Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8814

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
26-08-2021
Datum publicatie
09-09-2021
Zaaknummer
10/093717-20 en 10/047294-20 (ter terechtzitting gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor mishandeling politieambtenaren i.c.m overtreding artikel 5 WVW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummers: 10/093717-20 en 10/047294-20 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 26 augustus 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte],

Raadsman mr. S. de Goede, advocaat te Breda.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 30 juli 2020 (zulks op de voet van artikel 377, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering) en van 13 augustus 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.H.A. de Bruijne heeft gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het onder 2 primair (10/093717-20) ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 primair, het onder 2 subsidiair en het onder 3 en 4 (10/093717-20) ten laste gelegde, alsmede van het in de zaak met parketnummer 10/047294-20 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Vrijspraak zonder nadere motivering

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het in de zaak met parketnummer 10/093717-20 onder 2 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

4.2.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het in de zaak met parketnummer 10/093717-20 onder 3 en 4 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.3.

Bewijswaardering in de zaak met parketnummer 10/093717-20 feit 1:

4.3.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de verklaring van aangever [naam agent 1] dat hij beklemd is geraakt tussen het dienstvoertuig van de politie waarmee de verdachte tot staan is gebracht en de - door de verdachte bestuurde - wegrijdende auto en voorts op de bij de politie afgelegde verklaring van de verdachte dat de door hem bestuurde auto tot stilstand is gebracht, dat hij is aangehouden en dat hij toen het gaspedaal heeft ingedrukt en is weggereden.

De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte opzet - in de zin van voorwaardelijk opzet - heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

4.3.2.

Beoordeling

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op verdenking van het plegen van een snelheidsovertreding is de auto met daarin de verdachte als bestuurder door de politie tot stilstand gebracht. Tijdens de aanhouding van de verdachte bevond de aangever, verbalisant [naam agent 1] (verder: “[naam agent 1]”) zich aan de linker (bestuurders)zijde van de auto van de verdachte, waarvan het portier was geopend. De verdachte is vol gas weggereden en [naam agent 1] is daarbij geraakt aan zijn linker onderarm door de deurstijl van de auto, hetgeen pijn aan de zijde van zijn lichaam heeft veroorzaakt. Hij voelde dat zijn lichaam naar links werd weggeslagen en dat hij klem zat tussen het dienstvoertuig en de auto van de verdachte.

Met betrekking tot de vraag hoe dit feit is te kwalificeren is het volgende van belang.

De tenlastelegging - en de daarin omschreven feitelijke handelingen en gebeurtenissen - vormt de grondslag voor de beoordeling door de rechtbank.

In dat verband stelt de rechtbank vast dat [naam agent 1] niet heeft verklaard dat hij zich - al dan niet deels - in de auto heeft bevonden en ook overigens is onvoldoende bewijs aanwezig dat dit het geval is geweest. Wel heeft hij verklaard dat hij door het wegrijden door de verdachte klem kwam te zitten tussen het dienstvoertuig en de auto van de verdachte. Daarbij heeft hij echter niet verklaard dat hij met het rechterbeen klemzat, zoals ten laste is gelegd. Dat het rechterbeen van [naam agent 1] beklemd is geraakt blijkt ook overigens niet uit het dossier.

Voor die onderdelen van de tenlastelegging is derhalve onvoldoende bewijs voorhanden. Weliswaar kan op grond van de verklaring van [naam agent 1], die steun vindt in het dossier, worden vastgesteld dat hij door het handelen van de verdachte beklemd is geraakt, maar dat de verdachte heeft getracht om [naam agent 1] daarmee zwaar lichamelijk letsel toe te brengen is niet aan hem ten laste gelegd.

4.3.3.

Conclusie

Niet bewezen is dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/093717-20 onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte zal van dit feit worden vrijgesproken.

Wel is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de subsidiair ten laste gelegde mishandeling, door met de door hem bestuurde auto weg te rijden en met (de deurstijl van) dit voertuig de arm van de zich in de directe nabijheid van de auto bevindende [naam agent 1] te raken, waardoor pijn is veroorzaakt.

4.4.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de in de zaak met parketnummer 10/093717-20 onder 1 subsidiair, onder 2 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en het in de zaak met parketnummer 10/047294-20 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

In de zaak met parketnummer 10/093717-20:

1. subsidiair):

hij op 5 april 2020 in Nederland, een ambtenaar, [naam agent 1], hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door met een personenauto merk BMW, vanuit stilstand, met hoge snelheid weg te rijden, terwijl die [naam agent 1] zich in de directe nabijheid van die personenauto bevond, waardoor die personenauto (hard) de linker arm van die [naam agent 1] heeft geraakt .

2 ( subsidiair):

hij op 5 april 2020 in Nederland, een ambtenaar, [naam agent 2], brigadier van politie Eenheid Rotterdam, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door met een personenauto merk BMW, vanuit stilstand, met hoge snelheid weg te rijden, terwijl die [naam agent 2] zich in de directe nabijheid van die personenauto, bevond, waardoor het portier van die personenauto (hard) de rechter arm van die [naam agent 2] heeft geraakt.

3.

hij op 5 april 2020 in Nederland, als bestuurder van een voertuig, een personenauto merk BMW, dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van cannabis (tetrahydrocannabinol), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht.

4.

hij op of omstreeks 5 april 2020 in Nederland, als bestuurder van een voertuig personenauto merk BMW, daarmee rijdende op de weg, de Rijksweg A15,

- op de Rijksweg A15 rechts, met een snelheid van 157 kilometer per uur heeft gereden, en

- op de Rijksweg A15 rechts, met een snelheid van 170 kilometer per uur heeft gereden, en

- een puntstuk heeft gebruikt en

- een voor hem rijdende personenauto, niet links, maar rechts heeft ingehaald met een (geschatte) snelheid van 150 kilometer per uur, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.

In de zaak met parketnummer 10/047294-20:

hij omstreeks 13 oktober 2019 te Rhoon, gemeente Albrandswaard, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een goed van zijn gading, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam complex], weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door middel van braak een raam heeft verbroken en heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet ook daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

De zaak met parketnummer 10/093717-20:

Feit 1 (subsidiair):

Mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende

of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Feit 2 (subsidiair):

Mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende

of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

Feit 3:

overtreding van artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994.

Feit 4:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

De zaak met parketnummer 10/047294-20:

Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan blijkt uit het dossier. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van twee politiemannen. Nadat de verdachte was staande gehouden voor een snelheidsovertreding heeft de verdachte geweigerd gehoor te geven aan het verzoek om uit de auto te stappen en heeft hij zich aan zijn aanhouding willen onttrekken door, terwijl één van de agenten hem wilde boeien, vol gas te geven en zich met de auto uit de voeten te maken. Daarbij heeft de verdachte met zijn auto de beide agenten geraakt, die gewoon hun werk deden en op zeer korte afstand aan beide kanten van de auto stonden en waarbij pijn is veroorzaakt.

Tijdens de daarna door de politie ingezette achtervolging van de auto met daarin de verdachte als bestuurder heeft de verdachte, door met hoge snelheid zich op het wegdek bevindende zogenaamde puntstukken te negeren en andere weggebruikers met hoge snelheid aan de rechterzijde in te halen het verkeer ernstig in gevaar gebracht. Dat gevaar werd - zo mogelijk - nog versterkt doordat de verdachte, na zijn uiteindelijke aanhouding, ook nog onder invloed bleek te zijn van - onder meer - cannabis.

Dat de verdachte zijn aanhouding kennelijk tot elke prijs en met de handelingen als hiervoor omschreven, heeft willen voorkomen en daarbij bovendien herhaalde waarschuwingen van zijn passagiers heeft genegeerd getuigt van een volkomen respectloze houding ten aanzien van andermans lichamelijke integriteit, andere verkeersdeelnemers en het openbaar gezag en kan niet worden getolereerd.

De verdachte heeft zich, naast deze feiten, ook schuldig gemaakt aan een poging tot inbraak in een gebouw van een sportcomplex en heeft daarbij schade aangericht aan een raam van dit pand. De verdachte heeft met zijn handelen geen enkel respect getoond voor andermans eigendom en de schade die hij heeft veroorzaakt en heeft kennelijk uitsluitend geldelijk gewin voor ogen gehad.

Bij omstanders en in de samenleving in het algemeen brengen feiten als waaraan de verdachte zich schuldig heeft gemaakt ook gevoelens van onveiligheid en onrust teweeg.

7.2.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 28 mei 2021, waaruit blijkt dat de verdachte recentelijk niet eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten of verkeersdelicten. Wel is de verdachte eerder veroordeeld voor een gekwalificeerd vermogensdelict, waarbij een deels voorwaardelijke straf is opgelegd.

7.2.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 14 juli 2020. De rechtbank heeft acht geslagen op dit rapport. In dit rapport wordt geadviseerd om aan de verdachte een aantal bijzondere voorwaarden op te leggen.

Straffen

Gezien de aard en ernst van de feiten kan ten aanzien van de bewezenverklaarde misdrijven niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

De verdediging heeft verzocht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarvan het onvoorwaardelijk deel gelijk is aan het ondergane voorarrest, aangevuld met een werkstraf.

De rechtbank volgt daarin de raadsman niet. Gelet op de aard van en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan kan met een (onvoorwaardelijke) straf van een duur die de verdediging voor ogen staat niet worden volstaan.

De rechtbank ziet, mede gelet op het strafblad van de verdachte, geen aanleiding om een deel van de straf in voorwaardelijke vorm op te leggen.

Aan de verdachte zal derhalve voor de bewezenverklaarde misdrijven een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden opgelegd.

Voor de in zaak met parketnummer 10/093717-20 onder 4 bewezen verklaarde overtreding zal daarnaast hechtenis aan de verdachte worden opgelegd.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straffen passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 57, 62, 300, 304 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 8, 176 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 . Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte de in de zaak met parketnummer 10/093717-20 onder 1 primair en onder 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/047294-20 ten laste gelegde feit en de in de zaak met parketnummer 10/093717-20 onder 1 subsidiair, onder 2 subsidiair, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte ook daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte voor de in de zaak met parketnummer 10/093717-20 onder 1 subsidiair, onder 2 subsidiair en 3 bewezenverklaarde feiten en het in de zaak onder parketnummer 10/047294-20 bewezenverklaarde feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

veroordeelt de verdachte voor het in de zaak met parketnummer 10/093717-20 onder 4 bewezenverklaarde feit tot een hechtenis voor de duur van 2 (twee) weken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in de in de zaken onder beide parketnummers in verzekering en/of in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. R. Brand, voorzitter,

en mrs. A.M.J. van Buchem-Spapens en F.W.H. van den Emster, rechters,

in tegenwoordigheid van J.P. van der Wijden, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 26 augustus 2021.

De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

In de zaak met parketnummer 10/093717-20:

1.

hij op of omstreeks 5 april 2020 te Zwijndrecht, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam agent 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een personenauto (merk BMW), vanuit stilstand, met hoge snelheid is weggereden, terwijl die [naam agent 1] zich deels in die personenauto, dan wel in de directe nabijheid van die personenauto bevond, waardoor het portier van die personenauto (hard) de linker arm van die [naam agent 1] heeft geraakt en/of het rechter been van die [naam agent 1] beklemd is geraakt tussen die personenauto en een ander voertuig, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 5 april 2020 te Zwijndrecht, in elk geval in Nederland, een ambtenaar, [naam agent 1], hoofdagent van politie Eenheid Rotterdam, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door met een personenauto (merk BMW), vanuit stilstand, met hoge snelheid weg te rijden, terwijl die [naam agent 1] zich deels in die personenauto, dan wel in de directe nabijheid van die personenauto bevond, waardoor het portier van die personenauto(hard) de linker arm van die [naam agent 1] heeft geraakt en/of het rechter been van die [naam agent 1] beklemd is geraakt tussen die personenauto en een ander voertuig;

2.

hij op of omstreeks 5 april 2020 te Zwijndrecht, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [naam agent 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

met een personenauto (merk BMW), vanuit stilstand, met hoge snelheid is weggereden, terwijl die [naam agent 2] zich deels in die personenauto, dan wel in de directe nabijheid van die personenauto bevond, waardoor het portier van die personenauto (hard) de rechter arm an die [naam agent 2] heeft geraakt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 5 april 2020 te Zwijndrecht, in elk geval in Nederland, een ambtenaar, [naam agent 2], brigadier van politie Eenheid Rotterdam, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening heeft mishandeld door met een personenauto (merk BMW), vanuit stilstand, met hoge snelheid weg te rijden, terwijl die [naam agent 2] zich deels in die personenauto, dan wel in de directe nabijheid van die personenauto, bevond, waardoor het portier van die personenauto (hard) de rechter arm van die [naam agent 2] heeft geraakt,;

3.

hij op of omstreeks 5 april 2020 te Zwijndrecht, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig, (een personenenauto merk BMW), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van een of meerdere stof(fen), te weten amfetamine en/of cannabis (tetrahydrocannabinol), waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;

4.

hij op of omstreeks 5 april 2020 te Rotterdam en/of Barendrecht en/of Zwijndrecht, in elk geval in Nederland, als bestuurder van een voertuig (personenauto merk BMW), daarmee rijdende op de weg, de Rijksweg A15,

- op de Rijksweg A15 rechts, met een snelheid van 157 kilometer per uur heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid van de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- op de Rijksweg A15 rechts, met een (geschatte) snelheid van (tenminste) 170 kilometer per uur heeft gereden, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid van de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of

- meermalen, althans eenmaal, een puntstuk heeft gebruikt en/of

- een voor hem rijdende personenauto, niet links, maar rechts heeft ingehaald met een (geschatte) snelheid van 150 kilometer per uur, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid van de ter plaatse voor dat voertuig toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

In de zaak met parketnummer 10/047294-20:

hij op of omstreeks 13 oktober 2019 en/of 14 oktober 2019 te Rhoon, gemeente Albrandswaard ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een goed van zijn gading, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [naam complex], weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming,

een raam heeft verbroken en/of heeft geforceerd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.