Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:942

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-01-2021
Datum publicatie
09-02-2021
Zaaknummer
C/10/610343 / JE RK 20-3572
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

machtiging gesloten jeugdhulp.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/610343 / JE RK 20-3572

datum uitspraak: 13 januari 2021

beschikking machtiging gesloten jeugdhulp

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2011 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoek met bijlagen van de GI van 17 december 2020, ingekomen bij de griffie op 18 december 2020;

- de verklaring d.d. 18 december 2020 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder

- de instemmende verklaring d.d. 12 januari 2021 van een gekwalificeerde gedragswetenschapper.

Op 13 januari 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- [naam kind] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord op de locatie het Bergse Bos,

- de moeder,

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam vertegenwoordigster] .

Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Engelse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam] , tolk in de Engelse taal.

De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van de Wet beëdigde tolken en vertalers.

Opgeroepen en niet verschenen is:

- de advocaat van [naam kind] , mr. S.C. Dikkers.

De feiten

Bij beschikking van 11 juli 2017 is [naam kind] onder voogdij gesteld van de GI.

[naam kind] verblijft in de gesloten jeugdhulpinstelling het Bergse Bos.

Bij beschikking van 14 juli 2020 is een machtiging gesloten jeugdhulp verleend met ingang van 22 juli 2020 tot 22 januari 2021.

Het verzoek

De GI heeft een machtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van twaalf maanden.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. Op de groep waar [naam kind] nu verblijft heeft zij goed contact met de groepsleiding en zet zij kleine stappen vooruit. De GI heeft gesprekken gevoerd met Horizon en er is contact gelegd met Yulius, om te bezien of een GGZ-plaatsing voor [naam kind] passend is. Er is veel twijfel of het gedrag van [naam kind] voor een dergelijke plaatsing niet te externaliserend is. Voor nu zit [naam kind] op haar huidige groep op de voor haar meest veilige plek. De huidige groep is een van de weinige plaatsen waar men kan omgaan met het heftige gedrag van [naam kind] . Het is voor de GI een behoorlijke uitdaging om te zorgen dat duidelijk wordt wat de vervolgstap van [naam kind] wordt. Belangrijk is dat zij geen faalervaring krijgt.

Het standpunt van belanghebbenden

[naam kind] heeft aangegeven dat zij niet nog een half jaar in deze groep wil blijven. [naam kind] zou graag naar een andere groep gaan, waar andere meisjes zitten, of naar een pleeggezin. In de huidige groep mag [naam kind] geen make-up gebruiken en er zijn alleen jongens op deze groep.

De moeder heeft ter zitting aangegeven dat zij zou willen dat bekeken wordt of een thuisplaatsing van [naam kind] mogelijk is. De GI kan haar in contact brengen met mensen die haar daarbij zouden kunnen helpen.

De beoordeling

Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan vooralsnog sprake is.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat het hier een uitzonderlijk verzoek betreft. Dit door de leeftijd van [naam kind] , de omstandigheid dat zij inmiddels ongeveer tweeënhalf jaar in de gesloten setting van het Bergse Bos verblijft en omdat de machtiging voor een vol jaar wordt gevraagd. Daarbij komt dat de aan [naam kind] toegevoegde advocaat, mr. S.C. Dikkers, niet is verschenen tijdens het kindgesprek en de inhoudelijke behandeling van de zaak. Na de zitting is gebleken dat mr. S.C. Dikkers haar praktijk heeft neergelegd en deze zaak heeft overgedragen aan mr. R.A.F. Jansen, die niet op de hoogte was van de zitting.
Duidelijk is dat [naam kind] vanwege haar heftige gedrag op dit moment de duidelijke kaders van het Bergse Bos nodig heeft en dat zij is gebaat bij de structuur, duidelijkheid en voorspelbaarheid die haar hier geboden worden, zoals recent nog is geconstateerd door de gedragswetenschapper in de verklaring van 12 januari 2021. De kinderrechter benadrukt dat het van groot belang is dat er zo spoedig mogelijk een passende plek voor [naam kind] wordt gevonden. Die dient niet alleen in de eigen organisatie van de GI en de Horizon te worden gezocht, maar er moet breder worden gekeken. Ondanks dat bij de vorige verlenging van de gesloten machtiging voor [naam kind] in de beschikking van 14 juli 2020 uitdrukkelijk is overwogen dat zo snel als mogelijk moet worden gekeken naar haar verdere perspectief, is dat tot nu toe niet gebeurd. Het kan niet zo zijn dat een jong kind als [naam kind] in de geslotenheid op moet groeien omdat er geen geschikte plek voor haar wordt gevonden; in het uiterste geval moet er voor haar een geschikte plek worden gemaakt. Wel moet voorkomen worden dat een te snelle doorplaatsing naar een minder geschikte plek een negatieve ervaring voor [naam kind] veroorzaakt. Daarom moet nu op de kortst mogelijke termijn breed worden onderzocht wat een geschikte plek zou kunnen zijn. De kinderrechter adviseert om het CCE bij dit onderzoek te betrekken. Gedurende dit onderzoek is een voortzetting van de gesloten plaatsing van [naam kind] echter nog noodzakelijk. De kinderrechter acht het van belang dat zijzelf zicht houdt op de ontwikkelingen rondom [naam kind] en zal de machtiging daarom verlenen tot twee weken na haar eerstvolgende zitting, zodat zij het resterende verzoek zelf kan behandelen. Zij begrijpt dat er bij de volgende zitting nog geen pasklare plek voor [naam kind] zal zijn, maar zij verwacht dat de GI bij die zitting duidelijk zal maken welke stappen er worden gezet om tot die plek te komen en het tijdpad dat daaraan verbonden is.

De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp verlenen tot 10 maart 2021. Het overig verzochte zal worden aangehouden tot de hierna te noemen datum. De GI wordt verzocht uiterlijk twee weken voor die datum te rapporteren over de stand van zaken en daarbij onder meer aan te geven of het verzoek wordt gehandhaafd.

De beslissing

De kinderrechter:

verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 22 januari 2021 tot 10 maart 2021 betreffende de minderjarige [naam kind] ;

en alvorens verder te beslissen:

bepaalt dat het verhoor van mr. R.A.F. Jansen, de belanghebbende en de GI in deze zaak zal plaatsvinden op 24 februari 2021 te 13:30 uur in het gerechtsgebouw te Rotterdam, Wilhelminaplein 100/125.

De zaak zal op genoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter.

Bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproeping van mr. R.A.F. Jansen, de belanghebbende en de GI.

Verzoekt de GI uiterlijk twee weken voor de genoemde datum de kinderrechter de verzochte rapportage te doen toekomen.

Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. A.M.I. van der Does, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.F. Verhaart als griffier en in het openbaar uitgesproken op

13 januari 2021.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld door de kinderrechter en ondertekend door de griffier op 25 januari 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.