Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:9295

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-08-2021
Datum publicatie
29-09-2021
Zaaknummer
FT EA 21/732 en FT EA 21/733
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzing dwangakkoord, saneringskrediet, brandstofdiefstal.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet 287a
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

rekestnummer: [nummer 1] - [nummer 2]

uitspraakdatum: 27 augustus 2021

in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te [adres]

[postcode] [woonplaats] ,

verzoeker.

1. De procedure

Verzoeker heeft op 14 juni 2021, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om één schuldeiser, te weten:

- TankCollect vertegenwoordigd door Landelijke Associatie van Gerechtsdeurwaarders (hierna: TankCollect),

die weigert mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.

TankCollect heeft voorafgaand aan de zitting een verweerschrift toegezonden.

Ter zitting van 20 augustus 2021 zijn verschenen en gehoord:

  • -

    verzoeker;

  • -

    de heer [persoon A] , werkzaam bij de [naam bank]

(hierna: schuldhulpverlening);

- de heer D. Hazeleger en mevrouw D. Rodriguez, werkzaam bij Verkerk & Vos bewindvoering (hierna: beschermingsbewindvoerder).

TankCollect is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2. Het verzoek

Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift elf schuldeisers, waarvan één preferente en tien concurrente schuldeisers. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 15.222,39 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 19 november 2020 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 18,64% aan de preferente schuldeiser en 9,32% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.

Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van zijn Participatiewet-uitkering. Daarnaast heeft verzoeker geestelijke en lichamelijke klachten. Hij heeft na de basisschool geen opleidingen meer gevolgd en heeft een afstand tot de arbeidsmarkt. Hij staat sinds 30 september 2016 onder beschermingsbewind en ontving (tot voor kort, zoals verzoeker ter zitting heeft verklaard) ondersteuning van de Nico Adriaans Stichting voor praktische zaken, zoals ondersteuning bij binnenkomende post, contact met instanties en bij andere gebieden waar hij beperkingen bij ondervindt. Ter zitting heeft verzoeker verklaard dat de vordering van TankCollect is ontstaan omdat hij zijn huurauto had uitgeleend aan iemand die vervolgens heeft getankt zonder te betalen.

Ter zitting heeft schuldhulpverlening verklaard dat verzoeker niet formeel is ontheven van de sollicitatieplicht onder de Participatiewet, maar dat de verwachting dat verzoeker – die over twee jaar AOW-gerechtigd is - betaald werk zal vinden, laag zijn. In juni 2021 heeft een screening plaatsgevonden. Naar aanleiding daarvan wordt misschien een leer-werktraject opgestart, maar een en ander hangt nog af van de uitkomsten van het belastbaarheidsonderzoek.

Volgens de aangeboden schuldregeling wordt het aangeboden percentage – door middel van een door schuldhulpverlening ter beschikking gesteld saneringskrediet – in één keer aan de schuldeisers uitgekeerd.

Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden door zijn beschermingsbewindvoerder betaald.

Tien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. TankCollect stemt hier als enige schuldeiser niet mee in. Zij heeft een vordering van € 166,99 op verzoeker, welke

1,1% van de totale schuldenlast beloopt.

3. Het verweer

TankCollect heeft in haar verweerschrift –kort samengevat– het volgende aangevoerd. Verzoeker heeft niet het maximaal haalbare aangeboden. Er is een saneringskrediet aangeboden, terwijl niet is gesteld of gebleken dat verzoeker in de toekomst geen betaalde arbeid kan verrichten. TankCollect voert voorts aan dat de schuld van verzoeker niet te goeder trouw is ontstaan. Van toelating van verzoeker tot de schuldsaneringsregeling kan in haar visie dan ook geen sprake zijn. In het verlengde hiervan acht TankCollect het toewijzen van het dwangakkoord in strijd met de redelijkheid en billijkheid, omdat dit een verkeerd beeld afgeeft aan de maatschappij en haaks staat op het intensieve veiligheidsbeleid op tankstations in Nederland om brandstofdiefstal te voorkomen.

4. De beoordeling

De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of TankCollect in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.

Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van TankCollect bij haar weigering vast.

De rechtbank stelt vast dat de vordering van TankCollect een (zeer) gering aandeel vormt in de totale schuldenlast van 1,1%. Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk tien van de elf schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.

De rechtbank stelt verder vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten de [naam bank] . Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.

De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker al negen jaar niet beschikt over betaald werk. Hij heeft geen opleiding en een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Verzoeker heeft daarnaast geestelijke en lichamelijke klachten.

Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk geworden dat verzoeker in de komende jaren geen inkomen zal kunnen verwerven dat hoger is dan zijn huidige Participatiewet-uitkering. Het saneringskrediet is derhalve het maximaal haalbare.

Daarbij geldt dat het enkele feit dat de schuld aan TankCollect niet te goeder trouw is ontstaan, in dit geval geen aanleiding vormt om het verzoek tot toepassing van een gedwongen schuldregeling af te wijzen. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking de aard en omvang van de overige schulden, de persoonlijke omstandigheden van verzoeker en de omstandigheid dat zijn financiële situatie al enige tijd stabiel is. Daarnaast zou de rechtbank verzoeker via de hardheidsclausule kunnen toelaten tot de schuldsaneringsregeling zoals subsidiair is verzocht.

Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoeker van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoeker zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden. Daar komt nog bij dat een eventuele bate voor de schuldeisers pas aan het einde van de schuldsaneringsregeling wordt uitgekeerd, terwijl de aangeboden regeling erin voorziet dat het aangeboden bedrag ineens en op korte termijn betaalbaar wordt gesteld.

Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoeker die vanuit een stabiele situatie zijn schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van TankCollect, die geweigerd heeft in te stemmen.

Het verzoek om TankCollect te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.

TankCollect zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.

De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5. De beslissing

De rechtbank:

- beveelt TankCollect om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;

- veroordeelt TankCollect in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;

- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;

- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van
mr. E.P.J. van de Luitgaarden, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 augustus 2021.1

1 Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.