Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2022:10107

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-11-2022
Datum publicatie
23-11-2022
Zaaknummer
640424 / HA ZA 22-502
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De eisers van wie de vorderingen niet zijn ingetrokken tijdens de procedure (hierna: eisers), hebben een overeenkomst gesloten met Delta Fiber Netwerk B.V. (hierna: DFN). Op grond van deze overeenkomsten moet DFN eisers aansluiten op haar glasvezelnetwerk als minstens 50% van de adressen in het buitengebied van de gemeenten Westland en Midden-Delfland zich daarvoor aanmeldt. Dit percentage is gehaald. DFN wil eisers echter niet aansluiten, omdat volgens haar uit berekeningen is gebleken dat dit erg kostbaar en niet rendabel is.

De rechtbank oordeelt dat DFN de met eisers gesloten overeenkomsten moet nakomen. Het beroep van DFN op artikel 4.3 van haar algemene voorwaarden gaat niet op, omdat dit artikel niet is geschreven voor de situatie die hier aan de orde is. Het beroep van DFN op onvoorziene omstandigheden (als bedoeld in artikel 6:258 van het Burgerlijk Wetboek) slaagt ook niet. Het argument van DFN dat het aanleggen van glasvezel veel duurder is dan zij vooraf dacht, kan haar niet baten. Het komt voor rekening en risico van DFN dat zij bij het sluiten van de overeenkomsten geen andere voorbehouden heeft gemaakt dan een minimumpercentage aanmeldingen en dat zij blijkbaar ook niet vooraf een gedetailleerde kostenberekening heeft gemaakt.

De vordering van eisers om in het gehele buitengebied van Westland een glasvezelnetwerk aan te leggen wordt afgewezen. Eisers hebben belang bij een eigen glasvezelaansluiting, maar zij hebben geen persoonlijk belang bij het aanleggen van een glasvezelnetwerk in het gehele buitengebied.

DFN moet eisers binnen 24 maanden na betekening van het vonnis aansluiten op haar glasvezelnetwerk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/640424 / HA ZA 22-502

Vonnis van 23 november 2022

in de zaak van

1. [eiser01] B.V.,

gevestigd te ‘s-Gravenzande,

2. [eiser02] B.V. ,

gevestigd te ‘s-Gravenzande,

3. [eiser03] ,

wonende te [woonplaats01] ,

4. [eiser04] ,

wonende te [woonplaats02] ,

5. [eiser05] ,

wonende te [woonplaats03] ,

6. [eiser06] B.V. ,

gevestigd te ‘s-Gravenzande,

7. [eiser07] ,

wonende te [woonplaats04] ,

8. [eiser08] ,

wonende te [woonplaats05] ,

9. [eiser09] ,

wonende te [woonplaats06] ,

10. [eiser10] ,

wonende te [woonplaats07] ,

11. [eiser11] ,

wonende te [woonplaats08] ,

12. [eiser12] ,

wonende te [woonplaats09] ,

13. [eiser13] ,

wonende te [woonplaats10] ,

14. [eiser14] ,

wonende te [woonplaats11] ,

15. [eiser15] ,

wonende te [woonplaats12] ,

16. [eiser16] ,

wonende te [woonplaats13] ,

17. [eiser17] ,

wonende te [woonplaats14] ,

18. [eiser18] ,

wonende te [woonplaats15] ,

19. [eiser19] ,

wonende te [woonplaats16] ,

20. [eiser20] ,

wonende te [woonplaats17] ,

21. [eiser21] ,

wonende te [woonplaats18] ,

22. [eiser22] ,

wonende te [woonplaats19] ,

23. [eiser23] ,

wonende te [woonplaats20] ,

24. [eiser24] ,

wonende te [woonplaats21] ,

25. [eiser25] ,

wonende te [woonplaats22] ,

26. [eiser26] ,

wonende te [woonplaats23] ,

27. [eiser27] ,

wonende te [woonplaats24] ,

28. [eiser28] ,

wonende te [woonplaats25] ,

voor zich en namens [vereniging01] te [plaats01] ,

29. [eiser29] ,

wonende te [woonplaats26] ,

30. [eiser30] , handelend onder de naam [handelsnaam01] ,

wonende te [woonplaats27] ,

31. [eiser31] ,

wonende te [woonplaats28] ,

32. [eiser32] ,

wonende te [woonplaats29] ,

33. [eiser33] ,

wonende te [woonplaats30] ,

34. [eiser34] ,

wonende te [woonplaats31] ,

35. [eiser35] ,

wonende te [woonplaats32] ,

36. [eiser36] ,

wonende te [woonplaats33] ,

37. [eiser37] ,

wonende te [woonplaats34] ,

38. [eiser38] ,

wonende te [woonplaats35] ,

39. [eiser39] ,

wonende te [woonplaats36] ,

40. [eiser40] ,

wonende te [woonplaats37] ,

41. [eiser41] ,

wonende te [woonplaats38] ,

42. [eiser42] ,

wonende te [woonplaats39] ,

43. [eiser43] ,

wonende te [woonplaats40] ,

44. [eiser44] ,

wonende te [woonplaats41] ,

45. [eiser45] ,

wonende te [woonplaats42] ,

46. [eiser46] ,

wonende te [woonplaats43] ,

47. [eiser47] ,

wonende te [woonplaats44] ,

48. [eiser48] ,

wonende te [woonplaats45] ,

49. [eiser49] ,

wonende te [woonplaats46] ,

50. [eiser50] ,

wonende te [woonplaats47] ,

51. [eiser51] ,

wonende te [woonplaats48] ,

52. [eiser52] ,

wonende te [woonplaats49] ,

53. [eiser53] ,

wonende te [woonplaats50] ,

54. [eiser54] ,

wonende te [woonplaats51] ,

55. [eiser55] ,

wonende te [woonplaats52] ,

56. [eiser56] ,

wonende te [woonplaats53] ,

57. [eiser57] ,

wonende te [woonplaats54] ,

58. [eiser58] ,

wonende te [woonplaats55] ,

59. [eiser59] ,

wonende te [woonplaats56] ,

60. [eiser60] ,

wonende te [woonplaats57] ,

61. [eiser61] ,

wonende te [woonplaats58] ,

62. [eiser62] ,

wonende te [woonplaats59] ,

63. [eiser63] ,

wonende te [woonplaats60] ,

64. [eiser64] ,

wonende te [woonplaats61] ,

65. [eiser65] ,

wonende te [woonplaats62] ,

66. [eiser66] ,

wonende te [woonplaats63] ,

67. [eiser67] ,

wonende te [woonplaats64] ,

68. [eiser68] ,

wonende te [woonplaats65] ,

69. [eiser69] ,

wonende te [woonplaats66] ,

70. [eiser70] ,

wonende te [woonplaats67] ,

71. [eiser71] B.V. ,

gevestigd te Den Haag (en mede kantoorhoudend te Monster),

72. [eiser72] ,

wonende te [woonplaats68] ,

73. [eiser73] ,

wonende te [woonplaats69] ,

74. [eiser74] ,

wonende te [woonplaats70] ,

75. [eiser75] ,

wonende te [woonplaats71] ,

76. [eiser76] ,

wonende te [woonplaats72] ,

77. [eiser77] ,

wonende te [woonplaats73] ,

78. [eiser78] ,

wonende te [woonplaats74] ,

79. [eiser79] ,

wonende te [woonplaats75] ,

80. [eiser80] ,

wonende te [woonplaats76] ,

81. [eiser81] ,

wonende te [woonplaats77] ,

82. [eiser82] ,

wonende te [woonplaats78] ,

83. [eiser83] ,

wonende te [woonplaats79] ,

84. [eiser84] ,

wonende te [woonplaats80] ,

85. [eiser85] ,

wonende te [woonplaats81] ,

86. [eiser86] ,

wonende te [woonplaats82] ,

87. [eiser87] ,

wonende te [woonplaats83] ,

88. [eiser88] ,

wonende te [woonplaats84] ,

89. [eiser89] ,

wonende te [woonplaats85] ,

advocaat mr. D.Th.J. van der Klei te Den Haag,

tegen

DELTA FIBER NETWERK B.V. ,

gevestigd te Middelburg,

advocaat mr. W.G.B. van de Ven te Rotterdam.

De eisers van wie de vorderingen niet zijn ingetrokken, worden hierna samen eisers genoemd. Dit zijn eisers 1 tot en met 5, 7 tot en met 10, 12 tot en met 15, 17 tot en met 20, 22, 23, 25, 27 tot en met 31, 33, 34, 37, 39, 40, 42, 43, 45 tot en met 47, 49 tot en met 52, 55 tot en met 60, 62, 64, 66, 68, 70 tot en met 76, 78, 79, 82, 83, 86 en 88 (zie onder 1.2 van dit vonnis). Gedaagde wordt hierna DFN genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in incident van 31 augustus 2022 van deze rechtbank en de daarin vermelde processtukken, waarbij de onderhavige zaak is gevoegd met zaaknummer / rolnummer C/10/633269 / HA ZA 22-128 en de mondelinge behandeling is bepaald op 12 oktober 2022;

- de brieven van 12 september 2022 van de rechtbank met nadere informatie over deze mondelinge behandeling;

- de conclusie van antwoord, met zes producties;

- de akte houdende producties ten behoeve van comparitie van DFN, met producties 7 tot en met 13;

- het akteverzoek ter comparitie van eisers, met productie 26;

- de brief van 28 september 2022 van eisers, met producties 27 tot en met 43, waaronder een akte eisvermindering tevens rectificatie;

- de brief van 5 oktober 2022 van eisers, met producties 44 tot en met 46;

- de spreekaantekeningen van beide partijen voor de mondelinge behandeling op 10 oktober 2022;

- de akte uitlatingen naar aanleiding van comparitie van DFN.

1.2

Bij akte eisvermindering tevens rectificatie zijn de vorderingen van eisers 6, 24, 32, 35, 36, 53, 61, 63, 84, 85, 87 en 89 ingetrokken. Tijdens de mondelinge behandeling zijn de vorderingen van eisers 11, 16, 26, 44, 48, 54 en 67 ingetrokken. In het licht van de mondelinge behandeling en de akte uitlatingen naar aanleiding van comparitie van DFN moeten ook de vorderingen van eisers 21, 38, 41, 65, 69, 77, 80 en 81 als ingetrokken worden beschouwd.

1.3.

Ook de hiervoor genoemde zaak met rolnummer 22-128 is tijdens de zitting van 10 oktober 2022 behandeld. De vorderingen in die zaak zijn ter zitting ingetrokken. Die zaak is vervolgens doorgehaald.

1.4.

Na ontvangst van de akte uitlatingen naar aanleiding van comparitie op 12 oktober 2022 is in de onderhavige zaak vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

DFN, dat tot 20 april 2020 onder meer handelde onder de naam Glasvezel buitenaf (en hierna mede met die handelsnaam wordt aangeduid), houdt zich bezig met het aanleggen van openbare elektronische communicatienetwerken waarover andere partijen elektronische communicatiediensten kunnen aanbieden. Zij investeert met dit doel in de aanleg, de exploitatie en het onderhoud van zulke netwerken.

2.2.

In 2019 is Glasvezel buitenaf een campagne gestart om bewoners en bedrijven in het buitengebied van de gemeenten Westland en Midden-Delfland te interesseren in een aansluiting op een glasvezelnetwerk. Bij brief van 5 juli 2019 heeft Glasvezel buitenaf de inwoners van dit gebied meegedeeld dat gestart zal worden met de aanleg van glasvezel indien 50% van de huishoudens zich voor 16 september 2019 heeft aangemeld. Eisers hebben zich aangemeld voor een aansluiting op het glasvezelnetwerk. Glasvezel buitenaf heeft deze aanmeldingen als volgt schriftelijk bevestigd:

“(…)

Dit is de bevestiging van de overeenkomst met Glasvezel Buitenaf.

(…)

Algemene Voorwaarden

Bij uw aanmelding voor een glasvezelabonnement bent u akkoord gegaan met de Algemene Voorwaarden. Deze zijn als bijlage bij deze bevestiging gevoegd (…)”

2.3.

De algemene voorwaarden van Glasvezel buitenaf, versie 3.1, november 2018, (hierna: AV) luiden, voor zover hier van belang, als volgt:

“(…)

Voorinschrijving

In een gebied wordt pas gestart met de aanleg van het glasvezelnetwerk wanneer een minimaal percentage van het aantal huishoudens een abonnement afsluit bij een dienstaanbieder. (…) Wanneer dit percentage na afloop van de voorinschrijvingsperiode niet wordt behaald, kan Glasvezel buitenaf ervoor kiezen om geen glasvezelnetwerk aan te leggen. In dat geval wordt het contract dat u tijdens de voorinschrijvingsperiode met ons bent aangegaan, beëindigd.

(…)

4.3.

Kunnen wij het contract beëindigen?

Glasvezel buitenaf beëindigt een contract alleen als er zwaarwegende redenen zijn. Glasvezel buitenaf kan dan de glasvezelaansluiting deactiveren. We houden ons aan een opzegtermijn van minimaal 30 dagen. In de praktijk gaat het vooral om klanten die niet betalen. Als Glasvezel buitenaf het contract beëindigt, kunt u niet langer gebruik maken van de glasvezelaansluiting. Dat betekent ook dat de dienstaanbieder in dat geval niet langer haar diensten (bijvoorbeeld internet-, tv-of andere telecomdiensten) aan u kan leveren. Heeft u nog een lopend contract bij uw dienstaanbieder, dan blijft u wel verplicht om de abonnementsgelden aan uw dienstaanbieder te betalen.

En hoewel het in de praktijk zelden voorkomt, is het mogelijk dat wij geen toestemming krijgen voor graafwerkzaamheden op privéterrein van derden, terwijl die graafwerkzaamheden noodzakelijk zijn voor het realiseren van uw glasvezelaansluiting. Dit kan betekenen dat wij uw woning niet kunnen aansluiten. Uiteraard informeren wij u hierover en wordt het contract dan beëindigd.

(…)”

2.4.

De in 2.2 genoemde grens van minimaal 50% aanmeldingen is gehaald.

2.5.

Glasvezel buitenaf heeft in oktober 2019 aan eisers per brief meegedeeld dat zij glasvezel krijgen.

2.6.

Op 28 december 2019 heeft Glasvezel buitenaf een persbericht naar buiten gebracht met de mededeling dat iedereen die zich heeft ingeschreven voor glasvezel is verzekerd van een glasvezelaansluiting.

2.7.

Glasvezel buitenaf heeft in februari 2020 schriftelijk aan eisers meegedeeld dat zij is gestart met de voorbereiding van de aanleg van het glasvezelnetwerk. In het persbericht van 11 februari 2020 staat, voor zover relevant, het volgende:

“In december 2019 maakte Glasvezel buitenaf bekend dat alle inwoners van het buitengebied van Westland & Midden Delfland die zich hebben aangemeld voor een glasvezel aansluiting worden aangesloten. Gistermiddag tekenden wethouder Snijders (vergunningen) en Glasvezel buitenaf de samenwerkingsovereenkomst voor de aanleg van glasvezel in het buitengebied van de gemeente Westland.”

2.8.

Op 20 april 2020 heeft Glasvezel buitenaf via een persbericht naar buiten gebracht dat zij verder gaat onder de naam DFN.

2.9.

DFN heeft in juli 2020 aan eisers per brief, voor zover van belang, het volgende meegedeeld:

“(…)

Glasvezel buitenaf heeft in 2019 een succesvolle glasvezelcampagne afgerond in Westland Midden-Delfland en aangekondigd glasvezel aan te leggen in het buitengebied. Zoals u heeft gemerkt, is de aanleg van glasvezel nog niet gestart.

(…)

Complexiteit van gebied

Wij hebben samen met de aannemer het gebied Westland Midden-Delfland in kaart gebracht. Het gebied is complex qua aanleg door de aanwezigheid van de vele waterwegen, smalle bermen en de vele natuurgebieden. We kiezen er daarom voor om de voorbereidingen zorgvuldig te doen. Dit betekent dat we extra tijd en aandacht nodig hebben.

De aannemer heeft het aanleggebied gecategoriseerd van complex naar zeer complex. Op basis hiervan bepalen wij waar we starten en hoe we gaan aanleggen. In september verwachten wij hierover meer te kunnen zeggen en informeren wij u hier persoonlijk over.

Wat betekent het voor u?

Wij realiseren ons dat u liever nog vandaag dan morgen een goede breedbandverbinding heeft. Ons uitgangspunt is en blijft dan ook om het buitengebied van uw gemeente te voorzien van glasvezel. Het aanbod voor u verandert niet. (…)”

2.10.

Bij brief van 16 december 2020 heeft DFN aan eisers meegedeeld dat de aanleg van het glasvezelnetwerk niet doorgaat omdat de kosten te hoog zijn. DFN heeft in deze brief aangegeven dat de aanleg door de vele waterkeringen en dijken veel complexer is gebleken dan zij had ingeschat. In plaats daarvan zal DFN het bestaande coaxkabelnetwerk gaan verbeteren.

2.11.

Bij brief van 15 januari 2021 hebben eisers DFN gesommeerd om binnen tien dagen te bevestigen dat DFN alsnog zal overgaan tot de aanleg van glasvezel in het buitengebied van Westland.

2.12.

Aan deze sommatie heeft DFN geen gevolg gegeven. DFN is overgegaan tot verbetering van het bestaande coaxkabelnetwerk.

3. Het geschil

3.1.

Eisers vorderen na twee verminderingen van eis – bij akte en tijdens de mondelinge behandeling – om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair

1. DFN te veroordelen de met eisers gesloten contracten na te komen en DFN te bevelen binnen 3 maanden te starten met de aanleg van glasvezel in het buitengebied van Westland en binnen 18 maanden het gehele buitengebied van Westland te verglazen, op straffe van een dwangsom van € 100.000,- per dag bij niet-nakoming van dit bevel;

subsidiair

2. te verklaren voor recht dat DFN onrechtmatig handelt “door niet na te komen de beloften en toezeggingen en/of het niet realiseren ondanks het behalen van het minimum percentage van 50%”;

3. DFN te bevelen om binnen drie maanden over te gaan tot aanleg van glasvezel in het buitengebied van Westland, op straffe van een dwangsom van € 100.000,- per dag dat DFN dit bevel niet nakomt;

4. DFN te veroordelen om de coaxkabel die er nu ligt deugdelijk te onderhouden en zo nodig te vervangen “omdat na 40 jaar deze te veel stoort, een te traag internet geeft”, op straffe van een dwangsom van € 100.000,- per dag dat DFN in gebreke blijft als zij niet binnen 10 maanden de gehele coaxkabel in het buitengebied van Westland heeft vervangen;

5. DFN te veroordelen in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Aan hun primaire vordering leggen eisers ten grondslag dat DFN haar verbintenis uit de overeenkomsten met eisers niet is nagekomen. DFN heeft een onvoorwaardelijke verplichting op zich genomen om een glasvezelnetwerk aan te leggen en eisers daarop aan te sluiten. DFN heeft dat niet gedaan en schiet daarom tekort in de nakoming van de met eisers gesloten overeenkomsten.

Aan hun subsidiaire vorderingen leggen eisers ten grondslag dat DFN onrechtmatig handelt door haar onvoorwaardelijke toezeggingen om het buitengebied van Westland te verglazen niet na te komen. Daarnaast voldoet DFN niet aan haar onderhoudsplicht van het huidige coaxkabelnetwerk. De coaxkabel is veertig jaar oud, te traag en geeft veel storingen. DFN is overgegaan tot het vervangen van de modems, maar dit levert onvoldoende resultaat op. De coaxkabel zelf moet door DFN vervangen worden, zodat eisers een goede internetverbinding krijgen.

3.3.

DFN voert gemotiveerd verweer en concludeert primair tot niet-ontvankelijkverklaring van eisers in hun vorderingen en subsidiair tot afwijzing van deze vorderingen.

3.4.

Met betrekking tot de primaire vordering weerspreekt DFN dat zij de met eisers gesloten overeenkomsten moet nakomen. DFN heeft geen onvoorwaardelijke aanlegverplichting op zich genomen. DFN voert aan dat zij de overeenkomsten rechtsgeldig heeft beëindigd op grond van artikel 4.3 AV. Er is sprake van de in dat artikel bedoelde zwaarwegende redenen, omdat gebleken is dat de aanleg van glasvezel in het buitengebied van Westland te complex en daardoor te duur is. Daarnaast voert DFN aan dat de onverwacht hoge kosten een onvoorziene omstandigheid zijn zoals bedoeld in artikel 6:258 BW en dat eisers daarom geen nakoming van de overeenkomsten mogen verwachten.

Met betrekking tot de subsidiaire vorderingen voert DFN aan dat zij geen onvoorwaardelijke toezeggingen heeft gedaan om een glasvezelnetwerk aan te leggen en eisers daarop aan te sluiten. DFN heeft het coaxkabelnetwerk recent verbeterd en de internetverbinding is goed.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De vordering om het gehele buitengebied van Westland te verglazen

4.1.

Eisers vorderen dat DFN in het gehele buitengebied van Westland een glasvezelnetwerk aanlegt. Deze vordering is om de volgende redenen niet toewijsbaar.

4.2.

Eisers kunnen nakoming vorderen van de overeenkomsten die zij zelf met DFN hebben gesloten, maar niet van de overeenkomsten die anderen met DFN hebben gesloten. Het is aan die anderen om te bepalen of zij nakoming van de door hen met DFN gesloten overeenkomsten vorderen en niet aan eisers. Er is ook geen sprake van een collectieve actie, maar van een vordering van verschillende individuele eisers.

Tijdens de mondelinge behandeling hebben eisers een beroep gedaan op zaakwaarneming (artikel 6:198 BW). Zij hebben echter niet onderbouwd waarom zij op deze grond zouden kunnen vorderen dat anderen worden aangesloten op een glasvezelnetwerk (en DFN heeft dit weersproken). Het beroep op zaakwaarneming gaat dus niet op.

4.3.

Eisers voeren ook aan dat DFN onvoorwaardelijk heeft toegezegd dat zij het gehele buitengebied van Westland zal verglazen. Ook als dat zo zou zijn, kunnen eisers geen nakoming van die toezegging vorderen. Eisers hebben belang bij een eigen aansluiting op een glasvezelnetwerk, zoals zij met DFN zijn overeengekomen, maar zij hebben geen persoonlijk belang bij de aanleg van een glasvezelnetwerk in het gehele buitengebied van Westland. Er zijn ongetwijfeld ook bewoners of bedrijven die geen behoefte hebben aan een aansluiting op een glasvezelnetwerk en er zijn mogelijk ook particuliere grondeigenaren die niet willen meewerken aan de aanleg van dat netwerk. Eisers hebben ook niet nader onderbouwd op welke rechtsgrond zij aanspraak zouden kunnen maken op nakoming van deze gestelde toezegging van DFN.

De vordering om eisers aan te sluiten op een glasvezelnetwerk

4.4.

Tussen partijen staat vast dat DFN bij gelegenheid van de totstandkoming van de overeenkomsten met eisers de voorwaarde heeft gesteld dat minimaal 50% van de huishoudens in het relevante gebied zich voor een glasvezelverbinding zou aanmelden. Vast staat ook dat deze drempel is gehaald. Gesteld noch gebleken is dat de overeenkomsten onder nog (een) andere voorwaarde(n) zijn aangegaan. DFN heeft eisers gefeliciteerd met hun toekomstige glasvezelaansluiting en vervolgens meerdere malen uitdrukkelijk verzekerd dat er glasvezel zou komen. Ook toen al duidelijk was dat de aanleg in het gebied complexer (en dus duurder) was dan verwacht, heeft DFN eisers nogmaals meegedeeld dat uitgangspunt is en blijft dat er een glasvezelnetwerk zal komen waarop zij worden aangesloten, maar het alleen langer zou gaan duren.

In het vervolg van deze beoordeling moet daarom uitgangspunt zijn dat DFN weliswaar een voorwaarde heeft gesteld, maar dat die voorwaarde is vervuld. Dat betekent dat de overeenkomsten onvoorwaardelijk zijn geworden. Het debat van partijen spitst zich toe op de vraag of DFN deze overeenkomsten vervolgens rechtsgeldig heeft opgezegd.

4.5.

Partijen verschillen van mening of DFN met een beroep op artikel 4.3 AV kan weigeren eisers aan te sluiten op een glasvezelnetwerk. Zo niet, dan moet vervolgens worden beoordeeld of er sprake is van onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 BW die maken dat DFN de overeenkomsten met eisers niet hoeft na te komen. De stelplicht op deze twee punten rust op DFN.

Artikel 4.3 AV

4.6.

Eisers stellen zich op het standpunt dat DFN geen beroep kan doen op artikel 4.3 AV. Volgens eisers volgt uit de tekst van deze bepaling dat deze alleen van toepassing is in situaties waarin er al aanleg van een glasvezelnetwerk heeft plaatsgevonden. Dat is hier niet het geval. DFN is ook na contractsluiting in haar vele brieven en persberichten blijven toezeggen dat er een glasvezelnetwerk zou komen, ook toen haar al duidelijk was dat de aanleg complex en duur zou worden. Daarom mochten eisers er gerechtvaardigd op vertrouwen dat zij een glasvezelaansluiting zouden krijgen.

4.7.

DFN voert aan dat uit de eerste volzin van artikel 4.3 AV volgt dat zij kan besluiten van de aanleg van een glasvezelnetwerk af te zien als zwaarwegende redenen daarom vragen. Dat kunnen allerlei redenen zijn, ook hoge aanlegkosten. De tweede zin van artikel 4.3 AV, waarin is bepaald dat DFN de glasvezelaansluiting kan “deactiveren”, is een verbijzondering van de eerste volzin, maar beperkt die eerste volzin niet. Artikel 4.3 AV is dus ook van toepassing als er nog geen glasvezelnetwerk ligt, aldus DFN.

4.8.

Partijen verschillen dus van mening over de uitleg van artikel 4.3 AV. De rechtbank zal dit artikel daarom moeten uitleggen. Bij deze uitleg komt het aan op de betekenis die partijen redelijkerwijs aan deze bepaling mogen toekennen en op wat zij redelijkerwijs van elkaar mogen verwachten. Dit neemt niet weg dat in de praktijk de tekst van de desbetreffende contractuele bepaling van groot belang kan zijn. Ook de aard van die bepaling (in dit geval een algemene voorwaarde) en de hoedanigheid van partijen (in dit geval aan de ene kant een professionele partij en aan de andere kant voornamelijk consumenten) kan van betekenis zijn. Ten slotte kan ook het handelen van partijen na het sluiten van de overeenkomst van belang zijn bij de uitleg van die overeenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden, omdat daaruit kan blijken hoe partijen de overeenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden hebben begrepen. Steeds komt het aan op alle omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid.

4.9.

De tekst van artikel 4.3 AV (zie onder 2.3) wijst in de richting dat deze bepaling ziet op situaties waarin er al een glasvezelnetwerk ligt en er problemen zijn met een glasvezelaansluiting op een specifiek adres. Uit de tweede volzin van deze bepaling volgt namelijk dat DFN een glasvezelaansluiting kan “deactiveren” als zij een overeenkomst wegens zwaarwegende redenen beëindigt, wat impliceert dat er al een glasvezelnetwerk ligt en ook een aansluiting naar de woning (of het bedrijf). Het in artikel 4.3 AV genoemde voorbeeld van een niet-betalende klant wijst in dezelfde richting. Dat geldt ook voor de derde volzin van artikel 4.3 AV, waarin staat dat DFN een opzegtermijn in acht zal nemen. Niet valt immers in te zien wat het nut is van een opzegtermijn als er nog geen werkende glasvezelaansluiting is. De tweede alinea van artikel 4.3 AV, waarin staat dat DFN het contract kan beëindigen als er praktische problemen zijn bij de aansluiting van een specifiek adres op het glasvezelnetwerk, heeft betrekking op de situatie waarin er al een glasvezelnetwerk ligt en DFN bereid is om een adres daarop aan te sluiten, maar dat niet kan omdat een derde de daarvoor noodzakelijke toestemming weigert. Over de situatie die hier aan de orde is, waarin DFN ondanks een succesvolle voorinschrijving wil afzien van de aansluiting van eisers op een glasvezelnetwerk, is niets bepaald. De tekst van artikel 4.3 AV biedt dan ook geen aanknopingspunten voor de uitleg van DFN, maar ondersteunt de door eisers bepleite uitleg.

4.10.

Lezing van artikel 4.3 in het licht van de overeenkomst als geheel wijst ook in de richting dat deze bepaling niet ziet op de onderhavige situatie. De bepaling “Voorinschrijving” uit de AV ziet specifiek op de aanleg van het glasvezelnetwerk. Uit de tekst onder dit kopje (zie onder 2.3) volgt dat DFN niet verplicht is om de aanmelders aan te sluiten op glasvezel indien het minimale percentage aanmeldingen niet wordt gehaald tijdens de voorinschrijving. Vast staat dat dit minimale percentage – van in dit geval 50 – is gehaald. De AV bevat geen aanwijzingen voor de gedachte dat DFN ook van het aanleggen van een netwerk zou kunnen afzien om andere redenen dan het niet behalen van dit minimale percentage aanmeldingen. Niet gebleken is dat DFN zich die vrijheid in andere uitlatingen dan de AV wel heeft voorbehouden. Het geheel van de AV wijst er dus op dat in situaties waarin artikel 4.3 AV aan de orde kan komen het al dan niet aanleggen van het netwerk al een gepasseerd station is.

4.11.

De rechtbank concludeert dat DFN de overeenkomsten met eisers niet rechtsgeldig heeft beëindigd op grond van artikel 4.3 AV. DFN heeft geen feiten gesteld die kunnen leiden tot de conclusie dat zij de overeenkomsten buiten de regeling van artikel 4.3 AV om kon opzeggen. Van een rechtsgeldige beëindiging is dus al met al geen sprake.

Onvoorziene omstandigheden?

4.12.

Ter zitting heeft DFN zich op artikel 6:258 BW beroepen en aangevoerd dat nakoming van de overeenkomsten niet van haar kan worden gevergd, omdat de aansluiting van eisers op een glasvezelnetwerk te kostbaar en daardoor niet rendabel is. DFN heeft na de voorinschrijving de precieze aanlegkosten laten berekenen en heeft niet kunnen voorzien dat deze zo hoog zouden uitvallen. Dat is volgens DFN een onvoorziene omstandigheid zoals bedoeld in artikel 6:258 BW.

4.13.

Eisers hebben daartegen ingebracht dat de omstandigheid dat het financieel bezwaarlijk is om hen aan te sluiten op een glasvezelnetwerk niet kwalificeert als een onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 6:258 BW. DFN heeft bovendien haar standpunt onvoldoende onderbouwd. Volgens eisers waren de kosten niet onvoorzienbaar, omdat het gebied na de voorinschrijving niet is veranderd en DFN al bekend was met het gebied omdat zij het coaxkabelnetwerk beheert. Daarnaast stellen eisers zich op het standpunt dat DFN de kosten zou moeten kunnen dragen en bovendien subsidie kan aanvragen. Niet valt in te zien waarom nakoming onder deze omstandigheden niet kan worden gevergd.

4.14.

Voor een geslaagd beroep op artikel 6:258 lid 1 BW moet er sprake zijn van een onvoorziene omstandigheid die van dien aard is dat de wederpartij geen (ongewijzigde) instandhouding van de contractuele rechtsverhouding mag verwachten. Hieraan is niet snel voldaan. De redelijkheid en billijkheid vereisen dat partijen zich in beginsel houden aan wat zij met elkaar afspreken en laten afwijking daarvan slechts bij hoge uitzondering toe. Een beroep op onvoorziene omstandigheden kan dan ook niet snel worden gehonoreerd. Uit artikel 6:258 lid 2 BW volgt dat voor wijziging of ontbinding van een overeenkomst geen plaats is als de onvoorziene omstandigheden op grond van de overeenkomst of de verkeersopvattingen voor rekening komen van degene die zich erop beroept.

4.15.

De rechtbank is van oordeel dat DFN onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld voor een geslaagd beroep op artikel 6:258 BW. Volgens de in het verkeer geldende opvattingen komt het niet rendabel zijn van een investering in beginsel voor rekening van de ondernemer die deze investering is overeengekomen. DFN heeft onvoldoende gemotiveerd waarom dat hier niet het geval zou zijn. DFN heeft er zelf voor gekozen om aan haar aanbod slechts de voorwaarde te verbinden van een minimaal percentage inschrijvingen (dat is gehaald) en (kennelijk) niet voorafgaand aan de voorinschrijving een gedetailleerde kostenberekening te laten maken, maar pas daarna, toen zij al een aansluitverplichting op zich had genomen. Als een berekening vooraf – zoals DFN stelt – niet mogelijk was, had het op de weg van DFN gelegen om een voorbehoud te maken in verband met de nog te berekenen aanlegkosten. Dat heeft DFN zoals hiervoor overwogen niet gedaan. De omstandigheid dat de investering hoge kosten met zich brengt en niet rendabel is voor DFN, komt ook als daarvan wordt uitgegaan voor haar rekening en risico. DFN heeft ook verder geen bijzondere omstandigheden gesteld die maken dat zij de gesloten overeenkomsten niet hoeft na te komen.

Conclusie

4.16.

Uit het voorgaande volgt dat DFN gehouden is de overeenkomsten met eisers na te komen en hen aan te sluiten op een glasvezelnetwerk.

Eiser 28

4.17.

De vorderingen van eiser 28 zijn mede ingesteld namens een vereniging. Er is geen informatie verstrekt over deze vereniging en de belangen die zij behartigt of over de bevoegdheid van eisers om de vereniging te vertegenwoordigen. Evenmin is duidelijk welke leden van deze vereniging een overeenkomst met DFN zouden hebben gesloten en nakoming daarvan wensen te vorderen. De vorderingen van eiser 28 zijn dan ook niet toewijsbaar voor zover zij namens deze vereniging zijn ingesteld.

De te nemen beslissingen

4.18.

De rechtbank zal DFN veroordelen tot nakoming van de met eisers gesloten overeenkomsten tot aansluiting op haar glasvezelnetwerk. Dit moet worden beschouwd als het mindere van de door eisers ingestelde vordering om het gehele buitengebied van Westland te verglazen (vergelijk overweging 4.1- 4.3).

DFN zal niet worden veroordeeld om binnen drie maanden te beginnen met de uitvoering van dit vonnis. DFN moet tijd worden gegund om werkzaamheden voor te bereiden. Niet vanzelfsprekend is dat DFN op korte termijn voldoende werknemers of aannemers ter beschikking kan krijgen om de glasvezelaansluitingen te realiseren. Het belang van eisers vergt bovenal dat hun aansluitingen binnen een bepaalde termijn worden gerealiseerd, niet dat DFN binnen een bepaalde termijn met de werkzaamheden begint.

De noodzaak om de werkzaamheden voor te bereiden, met inbegrip van het regelen van de nodige menskracht voor de uitvoering, is voor de rechtbank reden om de termijn waarbinnen de overeenkomsten met eisers moet zijn nagekomen op 24 maanden te stellen in plaats van de gevorderde 18 maanden. De rechtbank ziet geen reden om een nog langere termijn te stellen. DFN heeft daar niet specifiek om gevraagd en bovendien is tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat DFN naar de wijkcentrales in het buitengebied al glasvezel heeft aangelegd, zodat zij niet bij nul hoeft te beginnen.

4.19.

De rechtbank zal aan de uit te spreken veroordeling tot nakoming een dwangsom verbinden. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt tot € 100,00 per eiser per dag, met een maximum van € 10.000,00 per eiser.

4.20.

Gelet op het voorgaande hebben eisers geen belang meer bij hun subsidiaire vorderingen 2, 3 en 4 of zijn die vorderingen niet voor toewijzing vatbaar.

4.21.

De rechtbank moet de proceskosten indien nodig ambtshalve vaststellen. Dat eisers deze kosten uitsluitend subsidiair hebben gevorderd, staat aan een proceskostenveroordeling van DFN dus niet in de weg.

4.22.

DFN zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding € 125,03

- griffierecht € 676,00

- salaris advocaat € 1.126,00 (2,0 punten × tarief € € 563,00)

Totaal € 1.927,03

4.23.

Uit het arrest van 10 juni 2022 van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:853), onder 2.3, leidt de rechtbank af dat in dit vonnis geen aparte beslissingen hoeven te worden genomen over de mede gevorderde nakosten.

4.24.

De rechtbank zal de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad verklaren. DFN heeft daartegen geen verweer gevoerd.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt DFN tot nakoming van de met eisers 1 tot en met 5, 7 tot en met 10, 12 tot en met 15, 17 tot en met 20, 22, 23, 25, 27, 28 (voor zover het hemzelf betreft, 29 tot en met 31, 33, 34, 37, 39, 40, 42, 43, 45 tot en met 47, 49 tot en met 52, 55 tot en met 60, 62, 64, 66, 68, 70 tot en met 76, 78, 79, 82, 83, 86 en 88 gesloten overeenkomsten door deze eisers uiterlijk 24 maanden na betekening van dit vonnis aan te sluiten op het glasvezelnetwerk van DFN, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per eiser voor iedere dag dat DFN niet voldoet aan deze veroordeling, met een maximum van € 10.000,00 per eiser,

5.2.

veroordeelt DFN in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 1.927,03,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. van Velzen, mr. Th. Veling, mr. N.M. Ketelaar en in het openbaar uitgesproken op 23 november 2022.

3596/3194/1980