Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:1658

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-03-2022
Datum publicatie
08-03-2022
Zaaknummer
10/965128-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van het medeplegen van het deelnemen aan de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard en deswege is ontbonden. De verdachte heeft samen met zijn medeverdachte de werkzaamheid van de bij rechterlijke uitspraak verboden vereniging Martijn voortgezet door het plaatsen van publicaties op diverse websites en het doen van uitingen via een mailinglist.

Veroordeling tot een gevangenisstraf van 4 maanden. De rechtbank wijkt hierbij af van de maximaal mogelijke strafeis van het OM, omdat de rechtbank het gewicht van de maatschappelijke verontwaardiging waaraan het OM refereert anders waardeert.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/965128-19

Datum uitspraak: 8 maart 2022

Verstek

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 2 februari 2022 en 8 maart 2022. Tegen de verdachte is op de zitting van 2 februari 2022 verstek verleend.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officieren van justitie, mrs. Z. Trokic en M.E. de Meijer, hebben gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 jaar.

4. Inleiding

Op 15 november 1982 is de vereniging Martijn opgericht. Volgens de in 1984 gewijzigde statuten was het doel: “het bespreekbaar maken van en het streven naar acceptatie van oudere-jongere relaties.” De medeverdachte [naam medeverdachte 1] (hierna: [naam medeverdachte 1] ) was sinds eind jaren ’90 lid van de vereniging Martijn en hij heeft vanaf 2010 in het bestuur gezeten. In 2004 is de verdachte lid geworden.

Bij verzoekschrift van 15 december 2011 heeft het Openbaar Ministerie verzocht de vereniging Martijn verboden te verklaren en te ontbinden. In haar beschikking van 27 juni 2012 heeft de rechtbank Assen dit verzoek toegewezen. Deze uitspraak is vervolgens in hoger beroep vernietigd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden bij beslissing van 2 april 2013. Daarin is het verzoek van het Openbaar Ministerie alsnog afgewezen. Tegen deze beslissing is cassatie ingesteld. Die procedure heeft geleid tot de beschikking van de Hoge Raad van 18 april 2014 (ECLI:NL:HR:2014:948). Bij die beschikking is de beslissing van het hof vernietigd en die van de rechtbank bekrachtigd. Dit betekent dat de vereniging Martijn in hoogste instantie is verboden verklaard en ontbonden.

Op 15 juni 2019 is namens de Stichting Strijd tegen Misbruik aangifte gedaan tegen de verdachte, [naam medeverdachte 1] en een toen nog onbekende persoon achter het Twitteraccount Kinderbevrijdingsfront (dit bleek de medeverdachte [naam medeverdachte 2] te zijn) vanwege de schending van het bepaalde in artikel 140 lid 2 Wetboek van Strafrecht (Sr).

Volgens de aangifte is er sprake van een voortzetting van (een deel van) de activiteiten van de verboden en ontbonden vereniging Martijn gezien de content op de in de aangifte vermelde en gelinkte websites, zowel zelfstandig als in hun onderlinge

samenhang bezien. De aangifte is aanleiding geweest voor de start van een strafrechtelijk onderzoek. Dat onderzoek heeft geleid tot de in deze procedure voorliggende vervolging van de verdachte en beide medeverdachten. Aan hen wordt verweten dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan het voortzetten van de werkzaamheid van de vereniging Martijn die op 18 april 2014 door de Hoge Raad is verboden verklaard en ontbonden.

5. Waardering van het bewijs

Beoordeling

De kernvraag in deze strafzaak is of de verdachte, al dan niet samen met een of meer anderen, zich heeft schuldig gemaakt aan het voortzetten van de werkzaamheid van de vereniging Martijn. Ter beantwoording van die vraag zal eerst het toetsingskader worden weergegeven aan de hand waarvan wordt beoordeeld of de werkzaamheid van de verboden vereniging Martijn wordt voortgezet. Daarna zullen de onderzoeksresultaten van het strafrechtelijk onderzoek, voor zover relevant voor de te beantwoorden kernvraag, worden beoordeeld. Daarbij zal achtereenvolgens worden ingegaan op de websites [website 1] , [website 2] en de mailinglist Pro Pedosexuality. Vervolgens zal, aan de hand van die onderzoeksresultaten en met inachtneming van het toetsingskader, worden beoordeeld of al dan niet kan worden bewezen dat de verdachte heeft deelgenomen aan de voortzetting van de werkzaamheid van de vereniging Martijn.

Het toetsingskader

In zijn uitspraak van 18 april 2014 waarbij de vereniging Martijn verboden is verklaard heeft de Hoge Raad het volgende overwogen.

Volgens de Hoge Raad was er een hechte groep personen die de overtuiging koestert dat kinderen in beginsel gebaat zouden zijn bij seksuele intimiteit met volwassenen. De vereniging Martijn voedde door de keuze voor het materiaal dat zij op haar website plaatste deze overtuiging voortdurend. Op die manier gaf de vereniging Martijn steun aan de overtuiging van haar leden dat seksuele relaties tussen kinderen en volwassenen puur en goed zijn. De vereniging Martijn bagatelliseerde de gevaren van seksueel contact met jonge kinderen en verheerlijkte dat. Dit alles bij elkaar vormt volgens de Hoge Raad een werkzaamheid van de vereniging Martijn die een daadwerkelijke en ernstige aantasting vormt van het in Nederland als wezenlijk ervaren beginsel dat de lichamelijke en seksuele integriteit van het kind beschermd dient te worden. Omdat de werkzaamheid van de vereniging Martijn erop gericht is bij haar leden en anderen die de website van de vereniging Martijn bezoeken eventuele drempels weg te nemen om seksueel contact met kinderen te hebben en dit contact te bevorderen heeft de Hoge Raad een verbod van de vereniging Martijn noodzakelijk geacht in het belang van de bescherming van de gezondheid en van de rechten en vrijheden van kinderen.

Voor de voortzetting van de werkzaamheid van een verboden organisatie is niet vereist dat die organisatie in al haar facetten wordt voortgezet. Van een voortzetting van een verboden werkzaamheid is al sprake wanneer één of meer personen gedragingen plegen die soortgelijk zijn aan de gedragingen die geleid hebben tot de verbodenverklaring of gedragingen die dergelijke gedragingen ondersteunen. Dat het daarbij moet gaan om met elkaar samenhangende handelingen of gedragingen volgt uit de parlementaire behandeling van wetsvoorstel 17 476, waarbij door de minister van justitie met betrekking tot het eerste lid van artikel 140 Sr is opgemerkt dat “een enkele losse, niet symptomatische handeling te weinig is om als werkzaamheid te gelden. (…) Een onderscheid tussen hoofd- en nevenwerkzaamheid zou ik in dit verband niet willen maken en lijkt hier zelfs zonder belang.” 1

Bij de beoordeling van de vraag of sprake is van een voortzetting van de werkzaamheid van een verboden organisatie, die niet verboden is op grond van strafbare gedragingen, is de werkzaamheid die aanleiding was voor de verbodenverklaring leidend. Bij de parlementaire behandeling heeft de minister van justitie daarover nog opgemerkt dat “voor het antwoord op de vraag of artikel 140 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is op nieuwe werkzaamheid van oud-leden van een verboden verklaarde vereniging, acht ik doorslaggevend of de nieuwe groepering al dan niet duidelijk afstand neemt van de verboden werkzaamheid.”).2

De relevante handelingen en gedragingen dienen dan ook in het kader van die werkzaamheid beoordeeld te worden.

In dit geval is er sprake van een voortzetting van de werkzaamheid van de vereniging Martijn als het geheel van handelingen en gedragingen van de verdachten er toe leidt dat eventuele drempels voor het hebben van seksueel contact met kinderen worden weggenomen dan wel dat dergelijk contact wordt bevorderd, bij personen die kennisnemen van de werkzaamheid. Een bijdrage aan het geheel van handelingen en gedragingen die verder gaat dan een enkele losse, niet symptomatische handeling zal deelneming aan die voortzetting kunnen opleveren.

De rechtbank dient dan ook vast te stellen of de verdachte de hem verweten gedragingen heeft verricht en zo ja, of deze gedragingen zijn aan te merken als de deelneming aan de voortzetting van de werkzaamheid van de verboden vereniging Martijn.

Vaststelling gedragingen

[website 1]

De in de aangifte vermelde website [website 1] is door de politie onderzocht. Het domein [domeinnaam] staat volgens de domeinregistratie op naam van [naam medeverdachte 1] . Op

19 november 2019 is door de politie vastgesteld dat contact kon worden opgenomen met de huidige administratieve en technische contactpersoon middels het e-mailadres [e-mailadres] , welk e-mailadres in gebruik is bij [naam medeverdachte 1] . Volgens een nieuwsbericht van 5 september 2017 op de website is de website op dat moment gelanceerd.

Uit de analyse van de website van 9 januari 2020 blijkt het volgende.

Bovenaan de website staat de naam “ [naam medeverdachte 1] ” met daarbij een afbeelding [naam medeverdachte 1] .

Onderaan de beginpagina staat “©2019 | ALL RIGHTS RESERVED | DESIGN BY [naam verdachte] '. Door te klikken op de naam “ [naam verdachte] ” word je doorgeleid naar de website [website 3] , de website van de verdachte. Uit onderzoek naar de veiliggestelde e-mails van [naam medeverdachte 1] blijkt dat hij in september 2017 met de verdachte een gesprek heeft gevoerd waaruit blijkt dat de verdachte de technische realisatie van de website heeft verzorgd en [naam medeverdachte 1] de inhoudelijke teksten.

Tussen 30 mei 2017 en 9 januari 2020 zijn op de website publicaties geplaatst met een originele publicatiedatum van na de verbodenverklaring. De politie heeft de inhoud van 112 publicaties geanalyseerd.

[naam medeverdachte 1] heeft in de publicatie “Freedom of speech under fire in The Netherlands” het volgende heeft geschreven:

“Pim Fortuyn wanted to give children the right to have sex with adults as long as it was without force. This statement is almost illegal, while science proves him (and me) right.”

En in de publicatie “The reason why child pornography and pedosexuality is illegal” schrijft [naam medeverdachte 1] :

“Studies about the harmfulness of sexual relations between minors and adults are usually ignored by the mass media. Which is strange, because 'pedosexuality' is one of the most popular items these days in the news. The reason they ignore these studies is because many of such relations are harmless and if you only look at non-violent sexual acts between adults and children, then the harm almost disappears. Only secondarily harm can be found. Harm due to the very negative reactions of society. (…) Children are sexual beings. (…) I said it before and I say it again: child pornography would never be illegal to watch, if all children in it were hurt. It is only illegal to watch, because we want to deny the fact that children are sexual beings and that they can enjoy sex with others, no matter what ages. (…) because almost every adult is sexually attracted to minors (and many also to prepubescent children) (…) We must stop the repression of child sexuality. Encourage them - not forcing them - to be sexual is so much better to do.”

[website 2]

[naam medeverdachte 1] stuurde op 8 juni 2018 een e-mailbericht aan de verdachte waarin hij aangaf

dat er een website nodig is die video’s host omdat video’s van [naam 1] en [naam 2] van youtube geweerd zouden worden. Vervolgens heeft [naam verdachte] op 17 juni 2018 de website [website 2] geregistreerd. Volgens een uittreksel van de Kamer van Koophandel en de akte van oprichting heeft de verdachte op 12 september 2018 de stichting [naam stichting] opgericht en is hij daarvan de enige bestuurder. Eén van de activiteiten van deze stichting is het beheren en in stand houden van het online video platform [naam stichting] . Op de website van [naam stichting] staat dat [naam platform] een onpartijdig videoplatform is met de focus op vrijheid van meningsuiting. Het biedt de ruimte om controversiële meningen en ideeën te publiceren. Ook staat op de site dat het bestuur van de stichting het niet eens is met alle ideeën en gedachten die in de aangeboden video's worden verkondigd.

Op de website kan een account worden aangemaakt waarna video’s geplaatst kunnen worden.

Op 26 november 2019 is onderzoek verricht naar de video’s die online staan. In totaal gaat het om 522 video’s waarvan 247 video’s direct zijn te relateren aan pedofilie en/of pedoseksualiteit. Zo staan er filmpjes op met als boodschap dat kinderen dwingen tot seks slecht is, maar dat liefdevolle relaties tussen volwassenen en kinderen (met seksualiteit) zeker mogelijk en goed zijn, dat kinderen prima in staat zijn om zelf te beslissen of zij al dan niet instemmen met een (seksuele) relatie met een ander kind of volwassene of dat kinderen geen schade oplopen van seksuele contacten met wederzijdse instemming, dat kinderen die seksuele contacten hebben gehad wel schade oplopen van de heftige maatschappelijke reacties daarop en dat kinderen, door hen te verbieden seksuele contacten te hebben, worden beperkt in hun grondrechten.

De verdachte zegt in een Engelstalige video:

“Er is wereldwijd veel haat jegens pedofielen. Dit komt doordat mensen denken dat pedoseksuele

contacten schadelijk zijn voor kinderen en dat de volwassen partner zijn macht over het kind

misbruikt. Hier worden zelden argumenten voor gegeven, maar ze worden als feit aangenomen en

gebruikt om de conclusie te trekken dat iedereen zijn pedofiele gevoelens moet onderdrukken. Ik

gebruik [naam video] als nog een middel om de wereld ervan te overtuigen dat de argumenten die

ze gebruiken niet waar zijn, en dat juist het tegenovergestelde waar is. Namelijk dat iedereen zijn

pedofiele gevoelens zou moeten accepteren omdat pedoseksuele contacten juist gezond zijn voor

kinderen. Als de contacten niet plaats kunnen vinden misbruikt een volwassene zijn macht over

kinderen door het kind zijn seksuele vrijheid te onthouden. Er is genoeg bewijs voor deze

standpunten maar mensen willen dat niet accepteren omdat ze dan ook hun eigen pedofiele

gevoelens moeten accepteren, hoe klein ook.”

De verdachte heeft de website geregistreerd, gefinancierd en technisch onderhouden. Hij heeft daarop gepubliceerd en heeft video’s niet van de website verwijderd. [naam medeverdachte 1] heeft financieel bijgedragen aan dit videoplatform. Daarnaast heeft hij de rol van moderator op zich genomen op verzoek van de verdachte.

Mailinglist Pro Pedosexuality

Op 5 juni 2019 is een mailinglijst gelanceerd voor mensen die vinden dat seks tussen volwassenen en kinderen legaal zou moeten zijn. In de uitlatingen door deelnemers aan de mailinglist wordt beargumenteerd waarom seksuele contacten tussen kinderen en volwassen goed kunnen zijn. Ook wordt een link gedeeld naar een Pedohandboek.

De verdachte is initiatiefnemer en beheerder van de mailinglist. Op 27 november 2019 heeft hij een bericht gestuurd naar de leden van de mailinglist inhoudende dat deze met ingang van 5 december 2019 wordt omgezet naar een openbaar microblog met als content materiaal dat is gericht op seksuele relaties tussen kinderen en volwassenen. [naam medeverdachte 1] heeft op zijn website [website 1] aandacht besteed aan de lancering van de mailinglist. Daarnaast heeft hij e-mails verstuurd om derden te wijzen op het bestaan van de mailinglist. Naast het versturen van berichten naar de leden van de mailinglist heeft de verdachte ook het ledenaantal van de mailinglist bijgehouden. Verder heeft de verdachte inhoudelijk een bijdrage geleverd door te verwijzen naar artikelen over pedoseksualiteit, zoals de hiervoor vermelde video [naam video] op het videoplatform [naam stichting] .

Uit de veiliggestelde e-mailberichten blijkt verder dat ook [naam medeverdachte 1] berichten heeft verstuurd naar de leden van de mailinglist waarvan de inhoud gericht is op pedoseksualiteit. Zo heeft [naam medeverdachte 1] op 18 oktober 2019 een e-mail gestuurd in de mailinglist waarin een link wordt gedeeld naar een blog op de website “ [website 4] ”, met als titel “Why Many Pre-Teen Boys are Having Sex” en heeft hierbij geschreven dat dit mogelijk een interessant artikel is.

Deelneming aan de voortzetting van de werkzaamheid van de vereniging Martijn?

Uit de geanalyseerde publicaties op de website [website 1] blijkt dat daarin de schadelijkheid van seksueel contact tussen kinderen en volwassenen wordt gebagatelliseerd of ontkend en dat kinderen worden neergezet als seksuele wezens. De verdachte heeft daaraan bijgedragen door de website te ontwerpen en het technische beheer van de site te verzorgen.

Verder heeft de verdachte als enig bestuurder en oprichter van de Stichting [naam stichting] met de website [website 2] een online podium gecreëerd voor het plaatsen van video’s die uitlatingen bevatten zoals het ontkennen en bagatelliseren van de schadelijkheid van seksueel contact tussen kinderen en volwassenen en het wegnemen van drempels en het steunen of voeden van de overtuiging dat seksueel contact tussen kinderen en volwassenen iets goeds is.

De mailinglist pro pedosexuality kan mede gelet op de beoogde doelgroep niet anders bedoeld zijn dan voor het delen van informatie rondom het onderwerp pedoseksualiteit met als uitgangspunt het wegnemen van drempels en het steunen of voeden van de overtuiging dat seksueel contact tussen kinderen en volwassenen iets goeds is. De verdachte was beheerder van de mailinglijst en stuurde regelmatig berichten.

Het geheel van de websites en de mailinglist vormt een voortzetting van de werkzaamheid van de vereniging Martijn. Er is sprake van handelingen en gedragingen die ertoe kunnen leiden dat eventuele drempels voor het hebben van seksueel contact met kinderen worden weggenomen dan wel dat dergelijk contact wordt bevorderd bij personen die daarvan kennisnemen. Zijn bijdrage aan het geheel van handelingen en gedragingen gaat verder dan een enkele losse, niet symptomatische handeling, maar is zodanig dat hij daarmee in meer dan geringe mate heeft bijgedragen aan het ontstaan van de werkzaamheid van de verboden organisatie.

Ondanks dat de verdachte van de verbodenverklaring van de vereniging Martijn op de hoogte was, is hij doorgegaan met de gedragingen die daarmee in strijd zijn.

De rechtbank is alles overziend van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich samen met [naam medeverdachte 1] heeft schuldig gemaakt aan het deelnemen van het voortzetten van de werkzaamheid van de verboden vereniging.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 september 2017 tot en met 18 februari 2021 te Hengelo en Arnhem,

tezamen en in vereniging met een ander,

heeft deelgenomen aan de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard, te weten de vereniging Martijn,

terwijl hij en zijn mededader wisten dat met die gedragingen de werkzaamheid van de vereniging Martijn, die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard, werd voortgezet, welke voortzettingsgedragingen van de werkzaamheid bestonden uit het (als groep

van personen):

1. plaatsen van publicaties op diverse websites, en

2. het doen van uitingen via de mailinglist,

immers hebben hij en/of zijn mededader

-de website [website 1] (technisch) onderhouden enartikelen gepubliceerd op deze website, en

-de website [website 2] geregistreerd en gefinancierd en (technisch) onderhouden en film- en audio-fragmenten gepubliceerd op deze website en/of niet van deze website verwijderd, en

-de mailinglist pro pedosexuality gepromoot en opgezet en de ledenlijst hiervan bijgehouden en berichten verstuurd naar leden van deze mailinglist

terwijl op bovengenoemde websites en mailinglist uitlatingen werden gedaan, dan wel dat uitlatingen niet werden ontkracht en ontkend, welke uitlatingen zagen op:

a. het ontkennen en/of bagatelliseren van de schadelijkheid van seksueel contact tussen kinderen en volwassenen, en

b. de verheerlijking van seksueel contact tussen kinderen en volwassenen, en

c. het neerzetten van kinderen als lustobject/seksueel wezen, en

d. het wegnemen van drempels en het steunen of voeden van de overtuiging dat seksueel contact tussen kinderen en volwassenen iets goeds is.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

6. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

medeplegen van het deelnemen aan de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard en deswege is ontbonden.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

7. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

8. Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft samen met zijn medeverdachte de werkzaamheid van de verboden vereniging Martijn voortgezet door het plaatsen van publicaties op diverse websites en het doen van uitingen via een mailinglist. Hij heeft hiermee een rechterlijke beslissing aan zijn laars gelapt en geen respect getoond voor het rechterlijk gezag.

De verdachte is niet eerder voor enig strafbaar feit veroordeeld.

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Door het Openbaar Ministerie is gelet op de toepasselijke versie van artikel 140 lid 2 Sr de maximaal mogelijke straf geëist. Daarbij is niet alleen gewicht toegekend aan het feit dat de verdachte een rechterlijke uitspraak niet heeft gerespecteerd maar ook dat hij met zijn handelen maatschappelijke verontwaardiging heeft veroorzaakt. “Maatschappelijke verontwaardiging omdat deze zaak onze kinderen aangaat en vanwege de volwassenen die in hun jeugd slachtoffer zijn geworden en daar nog iedere dag de gevolgen van ondervinden”, aldus het Openbaar Ministerie.

Bij het bepalen van het soort en de hoogte van de op te leggen straf wordt uiteraard gekeken naar de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit. Gelet daarop ziet de rechtbank uitsluitend ruimte voor het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Over de duur daarvan wordt in het nadeel van de verdachte overwogen dat moeilijk een meer concrete en verdergaande voortzetting van de werkzaamheid van een verboden organisatie voorstelbaar is dan de door hem gepleegde en bewezenverklaarde voortzetting van de vereniging Martijn. Deze vaststelling zou het opleggen van een maximale straf kunnen rechtvaardigen.

Voor die rechtvaardiging moeten echter ook de aard en ernst van de voortzettingsgedragingen worden gewogen. De rechtbank kan en wil het schokkende, verwerpelijke en sociaal onwenselijke karakter van het door de verdachte geopenbaarde en gepropageerde gedachtegoed niet bagatelliseren. Wel merkt zij op dat dat gedachtegoed niet gelijk kan worden gesteld met kindermisbruik of het aanzetten daartoe. Dat hiervan sprake was of zou zijn geweest, is in de procedure die heeft geleid tot de verbodenverklaring van de vereniging Martijn ook niet naar voren gekomen. De verdachte is ook nooit veroordeeld voor zedenfeiten (of enig ander feit). Hoewel de maatschappelijke verontwaardiging waaraan het openbaar ministerie refereert, zonder meer een factor van betekenis is waaraan gewicht moet worden toegekend, wordt dat gewicht door de rechtbank, gelet op wat zij hiervoor heeft overwogen, anders gewaardeerd. Dat maakt dat zij al met al onvoldoende aanleiding ziet om te komen tot een oplegging van de maximaal mogelijke straf.

Alles overziend, wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden passend en geboden geacht. Deze straf is lager dan de aan [naam medeverdachte 1] op te leggen straf, omdat de bijdrage van de verdachte aan de strafbare deelneming van beperkter omvang is.

9. In beslag genomen voorwerpen

Standpunt officier van justitie

De officieren van justitie hebben ten aanzien van de in beslag genomen goederen gevorderd dat deze dienen te worden onttrokken aan het verkeer, omdat deze goederen allemaal kinderporno bevatten.

omschrijving

gevorderde eindbeslissing

1.

USB stick Verbatim (STO14.01.05.005)

onttrekking aan het verkeer

2.

USB stick Verbatim

(STO14.01.06.002)

onttrekking aan het verkeer

3.

Desktop

(ST014.01.06.003)

onttrekking aan het verkeer

4.

USB stick Verbatim

(STQ14.02.02.001)

onttrekking aan het verkeer

Beoordeling

De in beslag genomen voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

De voorwerpen behoren toe aan de verdachte en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Voorts kunnen de voorwerpen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten.

10 . Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36b, 36d, 47 en 140 van het Wetboek van Strafrecht.

11 . Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 . Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) maanden;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart onttrokken aan het verkeer:

1.

USB stick Verbatim

(STO14.01.05.005)

2.

USB stick Verbatim

(STO14.01.06.002)

3.

Desktop

(ST014.01.06.003)

4.

USB stick Verbatim

(STQ14.02.02.001)

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V.F. Milders, voorzitter,

en mrs. D.C.J. Peeck en W.M. Stolk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L. Lobs-Tanzarella, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 18 april 2014 tot en met

1 maart 2021 te Hengelo en/of Arnhem en/of Lelystad en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

heeft deelgenomen aan de voortzetting van de werkzaamheid van een organisatie die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard, te weten de vereniging Martijn, althans opzettelijk voortzettingsgedragingen heeft verricht,

terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat met die gedragingen de werkzaamheid van de vereniging Martijn, die bij onherroepelijke rechterlijke beslissing verboden is verklaard, werd voortgezet, welke voortzetting(sgedragingen) van de werkzaamheid bestond(en) uit het (als groep

van personen):

1. plaatsen van publicatie(s) op een/diverse website(s), en/of

2. het doen van uitingen via de mailinglist/e-mail,

immers heeft/hebben hij en/of zijn mededader(s)

-de website [website 1] geregistreerd en/of (technisch) onderhouden en/of

artikelen gepubliceerd op deze website, en/of

-de website [website 2] geregistreerd en/of gefinancierd en/of (technisch) onderhouden en/of film- en/of audio-fragmenten gepubliceerd op deze website en/of niet van deze website verwijderd, en/of

-de mailinglist pro pedosexuality gepromoot en/of opgezet en/of de ledenlijst hiervan bijgehouden en/of berichten verstuurd naar leden van deze mailinglist

terwijl op bovengenoemde website(s) en/of mailinglist uitlating(en) werd/werden gedaan, dan wel dat uitlatingen niet werden ontkracht en/of ontkend, welke uitlating(en) zag(en) op:

a. het ontkennen en/of bagatelliseren van de schadelijkheid van seksueel contact tussen kinderen en volwassenen, en/of

b. de verheerlijking van seksueel contact tussen kinderen en volwassenen, en/of

c. het neerzetten van kinderen als lustobject/seksueel wezen, en/of

d. het wegnemen van drempels en het steunen of voeden van de overtuiging dat seksueel contact tussen kinderen en volwassenen iets goeds is, en/of

e. het creëren van een subcultuur/gemeenschap waarbinnen seksueel contact tussen kinderen en volwassenen normaal/acceptabel/heilzaam wordt gevonden, en/of

f. het voor zichzelf en/of voor andere nastreven van het kunnen hebben van seksueel contact met kinderen.

1 17476, nr. 12 - Nota naar aanleiding van het verslag Tweede Kamer

2 17476, nr. 57b – Memorie van Antwoord Eerste kamer