Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8271

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-08-2021
Datum publicatie
23-08-2021
Zaaknummer
ROT 21/1047
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

'Plan van aanpak’ is op rechtsgevolg gericht voor zover het strekt tot specificering van de nadere verplichtingen op grond van artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de Pw. Het strekt niet mede tot een bindende

beslissing over aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: ROT 21/1047

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 augustus 2021 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres,

gemachtigde: mr. E. Kafa,

en

het college van burgemeester en wethouders van Nissewaard, verweerder,

gemachtigde: [naam gemachtigde] .

Procesverloop

Bij besluit van 31 juli 2020 (het primaire besluit) heeft verweerder een ‘plan van aanpak’ vastgesteld waarbij onder meer is vastgelegd dat eiseres voor zes maanden niet zal worden bemiddeld richting de arbeidsmarkt en dat zij minimaal vier keer per week dient te solliciteren naar algemeen geaccepteerde arbeid en dat zij zich inschrijft bij minimaal één uitzendbureau.

Bij besluit van 14 januari 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een nader stuk en een verweerschrift ingediend.

Nadat geen van partijen heeft aangegeven ter zitting te willen worden gehoord, heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:57, eerste lid en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het onderzoek gesloten bij brief van 21 juni 2021.

Overwegingen

1. Eiseres ontvangt een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (Pw) naar de norm voor een alleenstaande. Op 28 juli 2020 heeft zij het volgende gemaild naar accountmanager, [naam accountmanager] :

“Volgens mij heb ik tijdens het gesprek van 14 juli jl. laten weten niet bemiddeld te willen worden voor werk door de gemeente. Ik ga zelf op zoek naar een baan. Hier heeft u begrip voor getoond. Wel vreemd dat u mij weer belt en mailt voor vacatures.”

Hierop heeft senior werkadviseur, [naam senior werkadviseur] , op 29 juli 2020 het volgende gemaild naar de accountmanagers:

“Mevr. [eiseres] heeft mij gebeld. We hebben nu de volgende afspraak gemaakt op haar verzoek. De komende halfjaar laat ik haar met rust. Ze zal geen vacatures meer van ons doorgestuurd krijgen.”

Naar aanleiding hiervan is op 31 juli 2020 het ‘plan van aanpak’ opgesteld op de voet van artikel 9, eerste lid, van de Pw.

2. Verweerder heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat eiseres zelf heeft verzocht om ‘met rust gelaten te worden’. Haar accountmanager zag daar ook aanleiding toe en daarom is in het primaire besluit vastgelegd dat eiseres gedurende zes maanden niet bemiddeld zal worden naar de arbeidsmarkt. Eiseres zou zelf proberen werk te vinden, zodat zij blijvend kon uitstromen uit de bijstand.

3. Ambtshalve overweegt de rechtbank dat het primaire besluit alleen op rechtsgevolg is gericht voor zover het ‘plan van aanpak’ strekt tot de nadere specificering van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de Pw. De beroepsgronden van eiseres zijn daartegen echter niet gericht en kunnen dan ook niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit.

4. Anders dan eiseres kennelijk veronderstelt, strekt de besluitvorming niet mede tot een bindende beslissing over haar aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling op de voet van artikel 10 van de Pw en de ter zake geldende gemeentelijk verordening. Overigens heeft verweerder bij het verweerschrift te kennen gegeven dat indien eiseres daarom vraagt haar in dat verband een keuring door een externe partij kan worden aangeboden.

5. De slotsom is dat het beroep ongegrond moet worden verklaard en het bestreden besluit in stand kan blijven.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Haan, rechter, in aanwezigheid van

mr. S.A. Rickets-Achaibersing, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 2 augustus 2021.

De griffier is buiten staat De rechter is verhinderd te tekenen

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.