Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8898

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
09-09-2021
Datum publicatie
13-09-2021
Zaaknummer
10/996610-19
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte was autodealer en heeft grote bedragen aan contant geld aangenomen. De rechtbank veroordeeld hem voor het feitelijk leidinggeven aan gewoontewitwassen van € 516.000 tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden. De rechtbank komt tot deze strafmaat op grond van verdachtes uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/996610-19

Datum uitspraak: 9 september 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

niet als ingezetene ingeschreven in de basisregistratie personen en zonder bekende feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland,

raadsman mr. B.P.J. van Riel, advocaat te Ede.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 26 augustus 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. C . de Bruijn heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4. Waardering van het bewijs

4.1

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Niet bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan opzet- of schuldwitwassen. De verdachte heeft weliswaar de beschikking gehad over contante geldbedragen, maar de vereiste wetenschap of het vereiste van een redelijk vermoeden ten aanzien van de herkomst van het geld ontbrak. Dit blijkt ook uit het feit dat de verdachte MOT-meldingen heeft gedaan. Dat had hij niet gedaan als hij wist dat het geld een criminele herkomst had.

4.2

Beoordeling

Op 18 april en 21 november 2018 heeft de politie in het kader van strafrechtelijke onderzoeken doorzoekingen uitgevoerd op het bedrijfsadres van de verdachte, [naam bedrijf 1] (hierna: [naam bedrijf 1] ). [naam bedrijf 1] was een bedrijf wat in auto’s handelde. De verdachte heeft dit bedrijf samen met zijn vader opgezet. Toen zijn vader in april 2017 overleed, heeft hij de zaak zelfstandig voortgezet.

Bij de doorzoekingen bij [naam bedrijf 1] zijn - onder meer - digitale bestanden in beslag genomen die de naam ‘Boekje’ hebben gekregen. Het politieteam heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar deze bestanden en de bedrijfsadministratie van [naam bedrijf 1] en is tot de conclusie gekomen dat deze bestanden zeer vermoedelijk een zogeheten schaduwboekhouding bevatten waarin grote contante geldbedragen zijn opgenomen voor - onder meer - de aan- en verkoop van auto's. Ten laste is gelegd het (feitelijk leiding geven aan) (gewoonte)witwassen van een vijftal van de in deze boekhouding voorkomende geldbedragen.

Juridisch kader vermoeden van witwassen

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van witwassen opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf.

Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp "uit enig misdrijf" afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.

Als uit het door het openbaar ministerie aangedragen bewijs feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp. Zo’n verklaring moet concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk zijn.

Zodra de verklaring van de verdachte daartoe aanleiding geeft, ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het geld. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal dienen te blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het geld waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat derhalve een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden.

Feiten en omstandigheden bewijsvermoeden

De rechtbank zal hierna allereerst ingaan op de feiten en omstandigheden die door het openbaar ministerie zijn aangedragen om een bewijsvermoeden van witwassen te construeren.

Bedragen in relatie tot de verkoop van auto’s

Vier van de bedragen op de tenlastelegging zien op de verkoop van vier auto’s; een Mercedes AMG S63, een Range Rover Sport, een Mercedes S400 en een BMW 6 serie.

Nader onderzoek in de administratie van [naam bedrijf 1] wees uit dat deze auto's zijn aangeschaft voor Albanezen ten behoeve van de export naar Albanië. Van een aantal Albanese kopers zijn kopieën van de paspoorten aanwezig in de administratie van [naam bedrijf 1] . Geen van deze personen komt voor in de Basisregistratie Personen en geen van hen had dus een geregistreerd legaal inkomen in Nederland. Een aantal van deze personen komt wel voor in de politiesystemen.

In de digitale bestanden ‘Boekje’ worden veelal codeletters of codenamen gebruikt. De kolom met de letters ‘Al’ kan worden gekoppeld aan een aantal voertuigen in de reguliere administratie van [naam bedrijf 1] .

Mercedes AMG S63

Uit de administratie van [naam bedrijf 1] komt naar voren dat er in de periode oktober 2017 tot en met maart 2018 in totaal € 142.000 contant is gestort ten behoeve van de aankoop van een Mercedes AMG S63. In de administratie bevond zich een kopie van een Albanees paspoort van en een factuur gericht aan [naam 1] . Uit de administratie blijkt tevens dat [naam bedrijf 1] € 82.000 voor deze Mercedes heeft overgemaakt aan [naam bedrijf 2] (Duitsland). Het restant van € 50.000 van het aankoopbedrag (€ 132.000 totaal) is contant betaald bij het ophalen van de auto bij [naam bedrijf 2] . In het bestand ‘Boekje’ is in de kolom ‘Al’ opgenomen: -132000 S.

De vermelding van -132000 S in het bestand ‘Boekje’ duidt op de aankoopbedrag, want dit bedrag sluit aan op de inkoopprijs die [naam bedrijf 1] heeft betaald voor de Mercedes AMG S63. Er is daarmee een duidelijk verband tussen de transactie met betrekking tot deze auto en de schaduwadministratie.

Range Rover Sport

Uit de administratie van [naam bedrijf 1] blijkt dat in de periode 10 januari 2018 tot en met 23 februari 2018 een drietal kasstortingen is gedaan van in totaal € 58.000. Er zijn onder meer 55 biljetten van 500 euro gestort. Uit de mutatieomschrijving is op te maken dat het om de aankoop gaat van een Range Rover voor [naam 2] in Albanië. In de administratie is een kopie van het paspoort van [naam 2] aangetroffen. In het bestand ‘Boekje’ staat -56000 rr.

Ook voor de Range Rover Sport bestaat er derhalve een duidelijk verband tussen de transactie in de reguliere administratie en de schaduwadministratie. Dat de bedragen niet volledig overeenkomen kan ook hier verklaard worden doordat in het ‘Boekje’ het aankoopbedrag werd aangehouden.

Mercedes S400

Uit de digitale administratie van [naam bedrijf 1] blijkt dat er in de periode 23 februari 2018 tot en met 16 mei 2018 een zestal kasstortingen is gedaan van in totaal € 95.000. Uit de mutatieomschrijvingen is op te maken dat het gaat om de aankoop van een Mercedes S400 ten behoeve van de export naar Albanië. In het bestand ‘Boekje’ staat in de kolom ‘AL’ vermeld: -87500 s400.

Ook hier is derhalve een duidelijk verband tussen de bedrijfsadministratie en de schaduwadministratie voor wat betreft de verkoop van deze auto waarbij het niet overeenkomen van de bedragen ook hier verklaard kan worden doordat in het ‘Boekje’ het aankoopbedrag werd genoteerd.

BMW 6

Uit de digitale administratie van [naam bedrijf 1] blijkt dat er in de periode 24 april 2018 tot en met 23 mei 2018 een viertal kasstortingen is gedaan van in totaal € 71.000,-. Uit de mutatieomschrijving is op te maken dat het gaat om de aankoop van een BMW 6 ten behoeve van de export naar Albanië. In het bestand ‘Boekje’ staat in de kolom ‘AL’ vermeld: -71000 m6.

Ook hier is een duidelijk verband te zien tussen de bedrijfsadministratie en de schaduwadministratie van de verkoop van deze auto; het bedrag en type auto komen overeen.

Verklaring verdachte over de auto’s en schaduwboekhouding

Over de bestanden die ‘Boekje’ genaamd zijn heeft de verdachte verklaard dat het een bestand is dat zijn vader bijhield. Hij heeft wel aanpassingen in de bestanden gedaan.

De verdachte heeft verder voor zover van belang als volgt verklaard:

Er is een S63 naar Albanië gegaan. De Albanezen betaalden contant. Hij heeft nooit gevraagd hoe dat contante geld in Nederland terecht is gekomen. Hij denkt dat ze bij zijn vader en hem kochten omdat er in Duitsland een probleem is met contant betalen. Hij vond het wel prima dat ze met contant geld betaalden. Over de BMW 6 heeft de verdachte verklaard dat dit op dezelfde manier ging als bij de andere auto's; mensen kwamen met contant geld. Ook hier was sprake van een Albanese koper.

Conclusie ten aanzien van de bedragen in relatie tot de verkoop van auto’s

De verdachte heeft in totaal € 366.000,- contant ontvangen van Albanezen die allen niet in Nederland waren ingeschreven en niet over legaal inkomen in Nederland beschikten. De verdachte heeft geen enkel onderzoek gedaan naar de herkomst van deze contante bedragen. De contante transacties zijn opgenomen in een zogenaamde schaduwadministratie.

Bedrag in relatie tot [naam 3]

Ten laste is gelegd dat de verdachte € 150.000,- heeft witgewassen, welk bedrag hij contant zou hebben ontvangen van [naam 3] . [naam 3] is meermaals veroordeeld voor langere gevangenisstraffen voor onder meer drugshandel en witwassen.

Verdachte kent [naam 3] en weet dat hij vast heeft gezeten voor onder meer witwassen. Voorts heeft verdachte verklaard dat het ook wel eens voorkwam dat er contante bedragen die bedoeld waren voor [naam bedrijf 3] werden afgestort bij hem en vervolgens de kosten per maand werden afgeboekt. Dat gebeurde ook bij een voertuig voor [naam 3] .

‘ [letter] ’ is [naam 3]

In het bestand ‘Boekje’ zijn kolommen opgenomen met de aanduidingen ‘ [bijnaam 1] ’, ‘ [bijnaam 2] ’ en ‘ [letter] ’. Onder de letter ‘ [letter] ’ staan de volgende omschrijvingen en bedragen:

[afbeeldingen]

Uit onderzoek naar de afschrijvingen (de bedragen met -/- ervoor) blijkt dat deze daadwerkelijk verband houden met [naam 3] , zijn vriendin [naam 4] en haar dochter [naam 5] . Zo zijn de afschrijvingen op de regels 2 tot en met 7, 16 en 17 terug te vinden in de administratie van [naam bedrijf 1] en/of [naam bedrijf 3] , waaronder een factuur op naam van [naam 5] en [naam bedrijf 4] (de onderneming van [naam 3] ).

Verdachte heeft verklaard dat hij ervan uitgaat dat de bedragen die in de plus staan ontvangsten zijn. Daarnaast heeft hij bevestigd dat hij de wijzigingen op 14 april 2018 heeft aangebracht in het bestand ‘Boekje’. In deze versie van het ‘Boekje’ zijn, na het overlijden van de vader van verdachte, onder het kopje ‘ [letter] ’ twee bedragen toegevoegd, namelijk
€ 100.000,- en € 50.000,-.

Conclusie ten aanzien van het bedrag in relatie tot [naam 3]

De afschrijvingen onder de letter ‘ [letter] ’ opgenomen in het bestand ‘Boekje’ staan in verband met transacties ten gunste van (naasten van) [naam 3] . Het is daarom aannemelijk dat de bedragen van € 100.000,- en € 50.000,- ontvangsten van [naam 3] betreffen. Gelet op het feit dat de schaduwboekhouding ziet op contante bedragen die buiten de reguliere boekhouding moesten worden gehouden, gaat de rechtbank ervan uit dat er na het overlijden van de vader van verdachte € 150.000,- aan contanten is overhandigd aan verdachte door [naam 3] .

Conclusie bewijsvermoeden van witwassen

[naam bedrijf 1] heeft € 366.000,- contant ontvangen ten behoeve van de verkoop van een viertal voertuigen. Dit is deels terug te vinden in de reguliere administratie van [naam bedrijf 1] , wat een bevestiging is dat deze transacties daadwerkelijk hebben plaatsgevonden. De Albanese kopers zijn geen ingezetenen in Nederland en beschikken niet over een legaal inkomen in Nederland. De verdachte heeft geen onderzoek gedaan naar de herkomst van de contante bedragen. Een deel van de contante bedragen is betaald in coupures van € 500,-. Coupures van € 500,- zijn in het legale economische verkeer niet gangbaar. Het is een feit van algemene bekendheid dat deze coupures veelal in het criminele circuit worden gebruikt.

Er is een schaduwboekhouding bijgehouden voor - onder meer - de contant ontvangen bedragen ten behoeve van de aankoop van deze auto’s voor derden, waaronder de eerder genoemde Albanezen. In de reguliere boekhouding missen veelal documenten waar deze transacties (juist) in zijn verwerkt. Met name wordt niet duidelijk wie de eigenaar van de auto is en wie de contante geldbedragen heeft aangebracht.

Deze omstandigheden in onderlinge samenhang bezien wijzen op zowel de misdadige herkomst van het geld maar ook op de wetenschap daarvan bij de verdachte.

Door [naam 3] is in de periode dat de verdachte bestuurder was van [naam bedrijf 1] in totaal
€ 150.000,- contant gestort. Verdachte heeft vervolgens van dit contante bedrag op verzoek van en ten behoeve van [naam 3] en zijn naasten diverse betalingen verricht. De verdachte weet dat [naam 3] vast heeft gezeten voor onder meer witwassen.

Gelet op al deze omstandigheden is er zonder meer sprake van een gerechtvaardigd vermoeden van (gewoonte)witwassen van de ten laste gelegde bedragen.

Het verweer van de verdachte dat hij meldingen ongebruikelijke transacties zou hebben gedaan, wat er op wijst dat hij er vanuit ging dat het geld een legale herkomst had, wordt verworpen. Uit onderzoek van het openbaar ministerie is gebleken dat slechts één van de tenlastegelegde transacties, namelijk de betaling door [naam 1] van € 142.000,-, door [naam bedrijf 1] bij de Financial Intelligence Unit-Nederland (FIU-NL) is gemeld. Ten aanzien van deze melding constateert de rechtbank dat de verdachte over de herkomst van het betreffende bedrag niets heeft opgenomen in de melding, terwijl dat wel een van de vereiste onderdelen van een dergelijke melding is. De melding is daarmee min of meer een ‘lege huls’ en doet dus niets af aan het hiervoor weergegeven bewijsvermoeden dat sprake is van witwassen.

De verdachte heeft voor het overige geen concrete en verifieerbare verklaring gegeven waaruit zou kunnen blijken dat de contante geldbedragen een legale herkomst hadden. Naar het oordeel van de rechtbank kan het daarom niet anders zijn dan dat deze geldbedragen middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig zijn en dat de verdachte daarvan wist. Het opzet van de verdachte is daarmee gericht op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het geld.

Gewoontewitwassen

Gelet op de aard, duur en frequentie van de handelingen die de verdachte heeft verricht kan worden bewezen dat hij van dat witwassen een gewoonte heeft gemaakt.

Feitelijk leiding geven

Nu de verdachte na het overlijden van zijn vader de enige persoon was die de onderneming feitelijk leidde, kan hij gekwalificeerd worden als feitelijk leidinggever.

4.3

Conclusie

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feitelijk leiding geven aan gewoontewitwassen van € 516.000 door de onderneming [naam bedrijf 1] bewezen.

4.4

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

[naam bedrijf 1] in de periode van

1 mei 2017 tot en met 31 december 2018

te Numansdorp althans (elders) in Nederland,

meerdere voorwerpen, te weten:

- een contant geldbedrag van (in totaal) 142.000,- euro en

- een contant geldbedrag van (in totaal) 58.000,- euro en

- een contant geldbedrag van (in totaal) 95.000,- euro en

- een contant geldbedrag van (in totaal) 71.000,- euro en- een contant geldbedrag van (in totaal) 150.000,- euro

heeft verworven en voorhanden heeft gehad en heeft omgezet,

terwijl [naam bedrijf 1] , telkens wist, dat die

contante geldbedragen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit

enig(e) misdrijf/misdrijven,

terwijl [naam bedrijf 1] van het plegen van dat feit een

gewoonte heeft gemaakt,

aan welke bovenomschreven

gedragingen verdachte telkens feitelijke leiding heeft gegeven;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

feitelijk leiding geven aan gewoontewitwassen.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het (gewoonte)witwassen van € 516.000. Het witwassen van criminele gelden vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan, ook vanwege de corrumperende invloed ervan op het reguliere handelsverkeer, en is daarmee een bedreiging voor de samenleving. Witwassen bevordert het plegen van delicten, omdat door het wegsluizen van crimineel geld en het verschaffen van een schijnbaar legale herkomst van criminele gelden de opsporing van de onderliggende misdrijven wordt bemoeilijkt en zonder witwassen het genereren van illegale winsten minder lucratief zou zijn.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 4 juni 2021, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke strafbare feiten.

Bij de berechting van een zaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De verdachte is in de onderhavige zaak op 27 mei 2017 voor het eerst gehoord. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen.

Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden.

Tussen 27 mei 2017 en de datum van het eindvonnis ligt een periode van ruim vier jaar. Nu in deze zaak, zoals hiervoor is overwogen, wordt uitgegaan van een redelijke termijn van twee jaar, is er in de onderhavige zaak sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) van twee jaar.

Gezien de ernst van het feit kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn en de uitzonderlijke persoonlijke omstandigheden van de verdachte zoals ter terechtzitting geschetst, zal de rechtbank in dit bijzondere geval echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en de gevangenisstraf geheel voorwaardelijk opleggen.

Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 51, 57, 420bis en 420ter van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

bepaalt dat ten aanzien van het primair bewezenverklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,

en mrs. A. van Luijck en T.M. Riemens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Koek, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

[naam bedrijf 1] op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

1 mei 2017 tot en met 31 december 2018

te Numansdorp en/of Rhenen, althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

één of meerdere voorwerp(en), te weten:

- een contant geldbedrag van (in totaal) 142.000,- euro (AMB-020 + 034) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) 58.000,- euro (AMB-034) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) 95.000,- euro (AMB-034) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) 71.000,- euro (AMB-034) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) 150.000,- euro (AMB-035/DOC-010 25/27)

heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben

overgedragen en/of heeft/hebben omgezet, althans, van die/dat contante

geldbedrag(en), gebruik heeft/hebben gemaakt,

terwijl [naam bedrijf 1] , en/of haar mededader(s) (telkens) wist(en), dat die/dat

contante geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit

enig(e) misdrijf/misdrijven,

terwijl [naam bedrijf 1] , en/of haar mededader(s), van het plegen van dat feit een

gewoonte heeft/hebben gemaakt,

tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafba(a)r(e) feiten verdachte

(telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven

gedraging(en) verdachte (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei

2017 tot en met 31 december 2018,

te Numansdorp en/of Rhenen, althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

één of meerdere voorwerp(en), te weten:

- een contant geldbedrag van (in totaal) 142.000,- euro (AMB-020 + 034) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) 58.000,- euro (AMB-034) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) 95.000,- euro (AMB-034) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) 71.000,- euro (AMB-034) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) 150.000,- euro (AMB-035/DOC-010 25/27)

heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben

overgedragen en/of heeft/hebben omgezet, althans, van die/dat contante

geldbedrag(en), gebruik heeft/hebben gemaakt,

terwijl hij verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), dat die/dat

contante geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit

enig(e) misdrijf/misdrijven,

terwijl hij verdachte, en/of zijn mededader(s), van het plegen van dat feit

een gewoonte heeft/hebben gemaakt,

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 mei 2017

tot en met 31 december 2018,

te Numansdorp en/of Rhenen, althans (elders) in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

één of meerdere voorwerp(en), te weten:

- een contant geldbedrag van (in totaal) 142.000,- euro (AMB-020 + 034) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) 58.000,- euro (AMB-034) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) 95.000,- euro (AMB-034) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) 71.000,- euro (AMB-034) en/of

- een contant geldbedrag van (int totaal) 150.000,- euro (AMB-035/DOC-010 25/27)

heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben

overgedragen en/of heeft/hebben omgezet, althans, van die/dat contante

geldbedrag(en), gebruik heeft/hebben gemaakt,

terwijl hij verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) redelijkerwijs

had(den) moeten vermoeden, dat die/dat contante geldbedrag(en) - onmiddellijk

of middellijk - afkomstig was/waren uit enig(e) misdrijf/misdrijven;

Rechtbank Rotterdam

Team 1

Betreft het vonnis van 9 september 2021 met het parketnummer 10/996610-19 in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

niet als ingezetene ingeschreven in de basisregistratie personen en zonder bekende feitelijke

bepaalt dat ten aanzien van het primair bewezenverklaarde feit geen straf of maatregel wordt opgelegd;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

In de plaats daarvan dient alleen te worden vermeld:

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;

Deze rectificatie is op 17 september 2021 vastgesteld en ondertekend door:

mr. P.C. Tuinenburg, voorzitter,