Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8736

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-09-2021
Datum publicatie
08-09-2021
Zaaknummer
9045795/GZ VERZ 21-1043 en 9045796/GZ VERZ 21-1044
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Ruzie tussen kinderen: twee van hen maken o.a. contact van betrokkene met haar andere kind onmogelijk. In het belang van betrokkene (97 jaar) wordt aan de inhoud van haar levenstestament voorbij gegaan met benoeming professioneel bewindvoerder/mentor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9045795 \ GZ VERZ 21-1043 en 9045796 \ GZ VERZ 21-1044

uitspraak: 1 september 2021

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

inzake het verzoek van:

[verzoeker 1] en

[verzoeker 2] ,

beiden wonende te [adres verzoekers] ,

hierna te noemen verzoekers,

gemachtigde: mr. M. Schreuders, advocaat te Den Haag,

tot instelling van een bewind en mentorschap over:

[betrokkene]

die verblijft op een (voor verzoekers) geheime woon- en verblijfplaats,

geboren te [geboorteplaats betrokkene] op [geboortedatum betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene.

Verloop van de procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:

  1. het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie binnengekomen op 22 februari 2021;

  2. de stukken overgedragen ter zitting van de zijde van [naam 1] en [naam 2]

de brief van 3 augustus 2021 (ingekomen op 5 augustus 2021) van mr. Kazzaz-de Hoog;

3. een faxbericht van 5 augustus 2021, met bijlage van mr. Autar-Matawlie;

4. een brief van 9 augustus 2021 (ingekomen op 10 augustus 2021) van [naam 4] ;

5. een bereidverklaring van de voorgestelde bewindvoerder [naam 5] .

De kantonrechter heeft de zaak ter terechtzitting van 29 juli 2021 behandeld.

Aanwezig waren:

[naam 1] ,

[naam 3] ,

[naam 2]

[naam 4] ,

[naam 5] ,

mr. M. Schreuders

[naam 6] ,

[verzoeker 2] .

Betrokkene is niet verschenen.

Op 5 augustus 2021 is betrokkene op locatie gehoord.

Beoordeling van het verzoek

Ter beoordeling ligt de vraag voor of het in het belang van betrokkene is om curatele dan wel bewind of mentorschap over haar in te stellen. Verzoekers en belanghebbenden verschillen hierover van mening. Voor beantwoording van deze vraag is van belang of betrokkene wilsbekwaam is om zelfstandig haar financiële en persoonlijke belangen te behartigen.

Achtergrond:

Betrokkene is een 97-jarige vrouw (weduwe) die vier kinderen heeft: [naam 7] , [naam 8] , [naam 9] en [naam 10] . De oudste zoon, [naam 8] , is in 2007 overleden. De zus van betrokkene is in 2014 overleden. Het gezin is opgegroeid in [woonplaats] en betrokkene heeft daar tot voor kort ook gewoond; tot oktober 2020 woonde zij in een verzorgingstehuis in [woonplaats]. In oktober 2020 hebben [naam 9] en [naam 10] betrokkene verhuisd naar een voor [naam 7] en haar aanverwanten onbekende woon- en verblijfplaats.

Verder is van belang dat op 24 juli 2017 een levenstestament is opgemaakt waarbij [naam 9] en [naam 10] als gevolmachtigden zijn aangewezen.

In 2014, na het overlijden van de zus van betrokkene, is op enig moment tussen de kinderen [naam 7] (en aanverwanten) enerzijds en [naam 9] en [naam 10] (en aanverwanten) anderzijds, ruzie ontstaan. De achtergrond daarvan is – ook op basis van de vele e-mailberichten die zijn overgelegd – niet helemaal na te gaan, maar feit is dat [naam 9] en [naam 10] geen contact meer willen hebben met [naam 7] en zij ook niet toestaan dat [naam 7] met betrokkene contact heeft. Volgens [naam 9] en [naam 10] is dit omdat [naam 7] (en haar aanverwanten) betrokkene stalken met bezoekjes en betrokkene heeft aangegeven geen bezoek en/of contact meer te willen ontvangen van [naam 7] en haar aanverwanten. Omdat [naam 9] en [naam 10] betrokkene naar een voor [naam 7] onbekende woon- en verblijfplaats hebben verhuisd heeft [naam 7] , om toch in contact te kunnen blijven met betrokkene, een kort geding procedure gevoerd bij de voorzieningenrechter in Den Haag. Deze heeft bij uitspraak van 27 mei 2021 – kort samengevat – op straffe van een dwangsom beslist dat [naam 7] in ieder geval telefonisch contact met betrokkene moet kunnen hebben en [naam 9] en [naam 10] daarvoor het nummer van betrokkene dienen te verstrekken. Tot op heden is er geen (telefonisch) contact geweest tussen [naam 7] en betrokkene.

In het op 24 juli 2017 opgemaakte levenstestament zijn [naam 9] en [naam 10] als gevolmachtigden aangewezen en daarin is onder meer opgenomen:

- dat [naam 9] en [naam 10] zeggenschap hebben over onder andere de bankrekeningen van betrokkene, haar safeloket, effecten e.d. en ook giften aan zichzelf en hun beider (klein)kinderen mogen doen

- [naam 7] en haar aanverwanten geen inzage mag worden verstrekt in het medisch dossier van betrokkene, ook niet na het overlijden van betrokkene

- dat het de uitdrukkelijke wens van betrokkene is dat [naam 7] en/of haar aanverwanten niet zullen worden gehoord bij een verzoek tot haar onderbewindstelling.

Volgens [naam 9] is het vermogen van betrokkene meer dan € 100.000,-. Volgens verzoeker [verzoeker 2] (zoon van [naam 7] ) kan daar wel ‘een nulletje bij worden gezet’, derhalve meer dan

1. miljoen euro.

Het horen op locatie van betrokkene

Zoals hiervoor onder het verloop van de procedure weergegeven is op 29 juli 2021 een mondelinge behandeling geweest waar verzoekers en belanghebbenden zijn gehoord en zij hun standpunten nader hebben mogen toelichten. Omdat betrokkene daar zelf niet aanwezig is geweest is besloten tot het horen van betrokkene op locatie, waartoe [naam 9] en [naam 10] het adres van betrokkene in een gesloten envelop aan de kantonrechter hebben overhandigd. Het horen van betrokkene heeft plaatsgevonden op 5 augustus 2021 en daarvan is proces-verbaal opgemaakt.

De inhoudelijke beoordeling

Op basis van de stukken, hetgeen is besproken tijdens de mondelinge behandeling, het horen van betrokkene zelf, alsmede de inhoud van de later gevoerde correspondentie en nadien ingekomen stukken, acht de kantonrechter zich thans – ook zonder hernieuwde zitting – voldoende voorgelicht om onderhavige beslissing te nemen. Daarbij is tevens van belang dat, gezien de hoge leeftijd van betrokkene, de bestaande situatie en het feit dat het verzoek dateert van 19 februari 2021, enige spoed bij het nemen van een beslissing geboden is.

Gelet op de stukken, het verhandelde ter zitting en met name na het horen van betrokkene zelf staat volgens de kantonrechter vast dat betrokkene als gevolg van haar lichamelijke toestand tijdelijk en/of duurzaam niet in staat is haar belangen van financiële en/of persoonlijke aard te vertegenwoordigen. Voldoende duidelijk is geworden dat betrokkene niet in staat is om tegen [naam 9] en [naam 10] te zeggen wat zij het liefst zou willen, namelijk óók contact met [naam 7] , dan wel dat [naam 9] en [naam 10] haar dat contact op dit moment onmogelijk maken en betrokkene niet in staat is daar tegen in te gaan of zich daar tegen te verzetten. Met dit gegeven zijn in beginsel de beschermingsmaatregelen van bewind en mentorschap geïndiceerd indien en voor zover een minder ingrijpende beschermingsmaatregel niet volstaat. [naam 9] en [naam 10] hebben zich beroepen op het door betrokkene opgestelde levenstestament, dat volgens hen volstaat.

De kantonrechter is van oordeel dat met het door betrokkene opgestelde levenstestament, waarmee [naam 9] en [naam 10] zijn gevolmachtigd, de belangen van betrokkene onvoldoende worden beschermd. Er is sprake van wederzijds wantrouwen en strijd tussen de kinderen van betrokkene, [naam 9] en [naam 10] enerzijds en [naam 7] anderzijds. Het wantrouwen en de strijd over en weer blijkt onder meer uit het horen van betrokkene (daarover hieronder meer). Dit wederzijds bestaande wantrouwen is niet in het belang van betrokkene. In haar toestand heeft betrokkene de zorg en liefde van zowel [naam 9] en [naam 10] (en aanverwanten) als [naam 7] (en aanverwanten) nodig, waarbij geen van de kinderen in de positie dient te komen dat hij of zij betrokkende de zorg en betrokkenheid van één van de andere kinderen kan ontzeggen, omdat hij of zij de persoonlijke belangen van betrokkene behartigt. Omdat, gelet op de gehele situatie, [naam 9] en [naam 10] enerzijds en [naam 7] anderzijds niet met elkaar door één deur kunnen lijkt er sprake van belangenverstrengeling waar betrokkene en [naam 7] (en aanverwanten) op dit moment de dupe van zijn.

Dat betrokkene van de onderlinge verhouding van [naam 9] , [naam 10] en [naam 7] de dupe is blijkt uit wat betrokkene tijdens het horen zelf heeft gezegd. Zij was tijdens het gesprek duidelijk in haar mening over [naam 7] (het is een baas en ze moet niet zo zeuren) maar eveneens sprak zij duidelijk haar wens uit om contact te hebben met [naam 7] , maar dat dat op dit moment door [naam 9] en [naam 10] niet mogelijk is (zij vinden het wel lekker rustig zo). Dat zij hier erg mee bezig is blijkt naar het oordeel van de kantonrechter uit het feit dat zij bij het desgevraagd opnoemen van de namen van haar kinderen begint met [naam 7] (daarna na doorvragen gevolgd door [naam 8] ) en pas op aandringen dat er nog twee kinderen zijn en het voorhouden van hun namen, [naam 9] en [naam 10] , meldt dat dit de minst belangrijke kinderen zijn, waarbij betrokkene overigens wel aangeeft er weet van te hebben dat zij iedere dag bij haar op bezoek komen. Verder is tijdens de mondelinge behandeling op de rechtbank gebleken dat [naam 9] en [naam 10] op geen enkele manier bereid zijn de woon- en verblijfplaats van betrokkene aan [naam 7] (en aanverwanten) door te geven en ook telefonisch contact is, ondanks het kortgedingvonnis, vrijwel onmogelijk. Immers dit contact loopt volgens verzoekers via een doorkiesnummer dat verbonden is aan de telefoon van [naam 9] . Uit de geschetste omstandigheden komt duidelijk naar voren dat er al langere tijd ruzie is tussen de kinderen, maar niet tussen betrokkene en [naam 7] , dat betrokkene graag contact zou willen met [naam 7] , maar dat gelet op de ontstane situatie niet durft te vragen. Betrokkene wil contact wil met ál haar kinderen, maar niet tegelijk! Ook zij ziet in dat dat niet (meer) mogelijk is.

Verder is van belang dat betrokkene kennelijk geen weet (meer) heeft van het bestaan van (de inhoud) van haar levenstestament en dus ook niet van het feit dat daarin onder meer is opgenomen dat [naam 9] en [naam 10] zichzelf en hun (klein)kinderen jaarlijks schenkingen (kunnen) doen (en [naam 7] en/of aanverwanten niet) en dat [naam 7] niets mag weten over de medische toestand van betrokkene en betrokkene zou hebben aangegeven geen vertrouwen in [naam 7] te hebben.

Op grond van al het voorgaande stelt de kantonrechter vast dat betrokkene zelf niet in staat is te (laten) organiseren wat zij zelf zou willen, namelijk (fysiek) contact met [naam 7] en haar aanverwanten. [naam 9] en [naam 10] houden dat in de – kennelijke onjuiste – veronderstelling dat betrokkene dat niet wil omdat ze dan weer gestalkt zal gaan worden door hen, op alle mogelijke manieren, tegen. Nu alleen zij kennis hebben van de woon- en verblijfplaats en contactgegevens van betrokkene, ziet de kantonrechter een hernieuwd contact met [naam 7] en haar aanverwanten, zonder de verzochte onderbewindstelling er niet snel (genoeg) van komen.

Gelet op het bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat de noodzaak voor onderbewindstelling en mentorschap, ondanks het bestaan van het levenstestament, aanwezig is. Immers, ook indien er een levenstestament is opgesteld kunnen er omstandigheden denkbaar zijn waaronder het, ondanks dat levenstestament, aangewezen is om bewind en mentorschap uit te spreken. Die omstandigheden zijn hier aanwezig: de verstoorde familieverhoudingen, het kennelijk aanwezige vermogen van betrokkene, en niet in de laatste plaats het feit dat alle macht nu lijkt te liggen bij [naam 9] en [naam 10] die tevens gevolmachtigd zijn in het levenstestament, in combinatie met het (tegen de zin van betrokkene) ‘buitenspel zetten’ van verzoekers.

Gezien voornoemde verhoudingen binnen de familie is benoeming van een professioneel bewindvoerder, tevens mentor noodzakelijk.

Voor de eveneens gevraagde zwaardere variant van ondercuratelestelling ziet de kantonrechter onvoldoende grond, nu betrokkene niet alleen buiten komt en derhalve geen gevaar vorm voor zichzelf of voor anderen, zodat kan worden volstaan met bewindvoering en mentorschap.

Op grond van al het voorgaande zal het verzoek van 19 februari 2021 tot onderbewindstelling en het instellen van mentorschap over betrokkene dan ook worden toegewezen, met benoeming van een professionele bewindvoerder en mentor.

[naam 5] h.o.d.n. [naam bedrijf], gevestigd te [adres] , en tevens aanwezig op de zitting van 29 juli 2021 heeft zich bereid verklaard als bewindvoerder, tevens mentor te worden benoemd.

Er is gebleken dat betrokkene niet in staat moet worden geacht de rekening en verantwoording te begrijpen en te beoordelen. Tevens is gebleken dat betrokkene niet in staat is toestemming te geven als bedoeld in artikel 1:441 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Beslissing

De kantonrechter:

stelt alle goederen die (zullen) toebehoren aan [betrokkene] voornoemd onder bewind wegens een lichamelijke of geestelijke toestand;

benoemt tot bewindvoerder:

[naam 5] h.o.d.n. [naam bedrijf], wonende te [adres] ;

stelt een mentorschap in over [betrokkene] als gevolg van een lichamelijke of geestelijke toestand;

benoemt tot mentor:

[naam 5] , vennoot van [naam bedrijf] , gevestigd te [adres] ;

stelt de beloning van de bewindvoerder en mentor voor de aanvangswerkzaamheden vast overeenkomstig artikel 5 juncto artikel 2 lid 5 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren, ten bedrage van € 1.005,00 ex btw;

stelt de jaarbeloning van de bewindvoerder en mentor vast overeenkomstig artikel 5 juncto artikel 2 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.C. van der Kolk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

44465

Verzonden op: