Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8489

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
12-08-2021
Datum publicatie
31-08-2021
Zaaknummer
10/159623-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bewezenverklaring van een bedreiging tegen het leven gericht, een bedreiging met smaad en een vernieling. Door een psycholoog en psychiater is geadviseerd de verdachte volledig ontoerekeningsvatbaar te achten. Gelet op deze adviezen, die de rechtbank heeft overgenomen, wordt de verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging (ovar).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/159623-20

Datum uitspraak: 12 augustus 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. H.G.A.M. Halfers, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 12 augustus 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D. van Zetten heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • -

    toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Deze feiten zullen zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op 10 juni 2020 te Dordrecht,

[naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [naam slachtoffer] (per sms en WhatsApp) (onder meer) toe te voegen: "Jij hoertje, jij gaat dood" en "Ik rij jou dood" en "Mijn busje gaat jou overrijden" en "10 bullets in die miezerige lichaam van je" en "Ik raak jou nie" ik laat jou raken" en "Jij ga kk snel dood";

2.

hij op 10 juni 2020 te Dordrecht,

[naam slachtoffer] , door bedreiging met smaad en smaadschrift gericht tegen die [naam slachtoffer] heeft gedwongen iets te doen en te dulden, te weten het aanhoren van zijn, verdachtes, mededeling en (af)dwingende gedrag door (per WhatsApp) een naaktfoto van die [naam slachtoffer] naar haar toe te sturen en te dreigen die foto's overal in Dordrecht op te zullen hangen;

3.

hij op 16 juni 2020 te Dordrecht

opzettelijk en wederrechtelijk een cel in het politiebureau Overkampweg, dat geheel aan politie Rotterdam-Rijnmond toebehoorde, onbruikbaar heeft gemaakt ;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

2. een ander door bedreiging met smaad/smaadschrift dwingen iets te doen/te dulden

3. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Zowel de officier van justitie als de verdediging heeft aangevoerd dat de verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar was.

Over de verdachte is gerapporteerd door twee gedragsdeskundigen, te weten psychiater [naam psychiater] op 23 november 2020 en psycholoog [naam psycholoog] op 24 november 2020. Zij hebben geconcludeerd dat de verdachte lijdende is aan een psychische stoornis in de zin van een ongespecificeerde schizofreniespectrum of andere psychotische stoornis en zwakbegaafdheid. Voorts hebben de deskundigen geconcludeerd dat dit ook zo was ten tijde van het ten laste gelegde en dat de stoornis en de zwakbegaafdheid de gedragskeuzes en gedragingen van de verdachte beïnvloedden ten tijde van het ten laste gelegde. De verdachte was ten tijde van het ten laste gelegde psychotisch. Op basis van de paranoïde psychotische stoornis was de realiteitstoetsing van verdachte verstoord in de zin dat hij de overtuiging had dat hij een relatie met de aangeefster had. Tevens had hij het waanidee dat anderen hem wilden benadelen en het op hem gemunt hadden. Op basis van de paranoïde psychotische stoornis is verdachte vervolgens boos geworden op de aangeefster en heeft hij de bedreigingen geuit. Hij was hierbij in essentie niet meer in staat om sturing aan zijn gedrag te geven en door de zwakbegaafdheid was hij nog minder in staat om de consequenties van zijn gedrag te kunnen overzien. Ook bij de vernieling van de politiecel had betrokkene de paranoïde overtuiging dat hij werd uitgescholden door de politie en dat hij geen eten en geen drinken kreeg. Vanuit deze paranoïde overtuiging is verdachte boos geworden en heeft hij de politiecel onder gesmeerd met ontlasting. Op grond van deze bevindingen adviseren de deskundigen om de ten laste gelegde feiten niet aan de verdachte toe te rekenen.

De rechtbank neemt deze bevindingen en conclusies over. Zij komt dus tot het oordeel dat de bewezenverklaarde feiten de verdachte niet kunnen worden toegerekend. Als gevolg hiervan zal hij moeten worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Hij is inmiddels goed ingebed in het kader van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Aan hem is recent een zorgmachtiging opgelegd, waardoor behandeling en begeleiding gedurende langere tijd is verzekerd en afhankelijk van de ontwikkelingen er al dan niet zal worden overgegaan tot het vorderen van een verlenging van die machtiging. Onder deze omstandigheden hoeft er geen strafrechtelijke maatregel te worden opgelegd en bestaat er evenmin reden om artikel 2.3 van de Wet forensische zorg toe te (willen) passen.

7. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 39, 284, 285 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

9. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte voor het bewezen verklaarde niet strafbaar en ontslaat de verdachte ten aanzien daarvan van alle rechtsvervolging;

bepaalt dat ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 bewezenverklaarde feiten geen maatregel wordt opgelegd;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V.F. Milders, voorzitter,

en mrs. W.A.F. Damen en B. Vaz, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K. Dere, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 10 juni 2020 te Dordrecht, althans in Nederland,

[naam slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [naam slachtoffer] (per sms en/of WhatsApp) (onder meer) toe te voegen: "Jij hoertje, jij gaat dood" en/of "Ik rij jou dood" en/of "Mijn busje gaat jou overrijden" en/of "Ik neuk jou leven" en/of "10 bullets in die miezerige lichaam van je" en/of "Ik raak jou nie" ik laat jou raken" en/of "Jij ga kk snel dood", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

( art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht )

2.

hij op of omstreeks 10 juni 2020 te Dordrecht, althans in Nederland,

een ander, te weten [naam slachtoffer] , door bedreiging met smaad en/of smaadschrift gericht tegen die [naam slachtoffer] heeft gedwongen iets te doen, niet te doen en/of te dulden, te weten het aanhoren van zijn, verdachtes, mededeling en/of (af)dwingende gedrag door (per WhatsApp) een of meer naaktfoto('s) van die [naam slachtoffer] naar haar toe te sturen en/of te dreigen die foto('s) overal (in Dordrecht) op te zullen hangen/te zullen verspreiden;

( art 284 lid 1 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )

3.

hij op of omstreeks 16 juni 2020 te Dordrecht

opzettelijk en wederrechtelijk een cel in het politiebureau Overkampweg, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander, te weten aan politie Rotterdam-Rijnmond toebehoorde, heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

( art 350 lid 1 Wetboek van Strafrecht )