Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8585

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-08-2021
Datum publicatie
01-09-2021
Zaaknummer
C/10/610966 / HA ZA 21-1
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incidentele vordering tot tussenkomst. Tijdig ingediend. Belangvereiste. Goede procesorde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer / rolnummer: C/10/610966 / HA ZA 21-1

(eerdere zaaknummer / rolnummer: C/10/556441 / HA ZA 18-757)

Vonnis in incident van 18 augustus 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ANACONDA BEHEER B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in de hoofdzaak,

advocaat mr. M.W. Steenpoorte te 's-Hertogenbosch,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KPN B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. J.L. Naves te 's-Gravenhage

en

[naam eiser] ,

wonende te [woonplaats eiser],

eiser in het incident,

advocaat mr. M.W. Steenpoorte te 's-Hertogenbosch,

Partijen zullen hierna Anaconda, KPN en [naam eiser] genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 12 april 2018, met producties

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties

  • -

    het vonnis (in de vorm van een brief) van 12 december 2018

  • -

    het proces-verbaal van de comparitie, gehouden op 26 februari 2019

  • -

    de akte na comparitie van Anaconda, met producties

  • -

    de incidentele conclusie tot tussenkomst van [naam eiser], met producties

  • -

    de incidentele conclusie van antwoord van KPN

  • -

    de akte in het incident tot tussenkomst van [naam eiser].

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of KPN onrechtmatig heeft gehandeld jegens Anaconda door te profiteren van een wanprestatie van Secufone AG (hierna: Secufone) met wie BIQ Group N.V. (hierna: BIQ) een overeenkomst heeft gesloten.

2.2.

[naam eiser] vordert in deze procedure te worden toegelaten als tussenkomende partij.

2.3.

Anaconda heeft geen verweer gevoerd in het incident.

2.4.

KPN voert verweer en concludeert tot afwijzing van de incidentele vordering tot tussenkomst, met veroordeling van [naam eiser] in de proceskosten. Op de verweren van KPN wordt hierna ingegaan.

Is de vordering tot tussenkomst te laat ingediend?

2.5.

KPN heeft in de eerste plaats betoogd dat de incidentele vordering moet worden afgewezen omdat deze niet tijdig is ingesteld. Deze had moeten worden ingesteld uiterlijk met de conclusie van antwoord, op 7 november 2018.

2.6.

Het hier toepasselijke art. 218 Rv. bepaalt dat een incidentele vordering tot tussenkomst dient te worden ingesteld bij incidentele conclusie vóór of op de roldatum waarop de laatste conclusie in het aanhangige geding wordt genomen.

2.7.

In de onderhavige procedure heeft KPN een conclusie van antwoord genomen op 7 november 2018 waarna een comparitie van partijen heeft plaatsgehad. Ten tijde van die comparitie heeft de rechtbank de zaak uit proceseconomische overwegingen aangehouden in afwachting van het vonnis in de procedure bij de rechtbank Den Haag met zaak/rolnr. C/09/561088/HA ZA 18-1024 (de Haagse procedure). Anaconda is -zoals ook is vermeld in het proces-verbaal van genoemde comparitie- in de gelegenheid gesteld bij akte duidelijkheid te verschaffen over de stand van zaken in de Haagse procedure en over de consequenties daarvan voor de onderhavige procedure. Desgewenst kon Anaconda haar eis bij de te nemen akte wijzigen.

2.8.

Op 18 december 2020 heeft KPN verzocht om de zaak tussen haar en Anaconda weer op te brengen en op de rol te plaatsen voor het wijzen van een vonnis. Anaconda heeft vervolgens op 17 februari 2021 een akte na comparitie genomen en daarbij onder meer het vonnis in de Haagse procedure overgelegd. [naam eiser] heeft op diezelfde datum de incidentele conclusie tot tussenkomst genomen.

2.9.

[naam eiser] heeft met het indienen van de incidentele conclusie op 17 februari 2021, tegelijk met het indienen van de genoemde akte van Anaconda, tijdig zijn incidentele vordering tot tussenkomst ingediend. Immers, Anaconda werd in de gelegenheid gesteld nog een akte te nemen na de comparitie (en KPN zal nog in de gelegenheid gesteld worden te reageren op die akte van Anaconda). Daarmee is aan beide partijen nog de gelegenheid gegeven tot een nadere standpuntuitwisseling na de comparitie van partijen op 26 februari 2019 en was de zaak nog niet afgeconcludeerd. Dat de in te dienen stukken geen conclusies maar aktes zijn doet niet ter zake.

Heeft [naam eiser] voldoende belang bij zijn vordering tot tussenkomst ?

2.10.

KPN heeft zich vervolgens verweerd met het betoog dat [naam eiser] onvoldoende belang heeft bij tussenkomst omdat hij geen nadelige gevolgen kan ondervinden van de uitkomst in de hoofdzaak. Bovendien is zijn vordering verjaard.

2.11.

De rechtbank stelt voorop dat een partij in een aanhangig geding kan vorderen te mogen tussenkomen indien zij een eigen vordering wenst in te stellen tegen (één van) de procederende partijen en voldoende belang heeft zich met dat doel te mengen in het aanhangige geding in verband met de nadelige gevolgen die zij van de uitspraak in de hoofdzaak kan ondervinden. Dat belang kan erin bestaan dat in verband met de gevolgen die de uitspraak in de hoofdzaak kan hebben, benadeling of verlies van een recht van de tussenkomende partij dreigt, dan wel diens positie anderszins kan worden benadeeld. [naam eiser] heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende belang zich te mengen in de procedure omdat, naar zijn zeggen, hij en niet eiseres in de hoofdzaak, Anaconda, de crediteur is van de vordering waarvan in de hoofdzaak voldoening wordt gevorderd. Hoewel aan het vonnis in de Haagse procedure tussen Anaconda en KPN geen gezag van gewijsde toekomt is dat vonnis voldoende om de stelling van [naam eiser] dat hij de rechthebbende op de vordering is te onderbouwen. Daarmee staat het vereiste belang van [naam eiser] bij de verlangde tussenkomst in voldoende mate vast.

Is er sprake van onredelijke vertraging?

2.12.

Aan de toewijsbaarheid van een vordering tot tussenkomst kunnen niettemin de eisen van een goede procesorde in de weg staan.

De rechtbank begrijpt het standpunt van KPN aldus dat door het toelaten van de tussenkomst de procedure tegen Anaconda onredelijk wordt vertraagd. De rechtbank verwerpt dit standpunt. Waar sprake is van voldoende belang bij tussenkomst (als bedoeld in 2.11) en de vordering tot tussenkomst bovendien tijdig (als bedoeld in 2.9) is ingesteld, zal de vertraging die hiermee onmiskenbaar gepaard gaat, niet spoedig onredelijk zijn. De tweeënhalf jaar die KPN stelt te wachten op een vonnis in de hoofdzaak is wat de twee jaar tussen februari 2019 en februari 2021 betreft geen vertraging die [naam eiser] kan worden tegengeworpen, nu zij het gevolg is van de door rechtbank geoordeelde noodzaak om de uitkomst van de Haagse procedure af te wachten. De verdere onvermijdelijke vertraging ten gevolge van de tussenkomst is voorts niet disproportioneel. In beginsel verdient het de voorkeur dat alle partijen die betrokken zijn bij de in geschil zijnde rechtsbetrekking het debat daarover in één procedure kunnen voeren. De mogelijkheid die [naam eiser] zou hebben om KPN zelf te dagvaarden maakt dit niet anders.

Is de vordering van [naam eiser] verjaard?

2.13.

De beoordeling van het standpunt van KPN dat de vordering van [naam eiser] verjaard is, dient plaats te hebben in de hoofdzaak. Dit inhoudelijke verweer speelt geen rol in de incidentele procedure en wordt dus verworpen.

2.14.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal KPN worden veroordeeld in de proceskosten van het incident.

In de hoofdzaak

2.15.

KPN dient in de hoofdzaak nog in de gelegenheid te worden gesteld op de akte van Anaconda van 17 februari 2021 te reageren, nu zij die gelegenheid nog niet kreeg. De hoofdzaak zal daartoe worden verwezen naar de rol.

Elke verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1.

staat [naam eiser] toe tussen te komen;

3.2.

veroordeelt KPN in de kosten van dit incident, aan de zijde van [naam eiser] begroot op € 563,00 aan advocaatkosten;

3.3.

verwijst de zaak naar de rol van 15 september 2021 voor conclusie van eis aan de zijde van [naam eiser], waarna KPN 4 weken later een antwoordconclusie mag nemen;

3.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

in de hoofdzaak

3.5.

verwijst de zaak naar de rol van 15 september 2021 voor het nemen van een akte door KPN, in reactie op de laatste akte van Anaconda, en houdt elke verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer- Rutten in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2021.