Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8906

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
27-08-2021
Datum publicatie
14-09-2021
Zaaknummer
9208424 VV EXPL 21-218
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding loonvordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-1157
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9208424 VV EXPL 21-218

uitspraak: 27 augustus 2021

vonnis in kort geding ex artikel 254 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats eiser],

eiser,

gemachtigde: mr. J.J. Dekker,

tegen

MSPD B.V.,

gevestigd te Berkel en Rodenrijs,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.B. Kloosterman.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘[eiser]’ en ‘MSPD’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 9 juni 2021, met producties;

  2. akte wijziging van eis van [eiser];

  3. de conclusie van antwoord, met producties;

  4. nadere producties van [eiser];

  5. de pleitnota van de gemachtigde van [eiser];

  6. de pleitnota van de gemachtigde van MSPD.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 juli 2021.

De uitspraak van dit vonnis is nader bepaald op heden.

2. De vordering

2.1

[eiser] vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, bij wijze van voorlopige voorziening, MSPD wordt veroordeeld:

  1. tot betaling aan [eiser] van het overeengekomen salaris ad € 7.000 bruto per maand, vermeerderd met 8% vakantiebijslag, over de periode totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig mocht eindigen/mocht zijn geëindigd;

  2. tot betaling aan [eiser] van de wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW over het op grond van het sub 1 gevorderde verschuldigde;

  3. tot betaling aan [eiser] van de wettelijke rente over het uit hoofde van het vonnis verschuldigde over de periode tot de algehele voldoening daarvan;

  4. te bewerkstelligen dat [eiser] binnen 24 uur na het vonnis op gelijke wijze en in gelijke mate als dat tot 8 maart 2021 het geval was, wordt toegelaten tot zijn gebruikelijke werkzaamheden, met uitzondering van zijn werkzaamheden als statutair directeur sec en in dat kader toegang heeft tot zijn telefoonnummer [telefoonnummer], zijn e-mailaccounts ([e-mailadres 1] en [e-mailadres 2]) en zijn bestanden in de cloud van het [naam concern], een en ander op straffe van verbeurte van een dwangsom ad € 500,- voor iedere dag, een gedeelte van een dag als gehele dag aanmerkend, gedurende welke [eiser] na betekening van het vonnis mocht nalaten aan de onderhavige veroordeling te voldoen;

  5. in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na het vonnis en - voor het geval dat voldoening binnen genoemde termijn niet plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf genoemde termijn voor voldoening en de nakosten.

2.2

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag nakoming van de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en MSPD. Hij stelt dat hij met het beëindigen van het statutair bestuurderschap door [naam bedrijf 1] (waarvan hij DGA is) ten aanzien van de besloten vennootschappen [naam bedrijf 2] (hierna: “[naam bedrijf 2]) en [naam bedrijf 3] (hierna: “[naam bedrijf 3]”) niet zijn arbeidsovereenkomst met MSPD heeft beëindigd. [eiser] is vanaf 8 maart 2021 niet meer in de gelegenheid zijn werkzaamheden in het kader van de arbeidsovereenkomst uit te voeren, omdat MSPD hem de toegang heeft ontzegd. Hij heeft met ingang van maart 2021 geen volledig salaris ontvangen en thans een spoedeisend belang bij betaling daarvan.

3. Het verweer

3.1

MSPD voert aan dat [eiser] uitsluitend als statutair bestuurder werkzaam is geweest voor het Schotte concern en slechts in die hoedanigheid loon heeft ontvangen. Met [eiser] is vanwege administratieve redenen afgesproken dat hij in MSPD werd verloond. Tussen MSPD en [eiser] bestaat geen gezagsverhouding, zodat er feitelijk ook geen arbeidsovereenkomst bestaat. [eiser] maakte verder ook geen uren voor MSPD. De kosten die door MSPD werden betaald werden één op één doorbelast aan het Schotte concern. [eiser] heeft op 2 maart 2021 het bestuurderschap neergelegd van [naam bedrijf 2] en op 8 maart 2021 van [naam bedrijf 3]. Het neerleggen van het bestuur betekent ook het einde van zijn dienstverband bij MSPD. Nu het dienstverband onlosmakelijk verbonden is met het statutair bestuurderschap dient analoog naar en op grond van de 15-april arresten te worden geoordeeld dat [eiser] zijn dienstverband met MSPD heeft beëindigd.

4. De beoordeling

4.1

Een loonvordering is naar haar aard spoedeisend. De vordering van [eiser] kan daarom in dit kort geding in behandeling worden genomen. Omdat de hoofdvordering (loonbetaling) voldoende spoedeisend is en de nevenvorderingen daarmee nauw verwant zijn, wordt ten aanzien van die nevenvorderingen het spoedeisend belang ook aangenomen.

4.2

MSPD betwist dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, nu er geen gezagsverhouding bestaat tussen [eiser] en MSPD en dat, voor zover de arbeidsovereenkomst al bestaan heeft, deze reeds op 2 en 8 maart 2021 is geëindigd. De vraag of sprake is van een arbeidsovereenkomst kan in dit kort geding in het midden blijven. Voor zover sprake is van een arbeidsovereenkomst heeft de kantonrechter in de tussen partijen gevoerde procedure met kenmerk 9192803 VZ VERZ 21-7717 bij beschikking van heden reeds overwogen dat met het door [eiser] neerleggen en dus beëindigen van het bestuurderschap van [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 3] de arbeidsovereenkomst tussen [eiser] en MSPD is geëindigd. De voorzieningenrechter sluit zich aan bij dit oordeel. Gelet hierop wordt er vanuit gegaan dat tussen partijen geen sprake meer is van een arbeidsovereenkomst.

4.3

Reeds gelet hierop dient de vordering tot wedertewerkstelling, de loonvordering en de daaraan gerelateerde vorderingen te worden afgewezen.

4.4

Gelet op de samenloop met de verzoekschriftprocedure (voor zover vereist) ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren, in die zin dat beide partijen met de eigen kosten worden belast.

5. De beslissing

De kantonrechter,

rechtdoende in kort geding:

wijst de vordering af;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.K. Rapmund en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

47636