Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8908

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
08-09-2021
Datum publicatie
14-09-2021
Zaaknummer
9374842 VV EXPL 21-338
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Voorschot op schadevergoeding afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9374842 VV EXPL 21-338

uitspraak: 8 september 2021

vonnis in kort geding van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats eiser],

eiser,

gemachtigde: [naam 1],

tegen

[gedaagde]

,

gevestigd te [vestigingsplaats gedaagde],

gedaagde,

vertegenwoordigd door haar bestuurder [naam 2].

Partijen worden hierna aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘[gedaagde]’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

1. de dagvaarding van 11 augustus 2021 met producties.

De mondeling behandeling heeft plaatsgevonden op 25 augustus 2021.

2. De vordering

2.1

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van voorlopige voorziening, [gedaagde] te veroordelen:

I. om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis de waterlekkage aan de woning van [eiser] te laten onderzoeken en te laten herstellen, op straffe van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat [gedaagde] daarmee in gebreke blijft tot een maximum van € 5.000,-;

II. tot betaling van € 750,-, bij wijze van voorschot op de schade van [eiser], binnen zeven dagen na betekening van het vonnis;

III. in de kosten van deze procedure.

2.2

[eiser] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag. Er is een waterlekkage ontstaan in de woning van [eiser]. De verantwoordelijkheid voor herstel ligt bij [gedaagde]. [gedaagde] weigert mee te werken. [eiser] heeft door de waterlekkage schade geleden, waarvoor [gedaagde] aansprakelijk is.

3. Het verweer

3.1

[gedaagde] heeft verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang – hierna worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1

[eiser] stelt dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de waterlekkage in zijn woning, maar dit wordt door [gedaagde] betwist en door [eiser] niet nader onderbouwd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] aangegeven dat zij in juli 2021 een melding heeft gedaan bij [naam 3], maar dat deze melding bij [naam 3] om onbekende oorzaak geen gevolg heeft gehad. Daarop is op 20 augustus 2021 door [gedaagde] een rappel gezonden. Een onafhankelijke schade-expert van [naam 3] zal op 13 september 2021 de oorzaak van de waterlekkage in de woning van [eiser] en eventuele schade als gevolg daarvan nader onderzoeken. Pas daarna kan met in achtneming van onder meer de voor partijen geldende statuten worden vastgesteld voor wiens rekening en risico herstel daarvan komt. Dit is door [eiser] onvoldoende weersproken. [eiser] heeft zodoende op dit moment geen belang bij zijn vordering onder I. De vordering wordt afgewezen. Nu van enige aansprakelijkheid en concrete schade (nog) niet is gebleken, zal het gevraagde schadevoorschot onder II. eveneens worden afgewezen.

4.2

[eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten. Op het tijdstip van dagvaarden was immers al bekend dat melding tot het instellen van onderzoek naar de oorzaak van de lekkage was gedaan. De proceskosten worden op nihil gesteld, omdat [gedaagde] niet vertegenwoordigd is door een gemachtigde.

5. De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil;

Dit vonnis is gewezen door mr. C.P. van Gastel en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

47636