Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8716

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
30-08-2021
Datum publicatie
07-09-2021
Zaaknummer
C/10/623260 / KG ZA 21-675
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kort geding. Geschil tussen curator en apotheken over conservatoire beslagen. Opheffingsvordering apotheken afgewezen. Ingeroepen recht curator niet summierlijk ondeugdelijk. Belangenafweging leidt niet tot ander oordeel. Geldvordering curator afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/623260 / KG ZA 21-675

Vonnis in kort geding van 30 augustus 2021

in de zaak van

1. NOORDPLEIN HOLDING I B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

2. APOTHEEK BERGWEG ROTTERDAM B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

3. APOTHEEK SPANHOFF ROTTERDAM B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

4. APOTHEEK WALENBURG ROTTERDAM B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

5. APOTHEEK SCHIEMOND ROTTERDAM B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

6. APOTHEEK ZEELT ROTTERDAM B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

7. APOTHEEK SCHILDERSWIJK DEN HAAG B.V.,

gevestigd te Den Haag,

eiseressen in conventie, verweersters in reconventie,

advocaat mr. M.G. van den Boogerd te Rotterdam,

tegen

[naam gedaagde] ,

in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van:

  • -

    Pharma Advice I B.V.,

  • -

    Pharma Advice II B.V.,

  • -

    Pharma Advice III B.V.,

  • -

    Pharma Advice IV B.V.,

  • -

    Pharma Advice V B.V.,

  • -

    Apotheek Schiemond B.V.,

kantoorhoudende te [plaatsnaam],

gedaagde in conventie, eiser in reconventie,

advocaat mr. S.C. Louer te Rotterdam.

Partijen worden hierna Noordplein (eiseres in conventie sub 1), de nieuwe apotheken (eiseressen in conventie sub 2 tot en met 7) en de curator genoemd.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 6 augustus 2021, met producties 1 tot en met 15,

  • -

    de conclusie van eis in reconventie, met producties 1 tot en met 14,

  • -

    de aanvullende producties 16 tot en met 23 van Noordplein en de nieuwe apotheken,

  • -

    de mondelinge behandeling, gehouden op 23 augustus 2021,

  • -

    de pleitnota van mr. Van den Boogerd,

  • -

    de pleitaantekeningen van de curator.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Op 1 november 2019 hebben Pharma Advice I B.V. (destijds genaamd Apotheek Bergweg B.V.), Pharma Advice II B.V. (destijds genaamd Apotheek Schilderswijk B.V.), Pharma Advice III B.V. (destijds genaamd Apotheek Spanhoff B.V.), Pharma Advice IV B.V. (destijds genaamd Apotheek Walenburg B.V.), Pharma Advice V B.V. (destijds genaamd Apotheek Zeelt B.V.) en Apotheek Schiemond B.V. (hierna: de oude apotheken) hun ondernemingen (ook wel aangeduid als de activiteiten of de activa) verkocht en geleverd aan de nieuwe apotheken. De door de nieuwe apotheken te betalen koopprijs bedroeg in totaal € 2.648.611,00.

2.2.

Ten tijde van de overdracht was Handelsonderneming Goudsesingel B.V. (hierna: Goudsesingel) enig bestuurder en aandeelhouder van de oude apotheken. Maam Cross Holding B.V. (hierna: Maam) was enig bestuurder en aandeelhouder van Goudsesingel. [naam 1] (hierna: [naam 1]) was enig bestuurder en aandeelhouder van Maam.

2.3.

Noordplein was en is enig bestuurder en aandeelhouder van de nieuwe apotheken. De zoon van [naam 1], [naam 2] (hierna: [naam 2]), was en is enig bestuurder van Noordplein. [naam 2] houdt thans 95,1% van de aandelen in deze vennootschap. De overige aandelen (4,9%) worden gehouden door [naam 3] (hierna: [naam 3]). In ieder geval tot het voorjaar van 2020 was [naam 1] commissaris van Noordplein en hield hij indirect ten minste 75% van de aandelen in de nieuwe apotheken.

2.4.

Bij vonnis van 3 maart 2020 heeft deze rechtbank de oude apotheken in staat van faillissement verklaard. De curator is aangesteld als curator.

2.5.

Bij brief van 9 februari 2021 heeft de curator aan Noordplein, de nieuwe apotheken, Goudsesingel, Maam, [naam 1], [naam 2] en [naam 3] bericht dat hij had geconstateerd dat, op het moment dat de oude apotheken als gevolg van kennelijk onbehoorlijk bestuur door [naam 1] in ernstige financiële moeilijkheden verkeerden, een constructie is opgetuigd en uitgevoerd als gevolg waarvan het enige actief van de oude apotheken uit de vennootschappen is verdwenen. De curator schrijft verder dat het actief eerst is overgeheveld naar [naam 1], [naam 2] en [naam 3] samen, en uiteindelijk middels verschillende aandelenoverdrachten vrijwel volledig in handen van [naam 2] is gekomen, waarmee de apotheken buiten het verhaalsbereik van hun crediteuren zijn gebracht. Meer specifiek schrijft de curator dat de activa van de oude apotheken op 1 november 2019 zijn verkocht aan de door [naam 2] nieuw opgerichte dochtervennootschappen van Noordplein, de nieuwe apotheken. De koopprijs (die naar de curator later gesteld heeft door Maam aan Goudsesingel en door Goudsesingel aan Noordplein is geleend) is onmiddellijk na ontvangst (vanuit Noordplein) door de oude apotheken naar Goudsesingel overgemaakt. Goudsesingel heeft de koopprijs vervolgens verrekend met beweerdelijke vorderingen op de oude apotheken en overgemaakt naar Maam. De oude apotheken hadden daardoor geen actief en inkomsten meer en zijn uiteindelijk gefailleerd door hun enorme schuldenlast, met schulden aan de Belastingdienst, medicijnleverancier Mosadex C.V. (hierna: Mosadex) en de aan Mosadex gelieerde onderneming, Apotheek Voorzorg B.V. (hierna: Voorzorg). De curator heeft de betrokkenen op grond van onrechtmatig en/of paulianeus handelen hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de schade die de oude apotheken en hun gezamenlijke crediteuren door de benadelingsconstructie hebben geleden. Deze schade bestaat volgens de curator primair uit het tekort in de faillissementen en subsidiair de verdwenen koopprijs (althans de waarde in het economisch verkeer indien de curator tot de conclusie komt dat de koopprijs te laag was).

2.6.

Bij brief van 24 juni 2021 aan Noordplein, de nieuwe apotheken, Goudsesingel, Maam, [naam 1], [naam 2] en [naam 3] heeft de curator de verrekening door Goudsesingel van de koopprijs met beweerdelijk openstaande vorderingen op de oude apotheken op grond van de faillissementspauliana vernietigd. Daarbij heeft hij opgemerkt dat hij op basis van een waarderingsrapport van b+p Belastingadviseurs heeft vastgesteld dat de werkelijke waarde van de apotheken € 3.194.611,00 (€ 2.696.000,00 aan goodwill en € 498.611,00 aan voorraad) bedroeg en dat hij primair aanspraak maakt op betaling van dit bedrag.

2.7.

Noordplein en de nieuwe apotheken hebben hun aansprakelijkheid betwist en niets aan de curator betaald.

2.8.

Bij verzoekschrift van 12 juli 2021 heeft de curator de voorzieningenrechter verzocht om verlof te verlenen voor het leggen van conservatoir derdenbeslag ten laste van Noordplein en de oude apotheken ter verzekering van de hiervoor in 2.6. genoemde vordering. Na een nadere toelichting is dat verlof op dezelfde dag verleend met begroting van de vordering op € 3.753.802,65.

2.9.

De curator heeft met het verlof conservatoir beslag doen leggen onder zorgverzekeraars Onderlinge Waarborgmaatschappij DSW Zorgverzekeraar U.A. en Stad Holland Zorgverzekeraar Onderlinge Waarborgmaatschappij U.A. (hierna: DSW en Stad Holland). Met DSW en Stad Holland hebben de nieuwe apotheken een zorgovereenkomst gesloten, op grond waarvan zij de door hen aan bij DSW en Stad Holland verzekerde patiënten geleverde zaken en diensten tegen bepaalde tarieven rechtstreeks bij de zorgverzekeraars in rekening kunnen brengen. Verder heeft de curator ten laste van Noordplein conservatoir beslag doen leggen onder Dr. Van Son’s Tuindorp Apotheek B.V. (hierna: Van Son’s). Van Son’s is op 20 mei 2020 in staat van faillissement verklaard, in welk faillissement Noordplein een vordering van € 345.867,76 ter verificatie heeft ingediend. Die vordering heeft de curator voorlopig erkend.

2.10.

Onder DSW en Stad Holland lag al conservatoir beslag van Mosadex en Voorzorg. Dit beslag is op 14 februari 2020 ten laste van de nieuwe apotheken gelegd. Bij arrest van 17 november 2020 (zaaknummer: 200.276.521/01) heeft het gerechtshof Den Haag het beslag opgeheven voor zover het 75% betrof van wat elk van DSW en Stad Holland per de datum van het arrest aan elk van de nieuwe apotheken verschuldigd mocht worden indien en voor zover rechtstreeks voortvloeiend uit een op het moment van beslaglegging reeds bestaande rechtsverhouding. Voor het overige is het beslag gehandhaafd.

3. Het geschil

in conventie

3.1.

Noordplein en de nieuwe apotheken vorderen dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  • -

    primair: de curator veroordeelt om binnen twee dagen na het vonnis over te gaan tot opheffing van de in zijn opdracht gelegde derdenbeslagen onder DSW, Stad Holland en Van Sons’s, onder gelijktijdige en ondubbelzinnige mededeling daarvan aan de betreffende derde-beslagenen, een en ander op straffe van verbeurte van een niet gemaximeerde dwangsom,

  • -

    subsidiair: bepaalt dat de in opdracht van de curator gelegde derdenbeslagen onder DSW en Stad Holland slechts gehandhaafd blijven voor zover het de bedragen betreft die conform het arrest van het gerechtshof Den Haag van 17 november 2020 onder de in opdracht van Mosadex en Voorzorg gelegde conservatoire derdenbeslagen vallen en de curator veroordeelt DSW en Stad Holland binnen twee dagen na het vonnis dienovereenkomstig te berichten, een en ander op straffe van verbeurte van een niet gemaximeerde dwangsom,

  • -

    primair en subsidiair: de curator veroordeelt tot betaling van de kosten van dit geding, te voldoen binnen zeven dagen na dagtekening van het vonnis, en de nakosten.

3.2.

De curator voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van Noordplein en de nieuwe apotheken in de kosten.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

in reconventie

3.4.

De curator vordert – samengevat – dat de voorzieningenrechter bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

  • -

    Noordplein en de nieuwe apotheken hoofdelijk veroordeelt tot betaling aan de curator van € 2.648.611,00, althans tot betaling van dat wat zij juist en rechtvaardig acht,

  • -

    Noordplein en de nieuwe apotheken hoofdelijk, althans een van hen, veroordeelt in de kosten van het geding, waaronder de nakosten.

3.5.

Noordplein en de nieuwe apotheken voeren verweer en concluderen tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van de curator in de kosten in reconventie.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1.

Artikel 705 lid 1 Rv bepaalt dat de voorzieningenrechter die verlof tot het beslag heeft gegeven het beslag in kort geding kan opheffen. Een apart spoedeisend belang is daarvoor niet vereist. Het verweer van de curator dat Noordplein en de nieuwe apotheken geen spoedeisend belang hebben bij hun vorderingen, treft dus geen doel.

4.2.

Opheffing van een beslag kan onder meer, maar niet uitsluitend, plaatsvinden als een van de in artikel 705 lid 2 Rv genoemde gronden aanwezig is en een belangenafweging niet tot een ander oordeel leidt, en op grond van een, zelfstandige, belangenafweging.

4.3.

Noordplein en de nieuwe apotheken stellen dat de vordering van de curator ondeugdelijk is. Volgens hen is Noordplein in het geheel niet betrokken geweest bij de verweten gedragingen (samengevat: de verkoop, de doorbetaling van de koopprijs en de verrekening). De nieuwe apotheken zijn slechts betrokken geweest bij de koop van de ondernemingen van de oude apotheken. Bij de doorbetaling van de koopsom aan Goudsesingel en de verrekening waren zij niet betrokken. Met de verkoop zijn de faillissementen van de oude apotheken in november 2019 voorkomen. De liquiditeit van de oude apotheken stond ernstig onder druk door de krimpende markt, de toegenomen concurrentie, de dalende marges door de herziening van de prijzen van geneesmiddelen en het gewijzigde verdienmodel van apotheken door de toegenomen macht van zorgverzekeraars. Daarbij hadden zij te maken met hoge financieringslasten en met de financiering verband houdende verplichtingen om versneld af te lossen, een hoog ziekteverzuim onder het personeel en (hoge) kosten die gemoeid waren met de voortijdige beëindiging van de dienstverbanden van enkele werknemers. Er ontstonden betalingsachterstanden bij de Belastingdienst, Mosadex en Voorzorg. In april 2019 hebben Goudsesingel c.q. de oude apotheken, Mosadex en Voorzorg afgesproken dat een beperkt aantal apotheken zou worden verkocht om uit de verkoopopbrengst de vordering van Mosadex en Voorzorg te kunnen voldoen. Daarop heeft [naam 1] [naam 4] van Primarium Advies verzocht om een koper voor één of meer van de apotheken te zoeken. Dit heeft ertoe geleid dat een bod op de apotheek van Pharma Advice V B.V. is uitgebracht. Een commissaris van Mosadex Holding B.V. heeft een bod op drie andere apotheken gedaan. Volgens Noordplein en de nieuwe apotheken was dit laatste bod echter veel lager dan de vraagprijs. Omdat niet direct akkoord werd gegaan met dit laatste bod hebben Mosadex en Voorzorg meerdere keren een leveringsstop ingesteld. Daardoor heeft de eerste bieder van de transactie afgezien. Uiteindelijk heeft ook de tweede transactie geen doorgang gevonden. Omdat geen andere koper is gevonden, hebben de oude apotheken hun ondernemingen aan de nieuwe apotheken verkocht. Daarbij speelde een rol dat Mosadex en Voorzorg inmiddels hadden aangekondigd de medicijnleveranties begin november 2019 definitief te staken. De koopprijs die is betaald, is redelijk, omdat de goodwill feitelijk nihil was.

Noordplein en de nieuwe apotheken stellen verder dat van benadeling van schuldeisers geen sprake kan zijn, omdat daarover wordt beslist op het tijdstip waarop de rechter over de vordering beslist. In dat kader moet een vergelijking worden gemaakt tussen de situatie met en zonder rechtshandeling. Zij betogen voorts dat de curator slechts de verrekening op grond van de faillissementspauliana heeft vernietigd en de overige gestelde onrechtmatige gedragingen niet door de pauliana-eisen kunnen worden ingekleurd.

De curator betwist de gestelde oorzaken van het faillissement – volgens hem zijn de oude apotheken door [naam 1] volgestopt met schulden en kosten – en dat bedoelde vergelijking moet worden gemaakt. Volgens hem gaat hem om één benadelingsconstructie bestaande uit de verkoop van de apotheken en daarmee samenhangende rechtshandelingen die zowel afzonderlijk als in onderling verband beschouwd onrechtmatig zijn. In dat kader komt hem een beroep toe op de bewijsvermoedens van artikel 43 Fw, aldus de curator.

4.4.

Vooropgesteld wordt dat de stellingen van de curator en die van Noordplein en de nieuwe apotheken over de transactie en alles wat daaraan ten grondslag ligt, behoorlijk uiteenlopen. Naar voorlopig oordeel ligt, nu de curator een onrechtmatige daad aan zijn aansprakelijkstelling en vorderingen ten grondslag legt, meer voor de hand dat een beoordeling van en rondom het transactiemoment plaatsvindt dan dat een beoordeling overeenkomstig de door Noordplein en de nieuwe apotheken gewenste vergelijking. Daarbij sluit de voorzieningenrechter niet uit dat de curator ter inkleuring van de gestelde onrechtmatige daad een beroep toekomt op het bewijsvermoeden van artikel 43 Fw. Daar komt het volgende bij.

Hoewel de curator bepaalde punten, zoals het door hem gestelde kasrondje, niet (volledig) met stukken heeft onderbouwd – zo mist bijvoorbeeld nog het stukje tussen Maam en Goudsesingel zowel aan het begin als aan het einde van het gestelde kasrondje – zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter in zijn verhaal wel aanknopingspunten te vinden voor een (summierlijk aan te nemen) vorderingsrecht op grond van onrechtmatige daad. Zo roept de betrokkenheid van [naam 1] en [naam 2] bij zowel de oude als de nieuwe apotheken veel, nog niet in voldoende mate beantwoorde, vragen op. [naam 1] stond aan het hoofd van de oude apotheken. Daarnaast lijkt hij, indien geval aanvankelijk, ook zeggenschap te hebben gehad in de nieuwe apotheken. Zo staat [naam 1] in het Algemeen GegevensBeheer (AGB)-register sinds 10 april 2019 als eigenaar van de nieuwe apotheken geregistreerd. Hoewel Noordplein en de nieuwe apotheken hebben betoogd dat dit enkel te maken had met zijn functie als grootaandeelhouder, hebben zij niet weersproken dat hij in ieder geval tot het voorjaar van 2020 ook commissaris van Noordplein was. [naam 2] staat thans aan het roer van de nieuwe apotheken. Bij het pleidooi in het hoger beroep in het in 2.10 bedoelde kort geding heeft hij te kennen gegeven dat hij ten tijde van de overdracht al geruime tijd enige betrokkenheid had bij het reilen en zeilen van de oude apotheken en dat hij met zijn vader gesproken heeft over scenario’s voor betaling en aanwending van de koopprijs (vgl. rov. 4.14. van het arrest van 17 november 2020). De advocaat van Noordplein en de nieuwe apotheken heeft toegelicht dat [naam 2] wetenschap had van de schuldenpositie van de oude apotheken, maar dat dit niet betekent dat hij invloed had op het beleid. Het roept echter de nodige vragen op, waarbij komt dat [naam 2], die dus kennelijk over informatie beschikt(e) over de financiële positie van de oude apotheken, in dit kort geding slechts mondjesmaat informatie heeft willen verstrekken. Zo komt hij pas op het allerlaatste moment met een toelichting op door de curator al zeer geruime tijd betwiste vorderingen van Goudsesingel op de oude apotheken. [naam 2] stelt thans dat daaraan een afrekening met medicijnleverancier Brocacef ten grondslag ligt die verband hield met het op korte termijn beëindigen van de relatie.

Verder is niet uitgesloten dat in een bodemprocedure de herkomst van de gelden van Noordplein om de nieuwe apotheken de activiteiten van de oude apotheken te laten kopen relevant geacht wordt. Noordplein en [naam 2] weigeren vooralsnog de herkomst van deze gelden te onthullen. Dat is bijzonder omdat zij ook stellen dat banken geen financiering aan (kleine stads)apotheken verstrekken, naar de voorzieningenrechter begrijpt onder meer omdat de marges klein zijn.

4.5.

Daar komt bij dat partijen twisten over de waarde van de oude apotheken en de vraag of schade is geleden. Nu zij zich beide beroepen op een, uiteenlopende, waardering door deskundigen, ligt voor de hand dat een onafhankelijk deskundige zich over die waardering zal moeten uitlaten. Dat er wellicht wat valt af te dingen op de waardering waar de curator zich op beroept – bijvoorbeeld omdat dit een quick scan is waarin minder aspecten zijn betrokken – brengt nog niet met zich dat het rapport van de door de curator ingeschakelde deskundige volledig buiten beschouwing moet worden gelaten. De deskundige van Noordplein en de nieuwe apotheken is immers een partij-deskundige. Gelet op de door de curator overgelegde stukken is in ieder geval niet zomaar uitgesloten dat volstrekt onaannemelijk is dat de curator een vordering op Noordplein en de nieuwe apotheken heeft. Daarmee faalt het beroep van Noordplein en de nieuwe apotheken op de ondeugdelijkheid van het door de curator ingeroepen recht.

4.6.

Noordplein en de nieuwe apotheken stellen voorts dat hun belangen bij opheffing van de beslagen prevaleren boven het belang van de curator bij handhaving daarvan. Volgens Noordplein en de nieuwe apotheken heeft een ongewijzigde handhaving van de namens de curator gelegde beslagen een desastreuze impact op (de continuïteit) van de nieuwe apotheken en zal dit vanwege de negatieve vrije kasstroom die daardoor is ontstaan, binnen afzienbare tijd leiden tot het faillissement van de nieuwe apotheken.

4.7.

Hiervoor is al benoemd dat Noordplein en de nieuwe apotheken tijdens de mondelinge behandeling hebben gesteld dat voor een (stads)apotheek een bankfinanciering niet te krijgen is, maar zij tegelijkertijd schermen met zware financieringslasten. Die financieringslasten zijn niet onderbouwd en hiervoor is al overwogen dat onduidelijk is waar zij hun financiering vandaan halen.

Noordplein en de nieuwe apotheken stellen verder dat zij uitstel voor het betalen van belastingen hebben gehad en dat dit uitstel binnenkort afloopt. De curator betwist dat. Onder verwijzing naar een mededeling van de Belastingdienst op haar website stelt hij dat vanaf 1 oktober 2021 (alleen) weer moet worden voldaan aan nieuwe betalingsverplichtingen en dat pas vanaf oktober 2022 hoeft te worden begonnen met het afbetalen van belastingschulden waarvoor een belastingplichtige dan ook nog eens vijf jaar de tijd krijgt. Noordplein en de nieuwe apotheken hebben daar niet meer op gereageerd.

De curator wijst er terecht op dat Noordplein en de nieuwe apotheken van hun stelling dat de coronasteun die zorgverzekeraars hebben verleend en leverancierskredieten steeds verder worden afgebouwd niets aan onderbouwing hebben laten zien. Datzelfde geldt voor stellingen over ziekteverzuim en daaruit voortvloeiende kosten. Dan kan hij volstaan met een kale betwisting van die stellingen.

Over de overgelegde cijfers wordt het volgende overwogen. Noordplein en de nieuwe apotheken beroepen zich op het oordeel van het gerechtshof Den Haagbetreffende de aannemelijkheid van de invloed van de beslagen (onder DSW en Stad Holland) op het voortbestaan van de apotheken. Dat oordeel is echter van november 2020 en bovendien gegeven in een zaak tegen een andere partij. Een ander verschil is dat in die zaak stukken zijn overgelegd waarvan duidelijk was van wie ze afkomstig waren (productie 19 van eiseressen). In dit kort geding ligt dat anders. Als producties 16 en 17 worden cijfers overgelegd waarvan niet kan worden vastgesteld van wie deze afkomstig zijn en of voor die cijfers de administratie is bekeken. De stelling dat sprake is van een heel beperkte vrije kasstroom is ook niet onderbouwd. In dit verband is ook van belang dat Noordplein en de nieuwe apotheken pas op vragen van de voorzieningenrechter duidelijk maken welk aandeel DSW (en Stad Holland) in de totale omzet van de nieuwe apotheken heeft. In het licht van dat aandeel (8,1%) en het al langer liggende beslag van Mosadex, en de betwisting van een en ander door de curator, had van de onderbouwing van de gestelde klemmende belangen van Noordplein en de nieuwe apotheken meer moeten worden gemaakt om daarmee het gewenste effect te bereiken.

4.8.

De voorzieningenrechter overweegt verder nog dat ten laste van Noordplein enkel beslag ligt onder Van Son’s en dat het nog maar de vraag is of en wanneer in het faillissement van Van Son’s wordt uitgekeerd. Gelet daarop heeft de curator terecht de vraag opgeworpen of en in hoeverre Noordplein op dit moment hinder van de beslagen ondervindt. Ten aanzien van de nieuwe apotheken geldt dat zij ieder tegen de ten laste van hen gelegde beslagen opkomen, maar dat over hun afzonderlijke situaties niets is gezegd. Weliswaar hebben de nieuwe apotheken gesteld dat zij één overeenkomst met DSW en Stad Holland gesloten hebben en dat een beslag ten laste van één van hen alle apotheken raakt, maar ook die stelling is niet aan de hand van stukken onderbouwd. Daarmee blijft toch wel onduidelijk in hoeverre de nieuwe apotheken op dit moment hinder van de beslagen ondervinden althans in ieder geval onduidelijk dat de beslagen zo knellend zijn als gesteld wordt en bij voortduring van de beslagen faillissement dreigt. De conclusie is dan ook dat de onderbouwing van hun belangen in het geval van Noordplein en de nieuwe apotheken te mager is om een belangenafweging in hun voordeel te laten uitvallen. Daar wordt nog aan toegevoegd dat de belangen van de curator bij enige vorm van zekerheid voor zijn vordering evident zijn, ook bij gebrek aan andere verhaalsobjecten. Dit leidt ertoe dat de vorderingen worden afgewezen.

4.9.

Noordplein en de nieuwe apotheken worden als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van de curator worden begroot op
€ 1.683,00 (€ 667,00 aan griffierecht en € 1.016,00 aan salaris advocaat).

in reconventie

4.10.

Met betrekking tot een geldvordering in kort geding is terughoudendheid bij toewijzing op zijn plaats. Bij de beoordeling speelt een rol of de vordering voldoende aannemelijk is, of een onmiddellijke voorziening vereist is en of er een restitutierisico is.

4.11.

Uit het hiervoor overwogene volgt dat sprake is van een summierlijk vorderingsrecht. Dat is van een heel andere orde dan een harde vordering. Mede gelet op de verschillende waarderingen door de deskundigen die partijen hebben ingeschakeld, is in dit kort geding niet vast te stellen welk bedrag zou moeten worden toegewezen. Weliswaar heeft de curator een spoedeisend belang bij een spoedige afwikkeling van de faillissementen, maar in de gegeven situatie is toewijzing van de vordering in kort geding niet de geëigende weg om Noordplein en de nieuwe apotheken tot een minnelijke regeling te (kunnen) dwingen/bewegen. Dat de boedels nagenoeg leeg zijn, lijkt, ook gelet op de eigen stellingen van de curator, bovendien meer oorzaken te hebben dan alleen het handelen van Noordplein en de nieuwe apotheken.

De stelling dat Noordplein en de nieuwe apotheken de curator met een lege boedel uitroken door het voeren van allerlei procedures, heeft de curator onvoldoende uitgewerkt. Bovendien blijkt vooralsnog slechts van twee kortgedingprocedures – waarvan dit de tweede is – die Noordplein en de nieuwe apotheken hebben gevoerd.

Aan het gestelde spoedeisend belang wordt door de curator zelf afbreuk gedaan met zijn stelling dat hij niet tot afwikkeling van de faillissementen overgaat voordat een definitieve uitspraak wordt verkregen.

In dit verband is ten slotte nog van belang dat er in ieder geval nog een ander beslag onder dezelfde derden ligt waarover ook nog (verder) geprocedeerd moet worden.

4.12.

De curator wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld. De kosten aan de zijde van Noordplein en de nieuwe apotheken worden begroot op € 508,00 (vanwege de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie de helft van het toepasselijke tarief).

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Noordplein en de nieuwe apotheken in de proceskosten, aan de zijde van de curator tot op heden begroot op € 1.683,00,

5.3.

verklaart dit vonnis in conventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

5.4.

wijst de vorderingen af,

5.5.

veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van Noordplein en de nieuwe apotheken tot op heden begroot op € 508,00,

5.6.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. de Bruin en door mr. C. Sikkel ondertekend en in het openbaar uitgesproken op 30 augustus 2021.

[2971/2009]