Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8759

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
23-08-2021
Datum publicatie
09-09-2021
Zaaknummer
C/10/622573 / JE RK 21-1998
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

afwijzing verzoek gedeeltelijke gezagsuitoefening door de gecertificeerde instelling ex artikel 1:265e BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens : C/10/622573 / JE RK 21-1998

datum uitspraak: 23 augustus 2021

afwijzing verzoek gedeeltelijke gezagsuitoefening door de gecertificeerde instelling

ex artikel 1:265e BW

in de zaak van

de gecetificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2009 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

gevestigd te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 21 juli 2021, ingekomen bij de griffie op

22 juli 2021.

Op 23 augustus 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de minderjarige [naam kind] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,

- de moeder,

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam] .

Opgeroepen en niet verschenen is:

- de vader.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de ouders.

[naam kind] verblijft bij Pluryn te Oosterbeek.

Bij beschikking van 4 augustus 2021 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 25 augustus 2021.

De kinderrechter heeft bij deze beschikking tevens machtiging tot uithuisplaatsing verleend van [naam kind] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Het verzoek

De GI heeft verzocht om op basis van artikel 1:265e van het Burgerlijk Wetboek te bepalen dat het gezag – daar waar het gaat om toestemming voor een medische behandeling – gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de GI.

De GI heeft ter zitting het verzoek gehandhaafd en als volgt toegelicht. Het verblijf van [naam kind] bij Pluryn verloopt moeizaam. [naam kind] heeft baat bij de medicatie Concerta, omdat zijn gedrag nog niet gestabiliseerd is. Hij heeft moeite met de prikkels en de andere kinderen om zich heen. De psychiater van Pluryn heeft weliswaar aangegeven de medicatie voor [naam kind] noodzakelijk te achten, echter een verklaring van deze psychiater ontbreekt in de stukken.

De GI heeft meerdere malen toestemming aan de moeder gevraagd voor de medicatie, maar de moeder weigert dit.

De mening van de belanghebbende

De moeder heeft zich verzet tegen het verzochte. Zij heeft naar voren gebracht dat het om zware medicatie gaat en dat haar eigen huisarts de medicatie heeft afgeraden. [naam kind] verblijft deze zomervakantie al ruim 3 weken bij haar en het gaat goed zonder medicatie. [naam kind] heeft deze drie weken geen medicatie genomen en de moeder ziet dat hij veel rustiger is geworden. [naam kind] krijgt buikpijn van de medicatie en hij merkt geen verschil als hij wel de medicatie neemt. [naam kind] is drie jaar geleden uit huis geplaatst en is sindsdien twee keer overgeplaatst naar een andere plek. [naam kind] is erg gepest op school, hij voelt zich in de steek gelaten door zijn vader en hij mist zijn vriendjes en broertje nu hij zo ver weg bij Pluryn verblijft. Hierdoor zit hij niet lekker in zijn vel. [naam kind] wil gewoon een normale tiener zijn.

De beoordeling

De kinderrechter kan bij de verlening van de machtiging tot uithuisplaatsing en ook nadat deze machtiging is verlengd, op verzoek bepalen dat het gezag gedeeltelijk wordt uitgeoefend door de gecertificeerde instelling die het toezicht uitoefent, voor zover dit noodzakelijk is in verband met de uitvoering van de ondertoezichtstelling. Hij kan dit doen met betrekking tot: a. de aanmelding van de minderjarige bij een onderwijsinstelling, b. het geven van toestemming voor een medische behandeling van de minderjarige jonger dan twaalf jaar of van de minderjarige van twaalf jaar of ouder die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake, of c. het doen van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning ten behoeve van de minderjarige als bedoeld in de artikelen 14 of 28 van de Vreemdelingenwet 2000.

De toepassing van dit artikel grijpt zowel in de rechten van het kind als in die van de ouder in. Om deze reden dient terughoudend met toepassing van dit artikel te worden omgegaan, in het bijzonder voor de uitoefening van het gezag ten aanzien van het geven van toestemming voor een medische behandeling. Om de toets van het EVRM te kunnen doorstaan, dient goed gemotiveerd te worden waarom in dit specifieke geval en gericht op de specifieke belangen van het kind het noodzakelijk is dat het ouderlijk gezag (deels) wordt overgeheveld.

De kinderrechter overweegt dat in het verzoek van de GI een medische verklaring van een arts ontbreekt, waaruit zou blijken dat de medicatie voor [naam kind] noodzakelijk is. Het ontbreken van deze medische verklaring is ter zitting door de GI niet weersproken. Nu het verzoek onvoldoende is onderbouwd en de noodzaak hierdoor onvoldoende is gebleken, zal de kinderrechter het verzoek afwijzen.

De beslissing

De kinderrechter:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.N. Melkert, kinderrechter, in tegenwoordigheid van J.A. van Soest als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 augustus 2021.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 27 augustus 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.