Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8583

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
18-08-2021
Datum publicatie
01-09-2021
Zaaknummer
C/10/596767 / HA ZA 20-479
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schade aan hoogspanningskabels bij plaatsing ondergrondse afvalcontainer. Geen net met een grote waarde in de zin van de WIBON). Benoeming deskundige omdat partijen de technische tekeningen tegenovergesteld uitleggen. Gelden de Crow-normen of de eigen voorschriften van Stedin?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/596767 / HA ZA 20-479

Vonnis van 18 augustus 2021

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STEDIN NETBEHEER B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. P.P.J. Elshof,

tegen

1. [naam gedaagde],

handelende onder de naam [handelsnaam],

wonende te [woonplaats gedaagde],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. C.P. ten Bruggencate,

2. de naamloze vennootschap

N.V. IRADO,

gevestigd te Schiedam,

gedaagde in conventie,

advocaat voorheen mr. S.M. Bordewijk, thans mr. C.P. ten Bruggencate.

Partijen zullen hierna Stedin, [naam gedaagde] en Irado genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het vonnis in incident van 4 november 2020 waarbij aan Irado is toegestaan om [naam gedaagde] in vrijwaring op te roepen, en de daarin genoemde processtukken,

  • -

    de vaststelling door de rechtbank dat de zaak in vrijwaring niet is aangebracht (alsmede dat gedaagden zich voortaan door dezelfde advocaat laten bijstaan),

  • -

    de akte van Stedin met haar producties 23 tot en met 27,

  • -

    de akte van Stedin met haar producties 28 en 29,

  • -

    de akte van Stedin met haar productie 30,

  • -

    de akte van Stedin met haar productie 31,

  • -

    de zittingsagenda (brief van de griffier van 3 februari 2021 met aankondiging van onderwerpen die op de mondelinge behandeling aan de orde zullen komen),

  • -

    de akte vermeerdering van eis in conventie, tevens conclusie van antwoord in (voorwaardelijke) reconventie, van Stedin,

  • -

    de akte van gedaagden met hun producties 9 tot en met 16,

  • -

    het (buiten aanwezigheid van partijen opgemaakte) proces-verbaal van mondelinge behandeling van 24 maart 2021 en de daarin genoemde processtukken,

  • -

    het schriftelijke commentaar van Stedin op het proces-verbaal,

  • -

    het schriftelijke commentaar van gedaagden op het proces-verbaal,

  • -

    het schriftelijke commentaar van gedaagden op het schriftelijke commentaar van Stedin over het proces-verbaal.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1.

Stedin is in de provincie Zuid-Holland de regionale netbeheerder in de zin van de Gaswet en de Elektriciteitswet 1998. In dat kader beheert Stedin onder meer een ondergronds elektriciteitsnet in de gemeente Schiedam.

2.2.

[naam gedaagde] exploiteert een eenmanszaak die zich bezighoudt met onder meer

het aannemen en uitvoeren van grond-, water- en wegenbouwwerken.

2.3.

Irado verzorgt onder meer de gescheiden huishoudelijke afvalinzameling in Schiedam.

2.4.

De gemeente Schiedam heeft aan Irado opdracht gegeven voor het plaatsen van een ondergrondse restafval container (een zogeheten ‘ORAC’) ter hoogte van de [adres]/[straatnaam 1]. Irado heeft aan [naam gedaagde] opdracht gegeven voor het feitelijk plaatsen van deze ORAC.

2.5.

De gemeente Schiedam bij het verstrekken van de opdracht aan Irado de voorwaarde gesteld dat er voorafgaand aan de graafwerkzaamheden voor het plaatsen van de ORAC twee proefsleuven met een lengte van 3 meter worden gegraven, om leidingbeschadiging te voorkomen.

2.6.

[naam gedaagde], dan wel Irado, heeft driemaal een graafmelding ex art. 2 lid 3 Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (WIBON) gedaan (de zogeheten ‘klic-melding’) ter zake van het plaatsen van de onderhavige ORAC:

- op 6 mei 2019, maar omdat op de beoogde plaats een ondergrondse leiding bleek te liggen is besloten de ORAC elders te plaatsen,

- op 13 mei 2019,

- op 10 september 2019, omdat de klic-melding van 13 mei 2019 inmiddels verouderd was (art. 8 lid 1 WIBON).

2.7.

Stedin heeft naar aanleiding van de klic-melding van 10 september 2019 een zogeheten, op artikel 11 lid 1 sub c WIBON gebaseerde ‘Eis Voorzorgsmaatregel’ naar Irado gestuurd. In dit bericht staat:

“Datum 10-09-2019 Klicnummer [nummer]

Betreft: Eis Voorzorgsmaatregel (E.V.) i.v.m. “Tanks / putten / containers in- of uitgraven”.

Geachte heer, mevrouw,

U heeft een calamiteiten / graafmelding gedaan voor de graaflocatie:

-Woonplaats: [plaatsnaam]

-Straatnaam : [straatnaam 2]

-Nabij huisnr: [huisnummer]

-Startdatum : 11-09-2019

In- of uitgraven van tanks, putten of containers (met name ORAC’s):

In het door u opgegeven polygoon ligt minimaal één kabel of leiding van Stedin. Het in- of uitgraven van tanks, putten of containers (ORAC's) kan een direct gevaar opleveren indien u nabij deze kabel(s) of leiding(en) graafwerkzaamheden gaat uitvoeren, zoals bedoeld in de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse en Bovengrondse Netten (WIBON).

Voorzorgmaatregel:

In het verleden hebben enkele van dit soort werkzaamheden geleid tot ernstige persoonlijke, materiële en

maatschappelijke schade. Stedin heeft n.a.v. deze incidenten maatregelen genomen in de vorm van extra

voorzorgsmaatregelen.

In de flyer "Voorkomen incidenten met plaatsen ondergrondse vuilcontainers” vindt u de voorzorgsmaatregelen die u als opdrachtgever of uitvoerder moet nemen c.q. laten nemen. Om onnodige risico's voor uw medewerkers, de betrokken aannemer en omwonenden zoveel mogelijk uit te sluiten, verzoeken wij u dringend om deze informatie onder de aandacht van de verantwoordelijke collega’s en andere betrokkenen te brengen.

De eerste voorzorgsmaatregel die wij treffen bestaat uit het opvragen van nadere informatie omtrent de

uitvoeringswijze en exacte locatie van de voorgenomen werkzaamheden.

Ik verzoek U daarom, op grond van artikel 13b van de WIBON, uiterlijk drie werkdagen voor de geplande aanvang van uw graafwerkzaamheden, contact op te nemen met onze Klicdesk. Wij maken dan afspraken met u over de te treffen voorzorgsmaatregelen.

De gemaakte afspraken worden vastgelegd in ons systeem en schriftelijk aan u bevestigd via de mail.

Bij gewijzigde omstandigheden dient u uiterlijk drie werkdagen voordat u begint met uw graafwerkzaamheden

opnieuw contact met ons op te nemen, om de nieuwe situatie te beoordelen en met u door te spreken.

Contactgegevens: […]

Voor het plaatsen van Ondergrondse Rest Afval Containers (ORAC) zijn per 3 mei 2016 de onderstaande criteria van toepassing:

● Minimale afstand t.o.v. kabels en leidingen van Stedin 2.00 meter.

● (Uniforme aanwijzing werken nabij kabels en leidingen van Netbeheer Nederland d.d. 18 september

2015) www.htttp.[...]

Te nemen voorzorgmaatregelen:

● Voorafgaand aan de werkzaamheden (CROW 500-ontwerpfase) de feitelijke ligging van de aanwezige kabels en/of leidingen lokaliseren nabij de te plaatsen ORAC.

● Eventuele verbindingen in de gasleiding bepalen d.m.v. het over de lengte vrijgraven van de leiding

en deze situatie vastleggen dmv. foto’s.

● Kabels en/of leidingen:

o mogen nooit door de grondroerder verlegd worden!

o kunnen buiten bedrijf gesteld worden tijdens werkzaamheden, dit dient minimaal 6 weken

voorafgaand aan de plaatsing aangevraagd te worden.

o kunnen (tijdelijk) omgelegd worden. U dient er rekening mee te houden dat het

voorbereiden hiervan minimaal 8 weken duurt (mede afhankelijk van de vergunningstermijn

en capaciteit).

o omleggen wordt altijd in rekening gebracht bij de aanvrager.

● Bij brosse leidingen extra veiligheidsmaatregelen nemen.

● Bij het plaatsen van de mal wordt in eerste instantie een gat gegraven ter grootte van de mal met

een diepte van +/- 90 cm onder het maaiveld.

● Hierna wordt de mal de grond in gedreven door aan weerszijde met de mal druk uit te oefenen. De

zijden die belast mogen worden, bij het in de grond drukken, zijn die zijden waar (binnen 2 meter)

geen kabels of leidingen aanwezige zijn.

● Indien op de plaats, waar zware [afbeelding plattegrond, in dit vonnis niet weergegeven]

machines worden ingezet, zich

kabels en/of leidingen bevinden,

dient er rekening gehouden te

worden met de belasting van de

bovengrond. Ter plaatse dient de

bodem afgeschermd te worden

met rijplaten of draglineschotten.

Nieuw WIBON-adviesbladen: U wilt tijd en geld besparen met een goede voorbereiding en graafschades in

de uitvoering voorkomen. Stedin geeft u de handvatten http.www. […]”

2.8.

Op 12 september 2019 is bij werkzaamheden door [naam gedaagde] ter plaatsing van de ORAC schade ontstaan aan twee (van de drie naast elkaar gelegen) 25 KV GPLK hoogspanningskabels van Stedin welk tracé loopt van het voedingsstation aan de Benjamin Franklinstraat te Schiedam naar het trafostation Vlaardingen-Oost. Deze schade is ontstaan doordat een door [naam gedaagde] gebruikte mal op deze kabels is gedrukt. Deze mal wordt gebruikt als vorm waarbinnen de grond wordt afgegraven om ruimte te creëren om de ORAC te kunnen plaatsen.

2.9.

Eiseres heeft schade-expertisebureau DEKRA Experts ingeschakeld voor het verrichten van onderzoek naar aanleiding van deze schade. [naam 1] ( hoofduitvoerder Hoogspanning Havengebied van Stedin) en [naam 2] (schade-expert bij DEKRA Experts) hebben op 13 september 2019 de schadelocatie bezocht. Daarbij was ook [naam gedaagde] aanwezig.

2.10.

Stedin heeft Irado bij brief van 19 september 2019 aansprakelijk gesteld voor schade. Daarop heeft zich een correspondentie ontwikkeld tussen Stedin en Irado respectievelijk de assurantietussenperso(o)n(en) van Irado. Irado heeft de aansprakelijkheid niet erkend.

2.11.

Stedin heeft (ook) [naam gedaagde] aansprakelijk gesteld, bij brief van 10 oktober 2019, dit in zijn hoedanigheid van feitelijk graver/ grondroerder. [naam gedaagde] heeft de aansprakelijkheid niet erkend.

2.12.

De raadsman van Stedin heeft [naam gedaagde] een sommatiebrief gedateerd 23 oktober 2019 gezonden. [naam gedaagde] heeft bij e-mailbericht van 28 oktober 2019 geantwoord dat hij de stukken heeft doorgestuurd naar zijn verzekeraar.

2.13.

Nationale Nederlanden heeft bij e-mailverkeer van 31 oktober 2019 en 5 november 2019 laten weten dat zij de schadezaak als verzekeraar van [naam gedaagde] in behandeling heeft genomen. Bij e-mailbericht van 8 november 2019 19) heeft [naam 3] van Liberty Expertise Bureau B.V. aan Stedin medegedeeld dat hij uit hoofde van de door [naam gedaagde] gesloten werkmaterieelpolis als schade-expert was benoemd.

3. De vordering en het verweer in conventie

3.1.

Stedin vorderde, voordat zij haar eis vermeerderde, bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. [naam gedaagde] en Irado hoofdelijk te veroordelen, des dat de één betalende, de ander zal zijn bevrijd, om ter zake voormeld tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Stedin te voldoen een bedrag, groot € 86.656,92, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 september 2019 tot de dag der algehele voldoening.

II. [naam gedaagde] en Irado hoofdelijk, des dat de één betalende, de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen tot betaling aan Stedin van een bedrag, groot € 1.641,00 ter zake van buitengerechtelijke kosten, alsmede een bedrag, groot € 4.102,90 ter zake expertisekosten en een bedrag, groot € 2.599,00 ter zake administratiekosten, alsmede een bedrag, groot € 3.026,00 ter zake consignatiekosten/materiaaltoeslag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 september 2019, althans de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening.

III. [naam gedaagde] en Irado hoofdelijk te veroordelen, des de één betalende, de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van Stedin in het geding.

Bij akte eisvermeerdering heeft Stedin haar vordering sub I verhoogd naar een hoofdsom van € 113.645,63.

3.2.

Irado en [naam gedaagde] voeren verweer en concluderen tot afwijzing van het gevorderde.

3.3.

De stellingen en weren zullen, waar nodig, in de beoordeling worden betrokken.

4. De vordering en het verweer in reconventie

4.1.

[naam eiser] vordert in reconventie te verklaren voor recht ‘conform par. 10.1 a, b en c in het lichaam van deze conclusie.’ De desbetreffende tekst luidt:

a. a) Een net met gevaarlijke inhoud en een net van grote waarde als bedoeld in art. 15 WIBON zijn begrippen die autonoom moeten worden uitgelegd. Het staat Stedin niet vrij om die termen zelf in te vullen en netten naar believen aan te duiden als EV-net.

b) De datakabel die Stedin in haar terugmelding van 6 mei 2019 heeft aangeduid als Eis-Voorzorgsmaatregel net en de 25 kV kabel die Stedin in haar terugmelding van 10 september 2019 heeft aangeduid als Eis-Voorzorgsmaatregel net zijn geen netten met gevaarlijke inhoud of netten van grote waarde als bedoeld in de WIBON.

c) Het niet naleven van verzoeken of instructies die Stedin eenzijdig heeft opgesteld en die zij samen met liggingsgegevens twee dagen voor de graafwerkzaamheden aan [naam eiser] heeft toegestuurd, c.q. waaraan zij via (een reeks van) verwijzingen heeft gerefereerd, is behoudens bijzondere omstandigheden niet onrechtmatig indien en voor zover die verzoeken of instructies afwijken van de WIBON en de CROW­richtlijn.

4.2.

Stedin voert verweer in reconventie en concludeert tot afwijzing van het gevorderde.

4.3.

De stellingen en weren zullen, waar nodig, in de beoordeling worden betrokken.

5. De beoordeling

in conventie

5.1.

Het gaat in deze zaak kort gezegd om het volgende: Stedin houdt gedaagden aansprakelijk voor schade aan haar hoogspanningskabels, veroorzaakt door graafwerkzaamheden bij het plaatsen van een ondergrondse restafvalcontainer. Irado wordt aansprakelijk gehouden omdat zij opdracht heeft gegeven aan [naam gedaagde] tot het verrichten van deze graafwerkzaamheden en [naam gedaagde] omdat hij de graafwerkzaamheden feitelijk heeft verricht.

5.2.

De rechtbank zal eerst de vorderingen tegen [naam gedaagde] beoordelen en vervolgens die tegen Irado.

vorderingen tegen [naam gedaagde]

5.3.

De vraag of [naam gedaagde] aansprakelijk is moet worden beantwoord aan de hand van artikel 6:162 BW. Beoordeeld moet daarbij worden of [naam gedaagde] in strijd heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die betaamt ten aanzien van andermans goed (de hoogspanningskabels van Stedin).

5.4.

De zorgplicht van [naam gedaagde] wordt mede ingekleurd door de per 31 maart 2018 geldende WIBON. De WIBON is de opvolger van de voormalige Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (de WION). Voorts is van belang hetgeen de Hoge Raad heeft geoordeeld in HR 25 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:772 (Liander/Paape). Dit arrest is gewezen onder toepasselijkheid van de WION, maar de relevante bepalingen van de WION zijn ongewijzigd overgenomen in de WIBON. Het oogmerk van zowel WION als WIBON is om leiding-/kabelschade door graafwerkzaamheden te voorkomen. Het arrest van de Hoge Raad blijft dus onverkort relevant onder toepasselijkheid van de WIBON.

5.5.

[naam gedaagde] is een grondroerder in de zin van de WIBON. De WIBON legt aan een grondroerder een aantal (zorgvuldigheids)verplichtingen op ter voorkoming van schade aan leidingen/kabels door graafwerk. Die verplichtingen zijn niet steeds hetzelfde. Er gelden strengere regels in het geval sprake is van een net met gevaarlijke inhoud (zoals een gasleiding) of van een net met een grote waarde (artikel 15 lid 1, respectievelijk lid 2, WIBON). In dat geval kan de beheerder (hier: Stedin) voorzorgsmaatregelen treffen voordat met graven mag worden begonnen (artikel 15 lid 3 WIBON). De netbeheerder en de grondroerder maken alsdan afspraken over een veilige werkwijze en die afspraken moeten schriftelijk worden vastgelegd (artikel 13b WIBON).

5.6.

Volgens Stedin was in onderhavig geval sprake van een net met een grote waarde, waarbij Stedin stelt dat haar een grote discretionaire bevoegdheid toekomt om zelf te mogen bepalen welk net een net met een grote waarde is. Stedin acht [naam gedaagde] aansprakelijk omdat hij begonnen is met graven zonder eerst de gekwalificeerde procedure gevolgd hebben die geldt voor een net met een grote waarde.

5.7.

De rechtbank onderschrijft het verweer van [naam gedaagde] dat in onderhavig geval geen sprake is van een net met een grote waarde. In de Memorie van Toelichting op de toenmalige WION (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30475-3.html) wordt uitgelegd wat moet worden verstaan onder een net met een grote waarde:

“De beheerder van een net met een grote waarde kan op grond van dit lid zelf bepalen of hij er de voorkeur aan geeft voorzorgsmaatregelen te treffen. «Grote waarde» heeft hierbij niet zo zeer betrekking op het veiligheidsrisico voor het net zelf dan wel voor de directe omgeving daarvan, maar wordt bepaald door mogelijke indirecte effecten van zeer ernstige aard. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de hoge economische vervolgschade die kan optreden voor zakelijke eindgebruikers bij het door graafwerkzaamheden verbreken van een kabel of leiding, bijvoorbeeld de telecomkabel die de Amsterdamse beurs (AEX) verbindt met de buitenwereld of de kabels waarvan het functioneren van de verkeerstoren op Schiphol afhankelijk is. Het dient hier steeds te gaan om geografisch scherp afgebakende delen van het net.”

Niet valt in te zien waarom het onderhavige net, als het gaat om de mogelijke indirecte schadelijke gevolgen van zeer ernstige aard, mag worden gelijkgesteld met het net van bijvoorbeeld de Amsterdamse aandelenbeurs of van de verkeerstoren op Schiphol. Het vloeit niet voort uit de vaststaande feiten en Stedin legt dat niet uit in de dagvaarding, niet ter zitting en ook niet in haar conclusie van antwoord in reconventie. Daarbij komt dat uit het voormelde citaat uit de memorie van toelichting blijkt dat de veiligheid van de elektriciteitsleidingen/-kabels zelf niet bepalend is voor het antwoord op de vraag of sprake is van een net met een grote waarde. De rechtbank begrijpt daaruit voorts dat de financiële gevolgen voor de beheerder van beschadiging aan de kabels/leidingen ook niet van beslissende betekenis is. Bovendien is de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd ad € 113.645,63 relatief bezien (d.w.z. in verhouding tot de mogelijk enorme indirecte financiële schade) niet hoog.

Stedin stelt nog wel dat het maar een kleine moeite was geweest voor [naam gedaagde] om even met Stedin te bellen voordat er met graven werd begonnen. De weinige moeite die het wellicht kost om van tevoren even contact op te nemen is echter niet relevant bij de bepaling of sprake is van een net met een grote waarde.

5.8.

[naam gedaagde] is dus niet aansprakelijk op de grondslag dat hij niet de voorgeschreven werkwijze (wat daarvan verder zij) in acht heeft genomen betreffende een net met een grote waarde.

5.9.

Stedin stelt dat de zorgplicht van [naam gedaagde] mede wordt bepaald door de inhoud van de eigen brochures en/of voorschriften van Stedin. Stedin beroept zich daarbij op haar brochure “Voorkom incidenten bij plaatsen ondergrondse vuilcontainers” zoals die per 18 september 2015 geldt, criteria die per 1 maart 2016 van toepassing zijn bij het plaatsen van een ORAC, welke voorwaarden zijn van toepassing verklaard door alle grote netbeheerders van elektriciteits- en gastransportnetten, op een folder van het Agentschap Telecom en op de Uniforme Aanwijzing Werken nabij Kabels en Leidingen (waarin het plaatsen van de ondergrondse containers is opgenomen) die zijn opgesteld door netbeheerders die aangesloten zijn bij Netbeheer Nederland.

5.10.

Deze stelling faalt.

5.10.1.

De wetgever heeft, in art. 28 lid 3 onder c WIBON, voorzien in nadere regelgeving bij AMvB op het punt van de voorzorgsmaatregelen. Die nadere regelgeving is nog niet tot stand gekomen. Stedin heeft niet de wet- of regelgevende bevoegdheid om aan [naam gedaagde] voorzorgsmaatregelen voor te schrijven door hem de inhoud van haar eigen brochures en eigen voorschriften op te leggen. Stedin kan misschien wel de normen uit haar brochures en voorschriften in een overeenkomst opleggen aan de wederpartij, maar met [naam gedaagde] is geen overeenkomst gesloten.

5.10.2.

Dit oordeel betekent niet dat aan branchenormen geen betekenis toekomt. De relevante, door de gehele branche gedragen normen zijn echter niet vastgelegd in de door Stedin aangehaalde brochures etcetera, maar in de Richtlijn CROW 500 ‘schade voorkomen aan kabels en leidingen.' Deze richtlijn is de opvolger van de CROW 250, waarover de Hoge Raad in het hiervoor aangehaalde arrest heeft beslist dat bij de invulling van de zorgplicht ex artikel 6:162 BW in beginsel bij deze richtlijn moet worden aangesloten en, indien de rechter hiervan af wil wijken, dit gemotiveerd dient te gebeuren. De Hoge Raad wijst er daarbij op dat de CROW richtlijn een weerslag betreft van de binnen de beroepsgroep geldende opvattingen omtrent zorgvuldig handelen, omdat deze is opgesteld door een breed samengesteld technisch geschoold gezelschap waarbij zowel opdrachtgevers, grondroerders als beheerders vertegenwoordigd waren.

5.10.3.

De rechter dient dus in beginsel CROW 500 te volgen. Voor zover de eigen brochures en voorschriften van Stedin de normen in de CROW 500 overlappen, komt aan deze brochures en voorschriften geen zelfstandige betekenis toe.

Voor het overige is onduidelijk gebleven in deze procedure waarom Stedin in haar informatieverstrekking aan grondroerders niet volstaat met verwijzing naar / overlegging van (een samenvatting van) de CROW 500, temeer nu Stedin erkent dat zij zelf óók betrokken was bij de totstandkoming van de CROW 500. Stedin heeft niet onderbouwd dat en waarom het bepaalde in de CROW 500 zou moeten wijken voor de normen in haar eigen brochures en voorschriften. De omstandigheid dat de -de rechtbank begrijpt dat Stedin bedoelt: alle- netbeheerders deze voorschriften hanteren volstaat daartoe niet. Juist de betrokkenheid van alle partijen, niet slechts de netbeheerders als belanghebbenden bij de kabels/leidingen, is van belang voor de betekenis van de CROW als verkeersnorm. De rechtbank gaat daarom voorbij aan het beroep van Stedin op haar brochures en eigen voorschriften.

5.11.

Dat betekent dat voor onrechtmatigheid van het gedrag van [naam gedaagde] met name van belang is of hij zich heeft gehouden aan de WIBON voor zover het gaat om de zorgplicht van een grondroerder, en aan de CROW 500.

5.12.

Een grondroerder dient, ook als geen sprake is van een net met een grote waarde, volgens art. 2 lid 2 WIBON zijn werkzaamheden op zorgvuldige wijze te verrichten. De grondroerder dient daartoe vóór aanvang van de graafwerkzaamheden (art. 2 lid 3 WIBON) tenminste, samengevat:

  • -

    een graafmelding te doen (de zogeheten ‘klic-melding’),

  • -

    een onderzoek te verrichten naar de precieze ligging van onderdelen van netten op de graaflocatie,

- op de graaflocatie de van de Dienst (het Kadaster) ontvangen gebiedsinformatie bij zich te hebben.

5.13.

Niet in geding is dat [naam gedaagde] een klic-melding heeft gedaan. Stedin verwijt (wel) aan [naam gedaagde] dat hij geen deugdelijk onderzoek verricht heeft naar de precieze ligging van onderdelen van netten op de graaflocatie. Stedin stelt daartoe, samengevat:

  • -

    uit de tekeningen (die [naam gedaagde] heeft verkregen naar aanleiding van zijn klic-melding) blijkt duidelijk dat er hoogspanningskabels lopen in het graafgebied, dus [naam gedaagde] had sowieso niet mogen graven ter plaatse;

  • -

    bovendien had de gemeente Schiedam bij het verstrekken van de opdracht de eis gesteld dat er eerst proefsleuven gegraven moesten worden, ter voorkoming van schade aan kabels en/of leidingen. Stedin wijst er daarbij op dat [naam gedaagde] erkent dat hij proefsleuven heeft gegraven die maar 1,5 meter diep waren, terwijl de mal en de te plaatsen ORAC veel dieper de grond ingaan, zodat deze proefsleuven ontoereikend waren.

5.14.

[naam gedaagde] betwist dat uit de tekeningen blijkt dat er hoogspanningskabels in het graafgebied of in de directe nabijheid daarvan liepen. [naam gedaagde] erkent in zijn conclusie van antwoord dat de gemeente Schiedam van Irado heeft geëist dat er eerst twee drie meter lange proefsleuven moesten worden gegraven. [naam gedaagde] erkent dat hij proefsleuven heeft gegraven die maar 1,5 meter diep waren (terwijl de mal die de grond ingaat een afmeting heeft van 2,25 x 2,5 x 2,0 meter). [naam gedaagde] stelt zich op het standpunt dat 1,5 meter toch diep genoeg was, want:

  • -

    het graven van proefsleuven is een arbeidsintensief proces omdat het handmatig moet geschieden, met een schep, dan wel met een mini-graafmachine; het is in feite niet te doen om diepere proefsleuven te graven;

  • -

    de meeste leidingen zullen ook bij een sleuf van 1,5 m diep worden aangetroffen, omdat ze niet zo diep liggen;

  • -

    het graven van proefsleuven is onverplicht.

5.15.

De rechtbank acht onvoldoende duidelijk of uit de tekeningen wel of niet bleek dat het beschadigde elektriciteitsnet in het graafgebied liep. Beide partijen beroepen zich ter onderbouwing van hun eigen standpunt op een partijdeskundige; die deskundigen nemen echter diametraal tegengestelde standpunten in. Ook ter zitting, waarop beide partijdeskundigen aanwezig waren, kon hierover geen klaarheid worden verschaft. De tekeningen hebben een technisch karakter en partijen en hun deskundigen twisten over de betekenis van bepaalde daarop zichtbare lijnen.

De rechtbank zal zelf een deskundige benoemen om hierover geïnformeerd te worden. De zaak zal worden verwezen naar de rol voor uitlating van partijen over de persoon van de te benoemen deskundige en de aan hem/haar te stellen vragen.

In die vraagstelling zal in ieder geval aan de orde moeten komen wat de betekenis is van de lijnen op de tekening, of die lijnen als de tekening digitaal dan wel juist op papier wordt bekeken voldoende duidelijk zijn, of de betekenis algemeen bekend is (bijv. aan de hand van in de branche gebruikelijke kleur of uitvoering) en in hoeverre de gemiddeld geïnformeerde grondroerder in staat is deze tekeningen te begrijpen. Daarbij kan ook de mogelijkheid om de tekening digitaal (op scherm) te vergroten aan de orde komen, alsmede de vraag welk deel van de tekening relevant is.

5.16.

Stedin maakt aan [naam gedaagde] tevens het verwijt dat hij niet op de graaflocatie de van de Dienst (het Kadaster) ontvangen gebiedsinformatie bij zich had. [naam gedaagde]

betwist dit, zodat de stelling nog niet vaststaat. Dit maakt voor de beoordeling echter mogelijk niet uit. Immers, als de leidingen volgens de tekeningen voor [naam gedaagde] voldoende kenbaar door het graafgebied liepen, dan is [naam gedaagde] aansprakelijk, omdat hij dan is gaan graven waar dat volgens de tekeningen niet zonder gevaar op schade kon. Als de leidingen volgens de tekeningen duidelijk niet door het graafgebied liepen, dan is er voorshands geen causaal verband met de schade. Dan gaven immers de tekeningen geen reden om niet te gaan graven, zodat het niet uitmaakte of [naam gedaagde] de tekeningen bij zich had. Alleen in het geval zou blijken dat de leidingen volgens de tekening weliswaar niet in het eigenlijke graafgebied lagen maar wel zo liepen dat [naam gedaagde], gelet op de CROW systematiek, er rekening mee moest houden dat ze daar in feite toch lagen zou mogelijk het ter plekke kunnen raadplegen van de tekeningen uit zorgvuldigheidsoogpunt vereist kunnen zijn. Daarmee zal in de vraagstelling rekening worden gehouden.

eigen schuld

5.17.

[naam gedaagde] beroept zich op eigen schuld van Stedin omdat er volgens hem leidingen in het graafgebied bleken te liggen die niet op de tekening stonden. Op de beheerder rust geen resultaatsverplichting die inhoudt dat de tekeningen te allen tijde exact moeten overeenkomen met de feitelijke situatie. Wel rust op de beheerder de verplichting zo nauwkeurig als redelijkerwijs van hem kan worden verlangd informatie over de ligging van het net te verstrekken. Na het doen van een KLIC-melding rust, op grond van het Besluit informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken (het BIBON), op de beheerder een informatieplicht om aan de grondroerder gegevens ter beschikking te stellen die betrekking hebben op nabij de graaflocatie gelegen netten. Deze metingen dienen ten minste een nauwkeurigheid te hebben van één meter (artikel 5 lid 2 BIBON). Een netbeheerder heeft dus ook een taak bij het voorkomen van graafschade. Een schending van deze verplichting kán eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW aan de zijde van de beheerder opleveren. Dat hangt af van de omstandigheden van het geval. De onderhavige omstandigheden zijn er niet naar om eigen schuld aan te nemen. Deze leidingen liggen er al enige tientallen jaren, mogelijk sinds de jaren ’70, zo heeft Stedin ter zitting onweersproken gesteld. Naarmate het tijdsverloop groter is, wordt de kans groter dat de feitelijke situatie afwijkt van de situatie op de tekening. Een grondroerder moet daar rekening mee houden. In onderhavig geval is geen sprake van een zojuist aangelegde leiding die door een fout van Stedin op onjuiste wijze op de tekeningen terecht is gekomen. Evenmin is gebleken van een eerdere melding aan Stedin dat de tekeningen niet klopten en dat Stedin die melding heeft veronachtzaamd. Een ander oordeel zou afbreuk doen aan het streven van de wetgever om met de invoering van WION en de WIBON het aantal schades aan leidingen door graafwerkzaamheden te verminderen.

vorderingen tegen Irado

5.18.

Indien [naam gedaagde] zijn zorgplicht als grondroerder heeft geschonden, is ook Irado daarvoor aansprakelijk, want Irado is zelf ook grondroerder. Dit volgt uit haar contractuele positie als hoofdaannemer. Aldus valt zij, behoudens bijzondere omstandigheden waaromtrent niets is gesteld of gebleken, onder de wettelijke definitie van grondroerder in de WIBON, die luidt: degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht. Het verweer van Irado als zou zij geen grondroerder zou zijn, faalt dus.

5.19.

De vraag of Irado aansprakelijk is op de (andere) grondslag dat zij niet heeft voldaan aan de door de gemeente Schiedam gestelde voorwaarde dat er bij de uitvoering van de overeenkomst eerst proefsleuven moesten worden gegraven, zal worden aangehouden. De rechtbank wenst eerst geïnformeerd te worden door een deskundige (zie 5.15 hiervoor).

5.20.

Iedere nadere beslissing zal worden aangehouden.

in reconventie

5.21.

[naam eiser] heeft zijn eis in reconventie onvoorwaardelijk ingesteld en niet voorwaardelijk, zoals Stedin lijkt aan te nemen in de tenaamstelling van haar conclusie van antwoord in reconventie. Er hoeft dus niet beoordeeld worden of de voorwaarde voor het instellen van de eis in reconventie is vervuld.

5.22.

De rechtbank neemt haar oordelen in conventie hier over.

verklaring voor recht a (“een net met gevaarlijke inhoud en een net van grote waarde als bedoeld in art. 15 WIBON zijn begrippen die autonoom moeten worden uitgelegd. Het staat Stedin niet vrij om die termen zelf in te vullen en netten naar believen aan te duiden als EV-net.”)

5.23.

Deze vordering zal worden afgewezen, hoewel uit het voorgaande blijkt dat het wettelijk kader de vrijheid van Stedin op dit punt inperkt. De vordering is te ruim geformuleerd. De Hoge Raad heeft over dit type vorderingen geoordeeld: indien reeds op voorhand blijkt dat de handelingen waarvan in dit geding wordt gevorderd deze verboden te verklaren, op zodanige wijze zijn omschreven dat zij niet alle of niet onder alle omstandigheden onrechtmatig zijn, en de vraag of zij al dan niet onrechtmatig zijn, anders dan in geval van in het verleden verrichte handelingen, ook niet aan de hand van de omstandigheden van het geval kan worden onderzocht, is de verklaring voor recht onvoldoende concreet omschreven (HR 21 december 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZC3693).

De vordering onder a is dus onvoldoende concreet omschreven. De vraag of sprake is van een net met een grote waarde/ gevaarlijke inhoud in de zin van artikel 15 WIBON, zal steeds voor elk net afzonderlijk beantwoord moeten worden. Stedin kan de ene keer gelijk hebben dat een net een grote waarde heeft en de andere keer niet. Een algemene regel kan hiervoor niet worden geformuleerd. Of Stedin inderdaad, zoals [naam eiser] betoogt, te pas en te onpas het standpunt inneemt dat sprake is van een net met een grote waarde, kan in de onderhavige procedure, die alleen over de hiervoor besproken kabels gaat, niet worden beoordeeld.

verklaring voor recht b

5.24.

Het onderhavige net is, zoals reeds geoordeeld in conventie, niet een net met een

grote waarde en evenmin een net met een gevaarlijke inhoud. Daarom zal de onderhavige

vordering, die ertoe strekt om zulks voor recht te verklaren, te zijner tijd

worden toegewezen.

verklaring voor recht c: niet-naleven van verzoeken of instructies van Stedin, is in beginsel niet onrechtmatig als die verzoeken of instructies afwijken van de WIBON en de CROW­richtlijn.

5.25.

De beslissing op deze deelvordering zal worden aangehouden.

5.26.

Iedere nadere beslissing zal worden aangehouden.

6. De beslissing

De rechtbank

in conventie

6.1.

verwijst de zaak naar de schriftelijke rolzitting van 15 september 2021 voor het nemen van een akte door beide partijen over de persoon van de door de rechtbank te benoemen deskundige en de aan hem/ haar te stellen vragen,

6.2.

houdt iedere nadere beslissing aan,

in reconventie

6.3.

houdt iedere nadere beslissing aan,

Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2021.

[2517/106]