Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8633

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
25-05-2021
Datum publicatie
03-09-2021
Zaaknummer
10/170548-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Diefstal van een groot aantal zonnebanken, waarbij de schuldige zich toegang heeft verschaft tot de plek van het misdrijf door middel van braak. Verwerping van het bewijsverweer van de verdediging dat getuigenverklaringen onbetrouwbaar zouden zijn. Dat er zich hier en daar op minder relevante punten wel eens een discrepantie voordoet is bovendien inherent aan het feit dat meerdere getuigen tot in detail verklaren vanuit hun eigen beleving (van die dag), maar alleen hieruit volgt nog niet dat de verklaringen niet betrouwbaar zouden zijn. De verdediging heeft bovendien niet aangevoerd om welke verschillen het zou gaan en hoe deze de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen teniet zouden doen. Toewijzing vordering benadeelde partij.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/170548-20

Proces-verbaal van de openbare terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Rotterdam op 25 mei 2021.

Tegenwoordig als:

politierechter mr.dr. M.M. Koevoets,

officier van justitie mr. W. Loof,

griffier mr. F.H. Frerichs.

De zaak tegen na te noemen verdachte wordt uitgeroepen.

De verdachte, op de terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de politierechter te zijn genaamd

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] .

De politierechter heeft door deze ondervraging de identiteit van de verdachte vastgesteld.

De politierechter vermaant de verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem mede dat hij niet tot antwoorden is verplicht.

Als raadsvrouw van de verdachte is aanwezig mr. R. van den Hemel, advocaat te Dordrecht.

Tevens is aanwezig het slachtoffer de heer [naam slachtoffer 1] .

Het slachtoffer heeft door middel van een schadevergoedingsformulier te kennen gegeven zich als benadeelde partij in het strafproces te voegen.

De zaak wordt gelijktijdig maar niet gevoegd behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachte. Dit proces-verbaal geeft slechts weer hetgeen in de strafzaak tegen de verdachte is voorgevallen.

De officier van justitie draagt de zaak voor.

De officier van justitie vordert dat de tenlastelegging wordt gewijzigd. Hij legt daartoe een vordering over.

De verdachte en de raadsvrouw verklaren geen bezwaar te hebben tegen de wijziging.

De politierechter wijst de vordering toe.

De vordering is aan dit proces-verbaal gehecht en maakt daarvan deel uit.

De griffier reikt een door haar gewaarmerkt afschrift van de wijziging aan de verdachte en de raadsvrouw uit, waarna het onderzoek met toestemming van de verdachte en de raadsvrouw wordt voortgezet.

De politierechter deelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken van het voorbereidend onderzoek en alle overige stukken van onderzoek, voor zover van belang met het oog op enige door de politierechter te nemen beslissing.

De verdachte verklaart: u houdt mij voor dat de auto op naam van mevrouw [naam partner verdachte] staat en u vraagt mij of het klopt dat ik de auto gebruik. Dat klopt. U vraagt mij of ik toen op dat moment in de auto reed. Ik kom daar vaker.

U vraagt mij of ik de advertentie op marktplaats heb geplaatst. Nee. U vraagt mij of ik [naam persoon 3] ben of een advertentie heb geplaatst onder de naam [naam persoon 3] . Nee. U vraagt mij of ik degene ben met wie aangever een afspraak heeft gemaakt. Nee, absoluut niet.

U vraagt mij of ik de gehuurde garagebox gebruik. Er staan daar spullen van mij. Ik kom daar regelmatig als ik iets moet ophalen. U houdt mij voor dat aangever een bloempot ziet met een foto erop. Ik ben de persoon op de foto.

U houdt mij voor dat aangever mij herkent als de man in de Opel die eerder die dag wegreed en dat ik ambtshalve bekend was bij de verbalisant. De medewerker van Shurgard heeft aangegeven dat ik ook gebruik zou maken van garagebox [nummer garagebox 1] , een andere garagebox daar. Dat is niet mijn garagebox. U vraagt mij of er nog een andere garagebox is waar ik gebruik van maak. Niet waar ik persoonlijk gebruik van maak. Ik heb wel eens iemand geholpen met een garagebox, maar het is niet mijn garagebox. U vraagt mij of ik deze garagebox gebruik. Niet voor mijn persoonlijke spullen.

U houdt mij het onderzoek naar de garagebox met nummer [nummer garagebox 1] op naam van de heer [naam persoon 4] voor. U houdt mij voor dat in dit onderzoek de naam [naam medeverdachte 4] voorkomt en dat ik dit zou kunnen zijn. U houdt mij voor dat ik bij de politie heb verklaard dat ik inderdaad zonnebanken heb gesjouwd en verhuisd op verzoek van de heer [naam medeverdachte 1] . Dat klopt. U vraagt mij of ik de namen uit het onderzoek dat u heeft voorgehouden ken. Ik ken [naam persoon 5] ja. Hij heeft me geholpen. U houdt mij voor dat het zou gaan om 17 januari 2020. U houdt mij voor dat op de camerabeelden een vrachtwagen van Bo-rent en mijn Opel te zien zijn. U houdt mij voor dat ik te zien ben op de beelden en dat ik een petje draag met de letter ‘A’ erop. Dat zou kunnen. Ik heb daar geholpen.

U houdt mij voor dat [naam persoon 3] en [naam medeverdachte 4] kennelijk hetzelfde telefoonnummer hebben. U houdt mij voor dat deze personen elkaar waarschijnlijk goed kennen. U vraagt mij of er ik er bij blijf dat ik niet [naam medeverdachte 4] op Marktplaats ben. Het account is van mij, maar ik gebruik het niet. U vraagt me naar het telefoonnummer. Het telefoonnummer zegt me niets. U houdt mij voor dat het account inderdaad van mij is en dat het telefoonnummer dat hieraan gekoppeld is ook gekoppeld is aan het account van [naam persoon 3] . Ik ben geen [naam persoon 3] . Mijn broertje maakt gebruik van het account.

U houdt mij voor dat de zonnebanken zijn aangetroffen in een garagebox die gelinkt is aan mij. Ik heb mijn broertje die dag geholpen om te helpen sjouwen. Het lijkt me niet dat ik overdag zonnebanken kan stelen. Ik steel sowieso niet. Een paar oude rotzonnebanken pak ik niet. Ik heb thuis drie lieve kindjes en een mooie vrouw. Die wil ik niet missen. Zeker niet voor een paar rotzonnebanken. U houdt mij voor dat ik toch zonnebanken heb gesjouwd waarvan de aangever zegt dat ze zijn gestolen. Ik heb mijn broertje geholpen.

U houdt mij voor dat we zonnebanken op zijn gaan halen bij een andere garagebox en u vraagt aan mij van wie die box was. Dat weet ik niet. U vraagt mij of ik niet heb gevraagd van wie die garagebox was. Waarom zou ik dat moeten vragen? Ik heb niet aan mijn broertje gevraagd van wie de garagebox was.

U houdt mij voor dat ik bij de garagebox met nummer [nummer garagebox 1] als tweede persoon vermeld sta in het geval van calamiteiten. U houdt mij voor dat deze garagebox is gehuurd door de heer [naam persoon 4] op verzoek van de heer [naam persoon 6] . U houdt mij voor dat zij spreken over ‘ [naam medeverdachte 4] ’. U vraagt mij of ik wel eens zo wordt genoemd. Nee. U houdt mij voor dat de heer [naam persoon 6] heeft verklaard op de betreffende dag in de Bo-rent bus zou hebben gereden en dat hij heeft verklaard dat [naam medeverdachte 4] daarna zou hebben gereden. U houdt mij voor dat er camerabeelden zijn waar ik op ben herkend. U houdt mij voor dat ik [naam medeverdachte 4] zou moeten zijn. U vraagt mij of ik me kan herinneren of ik in een Bo-rent bus heb gereden. We hebben in een bus gereden. Ik weet niet of het een Bo-rent bus was.

U houdt mij voor dat de heer [naam persoon 4] of de heer [naam persoon 6] mij een sleutel zou hebben gegeven van de garagebox met nummer [nummer garagebox 1] . U vraagt mij of ik de sleutel heb. Ik weet er niets van. U vraagt mij hoe het kan dat er twee mensen verklaren dat ik er was en dat ik op foto’s sta. Ik heb toch lopen sjouwen. U houdt mij voor dat mensen zeggen dat ze terug zijn gegaan met [naam medeverdachte 4] om een extra garagebox te huren. Dat weet ik niet meer. U vraagt mij nogmaals of ik de sleutel van de tweede garagebox heb. Ik weet het niet. Het is een behoorlijke tijd geleden moet ik zeggen. U houdt mij voor dat één jaar niet zo lang geleden is. Ik beleef het misschien anders dan u denkt. Het komt over alsof u wilt vragen of ik het heb gestolen. Ik steel niet. Ik onthoud niet wat ik op een bewuste dag heb gedaan als ik niets fout heb gedaan. Het is lang geleden. Ik kan het me niet herinneren.

U vraagt mij of iemand anders dan ik gebruik maakte van de garagebox met nummer [nummer garagebox 2] . Niet dat ik weet. U vraagt mij of ik op 25 en 27 januari 2020 zonnebanken heb verkocht. Ik weet het echt niet meer. U houdt mij de beschrijving van de camerabeelden uit het dossier voor. U zegt mij dat dit zou betekenen dat ik zonnebanken verkoop dan wel overdraag aan andere mensen. Ik kan het me niet herinneren. Het kan zijn dat mijn broertje me gebeld heeft en dat ik tussendoor snel ben gaan afleveren.

De politierechter gaat over tot bespreking van de vordering van de benadeelde partij.

De benadeelde partij deelt mede dat hij ter zake van het ten laste gelegde feit €1397,60 aan schadevergoeding vordert en licht de vordering als volgt toe:

U houdt mij de ingediende vordering voor. U vraagt mij of het 10 zonnebanken zijn die ik niet meer heb teruggekregen. Ik heb 50 zonnebanken teruggekregen. Er zijn er 10 verdwenen. Wat ik nog niet eens heb meegenomen in de vordering is de schade aan de zonnebanken. Dat wil ik laten zitten. Ik heb achteraf nog een hoop werk gehad aan de schade aan de zonnebanken. Die zijn nu drie keer vervoerd.

U houdt mij voor dat ik 10 zonnebanken mis, dat ik er 50 heb opgehaald en dat ik daar kilometervergoeding voor vorder. Dat klopt. Ik kan er maar 4 tot 5 meenemen in een personenauto. U vraagt mij of de benzinekosten er nu twee keer in staan. Qua kosten laten we zeggen dat ik €200,- heb gerekend voor de moeite om ze op te halen. U houdt mij voor dat dit nagenoeg hetzelfde bedrag is als de €197,60 aan kilometerkosten voor dezelfde ritjes. Dat klopt, dan zit er inderdaad een dubbeltelling in die er uit moet worden gehaald. U vraagt mij of de totale vordering dan €200,- minder is Dat klopt. U houdt mij voor dat de ritkosten dan €197,60 bedeagen per rit in plaats van €200,-. Ja, dat klopt. Die €200,- is dubbelop en kan eraf.

De politierechter gaat over tot bespreking van de persoonlijke omstandigheden.

De verdachte verklaart: u vraagt me naar mijn persoonlijke omstandigheden. U houdt mij voor dat ik in april 2017 ben veroordeeld wegens diefstal en hiervoor een taakstraf heb verricht. Dat klopt, ik ben beschuldigd voor een diefstal die ik niet heb gepleegd. Het was een vechtpartij. De taakstraf heb ik voldaan. U houdt mij de rest van de justitiële documentatie voor. U houdt mij voor dat de reclassering geprobeerd heeft een rapportage op te stellen, maar dat zij geen contact met mij konden krijgen. Ik heb de brieven niet ontvangen. Ik heb dit ook nog aan mijn broertje gevraagd, want ik vond het vaag dat ik ze niet kreeg. U vraagt mij wat voor werk ik doe. Ik werk in de pallet handel. Ik voer hout af voor fabrieken. U vraagt naar mijn schulden. Ik heb geen schulden. Ik heb mijn verleden achter me gelaten.

De officier van justitie houdt het requisitoir. Hij acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen vordert dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht.

De officier van justitie merkt ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij op: de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen. Ook de benzinekosten en de kosten voor het op en neer rijden, de tijdsbesteding hiervan, kan worden toegewezen inclusief de wettelijke rente en de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw krijgt het woord tot verdediging en voert aan:

Ik verzoek u om cliënt vrij te spreken. Er is onvoldoende bewijs voor betrokkenheid van cliënt bij de diefstal. Cliënt gaf zelf al aan dat hij niet op klaarlichte dag gaat stelen. Ik kan me dat eerlijk gezegd ook niet zo goed voorstellen. Ik constateer dat er geen enkel forensisch bewijs in het dossier zit, noch is het dossier anderszins onderbouwend. De inhoud van het dossier voor zover het aantreffen van de zonnebanken et cetera wordt allemaal niet betwist. Dit past ook in de verklaring: cliënt heeft ze gebracht, maar niet gestolen. Op zitting is nog voorgehouden dat een medewerker cliënt zou hebben gezien. Dat is niet vreemd, omdat er spullen van cliënt in de garagebox zaten. Ook medeverdachte [naam medeverdachte 1] verklaart dat cliënt vaker naar de garagebox gaat. Bij de politie heeft cliënt niet gezwegen, maar een verklaring afgelegd. Er zijn opmerkelijke zaken in het dossier. Ik vraag mij af in hoeverre kan worden vastgesteld dat de aangetroffen zonnebanken van aangever zijn. Er is bijvoorbeeld geen serienummer of iets dergelijks. Er wordt wel gesproken over serienummers en briefjes met brandnummers, maar het dossier is hier een beetje vaag over. Aangever verklaart ook wisselend. Op pagina 24 van het procesdossier geeft aangever aan dat het handschrift op de briefjes van zijn vader is. Op pagina 46 van het procesdossier geeft aangever aan dat het zijn eigen handschrift is, en niet dat van zijn vader. Dat vind ik opmerkelijk. Voorts lijken de aantallen en de types niet te stroken. De internetaangifte en de latere verklaring kloppen niet met elkaar. Aangever verklaart dat dit komt omdat de internetaangifte snel moest worden gedaan. Ik vind dit geen sluitend verhaal. Er is ook wisselend verklaard ten aanzien van die de garagebox is. Op pagina 23 van het procesdossier zegt aangever dat de garagebox van hem zelf is en op pagina 45 van het procesdossier zegt aangever dat de garagebox van zijn vader is. Hoeveel zonnebanken er ooit in de garagebox hebben gestaan is aangever ook niet heel duidelijk over. De verklaringen van de medeverdachten zijn vaak warrig en strijdig met elkaar. Deze kloppen niet met het dossier. Wat [naam persoon 7] verklaart, komt op mij totaal niet aannemelijk over. Medeplegen kan niet bewezen worden verklaard, nu het Openbaar Ministerie de zaken tegen de anderen heeft geseponeerd.

Subsidiair voer ik een strafmaatverweer. Op het strafblad van cliënt staan voornamelijk oudere feiten. Wat betreft de Belgische zaak merk ik op dat het lang duurt voordat deze behandeld wordt. Dit is dus ook al veel langer geleden. Cliënt geeft aan een nieuwe weg in te zijn geslagen. Hij heeft een eenmanszaak, een vrouw en drie kinderen. Hij heeft het goed voor elkaar. Het taakstrafverbod kan omzeild worden door het aantal dagen dat verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten op te leggen. De eis van de officier van justitie is veel te fors.

Ten aanzien van de vordering benadeelde partij verzoek ik u om deze niet-ontvankelijk te verklaren, gelet op het verzoek op vrijspraak.

Subsidiair verzoek ik u de vordering benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Uit het dossier komt onvoldoende naar voren waar het aantal van 10 zonnebanken op gebaseerd is. Wat de benadeelde partij op zitting heeft aangevoerd, maakt het niet veel duidelijker. Er werd geen goede administratie van bijgehouden. De 10 zonnebanken zijn daarom onvoldoende onderbouwd. Vervolgens de waarde van €100,- per zonnebank. Het gaat om 2 verschillende types. Op pagina 24 van het procesdossier verklaart aangever dat hij de zonnebanken voor een bedrag van €75,- à €100 euro koopt. Hij heeft ze allemaal al jaren staan. De waarde van €100.- is onvoldoende onderbouwd. Er zijn geen bonnetjes en ook geen advertenties. Als aangever ze al jaren heeft staan, vraag ik me af of de waarde niet gedaald is. Wat betreft de reiskosten heeft de benadeelde partij zelf contact opgenomen met de politie om de zonnebanken op de afgesproken locatie op te halen. De politie heeft de zonnebanken kennelijk eerder naar Bleiswijk gebracht. Benadeelde partij heeft vervolgens 13 ritjes moeten maken om de zonnebanken op te halen. Uit het dossier blijkt niet dat de zonnebanken naar Bleiswijk zijn gebracht. De reiskosten zijn ook dubbel opgevoerd. Om deze reden is de vordering niet-ontvankelijk.

De benadeelde partij wordt in de gelegenheid gesteld te reageren, maar maakt hiervan geen gebruik.

De officier van justitie wordt in de gelegenheid gesteld te repliceren. Hij deelt mede: er is verwarring ontstaan over de hoeveelheid zonnebanken. Uiteindelijk is het helder geworden dat het er 60 zijn. Op de camerabeelden is te zien dat er in ieder geval 59 zonnebanken zijn uitgeladen. Wat betreft de strafeis merk ik op dat in de richtlijn is uitgegaan van een bedrijfspand. Het is een garagebox, maar er wordt niet alleen een fiets weggehaald, maar ook 59 zonnebanken.

Ten aanzien van de waarde van €100,- voor de zonnebanken in de vordering benadeelde partij merk ik op dat de inkoopprijs op ongeveer €100,- ligt. Dit verklaart aangever en onderbouwt hij ook steeds met advertenties van marktplaats en prijzen waarvoor ze uiteindelijk worden verkocht. De schade is minstens €1.000,- geweest, ook gelet op de schade die aan de zonnebanken is toegebracht. Wat betreft de reiskosten heeft benadeelde partij aangegeven dat dit niet alleen de benzine is, maar ook de tijd die hij erin heeft gestoken. Dat vind ik redelijk. De zonnebanken zijn naar het depot in Bleiswijk gebracht. Benadeelde partij had ze zelf ook liever meteen meegenomen.

De raadsvrouw wordt in de gelegenheid gesteld te dupliceren en deelt mede: ik heb een kleine reactie ten aanzien van de vordering benadeelde partij. Ik heb geen stukken van de hoeveelheden. Deze zitten ook niet in het dossier. Het is dan eerder gokken dan een bevestiging. Eerst waren het 10 zonnebanken, nu 9.

De verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken en verklaart: ik heb het nooit zo bekeken, maar ik vind het ook rot voor meneer. Hij is gewoon slachtoffer. Ik hoop dat u een oordeel kunt hebben. Ik heb ze niet gestolen.

De politierechter verklaart het onderzoek gesloten en zegt terstond mondeling vonnis te zullen geven.

De politierechter spreekt het vonnis uit ter openbare terechtzitting.

Aantekening van het mondeling vonnis

1. Inhoud van de tenlastelegging

Bij de dagvaarding, zoals deze overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd, is aan de verdachte ten laste gelegde dat

hij, in of omstreeks de periode van 12 januari 2020 tot en met 28 januari 2020 te Dordrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 65 zonnebanken en/of twee fietsen en/of een houten plaat/plank, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] , heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen voornoemde goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, in of omstreeks de periode van 12 januari 2020 tot en met 28 januari 2020 te Dordrecht, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

meermalen, althans eenmaal, een of meer goederen, te welen 65 zonnebanken en/of twee fietsen en/of een houten plaat/plank heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,

terwijl hij en zijn mededader(s) (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.

2. Bewijsmiddelen en voor bewijs redengevende feiten en omstandigheden

De inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is telkens zakelijk weergegeven.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal van politie is - tenzij anders vermeld - bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

1. Het proces-verbaal van aangifte, nummer [nummer proces-verbaal 1] , pagina 17 in het proces-verbaal met dossiernummer [nummer proces-verbaal 1] , van politie, regionale eenheid Rotterdam inhoudende als verklaring van aangever [naam slachtoffer 1] :

Maandagavond 27 januari ging ik samen met mijn vader naar mijn garage aan de [adres delict] te Dordrecht die wij als opslag gebruiken voor zonnebanken en fietsen en zagen tot onze grote schrik dat deze bijna helemaal leeggehaald was ergens in de 2 weken dat wij er niet zijn geweest.

Omdat ik zonnebanken repareer en op marktplaats soms leuke koopjes staan hou ik de zonnebanken die op Marktplaats aan worden geboden goed in de gaten en viel bij mij gelijk het kwartje dat de bij mij gestolen zonnebanken daar gewoon op dit moment aangeboden worden door een account onder de naam [naam persoon 3] uit Rotterdam en andere account

van [naam medeverdachte 4] uit Hendrik-ido-Ambacht.

2. Het proces-verbaal van verhoor, nummer [nummer proces-verbaal 1] , pagina 21 in het proces-verbaal met dossiernummer [nummer proces-verbaal 1] , van politie, regionale eenheid, inhoudende als verklaring van aangever [naam slachtoffer 1] :

Ik kan u vertellen dat ik tweedehands zonnebanken opkoop onder andere via Marktplaats. Ik repareer deze zonnebanken en verkoop deze dan weer door. Ik heb een garage aan de [adres delict] in Dordrecht waarin ik deze zonnebanken opgeslagen heb. Ik had daar ongeveer 65 zonnebanken opgeslagen voor de verkoop, verder stonden er een heren- en een damesfiets van mijn ouders in de garage en een houten plank van 3 meter lang en 1 meter breed. Op 27 januari 2020 was ik samen met mijn vader bij mijn garage. Ik was ongeveer 2 weken niet in mijn garage geweest. De garage was afgesloten middels een kanteldeur die afgesloten wordt met een cilinderslot. Hij is aan de bovenzijde afgesloten middels een pin die in een uitsparing valt. Als je tegen de deur aanduwt als deze is afgesloten, ontstaat er aan de bovenzijde wat speling waardoor het mogelijk is om hier bijvoorbeeld een breekijzer tussen te plaatsen. Op die manier kan je de pin naar beneden duwen en de deur kantelen waardoor hij opengaat. Mijn vader had bij het openen van de deur al gemerkt dat deze wat stroever open ging. Boven bij de kanteldeur ter hoogte van de vergrendeling van de pin zag ik dat er wat schade was aan het hout. Ik vermoed dus dat men de pen uit de vergrendeling heeft gedrukt en dat men de deur gewoon heeft dichtgetrokken toen men wegging. Ik zag dat de garage bijna helemaal leeg was gehaald. Ik zag dat er nog vijf zonnebanken en wat onderdelen van zonnebanken en een paar plastic tuinstoelen stonden.

Omdat ik zonnebanken onder andere opkoop via Marktplaats hou ik deze site goed in de gaten. Ik ben dus op marktplaats gaan zoeken. Ik zag dat er op 15 januari 2020 op Marktplaats een advertentie was geplaatst en dat er zonnebanken te koop werden aangeboden onder de accountnaam [naam persoon 3] uit Rotterdam met advertentienummer [advertentienummer] . Ook herinnerde ik mij toen dat ik deze [naam persoon 3] uit Rotterdam al ongeveer een week eerder op Marktplaats had gezien en dat hij toen 10 stuks zonnebanken van het merk Philips HB871 te koop. Ik had verteld tegen een collega van mij dat mijn zonnebanken waren gestolen. Hij vertelde mij toen dat hij op 18 januari 2020 had gereageerd op een advertentie op marktplaats van [naam persoon 3] waarin die 10 zonnebanken te koop werden aangeboden. Hij had toen als adres doorgekregen de Ampèrestraat 5 in Dordrecht, maar het was niet doorgegaan omdat hij er geen goed gevoel bij had. Hij heeft mij wel de screenshots van het contact met [naam persoon 3] doorgestuurd. Deze advertenties van [naam persoon 3] waar ik over verklaarde staan op de USB-stick als [naam persoon 3] advertentie HB871 screenshot 1 tot en met 3, geplaatst 15 januari 14:16 uur en [naam persoon 3] advertentie HB935, screenshot 4 tot en met 6 geplaatst op 18 januari 12:25 uur. Ook ene [naam medeverdachte 4] uit Hendrik-Ido-Ambacht bood een zonnebank te koop aan voor 90 euro. Die [naam medeverdachte 4] was ik een paar weken eerder al tegengekomen op marktplaats. Hij bood toen 40 zonnebanken van het type Philips modelnummer 4S HB871 te koop aan voor 50 euro per stuk. Dit was eind december 2019 volgens mij. Ik heb daar op 30 december 2019 op gereageerd dat ik ze wel wilde kopen. Ik kreeg toen als reactie dat hij op vakantie was in Frankrijk en dat hij nog contact met mij op zou nemen. Er werden meerdere zonnebanken aangeboden in één advertentie. Dit is opvallend en gebeurt eigenlijk nooit. Ik kreeg daardoor het vermoeden dat dit de zonnebanken zouden kunnen zijn die vanuit mijn garage waren weggenomen. Uit de opmaak van de advertenties maakte ik op dat [naam persoon 3] en [naam medeverdachte 4] waarschijnlijk dezelfde persoon waren. Mede door de prijs van 90 euro en het euroteken in de advertentietekst. En tevens waren dit juist de modellen die bij mij waren weggenomen en 50 euro is best wel wat onder de marktprijs.

Op 27 januari 2020 heb ik gereageerd op een advertentie van [naam persoon 3] dat ik interesse had en wij spraken toen af op dinsdag 28 januari 2020 op het adres Ampèrestraat 5 in Dordrecht. Hij liet mij weten dat ik hem moest bellen op [gsm-nummer 1] als ik onderweg was. Die jongen vertelde mij dat hij in een donkerblauwe auto zou komen. Volgens mij een Opel zoals hij zei. Ik was al op het terrein van Shurgard toen er een blauwe Opel aan kwam rijden. Ik denk dat die jongen mij toen gezien heeft en mij misschien herkende als de persoon van de garage aan de [adres 1] of hij vertrouwede het gewoon niet. Nadat hij even had stil gestaan ging hij weg. Ik heb het kenteken genoteerd te weten [kentekennummer 1] . Kort daarna kwam de politie en die hebben twee opslagruimten geopend en toen werden er een groot aantal zonnebanken en twee fietsen aangetroffen.

Op 28 januari 2020 omstreeks 17.30 uur ben ik samen met de politie en een medewerkster van Shurgard naar een opslagruimte gelopen. Uit genoemd kenteken kon de politie kennelijk in overleg met de medewerkster van Shurgard afleiden in welke opslagruimte de zonnebank zou moeten staan. De politie heeft het slot van de opslagruimte geopend en vervolgens het rolluik van de opslagruimte open gemaakt. Ik zag dat in de opslagruimte vele tientallen zonnebanken stonden. Ik zag ook dat er twee fietsen stonden van het merk Giant. Ik zag dat het de twee fietsen betroffen van mijn ouders. Mijn vader, die inmiddels ook gearriveerd was, had de sleutel van zijn fietsslot bij zich. Hij overhandigde deze aan de politieagent. Ik zag dat de agent de sleutel in het slot van de herenfiets stak en dat het slot open ging. Toen ik samen

met de politie bij de opslagruimte stond te wachten zag ik in de garage een bloempot

staan met een foto van een man erop. Ik herkende deze als de man, die omstreeks 15.50

uur, in de eerder genoemde blauwe Opel aan kwam rijden op het terrein van Shurgard en

weer weg reed. Verder zag ik dat op veel zonnebanken briefjes zaten met handgeschreven tekst. Ik herkende die briefjes als zijnde de briefjes die mijn vader op de zonnebanken plakte met het aantal branduren die de zonnebanken hebben gedraaid.

Dus de volgende zonnebanken zijn weggenomen:

  • -

    Ongeveer 30 zonnebanken van het type Philips Sunmobile 4s HB871

  • -

    Ongeveer 5 zonnebanken van het type Philips HB 935 Innergize

  • -

    Ongeveer 15 zonnebanken van het type Philips HB937 Innergize Sports

  • -

    Ongeveer 5 blauwe zonnebanken van het type HB945 Innergize

  • -

    Ongeveer 5 bruine zonnebanken van het type Philips HB8560.

Aan de modellen en de briefjes die er op zaten met het handschrift van mijn vader en ook de sleutel die op de fiets paste kan het volgens mij niet anders zijn dan dat dit de zonnebanken en fietsen zijn die bij mij gestolen zijn. Daarbij wil ik nog even opmerken dat van de vele modellen zonnebanken die in de loop der jaren op de markt gebracht zijn precies de modelnummers terug zijn gevonden die ik in mijn aangifte had opgegeven en dat het ook nog eens ongeveer klopte met het aantal dat bij mij was weggenomen. Er zijn volgens mij geen zonnebanken aangetroffen van een ander model dan die bij mij zijn gestolen.

3. Het proces-verbaal van bevindingen, nummer [nummer proces-verbaal 1] , pagina 45 in het proces-verbaal met dossiernummer [nummer proces-verbaal 1] , van politie, regionale eenheid Rotterdam, inhoudende als relaas van de verbalisanten of één van hen :

Op 28 januari 2020, was ik verbalisant [naam verbalisant 1] , in uniform gekleed en werkzaam als wijkagent van de bedrijven en industrie in Dordrecht, voor de politie eenheid Rotterdam.

Op 28 januari 2020, was ik verbalisant [naam verbalisant 2] , in uniform gekleed en werkzaam aan het politiebureau Overkampweg 109 te Dordrecht.

Omstreeks 16:10 uur had ik telefonisch contact met [naam slachtoffer 2] . Ik hoorde hem zeggen dat mogelijk de verkoper gearriveerd was in een personenauto. Dit betrof een donkerblauwe Opel, voorzien van kenteken [kentekennummer 1] . Ik, verbalisant [naam verbalisant 1] , controleerde vervolgens het kenteken middels een bevraging in ons politiesysteem BVI. Ik zag dat het kenteken behoorde aan een blauwe Opel Meriva, voorzien van kenteken [kentekennummer 1] . De tenaaamgestelde van het voertuig betrof een dame, namelijk [naam persoon 8] . Gezien het feit dat er volgens Olivier een man achter het stuur zat, besloten om het adres van [naam persoon 8] te bevragen. Ik zag dat de tenaamgestelde woonachtig is op de [adres verdachte] te Dordrecht. Ik zag dat er op het adres drie kinderen ingeschreven stonden en een man, genaamd [naam verdachte] . [naam verdachte] is ons verbalisanten ambtshalve bekend.

Gezien de verdenking van een strafbaar feit heb ik, [naam verbalisant 1] , medewerkster van Shurgard gevorderd de camerabeelden. Wij hoorden dat zij vervolgens zei dat ze de persoon die oogcontact had met Olivier een huurder was van box [nummer garagebox 2] .

4. Het proces-verbaal van bevindingen, nummer [nummer proces-verbaal 1] , pagina’s 54-55 in het proces-verbaal met dossiernummer [nummer proces-verbaal 1] , politie, regionale eenheid Rotterdam, inhoudende als relaas van de verbalisanten of één van hen :

Wij, verbalisanten [naam verbalisant 3] , [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 2] , zagen dat in de opslagruimte tientallen zonnebanken stonden van het merk Philips, type Sunmobile 4S HB871 en het type Inergize. Wij troffen in de opslagruimte in totaal 7 zonnebanken aan van het merk Philips Sunmobile 4S HB871 en 25 zonnebanken van het merk Philips Inergize aan. Wij zagen dat er op veel zonnebanken briefjes zaten met daarop cijfers. Wij zagen tevens dat er twee bordeauxrode Giant fietsen in de opslagruimte stonden. Wij hoorden Olivier zeggen dat het zijn fietsen betroffen. Wij hoorden hem tevens zeggen dat hij van de herenfiets de sleutel bij zich had. Hierop zagen wij dat de sleutel die wij kregen van Olivier paste op de Giant fiets.

Het is bij ons bekend dat er naast de zonnebanken ook door de genoemde Olivier aangifte was gedaan van twee Giant fietsen. Wij hoorden Olivier zeggen dat het zijn fietsen betroffen. Wij hoorde hem tevens zeggen dat hij van de herenfiets de sleutel bij zich had. Hierop zagen wij dat de sleutel die wij kregen van Olivier paste op de Giant

herenfiets. Wij zagen dat de andere fiets een soortgelijke fiets betrof alleen dan een damesmodel. Wij zagen dat deze fiets niet op slot stond toen wij de fietsen aantroffen. Wij hoorden Olivier zeggen dat het zijn zonnebanken betroffen omdat hij dit wist door de briefjes die hij er op had geplakt. Hierop hebben wij de fietsen en zonnebanken in beslag genomen. Wij hoorden Olivier zeggen dat hij nog veel zonnebanken miste die gestolen waren uit zijn garagebox.

Toen ik, verbalisant [naam verbalisant 3] , met de genoemde Olivier stond te wachtten voor de opslagruimte met nummer [nummer garagebox 2] hoorde ik hem zeggen dat hij in de opslagruimte een bloempot zag staan met daarop een foto. Ik hoorde hem zeggen dat de man op de foto de man betrof die hij eerder had gezien bij de Shurgard en waarvan hij het vermoeden had dat hij de verkoper was waarmee hij om 16.00 uur had afgesproken. Dit betrof de man die was weggereden in het voertuig met het kenteken [kentekennummer 1] . Ik zag dat er in een stelling een bloempot stond met daarop een foto van een man, vrouw en kind. Ik, verbalisant [naam verbalisant 3] , herkende de man op de foto ambtshalve als: [naam verdachte] , geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] .

Nadat we de goederen in beslag hadden genomen heb ik, verbalisant [naam verbalisant 2] , aan de

medewerkster van Shurgard gevraagd of de huurder ook van een andere opslagruimte

gebruik maakte. Ik hoorde haar zeggen dat hij ook gebruik maakte van de opbergruimte

met nummer [nummer opbergruimte] . Hierop hebben wij de opslagruimte met nummer [nummer opbergruimte] geopend. Om

toegang te krijgen tot de opslagruimte hebben wij de cilinder van de deur verbroken

en vervangen. In de opslagruimte troffen wij 18 soortgelijke zonnebanken aan van het

merk Philips Sunmobile 4S HB871.

5. Het proces-verbaal van bevindingen, nummer [nummer proces-verbaal 1] , pagina 81 in het proces-verbaal met dossiernummer [nummer proces-verbaal 1] , van politie, regionale eenheid Rotterdam, inhoudende als relaas van de verbalisanten of één van hen :

Abusievelijk vermeldde wij verbalisanten in beiden processen-verbaal van bevindingen,

onder nummer [nummer proces-verbaal 2] en [nummer proces-verbaal 3] , het nummer van de tweede opslagbox

verkeerd, namelijk ' [nummer opbergruimte] '.

De tweede opslagbox betrof niet ' [nummer opbergruimte] ' maar dit moet zijn: ' [nummer garagebox 1] '.

6. Het proces-verbaal van bevindingen, nummer [nummer proces-verbaal 4] , pagina 82 in het proces-verbaal met dossiernummer [nummer proces-verbaal 1] , van politie, regionale eenheid Rotterdam, inhoudende als relaas van de verbalisanten of één van hen :

Ik, verbalisant, [naam verbalisant 4] , brigadier van politie Eenheid Rotterdam, verklaar het volgende:

Naar aanleiding van de diefstal van zonnebanken en fietsen in dit proces en het aantreffen van zonnebanken en fietsen in twee boxen van Shurgard aan de Ampèrestraat 5 in Dordrecht is een nader onderzoek ingesteld naar de gebruikers van de boxen waarin deze goederen werden aangetroffen.

Na gedane vordering werden door een medewerkster van Shurgard de gegevens verstrekt

van de gebruikers van de boxen [nummer garagebox 2] en [nummer garagebox 1] . Met betrekking tot box [nummer garagebox 2] werd door deze medewerkster een huuroverkomst overhandigd en een kopie van een identiteitskaart van de huurder van deze box. Uit de verstrekte gegevens bleek dat box [nummer garagebox 2] vanaf 25 maart 2014 was verhuurd aan een man genaamd; [naam medeverdachte 1] , geboren op [geboortedatum medeverdachte] te [geboorteplaats medeverdachte] wonende [adres medeverdachte] te Dordrecht.

Tevens bleek dat bij alternatieve contactgegevens ingeval calamiteiten de volgende gegevens waren ingevuld; [naam verdachte] , telefoonnummer [gsm-nummer 2] .

7. Het proces-verbaal van bevindingen, nummer [nummer proces-verbaal 5] , pagina 95 in het proces-verbaal met dossiernummer [nummer proces-verbaal 1] , van politie, regionale eenheid Rotterdam, inhoudende als relaas van de verbalisanten of één van hen :

Ik, verbalisant [naam verbalisant 4] , brigadier van politie Eenheid Rotterdam verklaar het volgende:

Na het uitkijken van de camerabeelden op het terrein van Shurgard bleek dat op 17 januari 2020 een personenauto gekentekend [kentekennummer 1] , welke in gebruik is bij [naam verdachte] , omstreeks 11:22 uur het terrein van Shurgard verlaat samen met een bestelbus van Bo-rent met het kenteken [kentekennummer 2] . Later die dag komt vermoedelijk dezelfde bestelbus weer het terrein op. Het kenteken is dan niet te zien. Vlak voordat die auto het terrein op komt rijden is ook een donkerkleurige Mercedes het terrein opgereden. Er worden dan door drie mannen 59 zonnebanken uit de vrachtauto gehaald en deze worden naar de liften gebracht die toegang geven tot de boxen.

Na onderzoek van de Track en Trace gegevens van de bestelbus van Bo-rent bleek dat de bestelbus van Bo-rent voorzien van het kenteken [kentekennummer 2] op 17 januari 2020 was geweest op de [naam locatie] (locatie diefstal) en de Ampèrestraat (locatie Shurgard) toen de zonnebanken werden uitgeladen.

8. Het proces-verbaal van bevindingen, nummer [nummer proces-verbaal 6] , pagina 107 in het proces-verbaal met dossiernummer [nummer proces-verbaal 1] , van politie, regionale eenheid Rotterdam, inhoudende als relaas van de verbalisanten of één van hen :

Ik, verbalisant, [naam verbalisant 4] , brigadier van politie Eenheid Rotterdam, verklaar het volgende:

Vervolgens werden op vordering van de officier van justitie de Track en Trace gegevens gevorderd van de bestelbus van Bo-rent met het kenteken [kentekennummer 2] gedurende de hierboven genoemde huurperiode. Uit de door Bo-rent verstrekte gegevens is onder andere het volgende gebleken:

  • -

    de huurauto vertrekt op 17 januari 2020, omstreeks 08.50 uur vanaf de Zuideinde in Delft (locatie Bo-rent)

  • -

    op 17 januari 2020, omstreeks 09.30 uur is de auto op de [adres 3] te Dordrecht en blijft daar ongeveer 20 minuten

  • -

    op 17 januari 2020, omstreeks 10.00 uur is de auto op de [adres 4] te Dordrecht

  • -

    op 17 januari 2020, omstreeks 10.10 uur stopt de auto op de [adres 5] in Dordrecht

  • -

    op 17 januari 2020, omstreeks 10.22 uur vertrekt de auto weer vanaf de [adres 5]

  • -

    op 17 januari 2020, omstreeks 10.32 uur is de auto op de [adres 6] in Dordrecht

  • -

    op 17 januari 2020, omstreeks 11.16 uur vertrekt de auto weer vanaf de [adres 6] in Dordrecht

Op 24 maart 2020 had ik telefonisch contact met de medewerker van Bo-rent. Ik hoorde hem verder zeggen dat de juiste positie van het voertuig tot op tien meter nauwkeurig middels is weergegeven in het track en trace overzicht.

Nadat ik een aantal coördinaten had ingevuld op google maps zag ik onder het volgende:

  • -

    De [adres 6] is de Ampèrestraat 5 te Dordrecht en de Ampèrestraat is een zijstraat van de Voltastraat

  • -

    De [adres 5] is de [adres 4] te Dordrecht en de Richard Holstraat ligt aan achterzijde van de Diepenbrockweg.

Op dinsdag 24 maart 2020 heb ik een nader onderzoek in gesteld op de plaats delict aan de [adres delict] te Dordrecht. Ik zag dat de garagebox waaruit de zonnebanken

waren gestolen per auto alleen bereikbaar was via de Richard Holstraat en dat deze garagebox zich bevond aan de achterzijde van de woningen de aan de Richard Holstraat [huisnummer a] , [huisnummer b] en [huisnummer c] .

Gezien het vorenstaande is het aannemelijk dat:

  • -

    [naam medeverdachte 2] (de huurder van de bestelauto) op 17 januari 2020 vanuit Delft (locatie Bo-rent) naar de H.W. Mesdagstraat is gereden.

  • -

    dat hij 20 tot 30 minuten op de H.W. Mesdagstraat heeft stil gestaan,

  • -

    dat hij vanaf de H.W. Mesdagstraat naar de garagebox op de [adres delict] te Dordrecht is gereden en dat hij daar ongeveer 20 minuten heeft stil gestaan en dat toen de zonnebanken en fietsen zijn weggenomen uit die garagebox

  • -

    dat hij daarna naar Shurgard is gereden aan de Ampèrestraat 5 in Dordrecht,

Ik merk op dat op de camerabeelden van Shurgard is te zien dat de bestelbus van Bo-rent omstreeks 11.22 uur het terrein van Shurgard verlaat. Van het moment dat de bestelbus aan komt rijden zijn geen camerabeelden. De auto verlaat dan het terrein samen met een personenauto voorzien van het kenteken [kentekennummer 1] (in gebruik bij verdachte [naam verdachte] ) Blijkens de inlog gegevens van Shurgard is er op 17 januari 2020, omstreeks 10.30 uur gebruik gemaakt van digitale sleutel van verdachte [naam medeverdachte 1] om het terrein te betreden, werd er ook gebruik gemaakt van een lift en werd het terrein omstreeks 11.23 uur weer verlaten.

- dat [naam medeverdachte 2] daarna naar de Wielhovenstraat te Dordrecht is gereden en daar heeft stilgestaan tot ongeveer 19.58 uur die dag,

Ik merk op dat verdachte [naam verdachte] woonachtig is op de [adres verdachte] te Dordrecht, mogelijk heeft [naam medeverdachte 2] de dag daar doorgebracht.

- dat [naam medeverdachte 2] daarna weer naar het terrein van Shurgard rijdt aan de Ampèrestraat waar hij omstreeks 20.08 uur aan komt en daar de zonnebanken uit de bestelbus haalt,

Ik merk op dat op de camerabeelden van Shurgard is te zien dat omstreeks 20.06 een bestelbus van Bo-rent het terrein op rijd en dat de digitale sleutel van verdachte [naam medeverdachte 1] omstreeks 20.05 uur is gebruikt om het terrein van Shurgard te betreden. Op de camerabeelden is dan te zien dat de zonnebanken door drie mannen uit de bestelbus worden geladen.

9. Het proces-verbaal van verhoor, nummer [nummer proces-verbaal 7] , pagina 243 in het proces-verbaal met dossiernummer [nummer proces-verbaal 1] , van politie, regionale eenheid Rotterdam, inhoudende als verklaring medeverdachte de heer [naam medeverdachte 3] :

Wij hebben onderzoek gedaan naar de diefstal van een groot aantal goederen en daarbij is gebruik gemaakt van een bestelbus welke was gehuurd bij Bo-Rent in Delft. Deze was gehuurd door een man genaamd [naam medeverdachte 2] en die heeft verklaard dat hij die

bestelbus op jouw verzoek heeft gehuurd. Gisteren heb ik jou al aan de telefoon gehad

en toen vertelde je dat [naam medeverdachte 2] er niets mee te maken had en dat je naar het

politiebureau zou komen.

V; Waarom had jij aan [naam medeverdachte 2] gevraagd of hij die bestelbus wilde huren ?

Die dag kreeg ik een verzoek om een paar jongens te helpen met een verhuizing in Dordrecht ergens in Krispijn. Die jongens hadden echter zelf geen rijbewijs en ze vroegen of ik voor een bestelbus, een bakwagen kon zorgen. Omdat ik zelf ook geen rijbewijs vroeg ik [naam medeverdachte 2] of hij een auto voor mij wilde huren bij Bo-rent in Delft.

Opmerking: [naam medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij maar één keer bij Bo-rent een auto heeft gehuurd en volgens het huurcontract was dit op 17 januari 2020.

Vraag: kan dat kloppen dan?

Antwoord: dat zal dan wel kloppen.

Vraag: vertel eens hoe dat huren van die auto precies gegaan is?

Antwoord: ik verbleef toen nog in Dordrecht en ben toen met de trein naar [naam medeverdachte 2] gegaan en bij [naam medeverdachte 2] vandaan zijn we met zijn personenauto naar Bo-rent in Delft gegaan. Wij zijn samen naar binnen gegaan en toen hebben wij op [naam medeverdachte 2] zijn naam die bus gehuurd. Ik ben met die bus gaan rijden en [naam medeverdachte 2] is naar huis gegaan met zijn eigen auto. Ik had afgesproken bij het station in Dordrecht. Gewoon aan de voorkant van het station. Ik heb daar gewacht tot hun daar waren. Ze zouden met zijn tweeën komen. Toen die jongens kwamen zijn ze bij mij ingestapt. Een van die jongens noemde zich chinees, dat was zijn bijnaam zei hij. Het was een beetje een Indische jongen. Die andere stelde zich voor als [naam persoon 5] . Die Chinese jongen, ik heb zijn naam wel ergens horen vallen, [naam medeverdachte 4] ofzo, die is gaan rijden met die bakwagen, want ik wist de weg niet. Toen zijn we bij een garagebox aangekomen en daar zijn we uitgestapt. Dit zijn van die klapgarages met een kanteldeur. Die deur heeft die [naam medeverdachte 4] opengemaakt. Hij kon hem gewoon open doen. Wij hebben toen die spullen vanuit de garagebox in de bakwagen gedaan. Paarse boxen en grijze zonnebanken. Houten platen, die moesten ook mee, wat dozen met lampen die volgens mij bij die zonnebanken hoorden, twee fietsen, een heren- en een damesfiets.

Vraag: toen jullie bij die garagebox aankwamen. Waren daar toen nog andere mensen die bij die garagebox hoorden?

Antwoord: nee, dat weet ik honderd procent zeker. Alleen wij met zijn drieën.

Vraag: van wie dacht jij dat die spullen waren in die garagebox?

Antwoord: van die [naam medeverdachte 4] , want die had gezegd dat die spullen van hem waren.

Vraag: hoe laat waren jullie bij die garagebox?

Antwoord: het was ’s ochtends. Ik denk tussen 10:00 en 11:00 uur.

Vraag: waar zijn jullie naartoe gegaan nadat jullie die spullen hadden ingeladen bij die garagebox?

Antwoord: toen zijn we naar de Shurgard gereden vlak bij de Praxis. Het is vlak bij de snelweg A16. [naam medeverdachte 4] zei dat hij daar een garagebox had. Wij zijn via het hek naar binnen gegaan. [naam medeverdachte 4] moest een code invoeren bij het hek. Vervolgens hebben wij al die spullen uitgeladen en in de lift gedaan en naar die garagebox gebracht. Ik denk dat wij wel een uur of drie bezig geweest zijn met het inladen van die spullen en met het uitladen zijn wij ook behoorlijk lang bezig geweest. En ook bij de Shurgard duurde het dus best lang.

Vraag: ben je buiten die keer na 17 januari 2020 nog een keer bij die Shurgard in Dordrecht geweest?

Antwoord: ja, toen ben ik nog een keer daar naartoe geweest met [naam medeverdachte 5] en [naam medeverdachte 4] . Wij hebben er toen nog een box bij gehuurd om spullen in op te slaan. [naam medeverdachte 4] had al een grote en deze kleine hebben wij erbij gehuurd.

Vraag: op wie zijn naam is die box gehuurd?

Antwoord: op de naam van [naam medeverdachte 5]

Vraag: voor wie was die box bestemd?

Antwoord: voor extra opslag voor die [naam medeverdachte 4]

Vraag: wat dat maanden daarna of kort daarna?

Antwoord: kort

Vraag: wie heeft de sleutel van die box gekregen?

Antwoord: [naam medeverdachte 5] en die heeft die sleutel aan [naam medeverdachte 4] gegeven.

Vraag: waarom moest [naam medeverdachte 5] mee dan?

Antwoord: om op zijn naam te zetten.

Vraag: kun je die box niet op jouw naam of [naam medeverdachte 4] zijn naam zetten dan?

Antwoord: nee, want [naam medeverdachte 4] had al een box bij Shurgard en ik was bezig met een box te huren in Delft.

Vraag: toen [naam medeverdachte 5] die box gehuurd had, wat zijn jullie toen gaan doen?

Antwoord: wij hebben die box bekeken en zijn toen weer weggegaan.

Vraag: wie heeft de sleutel van die box gekregen?

Antwoord: [naam medeverdachte 5] en die heeft de sleutel aan [naam medeverdachte 4] gegeven.

Opmerking: wij hebben te Track & Trace gegevens van 17 januari 2020 van die bakwagen opgevraagd. Te zien is dat die auto daarna naar de Richard Holstraat en de Diepenbrockweg in Dordrecht gaat en daar ongeveer 20 minuten stilstaat. De Diepenbrockweg is een flat en achter die flat is een parkeerplaats met garageboxen.

Vraag: wat zeg jij dan?

Antwoord: dat zal dan wel die garagebox zijn geweest waar wij die spullen opgehaald hebben.

Opmerking: volgens de Track & Trace gegevens is die auto toen naar het terrein van Shurgard gegaan aan de Ampèrestraat in Dordrecht en heeft die auto daar ongeveer 45 minuten stilgestaan. Op de camerabeelden is te zien dat die auto van Bo-rent daar samen is met een blauwe Opel Meriva en dat er in de auto van Bo-rent twee personen zitten.

Vraag: wie zaten er in die auto van Bo-rent?

Antwoord: dan moeten dan ik en [naam persoon 5] zijn geweest, want die blauwe Opel Meriva is van [naam medeverdachte 4] . Ik weet nu weer dat die auto al bij die garagebox stond waar die zonnebanken zijn opgehaald.

Vraag: [naam medeverdachte 7] ik vraag je nog een keer wat hebben jullie daar ’s ochtends uitgeladen bij Shurgard?

Antwoord: die paarse dingen, volgens mij waren dat ook zonnebanken. Er zaten ook stickertjes met iets erop geschreven op. Dat ging over draaiuren ofzo. Die andere zonnebanken, die fietsen, een doos met lampjes en houten platen.

Opmerking: op de camerabeelden is te zien dat er een groot aantal zonnebanken wordt uitgeladen door drie mannen en dat die naar de lift gebracht worden.

Vraag: wie zijn die mannen?

Antwoord: ik zie [naam medeverdachte 4] , [naam persoon 5] en mijzelf. [naam medeverdachte 4] is de man met het kale hoofd en [naam persoon 5] heeft een petje op.

V: Ik toon jou nog twee foto's. Wie is de persoon op foto 11? en wie op foto 12?

A: foto 11 is [naam medeverdachte 4] en foto 12 is [naam persoon 5] .

10. Het proces-verbaal van verhoor, nummer [nummer proces-verbaal 8] , pagina 260 in het proces-verbaal met dossiernummer [nummer proces-verbaal 1] , van politie, regionale eenheid Rotterdam, inhoudende als relaas van de verbalisanten of één van hen t :

Ik, verbalisant. [naam verbalisant 4] ( [code verbalisant] ) , brigadier van politie Eenheid Rotterdam,

verklaar het volgende:

Tijdens zijn verhoor op 30 juni 2020 werden aan de verdachte [naam medeverdachte 3] twee foto's getoond.

Foto 11 geeft weer de verdachte;

[naam verdachte] ,

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte] .

Foto 12 geeft weer de verdachte;

[naam medeverdachte 8] , geboren op [geboortedatum medeverdachte 8] te [geboorteplaats medeverdachte 8] .

11. Het proces-verbaal van verhoor, nummer [nummer proces-verbaal 9] , pagina 269 in het proces-verbaal met dossiernummer [nummer proces-verbaal 1] , van politie, regionale eenheid Rotterdam, inhoudende als verklaring medeverdachte de heer [naam medeverdachte 8]:

Vraag: wie is [naam verdachte] ?

Antwoord: dat is een jeugdvriend van mij

Opmerking: [naam verdachte] is ook aangehouden. Hij verklaart dat hij op 17 januari 2020 samen met jou en anderen met een bakwagen van Bo-rent naar een garagebox is gegaan en dat jullie daar onder andere zonnebanken hebben ingeladen.

Vraag: wat zeg jij dan?

Antwoord: oh ja dat klopt hij heeft mij ooit eens gebeld om te helpen sjouwen met zonnebanken. Dat waren best zware dingen. Ik werd gebeld of ik hem kon helpen met sjouwen.

Vraag: waar hebben jullie die zonnebanken opgehaald?

Antwoord: dat was ergens bij de A16 bij een paar garageboxen. Ik weet niet precies waar dat is. Ik heb daar niet echt op gelet.

Vraag: met wat voor auto zijn jullie naar die garageboxen toe gegaan?

Antwoord: met een bus. Ik stapte bij hem in de bus.

Vraag: Bij [naam verdachte] ?

Antwoord: ja er zat nog een man in die bus. Die reed met die bus.

Vraag: vertel eens wat er gebeurde toen jullie bij die garagebox aankwamen?

Antwoord: dat weet ik niet meer. Ik heb alleen helpen sjouwen. Ik heb nergens op gelet.

Vraag: waren er andere mensen bij die garagebox toen jullie daar aankwamen?

Antwoord: ja er stonden wel een paar mensen. Volgens mij stonden er twee mannen

Vraag: wat hebben jullie allemaal ingeladen?

Antwoord: het enige wat ik heb ingelaten waren die zonnebanken.

Vraag: hoeveel waren dat er?

Antwoord: Het waren er zat.

Vraag: wie hebben er allemaal geholpen met inladen?

Antwoord: in ieder geval ik. [naam verdachte] en die jongen die met dat busje had gereden.

Vraag: wat zijn jullie gaan doen nadat jullie die zonnebanken hadden ingeladen?

Antwoord: die zijn we naar Shurgard gaan brengen.

Vraag: welke Shurgard was dat?

Antwoord: vlak bij de Zwijndrechts brug.

Vraag: tegenover de Ames?

Antwoord: ja die.

2.2.

Bewijsoverweging

Ter terechtzitting is vrijspraak bepleit, waartoe is aangevoerd dat het dossier onvoldoende bewijs bevat voor de betrokkenheid van verdachte bij de diefstal. Voorts is aangevoerd dat medeplegen niet bewezen kan worden, nu het Openbaar Ministerie de zaken tegen medeverdachten heeft geseponeerd.

Bij de beoordeling van dit verweer gaat de politierechter uit van de feiten en omstandigheden zoals die blijken uit voornoemde bewijsmiddelen en het onderzoek ter zitting.

Gelet op het hele samenstel van omstandigheden zoals die blijken uit het dossier acht de politierechter wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde diefstal. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting volgt de wettige overtuiging dat op 17 januari 2020 verdachte de goederen zoals vermeld in de aangifte uit de garagebox van aangever aan de [adres 1] in Dordrecht heeft gestolen en deze heeft overgebracht naar de Shurgard box [nummer garagebox 2] van zijn broer (en medeverdachte) aan de Ampèrestraat in Dordrecht. Daar wordt ook het grootste deel van de gestolen goederen terug gevonden. De politierechter heeft geen reden te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van aangever en gaat daarom uit van diefstal van 60 zonnebanken, 2 fietsen en de plank. Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat de getuigenverklaringen in het dossier onbetrouwbaar zijn, kan dat verweer niet slagen. De verklaringen zijn op hoofdlijnen maar ook op details met elkaar in overeenstemming. Dat er zich hier en daar op minder relevante punten wel eens een discrepantie voordoet is bovendien inherent aan het feit dat meerdere getuigen tot in detail verklaren vanuit hun eigen beleving (van die dag), maar alleen hieruit volgt nog niet dat de verklaringen niet betrouwbaar zouden zijn. De verdediging heeft bovendien niet aangevoerd om welke verschillen het zou gaan en hoe deze de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen teniet zouden doen. Dit verweer kan dan ook niet slagen en de verklaringen kunnen tot het bewijs worden gebezigd.

Met de verdediging is de politierechter van mening dat medeplegen niet bewezen kan worden verklaard. De politierechter kan op basis van het dossier niet vaststellen dat de andere betrokkenen hebben geweten dat het op dat moment om een diefstal ging, laat staan dat zij daartoe het oogmerk hadden.

Concluderend acht de politierechter wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal door middel van verbreking, zoals primair ten laste gelegd. Het bewijsverweer wordt verworpen.

3. Bewezenverklaring

Hiervoor heeft de politierechter de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij, in de periode van 12 januari 2020 tot en met 28 januari 2020 te Dordrecht, althans alleen,

65 zonnebanken en/twee fietsen en/een houten plaat/plank, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 2] en/of [naam slachtoffer 1] ,

heeft weggenomen, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft of dat weg te nemen voornoemde goederen onder hun bereik heeft /hebben gebracht door middel van braak;

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

5. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

6. Motivering straf en maatregel

6.1.

Algemene overweging

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

6.2.

Feit waarop de straf is gebaseerd

Verdachte heeft op klaarlichte dag een garagebox die niet aan hem toebehoorde opengebroken om vervolgens goederen, die eveneens niet aan hem toebehoorden, weg te nemen. Dit feit getuigt van een gebrek aan respect voor de eigendommen van anderen. Daarnaast brengt het feit, naast de financiële schade, ook overlast voor de betrokkenen teweeg en in het algemeen een gevoel van onveiligheid voor de samenleving. Verdachte heeft zich niet bekommerd om de nadelige gevolgen van zijn handelen voor anderen. Ter zitting ontkent verdachte de goederen te hebben gestolen, waardoor verdachte nadien ook geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor de door hem begane feiten. Dit rekent de politierechter de verdachte aan.

6.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

6.3.1.

Strafblad

De politierechter heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 april 2021, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

6.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland heeft getracht in contact te komen met verdachte teneinde een reclasseringsrapportage op te stellen. Verdachte heeft niet gereageerd op de brieven van de reclassering.

6.4.

Conclusies van de politierechter

Gelet op hetgeen de politierechter hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit, de landelijke oriëntatiepunten strafrecht en de straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de politierechter acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht om te volstaan met oplegging van een taakstraf. Hiertoe ziet de politierechter geen aanleiding, gelet op de ernst van het feit en het gegeven dat sprake is van meerdere malen recidive, waaronder veroordelingen voor soortgelijke feiten binnen een tijdsbestek van 5 jaar voordat dit feit werd gepleegd, waarbij in 2017 al eens een taakstraf is opgelegd. Nu die taakstraf zou zijn uitgevoerd, betekent dit bovendien dat het wettelijke taakstrafverbod van toepassing zou zijn.

Omdat verdachte ter zitting te kennen geeft de goede weg te zijn ingeslagen en de raadsvrouw heeft aangevoerd dat de justitiële documentatie van verdachte voornamelijk bestaat uit oudere feiten, zal de politierechter een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarde die hierna wordt genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de politierechter de hierna te noemen straf passend en geboden.

7. Vordering benadeelde partij

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: ter zake van het ten laste gelegde feit de heer [naam slachtoffer 1] . De benadeelde partij vordert een vergoeding van €1197,60 aan materiële schade en een vergoeding van €200,- aan immateriële schade, waarvan ter zitting bleek dat dit laatste deel van de vordering niet juist was, omdat dit abusievelijk dubbelop zou zijn.

Vast is komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op dit moment op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op €1197,60. De benadeelde partij zal voor het overige niet-ontvankelijk worden verklaard, aangezien de overige kosten dubbel zijn opgenomen in de vordering.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De politierechter bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 17 januari 2020, de datum van het schadetoebrengende feit zoals dat uit het dossier blijkt.

Nu de vordering van de benadeelde partij (in overwegende mate) zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

7.1.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van €1.197,60, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld. Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 310, 311 Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De politierechter:

verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 weken;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 6 weken niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 2 jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] , te betalen een bedrag van €1.197,60 (zegge: duizendhonderdzevenennegentig euro en zestig cent), bestaande uit €1.197,60 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 17 januari 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij [naam slachtoffer 1] te betalen €1.197,60 (hoofdsom, zegge: duizendhonderdzevenennegentig euro en zestig cent) vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening; bepaalt dat indien volledig verhaal van de hoofdsom van €1.197,60 niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 21 dagen; de toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;

De politierechter geeft aan de verdachte kennis dat deze binnen veertien dagen hoger beroep kan instellen tegen dit vonnis en maakt de verdachte opmerkzaam op het recht om op de terechtzitting van dat rechtsmiddel afstand te doen.

Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de politierechter en de griffier.