Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8726

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-08-2021
Datum publicatie
06-09-2021
Zaaknummer
10/750562-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensensmokkel. De verdachte heeft elf personen met de Albanese nationaliteit gesmokkeld. Deze personen zaten verstopt tussen meubels en witgoed in de laadruimte van een door de verdachte bestuurde bestelbus. De rechtbank vindt het strafverzwarend dat zich onder de vreemdelingen kinderen en een zwangere vrouw bevonden. Gevangenisstraf van achtentwintig maanden, met aftrek van voorarrest, met bevel gevangenneming. Beroep op ontbreken wederrechtelijkheid verworpen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/750562-20

Datum uitspraak: 4 augustus 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte],

niet ingeschreven in de basisregistratie personen,

wonende te [adres verdachte],

gemachtigd raadsman mr. G.A.S. Maduro BA, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 22 juli 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. M. al Mansouri heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde, met partiële vrijspraak van ‘medeplegen’ en ‘uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van illegaal verblijf’;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van achtentwintig maanden met aftrek van voorarrest;

  • -

    bevel tot gevangenneming.

4. Waardering van het bewijs

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben op de terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

Op 4 december 2020 was personeel van de Koninklijke Marechaussee bezig met zijn controletaak op de grensdoorlaatpost in Hoek van Holland, gemeente Rotterdam. Die controle richtte zich op voertuigen die met de ferry Stena Line wilden uitreizen naar het Verenigd Koninkrijk. Omstreeks 13.45 uur zagen zij een witte Peugeot Boxer met het Engelse kenteken [kentekennummer 1] aan komen rijden.

Er zat één persoon als bestuurder in het voertuig, die desgevraagd zijn paspoort overhandigde. Het paspoort stond op naam van [naam verdachte], geboren op [geboortedatum verdachte] (hierna: verdachte). Op verzoek van de marechaussee opende de verdachte de deuren van de laadruimte van het voertuig. Op dat moment was er alleen meubilair zichtbaar. De hondengeleider werd erbij gehaald en de hond sloeg aan bij de schuifdeur van het voertuig. Nadat een stuk meubilair uit het voertuig was gehaald, werden tussen het meubilair en witgoed elf personen in het voertuig aangetroffen waaronder vier minderjarigen en een zwangere vrouw. Later bleken alle personen de Albanese nationaliteit te hebben.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. De verdachte heeft het in het voertuig aangetroffen meubilair en witgoed in Duitsland gekocht met de bedoeling dit in het Verenigd Koninkrijk met winst te verkopen. De verdachte heeft verklaard dat hij niet wist en ook geen ernstig vermoeden had dat er zich personen in de laadruimte van het voertuig bevonden. Ook uit de verklaringen van de aangetroffen personen blijkt niet dat de verdachte daarvan op de hoogte was. In het dossier is geen enkele aanwijzing dat de verdachte bezig is geweest met het inladen van vreemdelingen. Daarnaast hebben de gehoorde personen verklaard dat zij geen geld aan de verdachte hebben gegeven voor de doorreis naar het Verenigd Koninkrijk.

De verdediging heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de verdachte ook op grond van het ontbreken van de vereiste wederrechtelijkheid dient te worden vrijgesproken. Daartoe is aangevoerd dat vreemdelingen in Europa op verschillende gronden (zoals asiel- en humanitaire gronden) om rechtmatig verblijf kunnen verzoeken.

Beoordeling

Uit de inhoud van het dossier en het onderzoek op de terechtzitting zijn, naast de hierboven genoemde feiten, de volgende feiten en omstandigheden naar voren gekomen.

Van Stena Line is informatie ontvangen waaruit blijkt dat er een boeking in het systeem stond op naam van de verdachte en het Britse kenteken [kentekennummer 1]. Als geboortedatum stond [geboortedatum] vermeld, in plaats van [geboortedatum verdachte]. De boeking had betrekking op de overtocht van Hoek van Holland naar Harwich op vrijdagavond 4 december 2020, enkele reis. Er was geboekt via AFERRY online op 2 december 2020 te 11.06 uur. De totale overtocht kostte £ 109,-.
In het systeem van Stena Line stond tevens een boeking op naam van [naam], geboren op [geboortedatum], met het Britse kenteken [kentekennummer 2]. Ook deze boeking had betrekking op de overtocht van Hoek van Holland naar Harwich op vrijdagavond 4 december 2020. Er was geboekt via AFERRY online op 2 december 2020 te 10.59 uur. Bij deze boekingsgegevens stond vermeld dat in het Verenigd Koninkrijk, tijdens het ontschepen van de ferry, bij de inreiscontrole in het Verenigd Koninkrijk, tien vreemdelingen met de Albanese nationaliteit achterin de bestelbus met het kenteken [kentekennummer 2] waren aangetroffen. Ook deze vreemdelingen zaten verstopt tussen meubelstukken. Volgens de informatie van Stena Line waren de voertuigen met de kentekens [kentekennummer 1] en [kentekennummer 2] gezamenlijk op 2 december 2020 via Dover naar Calais uitgereisd.

Opvallend is dat beide boekingen op 2 december 2020 online zijn gedaan, met slechts enkele minuten ertussen. Verder is bij beide boekingen dezelfde geboortedatum vermeld en werden in beide bestelbussen vreemdelingen met de Albanese nationaliteit aangetroffen, terwijl zij waren verstopt tussen meubelstukken. Daar komt nog bij dat beide voertuigen gelijktijdig via Dover naar Calais zijn uitgereisd.

Op 5 december 2020 werd door de Koninklijke Marechaussee bij dezelfde controlepost in Hoek van Holland wederom een witte Peugeot Boxer bestelbus met een Brits kenteken gecontroleerd waarin zich dertien vreemdelingen in de laadruimte bevonden. Hier ging het eveneens om Albanezen die verstopt zaten tussen meubels en witgoed.

Uit onderzoek van de veiliggestelde data van de telefoon van de verdachte is gebleken dat op 2 december 2020 is gezocht naar de adressen [adres 1] en [adres 2] en op 4 december 2020 is gezocht naar het adres [adres 3]. Dit zijn adressen in Duisburg die ook voorkomen in de data van de telefoon van de verdachte van het hiervoor genoemde transport van 5 december 2020. Aan de [adres 2] is een ‘Kaufhaus der Diakonie’ gevestigd, een liefdadigheidsorganisatie die meubels verkoopt.

Door in de onderhavige zaak aangetroffen vreemdelingen is onder meer verklaard dat zij hebben overnacht in een hotel in Duitsland en dat zij allemaal in de vroege ochtend van

4 december 2020 in een busje met een Brits kenteken zijn gestapt. Zij hebben de deur van de bestelbus geopend en alle spullen die achterin stonden opzijgeschoven. Hun plan was om naar het Verenigd Koninkrijk te gaan. De verdachte heeft echter verklaard dat hij pas op

4 december 2020 rond 09.00 uur meubels en koelkasten heeft gekocht en dat de verkopers op de markt hem hebben geholpen met het inladen van de spullen. Toen hij op de markt aankwam, was de bestelbus leeg.

In de telefoon van een van de vreemdelingen was een telefoonnummer opgeslagen als “Per angli me fugon” wat Albanees is voor “naar Engeland met busje”. Dit telefoonnummer is ook genoemd door een van de vreemdelingen van het transport op 5 december 2020 als een contactpersoon voor de reis naar het Verenigd Koninkrijk.

De verdachte heeft verklaard dat hij een bestelbus had gehuurd voor ongeveer duizend pond, inclusief borg, en dat hij via Dover en Calais naar Duitsland was gereden om daar oude meubels te kopen. In Duitsland heeft hij twee nachten geboekt in een hotel voor een bedrag van ruim zeventig euro. Op de laatste dag van zijn verblijf in Duitsland heeft de verdachte koelkasten, banken en tapijten gekocht voor een totaalbedrag van ongeveer honderdtachtig euro. Daarna is hij naar Hoek van Holland gereden.

Gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, in onderlinge samenhang bezien, acht de rechtbank de verklaring van de verdachte dat hij niet wist van de aanwezigheid van de vreemdelingen in het door hem bestuurde voertuig, ongeloofwaardig.

De rechtbank acht het onaannemelijk dat de verdachte hoge kosten maakt enkel om in Duitsland tweedehands meubels en witgoed te kopen met een waarde van minder dan tweehonderd euro. De meubels en het witgoed wilde de verdachte verkopen in het Verenigd Koninkrijk, maar de waarde van deze spullen staat in geen verhouding tot de kosten van de gehuurde bestelbus, de ondernomen reis en het verblijf in Duitsland. De door de verdachte afgelegde route - heen met de ferry vanaf Dover naar Calais en terug vanaf Hoek van Holland naar Harwich - is ook niet logisch. De verdachte heeft voor die (duurdere) route geen aannemelijke verklaring gegeven. Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn, dan dat de vreemdelingen in Duisburg in de laadruimte van de bestelbus zijn gestapt, dat de verdachte dat wist en dat het zijn bedoeling was de vreemdelingen ongemerkt en illegaal naar het Verenigd Koninkrijk te vervoeren.

Wederrechtelijkheid

Gelet op de wetsgeschiedenis is het begrip ‘wederrechtelijk’ in de delictsomschrijving van artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) uit te leggen als zonder enig subjectief recht of enige bevoegdheid. De hulp moet dus verleend zijn ten opzichte van iemand die tot het verblijf in of de toegang tot Nederland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie aan geen rechtsregel, van nationale of internationale herkomst, enige titel kan ontlenen.

In welke gevallen een vreemdeling het recht heeft om in Nederland te verblijven, is bepaald in de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Voor zover in dit geval van belang bepaalt artikel 8 Vw – kort gezegd – dat een vreemdeling rechtmatig verblijf heeft indien hij een verblijfstitel heeft dan wel in afwachting is van een beslissing op een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning, ofwel van de uitkomst van een rechtsmiddel daartegen. Voorts heeft een vreemdeling rechtmatig verblijf gedurende de zogenaamde vrije termijn als bedoeld in artikel 8 onder i juncto artikel 12 Vw.

In de onderhavige zaak is echter uit niets gebleken dat de aangetroffen vreemdelingen van plan waren in Nederland een aanvraag in te dienen tot het verlenen van een verblijfsvergunning. Integendeel, volgens de gehoorde vreemdelingen was het juist de bedoeling om naar het Verenigd Koninkrijk te gaan.

Gelet op de aard van de reis, de omstandigheden waaronder deze plaatsvond - de vreemdelingen waren verstopt in de laadruimte van een bestelbus - en de verklaringen die de gehoorde vreemdelingen hebben afgelegd, gaat naar het oordeel van de rechtbank het betoog van de verdediging met betrekking tot de wederrechtelijkheid niet op.

Partiële vrijspraak

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat er sprake is van ‘medeplegen’, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.

Voorts is de rechtbank, evenals de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat de verdachte partieel vrijgesproken moet worden van ‘uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf’.

In mensensmokkelzaken waarbij het gaat om het vervoeren van personen wordt doorgaans

zowel het behulpzaam zijn bij doorreis (artikel 197a, eerste lid, Sr) als het (uit winstbejag) behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf (artikel 197a, tweede lid, Sr) ten laste gelegd. Voor wat betreft het begrip ‘verblijf’ wordt in dat geval gewezen op de ruime uitleg die de Hoge Raad in 2003 aan ‘het verblijven’ als bedoeld in artikel 197a Sr (oud) heeft gegeven, namelijk elk zich ophouden (zie het arrest van de Hoge Raad van 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL3537).

In 2005 is het behulpzaam zijn bij doorreis toegevoegd aan artikel 197a Sr. Sindsdien

ontbreekt de noodzaak om het vervoeren van personen onder deze ruime uitleg van ‘het

verblijven’ te laten vallen. Daarom zal de rechtbank in zaken waarbij het alleen gaat om het

vervoeren van personen en waarin zowel het behulpzaam zijn bij doorreis (artikel 197a,

eerste lid, Sr) als het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf

(artikel 197a, tweede lid, Sr) ten laste zijn gelegd, alleen nog het behulpzaam zijn bij

doorreis bewezen verklaren.

Conclusie

De ten laste gelegde mensensmokkel is wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij,

in de periode van 3 december 2020 tot en met 4 december 2020 te

Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, en Duitsland,

anderen, te weten 11 personen, met de

Albanese nationaliteit,

-behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis

door Nederland en/of Duitsland

en/of het Verenigd Koninkrijk, zijnde een staat die is toegetreden tot het op

15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van

migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op

15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en genoemde personen daartoe gelegenheid en middelen

heeft verschaft

door

-een busje te huren (met Brits kenteken [kentekennummer 1]) en

-bovengenoemde personen in de laadruimte van genoemd busje (tussen meubels

en witgoed) te vervoeren door Duitsland en Nederland richting

Hoek van Holland om vervolgens de veerboot naar het Verenigd Koninkrijk te

nemen, en

-een ticket aan te (laten) schaffen voor de ferry (Stena Line) van Hoek van

Holland naar het Verenigd Koninkrijk,

en (aldus) de doorreis en/of het transport en/of toegang door/naar/tot Nederland en/of Duitsland en/of het Verenigd Koninkrijk

gefaciliteerd ,

terwijl hij, verdachte wist dat die toegang of die doorreis

wederrechtelijk was.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

mensensmokkel, meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de smokkel van elf personen met de Albanese nationaliteit, door hen in de laadruimte van een bestelbus, die gedeeltelijk was gevuld met meubels en witgoed, vanuit Duitsland naar Nederland te vervoeren met de bedoeling om vervolgens door te reizen naar het Verenigd Koninkrijk.

Door mensensmokkel wordt niet alleen het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegaal verblijf in en illegale toegang tot Nederland en andere landen van de Europese Unie doorkruist, maar wordt ook bijgedragen aan de instandhouding van een illegaal circuit. De handelwijze van de verdachte ondermijnt het beleid. Ook leiden dit soort feiten gemakkelijk tot vormen van uitbuiting en misbruik van kwetsbare personen.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

18 juni 2021, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in de regel in soortgelijke zaken worden opgelegd. De rechtbank neemt voorts in strafverzwarende zin in aanmerking dat zich onder de vreemdelingen kinderen en een zwangere vrouw bevonden.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering aan de orde is.

Bevel tot gevangenneming

Gelet op de duur van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank op de voet van artikel 65, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering de gevangenneming van de verdachte bevelen.

De ernstige bezwaren volgen uit dit veroordelend vonnis. Voorts is uit de omstandigheden van deze zaak gebleken van een gewichtige reden van maatschappelijke veiligheid die de onverwijlde vrijheidsbeneming van de verdachte vordert. De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte in de toekomst een misdrijf zal begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaren of meer is gesteld of waardoor de gezondheid of veiligheid van personen in gevaar kan worden gebracht. De rechtbank neemt daarbij de aard en het lucratieve karakter van het bewezen verklaarde feit in aanmerking.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 57 en 197a van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 28 (achtentwintig) maanden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

beveelt de gevangenneming van de veroordeelde.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Hello, voorzitter,

en mrs. W.J.M. Diekman en J. Bergen, rechters,

in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De voorzitter en de oudste rechter zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij,

in of omstreeks de periode van 3 december 2020 tot en met 4 december 2020 te

Hoek van Holland, gemeente Rotterdam, althans in Nederland, en/of Duitsland,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een ander of anderen, te weten 11, althans één of meer, personen, met de

Albanese nationaliteit, althans van buitenlandse afkomst,

-behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis

door Nederland en/of Duitsland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie,

en/of het Verenigd Koninkrijk, zijnde een staat die is toegetreden tot het op

15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van

migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op

15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, en/of genoemde personen daartoe gelegenheid, middelen

en/of inlichtingen heeft verschaft en/of

-uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in

Nederland en/of Duitsland en/of een andere lidstaat van de Europese Unie,

en/of het Verenigd Koninkrijk, zijnde een staat die is toegetreden tot het op

15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van

migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15

november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale

georganiseerde misdaad,

door

-een busje te (laten) huren (met Brits kenteken [kentekennummer 1]) en/of

-bovengenoemde personen in (de laadruimte van) genoemd busje (tussen meubels

en/of witgoed) te (laten) vervoeren door Duitsland en/of Nederland richting

Hoek van Holland om vervolgens de veerboot naar het Verenigd Koninkrijk te

nemen, en/of

-ticket(s) aan te (laten) schaffen voor de ferry (Stena Line) van Hoek van

Holland naar het Verenigd Koninkrijk,

en (aldus) de doorreis en/of het transport en/of toegang door/naar en/of het

verblijf in Nederland en/of Duitsland en/of het Verenigd Koninkrijk

georganiseerd en/of gefaciliteerd en/of gecoördineerd,

terwijl hij, verdachte, en zijn mededader(s), wist(en) of ernstige redenen

had(den) te vermoeden dat die toegang of die doorreis of dat verblijf

wederrechtelijk was.