Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8729

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-09-2021
Datum publicatie
07-09-2021
Zaaknummer
C/10/618864 / HA ZA 21-449
Rechtsgebieden
Burgerlijk procesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 843a Rv incident. Eiseres daarin niet-ontvankelijk. Anders dan gebruikelijk wordt niet eerst en vooraf om een beslissing verzocht. Met de door eiseres geformuleerde voorwaarde van het verzoek miskent eiseres de taakverdeling tussen partijen en de rechter. De wijze van procederen van (incidenteel) eiseres op dit punt schuurt dan ook met de eisen van een goede procesorde. Ook geen belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/618864 / HA ZA 21-449

Vonnis in incident van 1 september 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

COD REAL ESTATE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. C.C.M. van Gisbergen te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RED COMPANY PROJECTEN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

POWERHOUSE COMPANY B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagden in de hoofdzaak,

verweersters in het incident,

advocaat mr. R.G.J. de Haan te Amsterdam.

Partijen worden hierna Cod, Red en Powerhouse genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding tevens houdende de (voorwaardelijke) incidentele vordering ex artikel 843a Rv van 17 mei 2021,

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord, met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De feiten

2.1.

Cod houdt bezig met vastgoedontwikkeling, meer in het bijzonder met (her)ontwikkeling van gebieden, woningen, hotels, multifunctionele kantoren of een combinatie daarvan. Cod investeert in deze projecten met kapitaal en ontwikkelingscapaciteit. Red houdt zich ook bezig met vastgoedontwikkeling, met als specialisatie woningbouw, hospitality en mixed-use projecten. Powerhouse is een architectenbureau. [naam 1] is bestuurder van Red en Powerhouse.

2.2.

Cod, Red en Powerhouse hebben op 21 juli 2017 een samenwerkingsovereenkomst gesloten voor de herontwikkeling van het Codrico fabrieksterrein (hierna: het Codricoterrein) in Rotterdam. Op het Codricoterrein, dat in eigendom toebehoort aan de gemeente Rotterdam (hierna: de gemeente), is door de gemeente een recht van erfpacht gevestigd ten behoeve van [naam 2] (hierna: [naam 2]). Partijen beoogden als ontwikkelingspartners samen te werken om de medewerking van [naam 2] (als erfpachthouder) te verkrijgen en daarna samen de herontwikkeling van het Codricoterrein te realiseren.

2.3.

In de periode 2017 – 2018 hebben tussen partijen en [naam 2] gesprekken plaatsgevonden over de verkoop van het recht van erfpacht van [naam 2] en over diens medewerking aan de ontwikkeling van het Codricoterrein. Hiertoe was [naam 2] niet bereid. In een e-mail van 4 mei 2018 geeft [naam 2] te kennen met Cod niet meer verder te willen onderhandelen. In diezelfde periode zijn ook met de gemeente gesprekken gevoerd over de herontwikkeling en hebben partijen hun ontwikkelvisie aan de gemeente gepresenteerd.

2.4.

Begin december 2020 hebben Red en Powerhouse met de gemeente een ontwikkelvisie voor het Codricoterrein gepresenteerd.

2.5.

Bij e-mail van 11 december 2020 aan Red Powerhouse heeft de advocaat van Cod nakoming van de samenwerkingsovereenkomst gevorderd en Red en Powerhouse gesommeerd Cod inzage te bieden in alle afspraken die zij met derden over de ontwikkeling van het Codricoterrein hebben gemaakt.

2.6.

De advocaten van Red en Powerhouse hebben bij e-mail van 18 december 2020 de advocaat van Cod bericht dat Cod geen aanspraak op inzage van de stukken toekomt, dat iedere aansprakelijkheid uit hoofde van de (beweerdelijke) samenwerkingsovereenkomst van de hand wordt gewezen en dat de samenwerkingsovereenkomst, aangezien [naam 2] niet meer met Cod verder wilde, is beëindigd.

2.7.

In de periode daarna tot 26 april 2021 hebben partijen met elkaar gecorrespondeerd over een mogelijk oplossing van hun geschil. Tot een oplossing van hun geschil over de (beweerdelijke) samenwerkingsovereenkomst is het niet gekomen.

3. Het geschil in de hoofdzaak

3.1.

Cod vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

I. voor recht verklaart dat Red en Powerhouse toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst van 21 juli 2017 met Cod door zonder medeweten van haar een overeenkomst dan wel meerdere overeenkomsten aan te gaan met [naam 2] en/of de gemeente tot herontwikkeling van het Codricoterrein in Rotterdam;

II. Red en Powerhouse veroordeelt tot nakoming van de samenwerkingsovereenkomst van 21 juli 2017;

Subsidiair

III. Red en Powerhouse veroordeelt tot door onderhandelen op de overeenkomst van 21 juli 2017 om zich in te spannen tot een samenwerkingsovereenkomst voor de herontwikkeling van het Codricoterrein in Rotterdam te komen;

Meer subsidiair

IV. Red en Powerhouse jegens Cod veroordeelt tot het vergoeden van de door Cod geleden en nog te lijden schade, waaronder gederfde winst, nader op te maken bij staat, te vermeerderen met de wettelijke rente;

In alle gevallen

V. Red en Powerhouse jegens Cod in het licht van de vordering onder (I) en (II), althans (III), althans (IV) veroordeelt tot afgifte van de ontwikkelingsovereenkomst(en) gesloten tussen Red en/of Powerhouse met [naam 2] en/of de gemeente en afgifte van de overeenkomst c.q. afspraken die voor het overige zijn gemaakt tussen Red en Powerhouse enerzijds met [naam 2] anderzijds met betrekking tot de herontwikkeling van het Codricoterrein in Rotterdam, binnen twee weken na dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag;

VI. Red en Powerhouse veroordeelt om binnen twee maanden na dit vonnis een schriftelijk voorstel te doen om te komen tot een invulling van de rol van Cod, Powerhouse, en Red in de ontwikkeling van het Codricoterrein in Rotterdam, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag;

VII. Red en Powerhouse veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

4. Het geschil in het (voorwaardelijke) incident

4.1.

Cod vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. Red en Powerhouse veroordeelt aan Cod af te geven de ontwikkelovereenkomst gesloten tussen Red en/of Powerhouse met de gemeente en/of [naam 2] en de overeenkomst c.q. afspraken die voor het overige zijn gemaakt tussen Red en/of Powerhouse enerzijds met [naam 2] anderzijds met betrekking tot de ontwikkeling van het Codricoterrein in Rotterdam, een en ander binnen twee weken na dit vonnis in het incident, dan wel vonnis in de hoofdzaak, binnen twee weken na dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag;

II. Red en Powerhouse veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

4.2.

Het incident is voorwaardelijk ingesteld. Cod heeft daarover in de dagvaarding het volgende opgenomen:

“4.1 Alleen in het geval U EA van oordeel bent dat voor de afgifte van de Afspraken het instellen van een vordering ex artikel 843a Rv noodzakelijk is, dan stelt COD onder die voorwaarde de vordering in. COD geeft U EA dan ter overweging mee om op het incident pas in de hoofdzaak te beslissen, omdat in dit geval de vordering in incident pas zal kunnen worden toegewezen indien U EA één van de vorderingen in de hoofdzaak heeft toegewezen.”

4.3.

Het verweer van Red en Powerhouse strekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot het niet-ontvankelijk verklaren van Cod in haar incidentele vorderingen, althans tot afwijzing daarvan, met veroordeling van Cod in de proceskosten, te betalen binnen zeven dagen na dit vonnis, te vermeerderen met de wettelijke rente indien betaling binnen die termijn niet is voldaan.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in het incident

5.1.

Cod heeft in het incident gevorderd wat zij ook in de hoofdzaak heeft gevorderd.

5.1.1.

Op een incident wordt, indien de zaak dat meebrengt, eerst en vooraf beslist (artikel 209 Rv). In deze zaak wordt echter verzocht om de beslissing juist niet eerst en vooraf te geven.

5.1.2.

Het behoort tot het domein van partijen om te beslissen of zij wel of niet een incidentele vordering willen indienen. Met de geformuleerde voorwaarde tracht Cod feitelijk deze beslissing aan de rechter over te laten. Dit miskent de taakverdeling tussen partijen en de rechter.

5.1.3.

De wijze van procederen van Cod op dit punt schuurt dan ook met de eisen van een goede procesorde.

5.2.

Wat daar ook van zij: in elk geval is er geen belang bij een beslissing eerst en vooraf – dat blijkt zonneklaar uit onderdeel 4.1 van de dagvaarding – en reeds daarom verklaart de rechtbank Cod dan ook niet-ontvankelijk in het incident.

5.3.

Cod zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het incident worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Red en Powerhouse worden begroot op nihil aan verschotten en € 563,00 aan salaris van de advocaat. De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen met de bij deze rechtbank gebruikelijke termijn van veertien dagen na het vonnis.

6. De beslissing

De rechtbank

in het (voorwaardelijke) incident

6.1.

verklaart Cod niet-ontvankelijk;

6.2.

veroordeelt Cod in de kosten van het incident, aan de zijde van Red en Powerhouse tot op heden begroot op € 563,00, te vermeerderen met wettelijke rente over dit bedrag indien niet uiterlijk op de veertiende dag na dit vonnis betaald is;

6.3.

verklaart onderdeel 6.2 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

6.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 13 oktober 2021 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Red en Powerhouse;

6.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. J. van den Bos. Het is ondertekend door de rolrechter en op 1 september 2021 uitgesproken in het openbaar.

1451/1407