Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:9597

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-09-2021
Datum publicatie
05-10-2021
Zaaknummer
10/750388-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan verschillende feiten die betrekking hebben op - kort gezegd - het hacken van accounts van derden bij webwinkels. De verdachte heeft “combolijsten” met daarop een veelvoud aan combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden ontvangen, verkocht, overgedragen en voorhanden gehad.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/750388-20

Datum uitspraak: 16 september 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres verdachte]

raadsman mr. T.P. van der Eerden, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de openbare terechtzitting van 2 september 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. L.T.M. Verhoeven heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden met aftrek van voorarrest, waarvan vijf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

4. Geldigheid dagvaarding feit 2

4.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de dagvaarding ten aanzien van feit 2 nietig te verklaren, nu deze innerlijk tegenstrijdig is. Als strafverzwarende omstandigheid bij de computervredebreuk is ten laste gelegd dat de verdachte, nadat hij is binnengedrongen op webservers, goederen heeft besteld. Deze handeling valt echter niet onder de strafverzwarende bestanddelen van het tweede lid van artikel 138ab van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).

4.2.

Beoordeling

De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging. Op basis van de tekst van de tenlastelegging en het dossier is het voldoende duidelijk wat de verdachte wordt verweten en waartegen hij zich dient te verdedigen. Dat in de tenlastelegging – zoals de officier van justitie ook ter zitting heeft toegelicht – kennelijk ten overvloede is opgenomen dat de verdachte goederen heeft besteld, maakt de tenlastelegging niet innerlijk tegenstrijdig of onbegrijpelijk. Duidelijk is dat hiermee niet is bedoeld om strafverzwarende bestanddelen als bedoeld in artikel 138ab, tweede lid, Sr ten laste te leggen. De tenlastelegging ziet dus slechts op het eerste lid van artikel 138ab Sr, zoals de officier van justitie ook ter zitting heeft bevestigd. Naar het oordeel van de rechtbank is de dagvaarding geldig.

5. Waardering van het bewijs

5.1.

Vrijspraak feit 1

De verdachte wordt kort gezegd verweten dat hij lijsten met inloggegevens van webshops (inlognaam en wachtwoord, combolijsten genoemd) digitaal voorhanden heeft gehad en deze ook heeft verkocht of verspreid. Voor een bewezenverklaring van artikel 139d, tweede lid aanhef en onder b, Sr is vereist dat een handeling wordt verricht met gegevens waardoor toegang kan worden gekregen tot een geautomatiseerd werk of een deel daarvan. Artikel 80sexies Sr bepaalt dat onder een geautomatiseerd werk wordt verstaan een apparaat of groep van onderling verbonden of samenhangende apparaten, waarvan er één of meer op basis van een programma automatisch computergegevens verwerken. Het moet dus gaan om een vorm van “hardware”. De tenlastelegging bevat ten aanzien van het bestanddeel geautomatiseerd werk alleen het verwijt dat de verdachte handelingen heeft verricht met inloggegevens van klanten die toegang verlenen tot accounts van webshops. De rechtbank is van oordeel dat een account geen “hardware” is, maar een verzameling gegevens van een persoon. Een account valt dus niet aan te merken als een geautomatiseerd werk als bedoeld in artikel 139d Sr (zie ook ECLI:NL:GHDHA:2020:2005). Om die reden zal de rechtbank de verdachte van dit feit vrijspreken.

5.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering feit 2

Het onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

5.3.

Bewijswaardering medeplegen feit 3

5.3.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van dit feit, tezamen en in vereniging gepleegd met het broertje van de verdachte.

5.3.2.

Beoordeling

De verdachte heeft bekend dat hij het hackprogramma “[naam hackprogramma]” voorhanden heeft gehad, maar hij ontkent dat hierbij sprake is geweest van medeplegen. De rechtbank stelt vast dat zowel de verdachte als zijn broertje in dezelfde periode dit hackprogramma voorhanden hebben gehad. Ook hebben zij enkele keren via Telegram een bericht aan elkaar verstuurd waarin dit hackprogramma wordt genoemd. De rechtbank is van oordeel dat dit onvoldoende is om aan te nemen dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking gericht op het voorhanden hebben van dit hackprogramma en zal de verdachte ten aanzien van het medeplegen van dit feit dan ook partieel vrijspreken.

5.4.

Bewijswaardering feit 4

5.4.1

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van dit feit, tezamen en in

vereniging gepleegd met het broertje van de verdachte.

5.4.2

Standpunt verdediging

De verdediging heeft verzocht de verdachte van dit feit integraal vrij te spreken, nu uit het

dossier niet blijkt dat de inloggegevens die op de zogenaamde “combolijsten” stonden

succesvolle combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden bevatten. Daardoor kan

niet worden bewezen dat deze gegevens toegang verleenden tot de accounts van derden.

5.4.3

Beoordeling

Verweer verdediging

Voor een bewezenverklaring van artikel 234 Sr is vereist dat handelingen zijn verricht met gegevens die bestemd zijn tot het plegen van één van de in het eerste lid van dit artikel genoemde misdrijven, in dit geval misbruik van identificerende persoonsgegevens ex artikel 231b Sr. Uit het bestanddeel ‘bestemd tot’ blijkt dat niet is vereist dat deze gegevens daadwerkelijk zijn gebruikt of allemaal bruikbaar waren voor het plegen van dit strafbare feit. Het is een feit van algemene bekendheid dat een digitale lijst met een veelvoud aan inloggegevens (inlognaam en wachtwoord) gebruikt kan worden om ongevraagd in te loggen op accounts van derden. Uit het dossier blijkt dat de “combolijsten” daadwerkelijk dienden om, na inzet van een hackprogramma, werkende combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden uit deze “combolijsten” te filteren en te gebruiken. Hiermee waren de gegevens bestemd tot het plegen van het misdrijf als bedoeld in artikel 231b Sr. Het feit is wettig en overtuigend bewezen.

Medeplegen

Uit het dossier kan worden opgemaakt dat de verdachte en zijn broertje op enkele momenten in de tenlastegelegde periode chatberichten aan elkaar hebben verstuurd die betrekking hadden op één of meer “combolijsten”. De tenlastelegging, in combinatie gelezen met het dossier, ziet echter op een veel groter aantal “combolijsten” dan waarop de chatberichten zien en op verschillende handelingen daarmee. De rechtbank is van oordeel dat de tussen de verdachte en zijn broertje verstuurde berichten onvoldoende aanknopingspunten geven om ten aanzien van alle bewezenverklaarde handelingen en “combolijsten”, en over de gehele periode, van een nauwe en bewuste samenwerking te spreken. De rechtbank zal de verdachte ook voor dit feit partieel vrijspreken van het medeplegen.

5.4.4

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte “combolijsten”, waarvan hij wist dat die bestemd waren tot het plegen van het in artikel 231b Sr omschreven misdrijf, heeft ontvangen, verkocht, overgedragen en voorhanden gehad.

5.5.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

2.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 januari 2020

tot en met 31 augustus 2020 te [plaatsnaam 1] en/of te [plaatsnaam 2], althans in Nederland, meermalen tezamen en in vereniging met een of meer ander(en)telkens opzettelijk en wederrechtelijk in geautomatiseerde werken , te weten websites/webservers van diverse webshops waaronder [naam 1] en [naam 2]) is binnengedrongen, waarbij verdachte en/of zijn mededader(s), toegang tot die werken hebben verworven met hulp van een valse sleutel e, immers hebben verdachte en/of zijn mededader(s) telkens met gebruikmaking van de inloggegevens en/of wachtwoorden tot welk gebruik verdachte en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd waren ingelogd op de websites van voornoemde webshops/winkels;

3.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 1 maart 2020

tot en met 17 september 2020 te [plaatsnaam 1] meermalen telkens een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt en ontworpen was tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid Wetboek van Strafrecht, voorhanden heeft gehad, met het oogmerk om daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab Wetboek van Strafrecht te plegen, immers heeft verdachte een hackprogramma ([naam hackprogramma]) voorhanden gehad, welke malware hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen is om het misdrijf computervredebreuk te plegen, met het oogmerk om opzettelijk en wederrechtelijk binnen te dringen in een geautomatiseerd werk;

4.

hij op meerdere tijdstippen in de periode van 21

augustus 2019 tot en met 17 september 2020 te [plaatsnaam 1] , meermalen, gegevens, te weten lijsten met

inloggegevens en wachtwoorden van webshops heeft ontvangen,, verkocht, overgedragen en voorhanden gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van het in artikel 231b Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

6. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

2.

medeplegen van computervredebreuk, meermalen gepleegd;

3.

met het oogmerk dat daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht wordt gepleegd, een technisch hulpmiddel dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een zodanig misdrijf voorhanden hebben, meermalen gepleegd;

4.

gegevens ontvangen, verkopen, overdragen en voorhanden hebben waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een in artikel 231b van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

7. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

8. Motivering straffen

8.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

8.2.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich gedurende een langere periode schuldig gemaakt aan verschillende feiten die betrekking hebben op - kort gezegd - het hacken van accounts van derden bij webwinkels. De verdachte heeft “combolijsten” met daarop een veelvoud aan combinaties van gebruikersnamen en wachtwoorden ontvangen, verkocht, overgedragen en voorhanden gehad. Om snel te achterhalen of de inloggegevens op deze “combolijsten” werken kan de lijst worden ingevoerd in het programma, waardoor automatisch wordt getest of de combinatie van inlognaam en wachtwoord nog werkt bij een bepaalde webshop. Deze werkende inloggegevens worden gebruikt om in te loggen met andermans account en daar vervolgens op rekening van die ander goederen of diensten af te nemen. De verdachte heeft zo’n hackprogramma voorhanden gehad en heeft zelf ook meermalen ingelogd bij accounts van derden van verschillende webwinkels. Door zo te handelen heeft de verdachte het vertrouwen in het internetverkeer geschaad. De rechtbank neemt het de verdachte extra kwalijk dat hij dit heeft gedaan in een periode dat de coronacrisis in volle omvang heerste en dus op een moment dat iedereen in Nederland voor het afnemen van goederen en diensten grotendeels was aangewezen op online winkelen. Juist dan is het van groot belang dat gebruikers hiervan veilig gebruik kunnen maken en erop kunnen vertrouwen dat dit ook mogelijk is. Ook heeft de verdachte inbreuk gemaakt op het recht van de eigenaren van de webservers op het ongestoord gebruik van hun digitale systeem.

8.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van
5 augustus 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

De verdachte heeft zes dagen in voorarrest gezeten. Hij heeft, na de schorsing van zijn voorlopige hechtenis, zijn schooldiploma gehaald en werkt op dit moment fulltime.

8.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf.

De rechtbank zal echter een gevangenisstraf opleggen van aanmerkelijk kortere duur dan door de officier van justitie is gevorderd. De officier van justitie heeft in haar eis verwezen naar een vonnis van deze rechtbank dat ook ziet op een veroordeling voor meerdere feiten met betrekking tot - kort gezegd - hacken. In die zaak is een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, opgelegd. De rechtbank stelt echter vast dat die zaak en de onderhavige zaak op verschillende punten niet vergelijkbaar zijn. In de zaak waarnaar de officier van justitie verwijst was sprake van meerdere bekende slachtoffers op wiens naam (onder meer) abonnementen zijn afgesloten en van wie foto’s van hun identiteitsbewijzen, creditcards en rijbewijzen zijn verspreid. Ook is in die zaak vastgesteld dat de verdachte zelf veelvuldig bestellingen heeft gedaan op andermans naam, waardoor slachtoffers concreet schade hebben geleden. Daarnaast blijkt uit het vonnis in die zaak dat het plegen van deze misdrijven voor de verdachte de “normale” manier was om aan zijn geld en/of spullen te komen. In de onderhavige zaak heeft het openbaar ministerie de keuze gemaakt om geen nader onderzoek te doen naar de aangetroffen “combolijsten”. Daardoor is niet duidelijk of deze “combolijsten” daadwerkelijk op grote schaal zijn gebruikt en wat het effect daarvan is geweest op potentiële slachtoffers. Op basis van dit dossier kan de rechtbank slechts vaststellen dat een paar personen daadwerkelijk, voor bedragen van enkele tientallen tot enkele honderden euro’s, zijn benadeeld door het handelen van de verdachte. Het is mogelijk dat er meer slachtoffers zijn geweest en dat de verdachte door het plegen van de strafbare feiten op regelmatige basis geld heeft ontvangen, maar dit is door het Openbaar Ministerie niet onderzocht en daarvan is de rechtbank dan ook niet gebleken. De rechtbank volgt de officier dus niet in de stelling dat sprake is geweest van hacken op grote schaal en van vele slachtoffers. Ten slotte overweegt de rechtbank dat in de zaak waarnaar de officier van justitie verwijst, anders dan in de onderhavige, sprake was van recidive.

De rechtbank zal aan de verdachte, mede gelet op zijn persoonlijke omstandigheden, een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen opleggen, met aftrek van de zes dagen die de verdachte in voorarrest heeft gezeten. De rechtbank zal de resterende 24 dagen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Ook zal de rechtbank een taakstraf van 120 uur opleggen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen, waaronder de hieronder besproken verbeurdverklaring, passend en geboden.

9. In beslag genomen voorwerp

9.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen iPhone 11 verbeurd te verklaren.

9.2.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

9.3.

Beoordeling

De in beslag genomen iPhone 11 zal worden verbeurd verklaard. Het voorwerp behoort aan de verdachte toe en het onder 4 bewezen feit is met behulp van dit voorwerp begaan.

10 . Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 47, 57, 138ab, 139d en 234 van het Wetboek van Strafrecht.

11. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

12 . Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) dagen,

bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 24 (vierentwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op 2 (twee) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;


beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, waarbij Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

beslist ten aanzien van het voorwerp, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- verklaart verbeurd als bijkomende straf voor feit 4 de iPhone 11 met goednummer _623243;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. L. Amperse, voorzitter,

en mrs. T. van den Akker en A.L. Pöll, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.J. van Heel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 september 2021.

De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op een en/of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21

augustus 2019 tot en met 17 september 2020 te [plaatsnaam 1] en/of te

[plaatsnaam 2], althans in Nederland, meermalen, althans éénmaal, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) (een) computerwachtwoord(en), toegangscode(s) en/of daarmee vergelijkbaar gegeven(s), waardoor toegang kon worden gekregen tot een (deel van een) geautomatiseerd werk heeft vervaardigd, verkocht, verworven, ingevoerd, verspreid en/of anderszins ter beschikking heeft gesteld en/of voorhanden heeft gehad, met het oogmerk om daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab Wetboek van Strafrecht te plegen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) (lijsten met) inloggegeven(s) en/of daarbij behorende wachtwoord(en) die toegang verlenen tot meerdere, althans een account(s) van webshop(s)/winkel(s) (waaronder onder andere [naam 3] en/of [naam 1] en/of [naam 2]) toebehorende aan een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) voorhanden gehad en/of verspreid en/of verkocht met het oogmerk om opzettelijk en wederrechtelijk binnen te dringen in een geautomatiseerd werk of in een deel daarvan en/of (vervolgens) gegevens die

zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen door middel van het geautomatiseerde werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander over te nemen en/of af te tappen en/of op te nemen;

2.

hij op een en/of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 augustus 2019 tot en met 17 september 2020 te [plaatsnaam 1] en/of te [plaatsnaam 2], althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in één of meer geautomatiseerde werken voor opslag en/of verwerking van gegevens, te weten meerdere, althans een website(s) /webserver en/of een netwerk van diverse webshops/winkels (waaronder onder andere [naam 3] en/of [naam 1] en/of [naam 2]) en/of accounts van die webshops/winkels toebehorende aan een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) althans een deel daarvan, is binnengedrongen, waarbij hij, verdachte en/of zijn mededader(s), toegang tot dat/die werk(en) heeft/hebben verworven met hulp van valse signalen en/of valse sleutel en/of

door het aannemen van een valse hoedanigheid, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) (met gebruikmaking van de inloggegeven(s) en/of wachtwoord(en) tot welk gebruik hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) niet gerechtigd was/waren) ingelogd in de accounts van die onbekend gebleven perso(o)n(en) op de website(s) van voornoemde webshops/winkels en/of (vervolgens) meerdere, althans een goed(eren) besteld;

3.

hij op een en/of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 augustus 2019 tot en met 17 september 2020 te [plaatsnaam 1] en/of te [plaatsnaam 2], althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, telkens) (een) technisch(e) hulpmiddel(en) die/dat hoofdzakelijk geschikt

gemaakt en ontworpen was/waren tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab, tweede lid Wetboek van Strafrecht, heeft verspreid en/of voorhanden heeft gehad,

met het oogmerk om daarmee een misdrijf als bedoeld in artikel 138ab Wetboek

van Strafrecht te plegen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) een hackprogramma ([naam hackprogramma]) verspreid en/of voorhanden gehad, welke malware hoofdzakelijk geschikt gemaakt en/of ontworpen is om het misdrijf computervredebreuk te

plegen, met het oogmerk om opzettelijk en wederrechtelijk binnen te dringen in een geautomatiseerd werk of in een deel daarvan en/of (vervolgens) gegevens die zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen door middel van het geautomatiseerde werk waarin hij zich wederrechtelijk bevindt, voor zichzelf of een ander over te nemen en/of af te tappen en/of op te nemen;

4.

hij op een en/of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 augustus 2019 tot en met 17 september 2020 te [plaatsnaam 1] en/of te [plaatsnaam 2], althans in Nederland,

meermalen, althans éénmaal, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en),

stoffen, voorwerpen en/of gegevens, te weten (lijsten met) inloggegevens/accounts en/of daarbij behorende wachtwoorden die toegang verlenen tot meerdere, althans een webshop(s)/winkel(s) (waaronder onder andere [naam 3] en/of [naam 1] en/of [naam 2]) toebehorende aan een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) heeft vervaardigd, ontvangen, zich heeft verschaft, verkocht, overgedragen en/of voorhanden heeft gehad,

waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van het in artikel 231b Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf.