Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8932

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-09-2021
Datum publicatie
15-09-2021
Zaaknummer
9309453
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontslag op staande voet wegens drugsgebruik in bedrijfsbus, getuigen horen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-1171
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9309453 \ VZ VERZ 21-11298

uitspraak: 3 september 2021

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [woonplaats verzoeker],

verzoeker,

gemachtigde: mr. M.K. Struwe te Bussum,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Coolblue B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

verweerster,

gemachtigde: mr. W. van der Boon te Utrecht.

Partijen worden hierna verder aangeduid als “[verzoeker]” en “Coolblue”.

1. Het verloop van de procedure

1.1.

De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:

  • -

    het verzoekschrift ex artikel 7:681 BW zijdens [verzoeker], met producties, ter griffie ontvangen op 29 juni 2021;

  • -

    het verweerschrift zijdens Coolblue, ter griffie ontvangen op 16 augustus 2021;

  • -

    de brief van [verzoeker] van 20 augustus 2021, met producties;

  • -

    de brief van Coolblue van 23 augustus 2021, met producties ter vervanging van de reeds eerder ingebrachte producties 18 en 19;

  • -

    de brief van [verzoeker] van 25 augustus 2021, met één productie.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 augustus 2021. [verzoeker] is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. M.K. Struwe. Namens Coolblue zijn verschenen [naam 1] (HR-Adviseur), [naam 2] (HR Business Partner), [naam 3] (Legal Counsel) en [naam 4] (Legal Counsel), bijgestaan door de gemachtigde mr. W. van der Boon. Partijen hebben ieder het eigen standpunt (nader) toegelicht, waarbij [verzoeker] zich heeft bediend van de door zijn gemachtigde overgelegde pleitaantekeningen. Van hetgeen ter zitting is besproken is aantekening gehouden door de griffier.

1.3.

De uitspraak van de beschikking is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1.

[verzoeker], geboren op [geboortedatum verzoeker], is op 17 juli 2018 bij Coolblue in dienst getreden. Hij was hier laatstelijk werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, in de functie van Installateur Zonnepanelen, voor 40 uur per week tegen een salaris van

€ 2.373,- bruto per maand, exclusief 8% vakantiebijslag.

2.2.

Op de arbeidsovereenkomst tussen partijen is het Sanctiebeleid van Coolblue van toepassing. In het Sanctiebeleid is - voor zover van belang- vermeld:

“(…) Wanneer neemt Coolblue maatregelen?

(…)

  • -

    Als je onder invloed van alcohol, drugs of zware medicatie aan het werk bent.

  • -

    Als je drugs of alcoholische drank in een geopende fles bij je hebt.

(…)

Coolblue ziet niets door de vingers als het gaat om discriminatie, ongewenste

intimiteiten, fysiek geweld en drank- en/of drugsgebruik op de werkvloer. Maak je je

schuldig aan één van deze dingen? Dan word je op staande voet ontslagen. (…)”

2.3.

Op de arbeidsovereenkomst is ook de Werkwijzer van toepassing. Daarin is - voor zover thans van belang - het volgende opgenomen:

“(…) Het is in ieder geval goed om te weten dat Coolblue een zerotolerancebeleid hanteert

als het gaat om (seksuele) intimidatie, discriminatie, geweld, drank- en/of drugsgebruik,

diefstal en fraude. (…)”

2.4.

In de vroege ochtend van 28 april 2021 is [verzoeker], samen met zijn collega’s [naam 5] en [naam 6], in de bedrijfsbus van Coolblue naar Eindhoven gereden. Na het uitvoeren van werkzaamheden in Eindhoven is [verzoeker] met twee andere collega’s, [naam 7] en [naam 8] teruggereden naar het magazijn in Tilburg. Na thuiskomst heeft de teamleider van [verzoeker], [naam 9], telefonisch contact opgenomen met [verzoeker] en [verzoeker] medegedeeld dat hem ter ore is gekomen dat [verzoeker] in het bijzijn van collega’s in de bedrijfsbus een joint had gerookt.

2.5.

Op 28 april 2021 heeft Coolblue een brief aan [verzoeker] gezonden met - voor zover thans van belang - de volgende inhoud:

“(…) Op 28 april 2021 heeft [naam 9] (Teamleider Installatie) het onderstaande met u

besproken.

U bent per direct geschorst. Om precies te zijn: met ingang van 28 april 2021.

De reden voor uw schorsing is het vermoeden van drugsgebruik onder werktijd. Dit

nemen we bij Coolblue erg serieus. Daarom zijn we bovenstaande nog aan het

onderzoeken. Ik nodig u uit voor een gesprek zodra ik meer weet over de resultaten van

het onderzoek. (…)”

2.6.

Op 29 april 2021 heeft er bij het magazijn in Tilburg een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoeker], [naam 9] en [naam 1] (HR Adviseur). Aan het eind van dit gesprek heeft [naam 1] [verzoeker] op staande voet ontslagen. Bij het verlaten van het pand is [verzoeker] op de eveneens bij het magazijn aanwezige [naam 5] afgelopen. [naam 9] heeft [verzoeker] vervolgens tegengehouden en tegen een hek gedrukt. Ten gevolge van dit incident is de politie ingeschakeld.

2.7.

In de bevestigingsbrief van het ontslag op staande voet, die door Coolblue op 30 april 2021 aan [verzoeker] is verzonden, is - voor zover van belang - het volgende vermeld:

“(…) De reden van uw ontslag is het gebruik van softdrugs onder werktijd.

Aanleiding

Op woensdagochtend 28 april 2021 bent u, in uw functie van Installateur Zonnepanelen, in de bedrijfsbus van Coolblue, naar een klus gereisd. U zat met twee collega's in deze bus. Uw

collega's hebben verklaard dat u tijdens deze rit een joint heeft gerookt. U bent hier direct op

aangesproken door uw collega's. Het verzoek van deze collega's was om de joint uit te maken. Zij hebben u hier meerdere keren op aangesproken. U heeft daarop geantwoord met "nee". De joint heeft u opgestoken en opgerookt.

Op woensdagmiddag 28 april 2021 bent u op de terugreis van een klus in Eindhoven met een andere collega terug naar het depot gereden. U zat in de bedrijfsbus van Coolblue. U

fungeerde tijdens deze rit als bijrijder. Ook tijdens deze rit heeft u softdrugs gebruikt. Uw

collega heeft dit verklaard.

Uw verklaring

Op donderdag 29 april 2021 bent u opgeroepen om uw verklaring aan te horen. U heeft een

gesprek gehad met HR-Adviseur [naam 1] en uw Teamleider [naam 9]. U bevestigde dat u aanwezig was in de bus op de heenreis met uw twee collega's, en op de terugreis met één andere collega. U verklaart dat u geen softdrugs heeft gebruikt tijdens de heen en terugreis in de bus. Toen u werd gevraagd waarom drie van uw collega's hebben verklaard dat u softdrugs heeft gebruikt onder werktijd, heeft u geantwoord dat u het onterecht vindt. U geeft aan dat het een leugen is.

Na de mondelinge mededeling van [naam 1], op donderdag 29 april 2021, dat u op staande voet bent ontslagen, bent u opgestaan en heeft u zich dreigend uitgelaten naar uw

gesprekspartners. Hierna bent u de trap af gerend en heeft u zich wederom dreigend

uitgelaten tegen een teamleider. Daarna bent u naar buiten gerend en kwam u dreigend op

een collega af. Hier is een teamleider tussen gesprongen en werd u door deze teamleider

tegengehouden. Vanwege deze dreigende situatie is de politie ingeschakeld, die de

verklaringen van de betrokken collega's, en van u heeft afgenomen.

Coolblue hanteert een zero tolerance beleid als het gaat om softdrugs. Dit is terug te vinden

in de Gedragscode uit de Werkwijzer van Coolblue, die integraal deel uitmaakt van uw

arbeidsovereenkomst met Coolblue. In deze Werkwijzer staat expliciet vermeld dat bij het

gebruik van softdrugs, ontslag op staande voet volgt. U bent op de hoogte van de interne

richtlijnen zoals te lezen in deze Werkwijzer. Het door u vertoonde gedrag, ook na de

mededeling van uw ontslag op staande voet, is onacceptabel en gaat dit lijnrecht tegen de

gedragscodes van Coolblue in.

Gezien de hierboven aangevoerde reden is de situatie op dit moment dusdanig ernstig dat

een verdere samenwerking met u per direct onmogelijk is gemaakt. Deze omstandigheden

vormen ieder voor zich dan wel in onderlinge samenhang bezien een dringende reden in de

zin van artikel 7:678 van het Burgerlijk Wetboek. (…)

3. Het verzoek van [verzoeker] en de grondslag daarvan

3.1.

[verzoeker] verzoekt bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Coolblue te veroordelen om aan [verzoeker] te betalen een billijke vergoeding van € 15.000,--bruto, de wettelijke transitievergoeding van € 2.455,00 bruto en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 2.452,10 bruto, alsmede Coolblue te veroordelen aan [verzoeker] te verstrekken een bruto-netto specificatie van voornoemde bedragen binnen een maand na de beschikking, op straffe van een dwangsom van € 50,00 per dag per specificatie, een en ander met veroordeling van Coolblue in de proceskosten.

3.2.

Aan zijn verzoeken heeft [verzoeker] - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd.

[verzoeker] is door Coolblue op 29 april 2021 ten onrechte op staande voet ontslagen. [verzoeker] ontkent dat hij in de bedrijfsbus van Coolblue één of meerdere joints heeft gerookt en heeft zich daarnaast ook niet dreigend uitgelaten richting collega’s. [verzoeker] is juist zelf mishandeld door teamleider [naam 9]. Er is dan ook geen sprake van een dringende reden die ontslag op staande voet rechtvaardigt. Ten gevolge van de onterechte beschuldigingen zijn de verhoudingen dermate onder druk komen te staan dat er voor [verzoeker] niets anders rest dan te berusten in de beëindiging van het dienstverband.

3.3.

Wegens het ontbreken van een dringende reden voor ontslag op staande voet heeft Coolblue de arbeidsovereenkomst met [verzoeker] opgezegd in strijd met artikel 7:671 BW jo. artikel 7:677 lid 1 BW. Coolblue heeft hiermee ernstig verwijtbaar gehandeld ten aanzien van [verzoeker], zodat [verzoeker] aanspraak maakt op een billijke vergoeding. [verzoeker] heeft tot op heden geen nieuwe baan gevonden. De gevolgen van het ontslag op staande voet zijn voor hem dan ook buitengewoon ernstig. Daarnaast valt het Coolblue zeer ernstig aan te rekenen dat [verzoeker] door [naam 9] is mishandeld. [verzoeker] maakt aanspraak op een billijke vergoeding van € 15.000,-- bruto.

3.4.

[verzoeker] maakt tevens aanspraak op een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Nu de opzegtermijn één maand bedraagt, had de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging opgezegd kunnen worden tegen 1 juni 2021. De vergoeding wegens onregelmatige opzegging bedraagt het salaris over de periode vanaf 29 april 2021 tot 1 juni 2021, te weten € 2.452,10 bruto. Daarnaast maakt [verzoeker] aanspraak op een transitievergoeding van € 2.455,00 bruto.

4. Het verweer van Coolblue

4.1.

Het verweer van Coolblue strekt tot afwijzing van de verzoeken van [verzoeker], met veroordeling van [verzoeker] in de kosten van deze procedure en in de nakosten. Daartoe heeft Coolblue - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - het volgende aangevoerd.

4.2.

Coolblue stelt zich op het standpunt dat er sprake is van een geldig ontslag op staande voet. Het ontslag op staande voet is gebaseerd op drugsgebruik door [verzoeker] onder werktijd. Collega’s [naam 5] en [naam 6] hebben verklaard dat [verzoeker] op de heenreis naar een klus in Eindhoven in de bedrijfsbus van Coolblue een joint heeft gerookt. Collega [naam 7] heeft verklaard dat [verzoeker] ook op de terugreis in de bedrijfsbus een joint heeft gerookt. Coolblue hanteert ten aanzien van drugsgebruik een zerotolerancebeleid en hanteert dit beleid strikt. [verzoeker] was dan ook doordrongen van het feit dat drugsgebruik onder werktijd onherroepelijk zou leiden tot ontslag op staande voet. Er is sprake van een dringende reden voor ontslag op staande voet, zodat [verzoeker] geen recht heeft op een billijke vergoeding.

4.3.

Voor zover geoordeeld wordt dat het ontslag op staande voet onterecht was, betekent dit niet dat dit automatisch een grond voor toekenning van een billijke vergoeding oplevert. Voorts stelt Coolblue dat bij de afweging of aan [verzoeker] een billijke vergoeding moet worden toegekend, rekening moet worden gehouden met het gedrag van [verzoeker] direct aansluitend aan het ontslag. Na het ontslaggesprek is [verzoeker] naar buiten gerend en heeft hij geprobeerd collega [naam 5] aan te vallen. Teamleider [naam 9] heeft [verzoeker] daarvan kunnen weerhouden. [verzoeker] heeft zich derhalve na het ontslag zelf ernstig verwijtbaar gedragen, zodat geen of slechts een lage billijke vergoeding moet worden toegekend. Daarnaast zijn de gevolgen van het ontslag voor [verzoeker] in financiële zin aanzienlijk beperkter dan door hem wordt voorgewend. [verzoeker] heeft bovendien een uitstekende positie op de arbeidsmarkt, nu er voldoende vacatures voor hem beschikbaar zijn.

4.4.

Coolblue heeft de arbeidsovereenkomst op terechte gronden opgezegd wegens een dringende reden. [verzoeker] kan, door het roken van joints onder werktijd een ernstig verwijt worden gemaakt, zodat hij geen aanspraak kan maken op een transitievergoeding. Tevens dient rekening gehouden te worden met het agressieve gedrag van [verzoeker] na het ontslag op staande voet. Blijkens de door [verzoeker] overgelegde berekening bedraagt een eventuele transitievergoeding € 2.267,79 in plaats van het door [verzoeker] in het verzoekschrift genoemde bedrag van € 2.455,00. Nu er sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet, dient de verzochte vergoeding wegens onregelmatige opzegging te worden afgewezen.

5. De beoordeling

5.1.

Kern van het geschil is de vraag of Coolblue een transitievergoeding, billijke vergoeding en/of gefixeerde schadevergoeding verschuldigd is aan [verzoeker] nadat hij op 29 april 2021 op staande voet is ontslagen. Beoordeeld dient te worden of sprake is van een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet. Immers slechts als die vraag ontkennend moet worden beantwoord kan [verzoeker] aanspraak maken op een billijke vergoeding en een vergoeding voor onregelmatige opzegging. Vervolgens zal de kantonrechter oordelen of [verzoeker] een transitievergoeding toekomt.

5.2.

Met betrekking tot de rechtsgeldigheid van het ontslag op staande voet wordt het volgende overwogen. Op basis van artikel 7:677 lid 1 BW is ieder van de partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van de reden aan de wederpartij.

5.3.

Tussen partijen is niet in geschil dat het ontslag op staande voet onverwijld is gegeven, onder onverwijlde mededeling van de reden.

5.4.

Ingevolge artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Voor de beoordeling van de vraag of er sprake is van een dringende reden die een beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt, dienen alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking te worden genomen, zoals de aard en de ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, de aard van de dienstbetrekking, de duur ervan en de wijze waarop de werknemer de dienstbetrekking heeft vervuld, alsook de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die het ontslag op staande voet voor hem hebben.

5.5.

Als grond voor het ontslag op staande voet heeft Coolblue aangevoerd dat [verzoeker] op 28 april 2021 zowel op de heenreis naar als op de terugreis van een klus in Eindhoven een joint heeft gerookt in de bedrijfsbus van Coolblue. Tussen partijen staat niet ter discussie dat Coolblue een strikt zerotolerancebeleid hanteert ten aanzien van drugsgebruik onder werktijd en dat overtreding van dit beleid leidt tot ontslag op staande voet. Door [verzoeker] is evenwel betwist dat hij op 28 april 2021 één of meerdere joints heeft gerookt in de bedrijfsbus van Coolblue.

5.6.

Gelet op de betwisting door [verzoeker], rust de bewijslast van de stelling dat [verzoeker] op 28 april 2021 één of meerdere joints in de bedrijfsbus van Coolblue heeft gerookt, op Coolblue. Daarbij neemt de kantonrechter tot uitgangspunt dat in zaken die voortvloeien uit de Wet werk en zekerheid (WWZ), zoals deze zaak, het bewijsrecht in beginsel van toepassing is, tenzij de aard van de zaak zich hiertegen verzet. In dit geval verzet de aard van de zaak zich niet tegen toepassing van het bewijsrecht. Dat brengt mee dat het overeenkomstig de hoofdregel van artikel 150 Rv op de weg ligt van Coolblue om haar feitelijke stellingen, voor zover deze voldoende gemotiveerd zijn betwist door [verzoeker], te bewijzen.

5.7.

Coolblue heeft, ter onderbouwing van haar stellingen, op 28 april 2021 ondertekende schriftelijke verklaringen overgelegd van directe collega’s [naam 5] en [naam 6] en teamleider [naam 9] alsmede een op 29 april 2021 ondertekende verklaring van directe collega [naam 7]. Met name de verklaringen van [naam 5], [naam 6] en [naam 7] zijn in dit kader van belang, nu deze drie collega’s samen met [verzoeker] op 28 april 2021 in de bedrijfsbus hebben gezeten en zodoende uit eigen ervaring kunnen verklaren over hetgeen aldaar is voorgevallen.

5.8.

[naam 5] en [naam 6], die beiden op de heenreis bij [verzoeker] in de bedrijfsbus zaten, hebben een nagenoeg identieke schriftelijke verklaring afgelegd. Desgevraagd heeft Coolblue ter mondelinge behandeling te kennen gegeven dat de schriftelijke verklaringen naar alle waarschijnlijkheid door de teamleider zijn opgesteld en vervolgens door [naam 5], [naam 6] en [naam 7] (voor akkoord) zijn ondertekend. Dit doet minst genomen enige twijfels rijzen omtrent de authenticiteit van de verklaringen, te meer daar het ook geen uitgebreide en/of (voldoende) gedetailleerde verklaringen betreffen.

5.9.

De in aanvulling op de schriftelijke verklaringen overgelegde geluidsopnames van de door Coolblue met [naam 5] en [naam 7] gevoerde gesprekken op 29 juli 2021 (alsmede de transcripties daarvan) leiden niet tot een ander oordeel. In voornoemde gesprekken op 29 juli 2021 worden door Coolblue op een ‘sturende wijze’ vragen aan [naam 5] en [naam 7] gesteld over hetgeen er is voorgevallen in de bedrijfsbus en wordt er weinig ruimte gelaten om hun eigen verhaal te vertellen. Daarbij komt nog bij dat met name de verklaring van [naam 7] van 29 april 2021 niet geheel overeenstemt met hetgeen hij tijdens het gesprek op 29 juli 2021 heeft verteld. Zo stelt [naam 7] in zijn schriftelijke verklaring dat hij eerst in de ochtend van 29 april 2021 heeft besloten aan [naam 9] te vertellen dat [verzoeker] op 28 april 2021 in de bedrijfsbus een joint heeft gerookt, terwijl hij tijdens het gesprek op 29 juli 2021 heeft verklaard dat hij reeds op 28 april 2021, direct bij terugkomt bij het depot in Tilburg, aan [naam 9] heeft gemeld dat [verzoeker] een joint had gerookt in de bedrijfsbus. Hoewel het moment waarop [naam 7] de melding aan [naam 9] heeft gedaan niet van doorslaggevend belang is voor de vraag of [verzoeker] daadwerkelijk een joint heeft gerookt in de bedrijfsbus, laat de discrepantie omtrent hetgeen [naam 7] hierover heeft verklaard wel twijfels rijzen over de betrouwbaarheid van zijn verklaring.

5.10.

Gelet op het bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat hetgeen Coolblue thans ter onderbouwing van haar stelling heeft overgelegd, nog niet voldoende is om het bewijs dat [verzoeker] zich daadwerkelijk schuldig heeft gemaakt aan het roken van één of meerdere joints in de bedrijfsbus geleverd te achten, zulks gelet op de voldoende gemotiveerde betwisting daarvan door [verzoeker]. Het ligt dan ook op de weg van Coolblue nader bewijs te leveren. Op voorhand heeft Coolblue ter mondelinge behandeling reeds te kennen gegeven daartoe getuigen te willen horen. In dat verband heeft zij medegedeeld de navolgende getuigen te willen horen:

  • -

    [naam 5] (directe collega van [verzoeker] (in de bus op de heenreis)

  • -

    [naam 6] (directe collega van [verzoeker] (in de bus op de heenreis)

  • -

    [naam 7] (directe collega van [verzoeker] (in de bus op de terugreis)

  • -

    [naam 8] (directe collega van [verzoeker] (in de bus op de terugreis)

  • -

    [naam 9] (teamleider en direct leidinggevende van [verzoeker])

Coolblue zal tot bewijslevering worden toegelaten als na te melden.

5.11.

In afwachting van het te leveren bewijs door Coolblue wordt iedere verdere beslissing aangehouden.

6. De beslissing

De kantonrechter:

laat Coolblue toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat [verzoeker] op 28 april 2021, op de heenreis naar en/of de terugreis van Eindhoven, één of meerdere joints heeft gerookt in de bedrijfsbus van Coolblue;

bepaalt dat, nu Coolblue het bewijs wil leveren door het doen horen van getuigen, de zaak naar de rolzitting van woensdag 15 september 2021 om 15.30 uur wordt verwezen, teneinde Coolblue in de gelegenheid te stellen de namen van eventuele - in aanvulling op de hiervoor bij r.o. 5.10 genoemde getuigen - voor te brengen aanvullende getuigen op te geven alsmede de verhinderdagen van alle betrokkenen in de periode september tot en met december 2021, zodat een datum voor het getuigenverhoor kan worden bepaald;

wijst Coolblue er op dat zij te zijner tijd zelf voor de oproeping van de namens haar te horen getuigen dient te zorgen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44487