Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8323

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-08-2021
Datum publicatie
24-08-2021
Zaaknummer
10/997519-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling van een geldboete van € 25.000,00 voor 1) opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd en 2) andere dan de in de artikelen 217 en 218 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde merken, die krachtens wettelijke voorschriften op goederen of hun verpakking moeten worden geplaatst, daarop valselijk plaatsen, met het oogmerk om die goederen te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof de daarop geplaatste merken echt en onvervalst waren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/997519-13

Datum uitspraak: 11 augustus 2021

Tegenspraak (art. 279 Sv)

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] ( [geboorteland verdachte] ) op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [postcode verdachte] [woonplaats verdachte] ,

gemachtigd raadsman mr. G.R. Stolk, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 28 juli 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. J.A. Bezem heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een geldboete van € 25.000,00.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering feit 2

Het onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewijswaardering feit 1

Door de verdediging is aangevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1, omdat de dumplings in geding wel degelijk in Nederland geproduceerd zouden zijn, namelijk bij het bedrijf [naam bedrijf] , dat daartoe ook gecertificeerd was onder nummer [certificatie-nummer] . De andersluidende, belastende verklaring van getuige [naam getuige] is onbetrouwbaar.

De rechtbank ziet evenwel geen aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid en de juistheid van de verklaring zoals die door de getuige [naam getuige] is afgelegd. Dat geldt te meer nu de getuigenverklaring van [naam getuige] wordt ondersteund door de overige bewijsmiddelen die de rechtbank bezigt voor het bewijs. Uit de verklaring van de getuige [naam getuige] blijkt dat de productie van de dumplings (ook wel Dim Sum en su kauw genoemd) door [naam bedrijf] reeds in januari 2013 is gestaakt.

De rechtbank acht het onder 1 aan de verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde heeft begaan.

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

1.

hij omstreeks de periode van 01 januari 2013 tot en met 9 oktober 2013 te Barendrecht meermalen, telkens opzettelijk een valselijk opgemaakt geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:

- verpakkingen dumplings met daarop de tekst:

- artikelcode [artikelcode]

- gemaakt in Holland

- [certificatie-nummer]

bestaande die valsheid telkens hierin dat telkens valselijk in strijd met de waarheid:

> op die verpakkingen van die dumplings staat vermeld dat zij gemaakt zijn in Nederland door een bedrijf met erkenningsnummer [certificatie-nummer]

voorhanden heeft gehadterwijl hij, verdachte wist dat die geschriften bestemd waren om gebruik van te maken als waren deze echt en onvervalst;

2.

hij in de periode van 1 september 2012 tot en met 9 oktober 2013 te Barendrecht, andere dan de in de artikelen 217 en 218 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde merken, te weten identificatiemerken, die krachtens wettelijk voorschrift, te weten artikel 5 lid 1 sub b van Verordening (EG) 853/2004 op goederen of hun verpakking moeten worden geplaatst, valselijk op goederen of hun verpakking, te weten: kippenpoten met verpakking (AMB-00033/35 en AMB-00043 en AMB-00116 en/of AMB-00077) heeft geplaatst, bestaande dat plaatsen uit:

- het uit de originele verpakking verwijderen en doen verwijderen van die kippenpoten en (vervolgens)

- het bewerken van die kippenpoten en (vervolgens)

- het herverpakken van die kippenpoten en (vervolgens)

- het plakken van een sticker op die nieuwe verpakking

met het oogmerk om die kippenpoten met verpakking te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof de op die kippenpoten en verpakking geplaatste merken echt en onvervalst waren.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. opzettelijk een geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, voorhanden hebben, terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift bestemd is voor gebruik als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd;

2. andere dan de in de artikelen 217 en 218 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde merken, die krachtens wettelijke voorschriften op goederen of hun verpakking moeten worden geplaatst, daarop valselijk plaatsen, met het oogmerk om die goederen te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof de daarop geplaatste merken echt en onvervalst waren.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden en de draagkracht van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van valse etiketten op verpakkingen van dumplings. Op die etiketten stond vermeld dat de uit China afkomstige dumplings “made in Holland” waren en ook was er een erkenningsnummer opgenomen dat niet aan de verdachte was afgegeven. Dit is een kwalijk feit; de traceerbaarheid van het product wordt bemoeilijkt door een andere herkomst te vermelden dan de werkelijke. Daarmee is de voedselveiligheid in het geding. Ook wordt de consument aldus misleid, terwijl de regelgeving op dit gebied er juist is om de consument en daarmee de volksgezondheid te beschermen.

Daarnaast heeft de verdachte kippenpoten afkomstig uit Italië uit de van originele stickers voorziene verpakking verwijderd, bewerkt, opnieuw verpakt en er stickers van eigen makelij op geplakt. De verdachte had geen erkenning en mocht dergelijke bewerkingen met de kippenpoten dus niet uit voeren. Door zo te handelen heeft de verdachte de Europese hygiënevoorschriften met betrekking tot dierlijke producten omzeild en de volksgezondheid in gevaar gebracht. Er heeft immers geen controle kunnen plaatsvinden of de hygiënevoorschriften werden nageleefd. Van naleving was, gelet op de uiterst onhygiënische toestanden in het pand waar verdachte de kippenpoten bewerkte en opsloeg, hoegenaamd geen sprake. De stank in het pand was vanwege de aanwezigheid van rottend vlees niet te harden, zodat de verbalisanten snel weer naar buiten vluchtten.

De rechtbank neemt het de verdachte zeer kwalijk dat met zijn handelen het vertrouwen dat in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in de juistheid van schriftelijke stukken met een bewijsbestemming, zoals etiketten en identificatiekenmerken op voedsel, is geschaad.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel justitiële documentatie (het strafblad) van 5 juli 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor strafbare feiten.

Reclassering Nederland heeft geen rapport over de verdachte op kunnen maken, nu zij geen contact heeft kunnen krijgen met de verdachte.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

De redelijke termijn van berechting (kort gezegd: een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de vervolging) is met ruim zes jaar overschreden. Bij zo een ernstige overschrijding van de redelijke termijn is in een zaak als hier aan de orde een onvoorwaardelijke gevangenisstaf niet meer opportuun. Daarom zal de rechtbank ter compensatie van de termijnoverschrijding afzien van een – in beginsel bij dit soort feiten passende – onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De overschrijding van de redelijke termijn zal door oplegging van een lichtere strafmodaliteit dan door de feiten geïndiceerd, namelijk een geldboete, gecompenseerd worden. Met betrekking tot de hoogte van de op te leggen geldboete zal de rechtbank aanknopen bij het voorgestelde transactiebedrag van € 25.000,00.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 23, 24c, 57, 219 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot betaling van een geldboete van € 25.000,00 (vijfentwintigduizend euro), bij gebreke van volledige betaling en volledig verhaal te vervangen door 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. Rabbie, voorzitter,

en mrs. D. van der Sluis en A. Bonder, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. J. Soeteman, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 augustus 2021.

De oudste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks 01 januari 2013 tot en met 9 oktober 2013 te Barendrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk (een) valselijk opgemaakt(e) en/of vervalst(e) geschrift(en) die bestemd wa(s)(ren) om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten:

> verpakkingen dumplings met daarop de tekst:

- artikelcode [artikelcode]

- gemaakt in Holland

- [certificatie-nummer]

bestaande die valsheid en/of vervalsing (telkens) hierin dat (telkens) valselijk in strijd met de waarheid:

> op die verpakkingen van die dumplings staat vermeld dat zij gemaakt zijn in Nederland door een bedrijf met erkenningsnummer [certificatie-nummer]

voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben afgeleverd terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s), wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die geschriften bestemd waren om gebruik van te maken als waren deze echt en onvervalst;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2012 tot en met 9 oktober 2013 te Barendrecht en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, andere dan de in de artikelen 217 en 218 van het Wetboek van strafrecht bedoelde merken, te weten één of meerdere identificatiemerk(en), die krachtens wettelijk voorschrift, te weten artikel 5 lid 1 sub b Verordening (EG) 853/2004 op goederen of hun verpakking moeten worden geplaatst, valselijk op één of meerdere goed(eren) of hun verpakking, te weten: kippenpo(o)t(en) met verpakking (AMB-033/35 en/of AMB-043 en/of AMB-0116 en/of AMB-077) heeft/hebben geplaatst en/of heeft/hebben doen plaatsen, bestaande dat plaatsen en/of doen plaatsen uit:

- het uit de originele verpakking verwijderen en/of doen verwijderen van die kippenpoten en/of (vervolgens)

- het bewerken van die kippenpoten en/of (vervolgens)

- het (her)verpakken van die kippenpoten en/of (vervolgens)

- het plakken van een sticker op die (nieuwe) verpakking

met het oogmerk om die/dat kippenpo(o)t(en) met verpakking te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof de op dat/die kippenpo(o)t(en) en/of verpakking geplaatste merken echt en onvervalst waren.