht. Hij deed zich daarbij tegenover [naam benadeelde 4] voor als een echte klant en bestelde iPhones en sim-kaarten. Die telefoons en sim-kaarten liet hij vervolgens op adressen van andere personen bezorgen. Ook heeft de verdachte met de door phishing verkregen gegevens geld gestolen van rekeninghouders bij banken door in te loggen op hun internetbankier omgeving. Het handelen van verdachte heeft grote financiële schade tot gevolg gehad voor banken en voor [naam benadeelde 4] , waar slechts een einde aan is gekomen door ingrijpen van de politie. De geraffineerde wijze waarop de verdachte te werk is gegaan en het grote aantal mensen dat slachtoffer is geworden van de phishing praktijken van de verdachte, maken het ernstige feiten.

De slachtoffers vertrouwden erop dat zij hun geld op een veilige manier hadden weggezet bij de bank en dat hun persoonlijke gegevens in hun klantomgeving bij banken en telecombedrijven niet voor derden bereikbaar waren. Het vertrouwen dat banken een veilige plek zijn om geld te bewaren, is door de verdachte en zijn medeverdachten ernstig geschaad. Ook het algemene vertrouwen in de opslag van persoonsgegevens bij bedrijven en in het online bankieren is geschaad door het handelen van de verdachten, terwijl dat vertrouwen van groot belang is nu vrijwel al het betalingsverkeer online plaatsvindt.

Ad 2. de persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank niet alleen gelet op de ernst van de feiten, maar ook op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Zo heeft de rechtbank er kennis van genomen dat de verdachte in het verleden vaker is veroordeeld voor - onder meer - oplichting.

De rechtbank heeft daarnaast acht geslagen op de inhoud van de reclasseringsrapporten die over de verdachte zijn opgemaakt. De verdachte heeft ruim twee jaar reclasseringsbegeleiding gehad. Daarbij heeft hij zelf voorgesteld dat gedurende die begeleiding zijn computers door de reclassering werden gecontroleerd. De verdachte heeft in die periode hard gewerkt om weer iets van zijn leven te maken en dat is hem gelukt. De reclassering geeft aan dat de verdachte een grote persoonlijke groei heeft doorgemaakt, een stabiel persoon is geworden en dat het risico op recidive als laag wordt ingeschat. De verdachte heeft een goede baan, een stabiel inkomen, een gezin, lost zijn schulden maandelijks af en is in de avonduren bezig met het afronden van zijn HBO-studie Business & IT Managament. Ook heeft de verdachte behandelingen gevolgd. Het project Hack_Right heeft hij succesvol afgerond door een presentatie te geven aan studenten, waarbij hij eerlijk heeft verteld over de door hem gepleegde strafbare feiten en wat de gevolgen daarvan zijn geweest voor de slachtoffers.

Ad 3. de overschrijding van de redelijke termijn

De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn, waarbinnen een strafzaak dient te zijn afgerond, is overschreden en compenseert dit door strafvermindering.

De straf

De rechtbank heeft gelet op de straffen die rechters in soortgelijke zaken hebben opgelegd. Hieruit blijkt dat doorgaans voor dit soort feiten een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie of vier jaar wordt opgelegd. De officier van justitie heeft een lagere straf geëist, namelijk een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar. De officier van justitie heeft op de zitting uitvoerig gemotiveerd waarom hij vindt dat in deze zaak een lagere gevangenisstraf passend is. De officier van justitie vindt dat in de eerste plaats omdat de verdachte openheid van zaken heeft gegeven en heeft verklaard dat hij spijt heeft en zich schaamt voor zijn daden. De officier van justitie heeft ook meegewogen dat de verdachte al ruim drie moet leven met de dreiging van deze zaak die al die tijd boven zijn hoofd hing. De officier van justitie heeft naar aanleiding van de verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij bereid is om de door hem veroorzaakte schade te vergoeden, nog opgemerkt dat hij erover heeft nagedacht dat een lagere eis dan twee jaar gevangenisstraf misschien wel passend is maar dat hij gelet op de ernst en omvang van de feiten niet een nog lagere gevangenisstraf kan eisen.

Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de bijzondere omstandigheden van deze zaak maken dat in het voordeel van de verdachte kan worden afgeweken van de straffen die doorgaans voor dit soort feiten worden opgelegd. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank echter van oordeel dat deze bijzondere omstandigheden van zodanig gewicht zijn dat een straf die inhoudt dat de verdachte terug moet naar de gevangenis, niet meer op zijn plaats is. De rechtbank acht daarbij het volgende van belang.

Een straf heeft meerdere doelen. Die strafdoelen kunnen zijn vergelding (afstraffen van de verdachte), algemene preventie (een signaal moet uitgaan naar de maatschappij dat dergelijke strafbare feiten ernstig zijn en niet onbestraft worden gelaten), speciale preventie (de verdachte ervan weerhouden nogmaals de fout in te gaan) en herstel (het terugbrengen in rechtmatige toestand). De rechtbank vindt dat met een straf die inhoudt dat de verdachte weer terug naar de gevangenis moet, geen strafdoelen meer te behalen zijn. Er zijn geen signalen die erop wijzen dat de verdachte op dit moment een gevaar vormt voor de maatschappij en dat gevangenisstraf het gevaar op herhaling nog verder beperkt. Sinds het plegen van de feiten is geruime tijd verstreken en niet gebleken is dat de verdachte in die periode opnieuw soortgelijke of andere strafbare feiten heeft gepleegd. Wel is gebleken dat de verdachte zich in die periode heeft ingespannen om zijn leven een andere wending te geven, onder meer door het volgen van het project Hack Right. De rechtbank vindt het inzetten van gevangenisstraf als vergelding of als algemene preventie niet in verhouding staan tot deze positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte in de afgelopen jaren. De rechtbank weegt daarbij ook mee dat de verdachte op de zitting zijn verantwoordelijkheid heeft genomen door volledige openheid van zaken te geven. Daarnaast heeft de verdachte op de zitting inzicht getoond in de ernst van zijn daden en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers en voor de maatschappij. Terugkeer naar de gevangenis acht de rechtbank op dit moment dan ook onwenselijk omdat daarmee aan alle positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte afbreuk zou worden gedaan en hierdoor de kans op herhaling naar verwachting juist zal worden verhoogd.

Conclusie

De rechtbank legt een gevangenisstraf op waarvan het onvoorwaardelijke deel gelijk is aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Van de gevangenisstraf is een deel voorwaardelijk, om de verdachte duidelijk te maken dat hij zich niet meer moet inlaten met strafbare feiten. De rechtbank acht daarnaast uit het oogpunt van vergelding en algemene preventie een forse taakstraf op zijn plaats.

Wettelijke voorschriften

Bij de strafoplegging is gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47, 57, 138ab, 311 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.

Hoofdstuk 6: de vorderingen van de benadeelde partijen

[naam benadeelde 4]

heeft als benadeelde partij € 90.922,44 aan materiële schade gevorderd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak A onder 3 bewezen verklaarde. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij deels toe, namelijk tot een bedrag van € 81.970,84, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 19 maart 2019. Dit bedrag is de schade inzake de dossiers [dossier 1] , [dossier 2] , [dossier 3] , [dossier 4] , [dossier 5] , [dossier 6] , [dossier 7] , [dossier 8] , [dossier 9] , [dossier 10] , [dossier 11] , [dossier 12] en [dossier 13] . Die dossiers zijn direct te linken aan het genoemde bewezenverklaarde feit en deze schadedossiers zijn ook niet door de verdediging betwist.

De benadeelde partij zal voor het overige deel van de gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk worden verklaard, omdat daarvan niet is komen vast te staan dat het rechtstreeks verband houdt met de bewezenverklaarde feiten.

Nu de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk zal worden toegewezen en gedeeltelijk niet-ontvankelijk zal worden verklaard, bepaalt de rechtbank dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen kosten dragen.

De rechtbank ziet geen aanleiding de gevorderde schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

[naam benadeelde 2] , [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 3]

[naam benadeelde 2] (hierna: [naam benadeelde 2] ) heeft als benadeelde partij € 5.573,90 aan materiële schade gevorderd. [naam benadeelde 1] (hierna: [naam benadeelde 1] ) heeft als benadeelde partij € 185.984,95 aan materiële schade gevorderd. [naam benadeelde 3] (hierna: [naam benadeelde 3] ) heeft als benadeelde partij € 163.652,47 aan materiële schade gevorderd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat er geen rechtstreeks verband is vast te stellen tussen de gevorderde schade door de benadeelde partijen [naam benadeelde 2] , [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 3] en de bewezenverklaarde feiten. De benadeelde partijen [naam benadeelde 2] , [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 3] zullen daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen.

Nu de vorderingen van de benadeelde partijen [naam benadeelde 2] , [naam benadeelde 1] en [naam benadeelde 3] niet-ontvankelijk zullen worden verklaard, zullen de benadeelde partijen worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Hoofdstuk 7: de beslissingen over de inbeslaggenomen goederen

Onder de verdachte zijn de hieronder opgenomen goederen in beslag genomen. De verdediging heeft geen standpunt ingenomen over de in beslag genomen goederen. De officier van justitie wel.

De rechtbank is het voor het overgrote deel eens met het standpunt van de officier van justitie over wat er met de in beslag genomen goederen moet gebeuren. Twee geldbedragen, een USB-stick, een laptop en drie telefoons zullen worden verbeurd verklaard. De bewezen verklaarde feiten zijn met behulp van deze voorwerpen begaan. Ten aanzien van de in beslag genomen Hermes sandalen is de rechtbank van oordeel dat deze aan de verdachte moeten worden terug gegeven, omdat niet is gebleken dat deze zijn verkregen door één van de bewezenverklaarde strafbare feiten. Ook de USB-stick Grixx en de Laptop Asus TP300L zullen aan de verdachte worden terug gegeven. De iPad zal worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

Beslagen goed

Oordeel van de rechtbank

1. € 10.800,00

Verbeurdverklaring

2. € 300,00

Verbeurdverklaring

3. USB-stick (495647)

Verbeurdverklaring

4. USB-stick Grixx (495648)

Terug geven aan de verdachte

5. Hermes sandalen (495649)

Terug geven aan de verdachte

6. Laptop, Asus UX360C (495650)

Verbeurdverklaring

7. Telefoon, Samsung S5 (495651)

Verbeurdverklaring

8. Apple iPad mini (495657)

Bewaren ten behoeve van de rechthebbende

9. Laptop, ASUS TP300L (495659)

Terug geven aan de verdachte

10. Telefoon, Samsung S9 (495662)

Verbeurdverklaring

11. Telefoon, Samsung 1 (495660)

Verbeurdverklaring

Wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht.

Hoofdstuk 8: de beslissingen in het kort en ondertekening

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten in zaak A heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen dat de verdachte de onder 3 en 4 ten laste gelegde feiten in zaak A en het ten laste gelegde feit in zaak B, zoals dit in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft begaan;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de in hoofdstuk 4 vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 270 (tweehonderdzeventig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, van 198 (honderdachtennegentig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 (twee) jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht (te weten: 72 dagen), bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht, zodat geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf resteert;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde 4] , te betalen een bedrag van € 81.970,84 (zegge: éénentachtigduizend negenhonderdzeventig euro en vierentachtig cent), bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 19 maart 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij [naam benadeelde 4] niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering;

bepaalt dat de benadeelde partij [naam benadeelde 4] en de verdachte ieder de eigen kosten dragen;

verklaart de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] , [naam benadeelde 2] en [naam benadeelde 3] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partijen [naam benadeelde 1] , [naam benadeelde 2] en [naam benadeelde 3] in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt en begroot deze kosten op nihil;

verklaart verbeurd de volgende op de beslaglijst genoemde voorwerpen:

1. € 10.800.00;

2. € 300.00;

3. USB-stick (495647);

6. Laptop, Asus X360C (495650);

7. Telefoon, Samsung S5 (495651);

10. Telefoon, Samsung S9 (495662);

11. Telefoon, Samsung 1 (495660);

gelast de teruggave aan de verdachte van de volgende op de beslaglijst genoemde voorwerpen:

4. USB-stick Grixx (495648);

5. Hermes sandalen (495649);

9. Laptop, ASUS TP300L (495659);

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de onder nummer 8 op de beslaglijst genoemde Apple iPad Mini (495657).

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.H. Janssen, voorzitter,

mrs. S.E.C. Debets en M.J.C. Spoormaker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,

en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 4 april 2022.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 De proces-verbaalnummers die in de voetnoten worden genoemd verwijzen naar schriftelijke stukken die zijn opgenomen in het doorgenummerde proces-verbaal [proces-verbaal] onderzoek 26Turtlecreek.

2 Proces-verbaalnummer [procesverbaalnummer 1] , pagina’s 890 t/m 949.

3 Proces-verbaalnummer [procesverbaalnummer 2] , pagina’s 91 t/m 100.

4 Proces-verbaalnummer [procesverbaalnummer 3] , pagina’s 2744 t/m 2757.

5 Proces-verbaalnummer [procesverbaalnummer 4] , pagina’s 1316 t/m 1345.

6 Proces-verbaalnummer [procesverbaalnummer 5] , pagina’s 122 t/m 141.

7 Proces-verbaalnummer [procesverbaalnummer 6] , pagina’s 2606 t/m 2644.