Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8900

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
13-08-2021
Datum publicatie
20-09-2021
Zaaknummer
9073731 CV EXPL 21-9011
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nakoming overeenkomst. Geen wanprestatie, mogelijkheid tot beperking schade onbenut gelaten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9073731 CV EXPL 21-9011

uitspraak: 13 augustus 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

[eiser] ,

wonende te [woonplaats eiser] ,

eiser,

gemachtigde: Flanderijn Incasso Gerechtsdeurwaarders,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PH Nederland B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.J. Wittekamp.

Partijen worden hierna aangeduid als ‘ [eiser] ’ en ‘PH Nederland’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 25 februari 2021 met bijlagen;

  2. de conclusie van antwoord;

  3. het tussenvonnis van 17 mei 2021 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

  4. de akte van [eiser] met bijlagen tevens vermindering van eis;

  5. pleitaantekeningen van de gemachtigde van PH Nederland.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 1 juli 2021.

Het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1

PH Nederland heeft van [eiser] de exploitatie van een Pizza Hut-vestiging overgenomen met de daarbij behorende inventaris en voorraad.

3. Het geschil

3.1

[eiser] vordert – na vermindering van eis – dat PH Nederland bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 6.619,13, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 5.584,43 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van PH Nederland in de proceskosten te vermeerderen met btw.

3.2

[eiser] legt aan zijn vordering nakoming van de tussen partijen gesloten overeenkomst ten grondslag. In totaal moet PH Nederland nog € 5.584,43 betalen. PH Nederland is deze betalingsverplichting niet nagekomen. Daarom heeft [eiser] haar vordering ter incasso uit handen gegeven. De daaraan verbonden kosten van € 654,22 komen op grond van de wet voor rekening van PH Nederland. Voorts maakt [eiser] aanspraak op de wettelijke rente. Vanaf 12 oktober 2019 tot 25 februari 2021 bedraagt de (vervallen) wettelijke rente € 380,48.

3.3

PH Nederland voert verweer waarop hierna – voor zover van belang – zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1

Door PH Nederland wordt niet betwist dat zij op grond van de overeenkomst nog een bedrag van € 5.584,43 aan [eiser] moet betalen. Deze vordering gaat volgens haar gedeeltelijk teniet omdat zij óók een vordering op [eiser] heeft. Het is aan PH Nederland om te stellen (en zo nodig te bewijzen) dat zij een vordering heeft op [eiser] die voor verrekening in aanmerking komt.

4.2

PH Nederland grond haar vordering op wanprestatie en voert daartoe het volgende aan. [eiser] is volgens haar tekortgeschoten omdat hij PH Nederland een gebrekkige koel-en vriescel heeft geleverd. Verder was het slot van de voordeur van de Pizza Hutvestiging kapot. PH Nederland heeft [eiser] in gebreke gesteld, maar [eiser] is niet tot herstel overgegaan. PH Nederland heeft de koel-en vriescel laten repareren. De kosten daarvoor bedragen € 1.500,-. Het repareren van het slot van de voordeur heeft € 600,- gekost. De totale herstelkosten bedragen aldus € 2.100,- en komen voor rekening van [eiser] .

4.3

De kantonrechter overweegt hierover als volgt. Iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis verplicht de schuldenaar de schade die de schuldeiser daardoor lijdt te vergoeden, tenzij de tekortkoming de schuldenaar niet kan worden toegerekend (artikel 6:74 lid 1 BW). Een tekortkoming kan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt (artikel 6:75 BW).

4.4

[eiser] betwist dat hij een gebrekkige koel- en vriescel heeft geleverd. Verder voert hij aan dat voor zover er gebreken zijn ontstaan, deze vallen onder de leveranciersgarantie. PH Nederland betwist dat zij aanspraak kan maken op de garantie, omdat deze niet bij cessie is overgedragen. De kantonrechter begrijpt uit een email van een medewerker van World Cooling Klimaattechniek (de leverancier van de koel-en vriescel) van 11 februari 2020 dat World Cooling Klimaattechniek bereid was de gebreken te herstellen. Omdat PH Nederland een betalingsachterstand had bij haar wilde zij daar vooralsnog niet toe overgaan. Voor zover al kan worden geconcludeerd dat er sprake is van enige schade waar [eiser] verantwoordelijk voor kan worden gesteld, heeft PH Nederland ten onrechte een mogelijkheid onbenut gelaten om haar schade te beperken. PH Nederland kon zich immers tot World Cooling Klimaattechniek wenden om de garantie, zo nodig in rechte, af te dwingen. Dit lag niet op de weg van [eiser] , omdat hij de eigendom had overgedragen aan PH Nederland. Niet is gesteld of gebleken dat PH Nederland enige actie richting World Cooling heeft genomen. Dit komt gelet op artikel 6:101 BW geheel voor haar rekening en risico.

4.5

[eiser] betwist verder dat de voordeur van de Pizza Hut-vestiging bij overdracht kapot was. Voor zover al zou kunnen worden vastgesteld dat er sprake is van een gebrek aan de voordeur die voor rekening komt van [eiser] , geldt dat PH Nederland haar schade op dit punt onvoldoende heeft onderbouwd. PH Nederland legt ter onderbouwing van haar schade geen stukken over. Gelet op de betwisting van [eiser] had van PH Nederland mogen worden verwacht dat zij facturen zou overleggen van de door haar gestelde herstelkosten. Dit heeft zij niet gedaan.

4.6

Gelet op het voorgaande kan niet worden vastgesteld dat PH Nederland een vordering heeft op [eiser] .

4.7

De gevorderde hoofdsom van € 5.584,43 wordt toegewezen.

4.8

PH Nederland heeft het toegewezen bedrag aan hoofdsom niet tijdig betaald, zodat zij wettelijke rente is verschuldigd als bedoeld in artikel 6:119a BW. [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat de vervallen wettelijke rente berekend moet worden vanaf 1 november 2019 tot 25 februari 2021 en neerkomt op een bedrag van € 372,36. Per abuis had hij eerder rente berekend vanaf 12 oktober 2019. Het door [eiser] gestelde bedrag van € 372,36 is door PH Nederland niet weersproken, zodat dit wordt toegewezen. De wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 5.584,43 vanaf 25 februari 2021 wordt eveneens toegewezen.

4.9

[eiser] maakt tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Voldoende is gebleken dat aan de wettelijke vereisten is voldaan, zodat ook het gevorderde bedrag van € 654,22 aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.

4.10

PH Nederland wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Een proceskostenvergoeding is een vorm van schadevergoeding. Hierover wordt geen btw gerekend, zodat dat gedeelde van de vordering wordt afgewezen.

4.11

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat PH Nederland aan de veroordeling moet voldoen ook als zij hiertegen in hoger beroep gaat.

5. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt PH Nederland aan [eiser] te betalen een bedrag van € 6.611,01, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over een bedrag van € 5.584,43 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt PH Nederland in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [eiser] vastgesteld op € 240,- aan griffierecht, € 109,71 aan dagvaardingskosten en € 622,- (€ 311,- x 2 punten) aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

47636