Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8312

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
16-08-2021
Datum publicatie
07-09-2021
Zaaknummer
C/10/623052 / FA RK 21-5832
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

zorgmachtiging, artikel 6:4 Wvggz, de rechtbank wijst toe

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/623052 / FA RK 21-5832

Referentienummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 16 augustus 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende en thans verblijvende te [plaats] ,

advocaat mr. D.S. Lösing te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 29 juli 2021.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld via een videoverbinding door [naam psychiater 1] , psychiater, van 23 juli 2021;

  • -

    de niet-ingevulde zorgkaart van 28 juni 2021;

  • -

    het zorgplan van 28 juni 2021;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; en

  • -

    de relevante strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 16 augustus 2021. Bij die gelegenheid zijn verschenen:

  • -

    betrokkene met mr. M.C. Bekkering, waarnemend advocaat;

  • -

    [naam psychiater 2] , psychiater, en [naam behandelaar] , behandelaar, beiden verbonden aan Antes; en

  • -

    [naam vriend betrokkene] , een vriend van betrokkene.

1.3.

De officier is niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten schizofrenie. Betrokkene onderkent dit ook van zichzelf. Daarnaast is betrokkene bekend met een stoornis in het gebruik van middelen.

2.2.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige psychische schade, maatschappelijke teloorgang, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. Betrokkene is sinds 2016 in behandeling voor psychotische klachten met akoestische hallucinaties en paranoïde wanen. Betrokkene doet dreigende uitspraken naar de hulpverlening. Zo heeft hij aangegeven de behandelaar en de psychiater te willen vermoorden door hun hoofd eraf te snijden. Een maand geleden heeft betrokkene de crisisdienst gebeld omdat hij de neiging had zichzelf op te hangen of zich door zijn hoofd te schieten. Verder functioneert betrokkene onder zijn niveau en stagneert hij in zijn ontwikkeling. Betrokkene is meermaals zijn baan verloren door het vertonen van paranoïde gedrag richting voormalige collega’s. Momenteel heeft betrokkene geen dagbesteding en trekt hij zich terug uit sociale contacten. Betrokkene ervaart een hoge lijdensdruk en belt om die reden overmatig naar de huisarts, huisartsenpost of de crisisdienst. Overdag stuurt hij meermaals berichten naar zijn behandelaar waarin hij andere medicatie eist. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de psychiater dat betrokkene de noodzakelijke medicatie niet adequaat inneemt waardoor de psychotische klachten onverminderd blijven bestaan. Betrokkene is zeer ambivalent ten aanzien van de antipsychotica. Op verzoek van betrokkene zijn meerdere pogingen gedaan met verschillende antipsychotica welke echter telkens door betrokkene werden gestaakt vanwege bijwerkingen. Volgens de psychiater lijken de bijwerkingen deels voort te komen uit psychotische belevingen. De psychotische klachten zijn al maanden onbehandeld waardoor een verhoogde kans bestaat op psychische schade en het cognitief herstel steeds moeizamer wordt en tevens langer duurt. De psychiater acht het voorzienbaar dat betrokkene ook in de toekomst medicatie zal weigeren, in de variant dat hij wel vraagt om medicatie, maar dit niet langere tijd regulier inneemt en om een ander medicijn vraagt. De rechtbank onderschrijft dit en is van oordeel dat betrokkene bij weigering kortstondig moet kunnen worden opgenomen om de noodzakelijke medicatie alsnog toe te laten dienen ter voorkoming van voornoemd ernstig nadeel.

2.3.

Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van zijn psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene zorg nodig.

2.4.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Er is sprake van enig ziektebesef, maar hij gebruikt medicatie inadequaat. Behandeling in een vrijwillig kader komt niet van de grond. Betrokkene weigert momenteel herstart van antipsychotica. Om die reden is verplichte zorg nodig.

2.5.

De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid, gedurende een opname;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, inhoudend dat betrokkene ambulant behandelcontact toelaat en ambulante behandelafspraken nakomt; en

  • -

    het opnemen in een accommodatie, enkel toegestaan voor een kortstondige opname om medicatie gedwongen toe te kunnen dienen wanneer betrokkene medicatie weigert.

De opname in de accommodatie is bewust kort gehouden. De behandelaren hebben op zitting aangeven dat het een reële inschatting is dat een kortstondige opname (alleen voor toediening van de medicatie) toereikend zal zijn. Betrokkene kan laten zien dat het zo ook kan. Als blijkt dat een langere opname toch nodig blijkt, kan een wijziging van deze machtiging worden aangevraagd.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding en het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.6.

Voor de toegewezen vormen van verplichte zorg zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. Verder is deze zorg evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 16 februari 2022;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 16 augustus 2021 mondeling gegeven door mr. N. Doorduijn, rechter, in tegenwoordigheid van G. de Man, griffier, en op 24 augustus 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.