Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8597

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
03-09-2021
Datum publicatie
06-09-2021
Zaaknummer
9171577 CV EXPL 21-14478
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst van opdracht - gevorderde vergoeding voor werkzaamheden toegewezen. Verweer (tevens eis in reconventie) dat eiseres geen werkzaamheden heeft uitgevoerd slaagt niet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9171577 CV EXPL 21-14478

uitspraak: 3 september 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
GTR Interim B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie,

gedaagde in reconventie,

gemachtigde: M. van der Wolf-Swinkels,

tegen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
R & A Beveiliging B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

die zelf procedeert,

Partijen worden hierna aangeduid als ‘GTR’ en ‘R&A’.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  1. de dagvaarding van 19 maart 2021, met producties;

  2. het herstelexploit van 13 april 2021;

  3. de conclusie van antwoord in conventie tevens conclusie van eis in reconventie, met producties;

  4. het tussenvonnis van 14 juni 2021 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

  5. de nadere producties (17 t/m 25) van GTR;

  6. de aantekening dat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 2 augustus 2021.

Het vonnis is bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds niet weersproken, staat het volgende tussen partijen vast.

2.1

Partijen hebben op 4 september 2020 een overeenkomst van opdracht gesloten, waarbij GTR tegen betaling administratieve diensten aan R&A verleent. De algemene voorwaarden van GTR zijn op deze overeenkomst van toepassing.

2.2

In de overeenkomst is – voor zover van belang in deze procedure – het volgende bepaald:

“(…)

3. Vergoedingen

3.1

Periodieke werkzaamheden

a. Opdrachtnemer verricht de werkzaamheden voor Opdrachtgever de (vaste) prijs per maand van €800,--, exclusief omzetbelasting, voor het boekjaar 2020.

3.2

Jaarlijkse werkzaamheden

b. Prijs voor de jaarlijkse werkzaamheden is inbegrepen in het in art 3.1 lid a genoemde bedrag per maand.

3.3

Incidentele werkzaamheden

Onder incidentele werkzaamheden verstaan wij extra werkzaamheden die wij hierboven niet genoemd hebben. Het gaat dan bijvoorbeeld om extra besprekingen, het voeren van bezwaarprocedures bij de belastingdienst, begeleiding bij financieringsaanvragen, opstellen van begrotingen, het aanvragen en aanpassen van voorlopige aanslagen en overige diensten.

De incidentele werkzaamheden voeren wij uit op basis van de bestede uren vermenigvuldigd met het tarief behorend bij de werkzaamheden. Deze werkzaamheden worden tegen vaste tarieven per uur. De per heden geldende tarieven zijn als volgt verdeeld:

• Senior Adviseur € 150,--

• Interim Finance director € 125,--

• Juridisch medewerker € 75,--

• Senior bedrijfsadviseur € 75,--

Wij proberen zoveel mogelijk vooraf een inschatting te geven van de te maken kosten en voor grotere incidentele opdrachten een separate opdrachtbevestiging te verstrekken. In bepaalde gevallen dienen wij beroep te doen op een externe fiscalist, accountant, advocaat of pensioenadviseur. Hiervoor ontvang je een afzonderlijke prijsopgave en opdrachtbevestiging.

(…)

7. Betaling en facturatie

7.1

Facturering van de door GTR voor Opdrachtgever verrichte werkzaamheden zoals vermeld in artikel 3 lid I, 2 en 4 zal maandelijks plaatsvinden, los van de vraag of er specifieke werkzaamheden zijn die (nog) niet zijn uitgevoerd. Betaling dient plaats te vinden binnen 14 dagen na de dagtekening van onze facturen.

7.2.

Indien Opdrachtgever niet tijdig of volledig aan haar betalingsverplichting voldoet behoudt Opdrachtnemer zich het recht voor om op enig moment de dienstverlening op te schorten tot betaling van de openstaande declaraties heeft plaatsgevonden.

(…)”

2.3

In de toepasselijke algemene voorwaarden is – voor zover van belang in deze procedure – het volgende bepaald:

“(…)

7. Betalingsverplichtingen opdrachtgever


(…)
7.2 Bij overschrijding van de betalingstermijn is de Opdrachtgever zonder nadere ingebrekestelling in verzuim en is over het openstaande bedrag vanaf de vervaldag maandelijks een contractuele rente van 2% (of een gedeelte daarvan) verschuldigd.
7.3 De Opdrachtgever is na de vervaldag tevens gehouden de (buiten)gerechtelijke invorderingskosten te betalen. De buitengerechtelijke kosten worden gefixeerd op 15% van de geïncasseerde hoofdsom te betalen aan opdrachtnemer, met een minimum van € 75,- (exclusief BTW).

(…)”

2.4

R&A heeft op 10 februari 2021 de overeenkomst opgezegd, waardoor de overeenkomst na een opzegtermijn op 31 maart 2021 is geëindigd.

3. De vordering en het verweer in conventie

3.1

GTR vordert in conventie dat R&A bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 2.574,28, te vermeerderen met de contractuele rente van 2% per maand over een bedrag van € 2.238,50 vanaf de vervaldatum tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van R&A in de proceskosten.

3.2

GTR legt aan haar vordering nakoming van de verbintenissen uit de overeenkomst ten grondslag. R&A komt haar betalingsverplichtingen niet na. Zij is aan hoofdsom nog een bedrag van € 2.238,50 verschuldigd. Hierdoor is R&A eveneens contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten aan GTR verschuldigd. Op grond van artikel 7.3 van de algemene voorwaarden bedragen de buitengerechtelijke incassokosten 15% van de hoofdsom, zijnde € 335,78.

3.3

R&A heeft verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang – hierna worden ingegaan.

4. De vordering en het verweer in reconventie

4.1

R&A vordert in reconventie dat GTR bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 4.325,75 te vermeerderen met de wettelijke rente en de incassokosten, met veroordeling van GTR in de proceskosten.

4.2

R&A legt aan haar vordering ten grondslag dat GTR geen werkzaamheden heeft verricht en daarmee ernstig te kort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de overeenkomst. Zij heeft derhalve de gefactureerde, en door R&A reeds betaalde, bedragen ten onrechte bij R&A in rekening gebracht.

4.3

GTR heeft verweer gevoerd. Daarop zal – voor zover van belang – hierna worden ingegaan.

5. De beoordeling

geen aanhouding mondelinge behandeling

5.1

Op de mondelinge behandeling is aan de zijde van R&A niemand verschenen. De boekhouder van R&A heeft op zondag 1 augustus 2021 een e-mail gestuurd aan de kantonrechter. Hierin heeft hij aangegeven dat R&A niet in staat zal zijn om de mondelinge behandeling (van maandag 2 augustus 2021 om 09:00 uur!) bij te wonen wegens ziekte en dat hij daarom verzoekt om een nieuwe behandelingsdatum. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen, zoals hierna verder toegelicht. Allereerst is de boekhouder van R&A bij de kantonrechter niet bekend als gemachtigde van R&A, zodat hij niet namens R&A kan spreken in deze procedure. Daarnaast geeft de boekhouder aan dat R&A ziek is, maar dit kan niet, nu R&A een rechtspersoon is. Uit de stukken blijkt dat minimaal twee mensen binnen R&A op de hoogte zijn van deze procedure, namelijk [naam 1] en [naam 2]. Mocht één van hen ziek zijn, dan had R&A zich in ieder geval kunnen laten vertegenwoordigen door de andere medewerker. Het had tot slot op de weg gelegen van R&A gelegen om ervoor te zorgen dat iemand namens haar op de mondelinge behandeling het verzoek om aanhouding nader zou toelichten. Dit heeft R&A niet gedaan.

5.2

Hierna worden de vorderingen van partijen inhoudelijk beoordeeld. Vanwege de samenhang tussen de vorderingen lenen deze zich voor een gezamenlijke bespreking.

overeenkomst van opdracht

5.3

Vast staat dat partijen een overeenkomst van opdracht voor administratieve diensten hebben gesloten en dat op deze overeenkomst de algemene voorwaarden van GTR van toepassing zijn. De overeenkomst tussen partijen is een overeenkomst van opdracht als bedoeld in artikel 7:400 BW. Op grond van artikel 7:405 lid 1 BW is R&A loon aan GTR verschuldigd, maar in beginsel pas als de prestaties zijn verricht. Partijen hebben hierover echter afspraken gemaakt, die als volgt zijn te onderscheiden: enerzijds de afspraak dat R&A GTR een vast bedrag van € 800,- per maand exclusief BTW betaalt voor het boekjaar 2020 en anderzijds dat R&A GTR per uur vergoed voor incidentele werkzaamheden, zoals gespecificeerd in artikel 3.3 van de overeenkomst.

5.4

GTR vordert betaling van een bedrag van € 1.936,- aan achterstallige vaste vergoedingen per maand en een bedrag van € 302,50 aan vergoeding voor incidentele werkzaamheden. R&A voert als verweer dat GTR geen werkzaamheden heeft verricht voor R&A. Gelet op de door GTR overgelegde onderbouwing van haar stelling dat tegenover de door haar gezonden facturen wel degelijk werkzaamheden staan, is de betwisting van R&A onvoldoende gemotiveerd. GTR heeft aangegeven dat de openingsbalans van 2020 niet opgemaakt en ingevoerd kon worden, omdat de jaarrekening van 2019 nog niet definitief was. GTR heeft daarom veel tijd geïnvesteerd om de meer dan 200 vraagposten met betrekking tot de jaren 2018 en 2019 beantwoord te krijgen. GTR heeft ter onderbouwing producties overgelegd waaruit dit blijkt (producties 3, 4, 5, 6 en 16). Op de mondelinge behandeling heeft zij haar stelling nader toegelicht en aangegeven dat aan het begin van de opdracht het meeste werk verricht dient te worden (namelijk het opnieuw inrichten van een administratie). Hier heeft GTR veel werk aan besteed. Doordat de opdracht voortijdig is beëindigd, heeft zij dit werk niet kunnen afronden. Hiertegenover stelt R&A slechts dat de financiële administratie over 2020 en de jaarrekeningen over 2019 en 2020 door derden worden verzorgd. Deze stelling is gelet op hetgeen GTR naar voren heeft gebracht onvoldoende. R&A stelt ook dat GTR de loonadministratie niet heeft verzorgd, maar GTR heeft onbetwist gesteld dat dit niet onder de opdracht valt. Tot slot stelt R&A dat zij veel subsidies in het kader van Corona is misgelopen door verwijtbaar handelen van GTR. De kantonrechter gaat aan deze stelling, voor zover al relevant, voorbij aangezien GTR deze stelling voldoende gemotiveerd heeft betwist door overlegging van productie 25, waaruit blijkt dat dat zij wel degelijk(succesvol) subsidie- en financieringsaanvragen voor R&A heeft ingediend. Het voorgaande betekent dat de door GTR gevorderde hoofdsom toegewezen moet worden. De vordering in reconventie zal worden afgewezen.

contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten

5.5

De in conventie gevorderde contractuele rente zal eveneens worden toegewezen, omdat daartegen geen nader verweer is gevoerd.

5.6

GTR maakt in conventie tevens aanspraak op een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Voldoende gebleken is dat voldaan is aan de wettelijke vereisten, zodat ook het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.

proceskosten en uitvoerbaarheid bij voorraad

5.7

In conventie en in reconventie zal R&A als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5.8

Dit vonnis wordt zoals GTR vordert ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat R&A aan de veroordeling moeten voldoen, ook als in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis.

6. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

veroordeelt R&A aan GTR te betalen een bedrag van € 2.574,28, telkens te vermeerderen met de contractuele rente van 2% per maand over het factuurbedrag vanaf de vervaldatum van de betreffende factuur tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt R&A in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van GTR vastgesteld op € 507,- aan griffierecht, € 90,62 aan dagvaardingskosten en € 436,- (2 punten x € 218,- per punt) aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde;

in reconventie:

wijst de vorderingen af;

veroordeelt R&A in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van GTR vastgesteld op nihil;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Fiege en uitgesproken ter openbare terechtzitting.44236