Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:9975

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-10-2021
Datum publicatie
15-10-2021
Zaaknummer
C/10/608216 / HA ZA 20-1109eindvonnis
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gedaagde partij maakt geen gebruik van de haar geboden gelegenheid om bewijs te leveren. Eindvonnis na tussenvonnis (ECLI:NL:RBROT:2021:7341).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

Zittingsplaats Dordrecht

zaaknummer / rolnummer: C/10/608216 / HA ZA 20-1109

Vonnis van 13 oktober 2021

in de zaak van

[naam eiseres] , in haar hoedanigheid van beneficiair erfgenaam en vereffenaar in de nalatenschap van [naam erflaatster] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres,

advocaat mr. S. Meeuwsen te Gorinchem,

tegen

[naam gedaagde] , in haar hoedanigheid van beneficiair erfgenaam en vereffenaar in de nalatenschap van [naam erflaatster] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

advocaat mr. R.H. Steensma te Rotterdam.

Partijen zullen hierna ‘ [naam eiseres] ’ en ‘ [naam gedaagde] ’ genoemd worden.

1. Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis van 21 juli 2021;

  • -

    de akte uitlating bewijs van [naam gedaagde] .

1.2.

De datum van dit vonnis is vervolgens bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1.

In deze procedure heeft [naam eiseres] gevorderd [naam gedaagde] te veroordelen een bedrag van € 69.645,48 te betalen aan de nalatenschap van [naam erflaatster], geboren op [geboortedatum erflaatster] en overleden op 12 oktober 2019 (hierna: erflaatster).

2.2.

In het vonnis van 21 juli 2021 is [naam gedaagde] in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat zij € 7.500,- contant heeft betaald aan erflaatster voor de auto (Opel Karl) die [naam gedaagde] van erflaatster heeft gekocht. De zaak is verwezen naar de rol waar [naam gedaagde] zich kon uitlaten over de vraag of en zo ja, hoe zij dit bewijs wenst te leveren.

2.3.

Bij akte van 18 augustus 2021 heeft [naam gedaagde] de rechtbank bericht dat zij geen gebruik maakt van de haar geboden gelegenheid om bewijs te leveren. Gelet op wat reeds in het vonnis van 21 juli 2021 (met name rechtsoverweging 4.10) is overwogen, zal [naam gedaagde] daarom worden veroordeeld om € 7.500,- te betalen aan de nalatenschap van erflaatster.

2.4.

[naam eiseres] heeft tevens gevorderd [naam gedaagde] te veroordelen dit bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2020 tot aan de dag van algehele voldoening. [naam gedaagde] heeft hiertegen geen apart verweer gevoerd. Nu aan de vereisten van artikel 6:119 BW is voldaan, zal de rechtbank dit eveneens toewijzen.

2.5.

Conform het vonnis van 21 juli 2021 wordt de vordering van [naam eiseres] met betrekking tot de rente op de geldlening en de geldopnames voor het overlijden van erflaatster afgewezen.

2.6.

Omdat partijen zussen zijn, worden de proceskosten gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

3. De beslissing

De rechtbank

veroordeelt [naam gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 7.500,- aan de nalatenschap van erflaatster, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 4 augustus 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart het voorgaande uitvoerbaar bij voorraad;

compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2021.

3120