Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8469

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
05-08-2021
Datum publicatie
06-09-2021
Zaaknummer
C/10/622892 / JE RK 21-2050
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

verlenging muhp, aanvullend verzoek ter zitting gedaan wordt schriftelijk nagezonden

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaakgegevens : C/10/622892 / JE RK 21-2050

datum uitspraak: 5 augustus 2021

beschikking verlenging uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instgellilng Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam kind] ,

geboren op [geboortedatum kind] 2014 te [geboorteplaats kind] , hierna te noemen [naam kind] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam grootmoeder] ,

hierna te noemen grootmoeder moederszijde, wonende te [woonplaats grootmoeder] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 27 juli 2021 en de daaraan ten grondslag liggende stukken,

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 27 juli 2021, ingekomen bij de griffie op 27 juli 2021.

Op 5 augustus 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de moeder,

- de grootmoeder moederszijde,

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam] .

Feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder en de grootmoeder moederzijde.

[naam kind] verblijft in een voorziening voor pleegzorg.

Bij beschikking van 25 maart 2021 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 25 september 2021, waarbij het verzoek voor het overige is aangehouden tot 21 september 2021.

Bij beschikking van 27 juli 2021 is ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg verleend met ingang van 27 juli 2021 voor de duur van 4 weken. De beslissing is voor het overige aangehouden tot de zitting van 5 augustus 2021.

Het (aangehouden) verzoek en het standpunt van de verzoeker

De GI heeft de uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg verzocht voor de duur van een maand, waarvan thans nog drie dagen resteren.

De GI handhaaft ter zitting het verzoek en verzoekt tevens de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 25 september 2021. De GI heeft toegezegd het verzoek zo spoedig mogelijk schriftelijk bij de rechtbank in te dienen. [naam kind] is aangemeld voor een klinische opname bij het Sofia Kinderziekenhuis in verband met zijn kindeigen problematiek. Momenteel staat hij op de wachtlijst. De verwachting is dat er over drie maanden een plek voor hem beschikbaar komt. Tot die tijd is het van belang dat [naam kind] in het gezinshuis kan blijven. Het geeft zowel de moeder als [naam kind] de benodigde rust.

Het standpunt van de belanghebbenden

De moeder is het eens met de verlenging van de uithuisplaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling. [naam kind] heeft een behoorlijke terugval in zijn gedrag gehad, waardoor het thuis niet meer ging. De moeder kon de veiligheid van [naam kind] en de andere gezinsleden niet meer waarborgen. Volgens de moeder heeft [naam kind] het naar zijn zin in het gezinshuis. Wat de moeder betreft kan [naam kind] daar langer blijven en van zijn behandeling profiteren, totdat hij terecht kan bij het Sofia Kinderziekenhuis.

De grootmoeder moederszijde is het eens met het verzoek. De toename van de gedragsproblemen van [naam kind] is te wijten aan de afbouw van zijn medicatie, waardoor zijn gedrag achteruit is gegaan. De grootmoeder moederszijde vindt het belangrijk dat [naam kind] behandeling krijgt en dat hij leert met zijn woede om te gaan. Voor de moeder en de grootmoeder moederszijde is het erg lastig om [naam kind] te corrigeren. Gelukkig is er nog veel contact met [naam kind] en komt hij bijvoorbeeld dit weekend ook terug naar huis. Dat is spannend, maar de moeder en de grootmoeder moederszijde kijken daar vooral ook erg naar uit.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat bij [naam kind] sprake is van ADHD en autisme. Hij vertoont als gevolg hiervan forse gedragsproblemen, zoals opstandigheid, schreeuwen, slaan en met spullen gooien. Er zijn al langer zorgen over de opvoedsituatie bij de moeder. De moeder heeft vanwege haar persoonlijke problematiek een beperkte draagkracht en is niet altijd in staat weerstand te bieden aan het moeilijke gedrag van [naam kind] . Ook de grootmoeder moederszijde, die zeer nauw betrokken is bij de moeder en [naam kind] , ziet geen mogelijkheden meer om [naam kind] op te vangen. De inzet van crisishulpverlening in de thuissituatie was geen mogelijkheid, omdat de grens van de moeder al was overschreden. [naam kind] is aangemeld voor een klinische behandelsetting bij het Sofia Kinderziekenhuis. Zowel de moeder als grootmoeder moederzijde zijn het eens met deze opname. Aangezien de kinderrechter het net als de GI en de belanghebbenden het niet wenselijk acht om [naam kind] thuis te plaatsen, in afwachting van een plaatsing in de hiervoor bedoelde instelling, mede gelet op de aard van zijn gedragsproblemen, zal de kinderrechter de plaatsing van [naam kind] in het gezinshuis voor de gevraagde periode verlengen.

Uit het voorgaande volgt dat de verlenging van de uithuisplaatsing van [naam kind] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek).

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam kind] in een voorziening voor pleegzorg, te weten in een gezinshuis, tot 25 september 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2021 door mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 10 augustus 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.