Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:2518

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
24-03-2022
Datum publicatie
04-04-2022
Zaaknummer
C/10/632316 / KG ZA 22-56
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Artikelen 26d Auteurswet en 15e Wet op de naburige rechten. Convenant Blokkeren Websites. Bevelen tot (dynamische) blokkade van (sub)domeinnamen en IP-adressen toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/632316 / KG ZA 22-56

Vonnis in kort geding van 24 maart 2022

in de zaak van

de stichting

STICHTING BREIN,

gevestigd te Amsterdam,

kantoorhoudende te Hoofddorp,

eiseres,

advocaten mrs. D.J.G. Visser. P. de Leeuwe en B. Boogaerts te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DELTA FIBER NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Middelburg,

kantoorhoudende te Schiedam,

gedaagde,

advocaat mr. L.D. Buijtelaar te 's-Gravenhage.

Partijen worden hierna BREIN en DFN genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 2 maart 2022

  • -

    producties 1 tot en met 11 van BREIN

  • -

    de mondelinge behandeling gehouden op 14 maart 2022.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

Partijen en betrokkenen

2.1.

BREIN is een stichting die als doel heeft inbreuken op auteursrechten en naburige rechten collectief te bestrijden. Zij heeft in de afgelopen jaren veelvuldig in rechte opgetreden tegen het ongeautoriseerd aanbieden van entertainmentcontent op het internet. Zij doet dit met name ten behoeve van de bij haar aangesloten uitvoerend kunstenaars, producenten, omroepen, uitgevers en distributeurs.

2.2.

DFN is een internet-accessprovider en beheerder van een glasvezelnetwerk.

2.3.

In Nederland worden auteursrechtelijk en nabuurrechtelijk beschermde werken nog steeds illegaal aangeboden en geconsumeerd, onder andere via het BitTorrent-protocol. Het overgrote deel van de bestanden die via BitTorrent worden uitgewisseld is IE-rechtelijk beschermd en wordt zonder toestemming van de rechthebbende(n) gedeeld.

2.4.

Rarbg , YTS (YIFY Torrent Solutions) , EZTV , Limetorrents , 1337x en Kickasstorrents (KAT) (hierna: de Platforms) zijn BitTorrent-indexeringswebsites. De huidige beheerders van de Platforms zijn anoniem. De beheerders verwerven inkomsten met op de websites geplaatste advertenties.

2.5.

Klanten van DFN maken/maakten gebruik van de Platforms.

Werking van het BitTorrent-protocol

2.6.

BitTorrent is een protocol waarmee gebruikers (‘peers’) bestanden kunnen uitwisselen (‘filesharing’). De essentie van BitTorrent is dat de uit te wisselen bestanden in kleine stukjes worden opgeknipt, waardoor het niet nodig is om een centrale server voor de opslag van die bestanden aan te houden. Om te kunnen ‘filesharen’ moeten de gebruikers eerst specifieke software (een ‘BitTorrent-client’) downloaden. Deze software wordt doorgaans niet door BitTorrent-indexeringswebsites aangeboden.

2.7.

Torrents zijn bestanden die meta-informatie bevatten over zich op de computers van de gebruikers bevindende bestanden, zoals mediabestanden (audio, video, games, software of e-books). Bij deze meta-informatie gaat het met name om informatie over hoe de mediabestanden zijn opgedeeld en waar deze kunnen worden gevonden. Verder wordt in de torrents verwezen naar de zogenoemde ‘tracker’, een server die bijhoudt welke gebruikers beschikbaar zijn voor een bepaalde torrent en het achterliggende mediabestand. Naast dit centrale tracker-systeem met behulp van een server is er ook een decentraal systeem, de ‘Distributed Hash Table’ (DHT), waarbij iedere deelnemende peer zelf als tracker fungeert.

2.8.

De zogenoemde ‘initial seeders’, die een op hun computer staand mediabestand (bijvoorbeeld een muzieknummer of een film) aan hun gebruikers ter beschikking willen stellen, maken met behulp van hun BitTorrent-client een torrent aan.

2.9.

De door de initial seeders aangemaakte torrents worden door hen geüpload naar een BitTorrent-indexeringswebsite, zoals elk van de Platforms is. De geüploade torrents kunnen als gevolg van de door de indexeringswebsite aangebrachte indexering worden gevonden door de gebruikers. Zo kunnen, in dit geval, de gebruikers op de Platforms zoeken naar de door hen gewenste mediabestanden. Zij kunnen deze bestanden vervolgens met behulp van de BitTorrent-client downloaden of streamen.

2.10.

Bij een mirrorsite (hierna: mirror) is sprake van een webserver waarop een kopie van de originele website wordt opgeslagen. Bij een proxysite (hierna: proxy) wordt via een andere route toegang geboden tot de originele website. De bezoeker merkt geen verschil tussen een mirror of een proxy.

Convenant Blokkeren Websites

2.11.

Medio oktober 2021 is het ‘Convenant Blokkeren Websites’ met drie bijlagen door BREIN en (o.a.) DFN ondertekend en in werking getreden (hierna: het Convenant). Op grond van het Convenant is (o.a.) DFN gehouden om een bevel van een Nederlandse rechter tot blokkering van websites die inbreuk maken op auteursrechten en/of naburige rechten uit te voeren, mits er in een procedure op tegenspraak tegen haar vonnis wordt gewezen. Voorafgaand aan het instellen van een vordering tot blokkering van websites bestaat de verplichting voor BREIN om eerst het in het Convenant opgenomen stappenplan te doorlopen om te proberen inbreukmakende websites aan de bron af te sluiten.

2.12.

Bij brief van 8 november 2021 heeft de advocaat van BREIN de advocaat van DFN in kennis gesteld van het voornemen van BREIN dit kort geding aanhangig te maken. DFN heeft daarop laten weten dat zij zich aan het Convenant zal houden en dat zij, als de voorzieningenrechter van deze rechtbank de vorderingen toewijst, vrijwillig aan de veroordeling zal voldoen.

3. Het geschil

3.1.

BREIN vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de proceskostenveroordeling daaronder begrepen:

1. DFN te bevelen om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis haar diensten die worden gebruikt om inbreuk te maken op de auteurs- en naburige rechten van de rechthebbenden wier belangen BREIN behartigt, te staken en gestaakt te houden, zolang de Platforms een evident inbreukmakend karakter hebben, door middel van het blokkeren en geblokkeerd houden van de toegang van haar klanten tot:

a. de domeinnamen/(sub)domeinen via welke de Platforms opereren, te weten:

 (www.)rarbg.to ;

 yts.mx , yts.lt , yts.am , yts.ag ;

 eztv.re , eztv.ag , eztv.it , eztv.ch , eztv.wf , eztv.tf , eztv.yt ;

 (www.)limetorrents.pro , limetorrents.info , limetorrents.cc , limetorrents.asia , limetorrents.co , limetorrents.zone , limetor.com , limetor.pro ;

 (www.)1337x.to , (www.)1337x.st , (www.)x1337x.ws , (www.)x1337x.eu , (www.)x1337x.se , (www.)1337x.gd ;

 kickasstorrents.to , katcr.to , kickasstorrent.cr , kickasstorrents.cr , kat.am ;

de (sub)domeinnamen via welke de Platforms bereikbaar zijn, die zijn opgenomen in productie 7;

de IP-adressen via welke de Platforms opereren, te weten:

(i) [IP-adres] ( RARBG ),

2. DFN te bevelen om, voor het geval de Platforms gaan opereren via andere/aanvullende IP-adressen en/of (sub)domeinnamen dan voornoemde en/of de Platforms bereikbaar worden via andere/aanvullende (sub)domeinnamen dan de voornoemde, zolang de Platforms proxy’s en mirrors van hetzelfde platform zijn die eenzelfde of vrijwel identieke inhoud en een evident inbreukmakend karakter hebben, de toegang van haar klanten tot deze andere/aanvullende IP-adressen en/of (sub) domeinnamen te blokkeren en geblokkeerd te houden, binnen vijf werkdagen na aanlevering door BREIN, per e-mail, op een door DFN aan te wijzen e-mailadres, van de juiste IP-adressen en/of (sub)domeinnamen;

3. de kosten te compenseren, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

3.2.

DFN voert geen inhoudelijk verweer en refereert zich aan het oordeel van de voorzieningenrechter.

4. De beoordeling

4.1.

De vorderingen van BREIN zijn gebaseerd op de artikelen 26d Auteurswet (Aw) en 15e Wet op de naburige rechten (Wnr). Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vorderingen van BREIN.

4.2.

BREIN stelt de vorderingen in namens de bij haar aangesloten rechthebbenden ten behoeve van een ideëel belang, te weten de handhaving van piraterij op het internet. Gelet op dat ideële belang en nu BREIN voldoet aan de vereisten van artikel 3:305a leden 1, 3 en 6 BW, is zij bevoegd deze vorderingen namens de bij haar aangesloten rechthebbenden in te stellen.

4.3.

BREIN vraagt in dit kort geding om DFN te gelasten de (sub)domeinnamen en IP-adressen via welke de Platforms bereikbaar zijn of zullen worden voor haar klanten te blokkeren. Het gaat mede om een dynamisch blokkadegebod, waaronder ook de blokkade van mirrors en proxy’s van de Platforms vallen.

4.4.

De volgende rechtspraak, veelal gewezen in procedures betreffende The Pirate Bay, is van belang voor de beoordeling van de in dit kort geding ingestelde vorderingen:

  • -

    HvJEU 27 maart 2014, zaak C-314/12, ECLI:EU:C:2014:192 (UPC Telekabel Wien /Constantin Film);

  • -

    HR 13 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3307 (BREIN/Ziggo en XS4ALL);

  • -

    HvJEU 14 juni 2017, zaak C-610/15, ECLI:EU:C:2017:456 (BREIN/Ziggo en XS4ALL);

  • -

    Hof Amsterdam 2 juni 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:1421 (Ziggo en XS4ALL/BREIN), en

  • -

    Rechtbank Midden-Nederland (vzr) 8 oktober 2020, ECLI:NL:RBMNE:2020:4399 (BREIN/Ziggo, XS4ALL en KPN).

4.5.

Deze uitspraken en het partijdebat in dit kort geding getoetst aan de ook in het geding zijnde grondrechten van (intellectuele) eigendom, informatievrijheid en vrijheid van ondernemerschap brengen de voorzieningenrechter tot het volgende oordeel.

4.5.1.

Op grond van de bijlagen 1 tot en met 6 bij productie 3 a tot en met f van BREIN is aannemelijk dat elk van de op de Platforms aangeboden torrents verwijzen naar auteursrechtelijk en/of nabuurrechtelijk beschermd materiaal. Eveneens aannemelijk is dat de klanten van DFN via de Platforms beschermde werken hebben getraceerd en geüpload/gedownload. Aannemelijk is verder dat door de rechthebbenden (doorgaans) aan deze gebruikers, en ook aan de beheerders van de Platforms, geen toestemming is verleend om de voorbehouden handelingen te verrichten.

Het is vaste rechtspraak dat het ter beschikking stellen en het beheer van auteurs- en nabuurrechtelijk beschermde werken, op internet, van een platform voor de uitwisseling van bestanden dat, door de indexering van meta-informatie over beschermde werken en de verstrekking van een zoekmotor, de gebruikers van dat platform in staat stellen deze werken te vinden en deze in het kader van een peer-to-peer-netwerk te delen, een mededeling aan het publiek betreft. Sprake is van een ongeoorloofde openbaarmaking en daarmee van een inbreuk door de beheerders en de gebruikers op de auteurs- en naburige rechten van de rechthebbenden.

Voorts geldt dat DFN aan te merken is als een tussenpersoon in de zin van artikel 26d Aw en 15e Wnr. Zij biedt immers een dienst aan die voor de inbreuk wordt gebruikt: via de accesdiensten van DFN kunnen internetgebruikers toegang krijgen tot de Platforms en beschermde werken consumeren. DFN is daarom ook aan te merken als inbreukmaker.

4.5.2.

Op grond van het hiervoor overwogene moet de rechtsverhouding tussen BREIN en DFN worden bepaald aan de hand van het arrest van UPC Telekabel Wien.

4.5.3.

Uit het arrest UPC Telekabel Wien volgt dat een bevel aan een internetprovider om zijn klanten de toegang te ontzeggen tot een website waarop inbreukmakend materiaal beschikbaar wordt gesteld, niet onverenigbaar is met het vereiste evenwicht tussen de betrokken grondrechten indien dat bevel voldoet aan de door het HvJEU genoemde dubbele voorwaarde. Deze maatstaf vergt beoordeling op twee aspecten, namelijk of de door BREIN gevorderde blokkade van IP-adressen en domeinnamen:

  1. de internetgebruikers niet nodeloos de mogelijkheid ontzegt om zich rechtmatig toegang tot beschikbare informatie te verschaffen, en

  2. tot gevolg heeft dat niet-toegestane oproepingen van beschermde werken worden verhinderd of minstens bemoeilijkt, en internetgebruikers die gebruikmaken van de diensten van DFN serieus ontmoedigt om zich toegang te verschaffen tot die beschermde werken.

4.5.4.

Het door BREIN gevorderde voldoet aan bedoelde dubbele voorwaarde.

sub a: Vooralsnog bestaat geen aanleiding om te vrezen dat toewijzing van de gevorderde blokkade leidt tot het nodeloos ontzeggen van de rechtmatige toegang tot informatie. De blokkade heeft slechts betrekking op een klein gedeelte van het internet - het illegale materiaal dat aangeboden wordt via de Platforms -, terwijl het internet voor het overige onbeperkt bereikbaar blijft. De domeinnamen en IP-adressen waarvan BREIN blokkering verlangt geven slechts toegang tot telkens één enkele website (de Platforms of een proxy of mirror daarvan). De kans dat daarmee ook rechtmatige content wordt geblokkeerd is dan gering.

sub b: Met betrekking tot de vereiste doeltreffendheid van de door BREIN gevorderde maatregel geldt dat zij onbetwist en onderbouwd heeft gesteld dat eerder door rechters toegekende blokkeringsmaatregelen daadwerkelijk effectief zijn geweest. Aangenomen wordt dat voor de normale internetgebruiker een blokkade er in ieder geval toe leidt dat de betreffende websites niet meer, althans moeilijker, bereikbaar zijn, waardoor in zijn algemeenheid de inbreuken worden bemoeilijkt. Aannemelijk is dus dat een blokkade de klanten serieus ontmoedigt om zich toegang te verschaffen tot de beschermde werken. Het dynamische karakter van de blokkade brengt mee dat nieuwe IP-adressen/domeinnamen die enige tijd alternatieve toegang tot de Platforms bieden, telkens weer onder de blokkade vallen. Deze omstandigheid, ook beschouwd in samenhang met het optreden tegen mirrors en proxy’s dan wel IP-adressen/domeinnamen die omzeiling mogelijk maken, weegt in belangrijke mate mee bij het oordeel dat de gevorderde blokkade als voldoende effectief en daarom gerechtvaardigd wordt aangemerkt.

4.5.5.

Uit de door BREIN als productie 4 en 6 overgelegde subsidiariteitsdocumenten met bijlagen volgt dat BREIN vóór het aanhangig maken van dit kort geding het in het als productie 1 overgelegde Convenant opgenomen stappenplan per platform en per domein waarmee dat platform toegankelijk is, heeft gevolgd. De vorderingen van BREIN voldoen daarmee aan de maatstaf van subsidiariteit. Van BREIN kan niet worden verwacht eerst nog meer of andere stappen te volgen.

4.5.6.

Uit de hiervoor genoemde rechtspraak vloeit ten slotte voort dat een bevel tot het instellen van (een) blokkade(s) voor de internetprovider in beginsel een beperking oplevert van het vrije gebruik van hem ter beschikking staande middelen. Hij moet daartoe immers maatregelen nemen die voor hem kunnen betekenen dat hij aanzienlijke kosten maakt, aanmerkelijke gevolgen ondervindt voor de organisatie van zijn activiteiten of moeilijke en complexe technische oplossingen moet realiseren. Tegelijkertijd volgt uit die rechtspraak dat een dergelijk bevel de vrijheid van ondernemerschap van een internetprovider niet in zijn kern lijkt te raken. Hieruit kan worden afgeleid dat, zelfs indien sprake zou zijn van de hiervoor genoemde gevolgen, dergelijke beperkingen van de vrijheid van ondernemerschap op zichzelf niet hoeven op te wegen tegen het belang van handhaving van rechten die worden gewaarborgd door het grondrecht van (intellectuele) eigendom. Nu gesteld noch gebleken is dat DFN hiervoor ondraaglijke en/of onredelijke offers moet brengen wordt aangenomen dat de blokkade slechts een marginale en daarmee een aanvaardbare aantasting van haar vrijheid van ondernemerschap is die niet in de weg staat aan het bevelen van een dergelijke blokkade.

4.6.

Het voorgaande leidt ertoe dat de door BREIN tegen DFN ingestelde vorderingen om de toegang van haar klanten tot de (sub)domeinnamen en IP-adressen via welke de Platforms opereren of zullen gaan opereren te blokkeren en geblokkeerd te houden in na te melden zin toewijsbaar zijn. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de door BREIN gevorderde (dynamische) blokkade verenigbaar is met het rechtvaardig evenwicht tussen de betrokken grondrechten van (intellectuele) eigendom, de informatievrijheid en de vrijheid van ondernemerschap. Dat overigens sprake is van feiten of omstandigheden die maken dat het door BREIN gevorderde onverenigbaar zou zijn met het rechtvaardig evenwicht tussen die grondrechten is gesteld noch gebleken.

4.7.

In het kader van de dynamische aard van het gevorderde overweegt de voorzieningenrechter als volgt. In het geval op enig moment in de toekomst zou blijken dat een als uitkomst van dit geding op te leggen bevel of maatregel vanwege veranderde omstandigheden niet meer verenigbaar is met het rechtvaardige evenwicht tussen de betrokken grondrechten, dan biedt het Nederlandse recht voldoende mogelijkheden om de door de relevante grondrechten beschermde belangen adequaat te beschermen. Dit geldt ook voor derden die daarbij belang hebben. Een dergelijke omstandigheid is nu in ieder geval niet aan de orde.

4.8.

De vorderingen zien op de handhaving en bescherming van intellectuele eigendomsrechten van de bij BREIN aangesloten rechthebbenden, zodat artikel 1019h Rv van toepassing is. In beginsel wordt op grond van dat artikel de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de redelijke en evenredige gerechtskosten en andere kosten die de in het gelijkgestelde partij heeft gemaakt, tenzij de billijkheid zich daartegen verzet. In dit geval hebben partijen ingevolge het Convenant de afspraak gemaakt om de proceskosten te compenseren, in de zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. De voorzieningenrechter beslist overeenkomstig deze afspraak.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

beveelt DFN om binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis haar diensten die worden gebruikt om inbreuk te maken op de auteurs- en naburige rechten van de rechthebbenden wier belangen BREIN behartigt, te staken en gestaakt te houden, zolang de Platforms een evident inbreukmakend karakter hebben, door middel van het blokkeren en geblokkeerd houden van de toegang van haar klanten tot:

a. de domeinnamen/(sub)domeinen via welke de Platforms opereren, te weten:

  1. (www.)rarbg.to ;

  2. yts.mx , yts.lt , yts.am , yts.ag ;

  3. eztv.re , eztv.ag , eztv.it , eztv.ch , eztv.wf , eztv.tf , eztv.yt ;

  4. (www.)limetorrents.pro , limetorrents.info , limetorrents.cc , limetorrents.asia , limetorrents.co , limetorrents.zone , limetor.com , limetor.pro ;

  5. (www.)1337x.to , (www.)1337x.st , (www.)x1337x.ws , (www.)x1337x.eu , (www.)x1337x.se , (www.)1337x.gd ;

  6. kickasstorrents.to , katcr.to , kickasstorrent.cr , kickasstorrents.cr , kat.am ;

de (sub)domeinnamen via welke de Platforms bereikbaar zijn, die zijn opgenomen in de aan dit vonnis gehechte en door de griffier gewaarmerkte kopie van productie 7 van BREIN;

de IP-adressen via welke de Platforms opereren, waaronder het op dit moment enige bekende IP-adres van rarbg.to met nummer [IP-adres] ,

5.2.

beveelt DFN om, voor het geval de Platforms gaan opereren via andere/aanvullende IP-adressen en/of (sub)domeinnamen dan die genoemd onder 5.1 en/of de Platforms bereikbaar worden via andere/aanvullende (sub)domeinnamen dan die genoemd onder 5.1, zolang de Platforms proxy’s en mirrors van hetzelfde platform zijn die eenzelfde of vrijwel identieke inhoud en een evident inbreukmakend karakter hebben, de toegang van haar klanten tot deze andere/aanvullende IP-adressen en/of (sub) domeinnamen te blokkeren en geblokkeerd te houden, binnen vijf werkdagen na aanlevering door BREIN, per e-mail, op een door DFN aan te wijzen e-mailadres, van de juiste IP-adressen en/of (sub)domeinnamen,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2022.1734/2009