Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8157

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
19-08-2021
Datum publicatie
19-08-2021
Zaaknummer
10/960252-16
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Deelneming aan terroristische organisatie IS. De verdachte is in 2015 uitgereisd naar Syrie. Zij heeft zich aangesloten bij IS en bijdragen geleverd aan de gewapende Jihadstrijd. Gevangenisstraf 36 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk; proeftijd 3 jaar en bijz. voorwaarden dadelijk uitvoerbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 10/960252-16

Datum uitspraak: 19 augustus 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Zwolle,

raadsvrouw mr. M.C. Levy, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 5 augustus 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, waarbij de oorspronkelijke opgave van de feiten als bedoeld in artikel 261, derde lid van het Wetboek van Strafvordering op vordering van de officier van justitie op

29 april 2021 is gewijzigd. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. G. Sannes heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde (met uitzondering van het medeplegen) en het onder 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar, met oplegging van de algemene voorwaarde en bijzondere voorwaarden overeenkomstig het rapport van Reclassering Nederland van 24 juni 2021, met uitzondering van het elektronisch toezicht;

  • -

    de dadelijke uitvoerbaarheid van voormelde voorwaarden en uit te voeren toezicht;

  • -

    oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel, als bedoeld in artikel 38z van het Wetboek van Strafrecht (hierna Sr).

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring ten aanzien van feit 1

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor dit feit. De rechtbank komt evenwel op basis van de hierna opgenomen bewijsmiddelen tot een bewezenverklaring van dit feit, met uitzondering van het ten laste gelegde medeplegen.

4.2.

Bewezenverklaring ten aanzien van feit 2

4.2.1.

Standpunt verdediging

Aangevoerd is dat de verdachte geen vuurwapen in strafrechtelijke zin voorhanden heeft gehad, zodat zij daarvan dient te worden vrijgesproken. Het enkele feit dat de verdachte op enig moment gedurende de gehele ten laste gelegde periode een wapen in haar handen heeft gehad, houdt niet zonder meer in dat zij ook de feitelijke macht over dat wapen had.

De verdediging heeft daarbij ook gewezen op de jurisprudentie van de Hoge Raad, inhoudende dat in bijzondere gevallen de enkele mogelijkheid tot het uitoefenen van de feitelijke macht over het wapen niet leidt tot het voorhanden hebben daarvan.1 Als de verdachte al de feitelijke macht over een wapen had, kon zij onder de omstandigheden waarin zij zich bevond redelijkerwijs geen afstand daarvan nemen.

4.2.2.

Beoordeling

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel, gelet op de bewijsmiddelen in onderlinge samenhang bezien, dat de verdachte het wapen dat op de foto’s in het dossier is te zien mede voorhanden heeft gehad. Niet is gebleken dat het van zodanige korte duur is geweest dat daarmee niet is voldaan aan de kwalificatie van het voorhanden hebben van een vuurwapen, nu het wapen zich in de woning van de verdachte en haar toenmalige echtgenoot bevond. Het verweer wordt verworpen.

4.2.3.

Conclusie

Bewezen is het onder 2 ten laste gelegde.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

zij in de periode van 27 januari 2015 tot en met 20 oktober 2020 in Syrië

heeft deelgenomen aan een terroristische organisatie, te weten Islamitische Staat (IS), welke organisatie tot oogmerk had en heeft het plegen van terroristische misdrijven, te weten,

A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of

B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289/289a jo. 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot eerder vermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176a en/of 289a en/of 96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

E. het voorhanden hebben van een of meerdere wapens en/of munitie van de categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet wapens en munitie).

2.

zij in de periode van 15 januari 2015 tot en met 20 oktober 2020 in Syrië

, met het oogmerk om ter voorbereiding en/of ter bevordering van de te plegen misdrijven:

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 157 jo 176a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel 289 jo 83 van het Wetboek van Strafrecht)

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan zichzelf of aan anderen heeft verschaft en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan zij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van het misdrijf

immers heeft zij, verdachte,

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd met een terroristisch oogmerk, gevoerd door de (terroristische) organisatie zoals de Islamitische Staat (verder IS) eigen gemaakt en

B. zich laten informeren over het afreizen naar en/of verbleven in het strijdgebied in Syrië en

C. de reis naar Syrië gemaakt teneinde zich te begeven naar het strijdgebied, en verbleven in bedoeld (strijd)gebied in Syrië en

D. zich gevoegd bij één IS strijder en is zij, verdachte, (op Islamitische wijze) een huwelijk aangegaan met een IS strijder en

E. bijgedragen aan de gewapende Jihadstrijd gevoerd door de (terroristische) organisatie IS en

F. zich (middels internet/social mediakanalen/mediaplatforms) geuit en met (een) ander(en) perso(o)n(en) gechat/gecommuniceerd en berichten en afbeeldingen geplaatst en/of gedeeld, met betrekking tot en/of inhoudende (onder meer) (gewelddadig) jihadistisch getinte en/of (pro)IS-gerelateerde content;

G. één of meer (automatische) (vuur)wapen(s) voorhanden gehad;

welke gedragingen en/of voorwerpen en/of informatie al dan niet in combinatie met elkaar, kennelijk bestemd waren tot het in vereniging begaan van die misdrijven.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

1. Het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven;

2. het met het oogmerk om opzettelijk brand stichten en/of ontploffingen teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood ten gevolge heeft, en/of moord en/of doodslag, telkens te begaan met een terroristisch oogmerk, voor te bereiden en/of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen, zich en/of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen en voorwerpen voorhanden hebben waarvan zij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van het misdrijf.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf en maatregel

7.1.

Algemene overweging

De straf en maatregel die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf en maatregel zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan deelneming aan een terroristische organisatie in Syrië , te weten IS, die het kalifaat in juni 2014 heeft uitgeroepen. Zij is in januari 2015 uitgereisd naar Syrië en heeft zich tot de val van het kalifaat opgehouden in door IS gecontroleerde gebieden. Daarnaast heeft de verdachte zich het gedachtengoed van IS eigen gemaakt, in het strijdgebied in Syrië en verbleven, zich aangesloten bij IS, trouw gezworen aan het kalifaat en de kalief, en haar echtgenoot – die lid was van IS – gefaciliteerd, bijgedragen aan de gewapende Jihadstrijd van IS en propaganda voor IS gevoerd via internet dan wel social media dan wel andere mediaplatformen.

Vaststaat dat IS tot doel heeft het omverwerpen van het regime van Assad en het vestigen van een islamitische staat. Vaststaat ook dat het geweld dat deze terroristische organisatie gebruikt om zijn doel te bereiken buitengewoon wreed is en dat er jegens andersdenkenden ernstige mensenrechtenschendingen worden gepleegd zoals standrechtelijke executies, moord, martelingen en verminking van krijgsgevangenen en van burgers. Veel van die misdrijven worden bovendien gepleegd met het uitdrukkelijke doel de bevolking in deze gebieden vrees aan te jagen en zijn daarmee ontegenzeggelijk terroristische misdrijven. Ten slotte wordt terrorisme internationaal gezien als een van de ernstigste misdrijven.

De verdachte is aan dit alles geheel voorbij gegaan en heeft geen oog gehad voor het onbeschrijfelijke leed dat velen in het strijdgebied treft.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 9 juli 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

7.3.2.

Rapportages

Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 24 juni 2021. Dit rapport houdt het volgende in.

De reclassering adviseert bij een veroordeling tot een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf een aantal bijzondere voorwaarden op te leggen. Vanwege het hoge recidiverisico wordt daarnaast geadviseerd een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr op te leggen, zodat gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden toegepast kunnen worden na de gevangenisstraf.

Gelet op de bij haar door het NIFP vastgestelde stoornissen, wordt onder andere een behandeling gericht op het versterken van haar zelfbeeld en identiteit geadviseerd, waardoor zij minder beïnvloedbaar zou worden, met daarin tevens aandacht voor haar trauma.

Beschermende factoren zijn dat de verdachte gemotiveerd lijkt te zijn voor begeleiding en psychische ondersteuning. Daarnaast is bij de ideologische duiding gebleken dat de verdachte open staat voor confrontatie met de inconsequenties in haar redeneringen en dat zij open staat voor verdere gesprekken. De geadviseerde bijzondere voorwaarden zijn op het voorgaande gericht.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van een ideologisch duidingsrapport over de verdachte, uitgevoerd door ‘Nuance door Training & Advies’ (NTA) in opdracht van de reclassering, gedateerd juni 2021. Uit dit rapport komt - concluderend - naar voren dat de belaste voorgeschiedenis van de verdachte een belangrijke drijfveer lijkt te zijn geweest voor zowel haar bekering als haar uitreis kort daarna. Zij lijkt op zoek te zijn geweest naar (h)erkenning, zingeving, duidelijkheid en warmte; zaken waaraan het haar, in ieder geval in haar beleving thuis ontbrak. Voor wat betreft haar ideologische vorming is vastgesteld dat deze vrijwel exclusief heeft plaatsgevonden in een gewelddadig salafistische context. De islamitische stroming waarin de verdachte terechtkwam, lijkt te hebben voldaan aan haar behoefte aan een sterke band met anderen, duidelijkheid en een warme, veilige plek in de vorm van een utopische belofte. De radicale omslag die zij heeft gemaakt en het tempo waarin haar radicalisering heeft plaatsgevonden, lijken een indicatie voor de nood die zij heeft ervaren. Ook nu is de insteek van de verdachte, als het gaat over de wijze waarop zij met haar religie omgaat, nog altijd duidelijk salafistisch. Haar religieuze vorming in het gewelddadig salafistisch gedachtengoed schemert nog steeds door, al lijkt het erop dat zij niet heel diep in de salafistische theologische materie zit. Positief is dat zij openstaat voor confrontatie met de inconsequenties in haar redeneringen en dat zij op basis van haar ervaringen met betrekking tot de besproken concepten lijkt te draaien. Verder heeft zij zelf aan den lijve de verschrikkingen van oorlog ervaren, waardoor ze een afkeer heeft van strijd. Zij lijkt daarnaast niet gedreven zich vanuit het gewelddadige salafistische gedachtengoed met politieke kwesties bezig te gaan houden. Zij vindt het wel moeilijk om haar religieuze twijfels en worstelingen bespreekbaar te maken ten overstaan van haar zusters of zelfs de imam(a), wat maakt dat het de vraag is hoe zij zich straks in de samenleving staande gaat houden, als zij weer met andere broeders en zusters in aanraking komt, die haar mogelijk opnieuw bij lastige politieke en/of religieuze kwesties willen betrekken.

GZ-psycholoog [naam 1] heeft een rapport over de verdachte opgemaakt gedateerd 16 april 2021. Dit rapport houdt het volgende in.

Bij de verdachte is sprake van een persoonlijkheidsstoornis met vermijdende en afhankelijke

trekken, een andere gespecificeerde psychotrauma- of stressgerelateerde stoornis en een

andere gespecifieerde depressieve-stemmingsstoornis. De persoonlijkheidsstoornis bestond ook al ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde; de andere twee stoornissen niet. Wat betreft de persoonlijkheidsproblematiek kan gesproken worden van een verband met het ten laste gelegde. Geadviseerd wordt om het ten laste gelegde in een (enigszins) verminderde mate toe te rekenen. De verdachte heeft een weinig uitgerijpte identiteit en een laag zelfbeeld. Door haar vermijdende en afhankelijke trekken is zij keer op keer in beschadigende interpersoonlijke relaties terechtgekomen hetgeen haar zelfbeeld nog verder heeft aangetast. Door haar instabiele thuissituatie heeft zij een grote behoefte aan controle en zekerheid en een hang naar duidelijke regels en goedkeuring. Ze was op zoek naar zingeving, een richting in haar leven en sturing/leiding. Wat haar aansprak in de islam waren de vele strakke regels.

De vermijdende en afhankelijke persoonlijkheidstrekken hebben haar denken, voelen en handelen voorafgaand en ten tijde van het plegen van het ten laste gelegde in grote mate beïnvloed. De verdachte is echter ook een (boven)gemiddeld intelligente vrouw die zich bewust was van het feit dat het verboden was om uit te reizen naar Syrië en bewust de keuze heeft gemaakt om toch te gaan vanuit religieuze en mogelijk ook ideologische overtuigingen.

Door de afhankelijke en vermijdende trekken is de verdachte beïnvloedbaar en ontvankelijk voor streng fundamentalistische ideologieën. Zij voelt zich op dit moment sterk vervreemd van anderen en onbegrepen. Zij klampt zich vast aan haar geloof, dat geeft haar houvast en zin aan haar leven. Vervreemding van zichzelf, van anderen en van de maatschappij kan het risico verhogen, al lijkt de verdachte in het verleden en ook nu niet geneigd tot gewelddadig gedrag. De kans op gewelddadig extremisme wordt matig geschat.

Gezien het matige recidiverisico en de persoonlijkheidsproblematiek zou een interventie ingezet kunnen worden gericht op het versterken van haar zelfbeeld en identiteit, waardoor zij minder afhankelijk en beïnvloedbaar zou worden. Daarnaast zou aandacht moeten zijn voor de PTSS-klachten. Gedacht kan worden aan een klinische start met ambulant vervolg, afhankelijk van wat na haar detentie nog nodig blijkt te zijn. Ook is het van groot belang dat tijdens haar detentie wordt ingezet op haar deradicaliseringsproces en is adequate ondersteuning bij terugkeer in de maatschappij noodzakelijk om een goede re-integratie mogelijk te maken. Dit kan in het kader van bijzondere voorwaarden bij een (deels) voorwaardelijke straf worden gerealiseerd.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

7.4.1.

Toerekeningsvatbaarheid

Nu de conclusies van de psycholoog gedragen worden door de bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken, neemt de rechtbank die conclusies over en maakt die tot de hare. De verdachte wordt dus in (enigszins) verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht.

7.4.2.

Straf

Gelet op de ernst van de feiten en de lengte van het verblijf van de verdachte in Syrië is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van substantiële duur passend en geboden is.

Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met het volgende. De verdachte heeft zelf het initiatief genomen af te reizen naar Syrië, terwijl de gruweldaden in het strijdgebied van Syrië en Irak en de aanslagen van IS elders in de wereld algemeen bekend waren en IS het kalifaat in juni 2014 had uitgeroepen. Eenmaal daar aangekomen is zij na zeer korte tijd in het huwelijk getreden met een IS-strijder. Zij heeft zich het gedachtengoed van IS eigen gemaakt en heeft haar man ondersteund en gefaciliteerd. Zodoende heeft zij een wezenlijke bijdrage geleverd aan de bewezenverklaarde feiten. Wel overweegt de rechtbank dat, hoewel de volledig ten laste gelegde periode van bijna zes jaren bewezen is verklaard, het zwaartepunt van deze bijdrage – en daarmede mede bepalend voor de strafmaat - is gelegen in de twee jaar dat zij getrouwd was met haar tweede echtgenoot, [naam 2] , van februari 2015 tot zijn overlijden in januari 2017.

Voorts neemt de rechtbank bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf in het voordeel van de verdachte in zijn algemeenheid mee de omstandigheid dat de verdachte gedurende een korte periode, voorafgaand aan haar aanhouding door de Nederlandse autoriteiten, in Turkije in uitleveringsdetentie heeft verbleven, alsmede de tijd die de verdachte in Kamp Al-Hol onder – naar eigen zeggen – detentie-omstandigheden heeft verbleven. De rechtbank komt gelet op het voorgaande tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist.

De rechtbank is met de officier van justitie en de reclassering van oordeel dat de verdachte gebaat is bij begeleiding en toezicht. Daarom zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering in haar rapport van 24 juni 2021. De rechtbank overweegt in dit verband dat voor wat betreft de voorwaarde inhoudende dat de verdachte voor de naleving van het contactverbod zal worden verplicht mee te werken aan controles van haar digitale gegevensdragers, dit weliswaar periodiek, maar niet stelselmatig mag plaatsvinden. De rechtbank zal daarom bepalen dat de controles enkel tijdens de meldplichtbezoeken mogen plaatsvinden en zal het aantal controles maximeren op zes keer per jaar.

Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank acht geen termen aanwezig om het door de reclassering geadviseerde elektronisch toezicht op te leggen.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de aard van de delicten en de omstandigheden waaronder s deze zijn begaan, blijkend uit de diverse bovenvermelde rapportages, er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank zal daarom de dadelijk uitvoerbaarheid bevelen van de op te leggen bijzondere voorwaarden en het op te leggen reclasseringstoezicht.

7.4.3.

Maatregel ex artikel 38z Sr

De rechtbank zal daarnaast ook de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr opleggen. Op die manier wordt het mogelijk om de verdachte in aansluiting op de gevangenisstraf onder toezicht te stellen indien dit op dat moment nog noodzakelijk wordt geacht.

Oplegging van deze maatregel is nodig ter bescherming van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen. De verdachte lijkt immers, zo blijkt uit de rapportages, nog steeds over een salafistische gedachtengoed te beschikken, waardoor de kans op recidive onverminderd aanwezig is. Langdurig toezicht is nodig om het recidiverisico in te perken. Aan de wettelijke vereisten voor oplegging van deze maatregel is voldaan nu de rechtbank aan de verdachte een gevangenisstraf zal opleggen wegens misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen en waarop naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraffen van vier jaren of meer zijn gesteld en er een met redenen omkleed en ondertekend advies van de reclassering is overgelegd.

7.4.4.

Afsluiting

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf en maatregel passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de veroordeelde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 14a, 14b, 14c, 38z, 57, 83, 83a, 96, 140a, 157, 176a, 176b, 288a, 289 en 289a van het Wetboek van Strafrecht, alsmede op de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 (zesendertig) maanden;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal op geen enkele wijze contact (laten) opnemen, zoeken of hebben met:

- [naam 3] , geboren op [geboortedatum 1] ;

- [naam 4] , geboren op [geboortedatum 2] ;

- [naam 5] , geboren op [geboortedatum 3] ;

- [naam 6] , geboren op [geboortedatum 4] ;

- [naam 7] , geboren op [geboortedatum 5] ;

- [naam 8] , geboren op [geboortedatum 6] ;

- [naam 9] , geboortedam onbekend;

- [naam 10] , geboortedatum onbekend;

- [naam 11] , geboortedatum onbekend;

- [naam 12] , geboortedatum onbekend;

- personen met wie de veroordeelde gedetineerd heeft gezeten op de Terrorisme afdeling van de Penitentiaire Inrichting Zwolle;

- personen die op de nationale sanctielijst Terrorisme staan;

- personen die naar de veroordeelde weet of heeft kunnen weten, zijn veroordeeld voor of worden verdacht van (deelname of medeplichtigheid aan) een terroristisch misdrijf;

gedurende de proeftijd, of zoveel korter als het openbaar ministerie noodzakelijk acht. De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;

2. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland, zolang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

3. de veroordeelde zal zich onder ambulante behandeling stellen van forensisch polikliniek De Waag of een soortgelijke zorgverlener, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering in overleg met de kliniek verantwoord vindt, waarbij een kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken tot de mogelijkheden behoort;

4. de veroordeelde zal verblijven in een instelling voor begeleid wonen/ maatschappelijke opvang en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de directeur van die instelling worden gegeven, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering noodzakelijk vindt. De veroordeelde zal zich aan de huisregels en het dagprogramma houden dat de instelling in overleg met de reclassering voor haar heeft opgesteld;

5. de veroordeelde zal haar medewerking verlenen aan en een actieve inspanning verrichten voor (een traject gericht op) het verkrijgen en het behouden van woonruimte, een legaal inkomen en een structurele en zinvolle (betaalde) dagbesteding, waarbij de veroordeelde zal samenwerken met de gemeente waarin zij woont en/of met andere instanties, indien de reclassering dit noodzakelijk vindt;

6. de veroordeelde zal worden verplicht mee te werken aan gesprekken over geloofsbeleving/ ideologie met een door de reclassering aan te wijzen deskundige, zolang de reclassering en het openbaar ministerie dit noodzakelijk achten;

7. de veroordeelde zal voor de naleving van het contactverbod tijdens de meldplichtbezoeken worden verplicht mee te werken aan controles van haar digitale gegevensdragers, wanneer en zolang het openbaar ministerie dit verbod nodig vindt, ook wanneer dit inhoudt dat het digitale onderzoek door een externe deskundige wordt verricht, waarbij het aantal controles wordt gemaximeerd op zes keer per jaar;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de genoemde bijzondere voorwaarden en het aan genoemde reclasseringsinstelling opgedragen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

legt de veroordeelde op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J. van der Groen, voorzitter,

en mrs. V.M. de Winkel en D. van Putten, rechters,

in tegenwoordigheid van M.J. Grootendorst en mr. V.E. Scholtens, griffiers,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

De jongste rechter en griffier Scholtens zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst nader omschreven tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

zij

op één of meerdere tijdstippen in de periode van 27 januari 2015 tot en met

20 oktober 2020 in één of meer plaats(en) in Nederland en/of Syrië en/of Irak

en/of Turkije,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen,

heeft deelgenomen aan een (terroristische) organisatie, te weten Islamitische

Staat (IS), dan wel Islamic State of Iraq and Shaam (ISIS) of Islamic State of

Iraq and Levant (ISIL), althans (telkens) een aan IS gelieerde organisatie(s),

althans (een) organisatie(s) die de gewapende Jihadstrijd voorstaat, welke

organisatie(s) tot oogmerk had(den) en/of heeft/hebben het plegen van

terroristische misdrijven, te weten,

A. het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl

daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel

en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands dood

ten gevolge heeft (zoals bedoeld in artikel 157 Wetboek van Strafrecht), (te)

begaan met een terroristisch oogmerk en/of

B. doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in

artikel 288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

C. moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel

289/289a jo. 83 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

D. de samenspanning en/of opzettelijke voorbereiding van en/of bevordering tot

eerder vermelde misdrijven (zoals bedoeld in artikel 176a en/of 289a en/of

96 lid 2 van het Wetboek van Strafrecht) en/of

E. het voorhanden hebben van een of meerdere wapens en/of munitie van de

categorieën II en/of III (zoals bedoeld in artikel 26 lid 1 van de Wet wapens

en munitie) (te) begaan met een terroristisch oogmerk en/of met het oogmerk om

een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken (zoals

bedoeld in artikel 55 lid 1 en/of lid 5 van de Wet wapens en munitie)

(artikel 140a Wetboek van Strafrecht)

art 140a lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

zij

op één of meerdere tijdstippen in de periode van 15 januari 2015 tot en met

20 oktober 2020 in één of meer plaats(en) in Nederland en/of Syrië en/of Irak

en/of Turkije,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, telkens

met het oogmerk om ter voorbereiding en/of ter bevordering van de/het

(meermalen) te plegen misdrij(f)(ven):

- het opzettelijk brand stichten en/of een ontploffing teweegbrengen, terwijl

daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk

letsel en/of levensgevaar voor een ander te duchten is en/of dit feit iemands

dood ten gevolge heeft, (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals

bedoeld in artikel 157 jo 176a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- doodslag (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel

288a van het Wetboek van Strafrecht) en/of

- moord (te) begaan met een terroristisch oogmerk (zoals bedoeld in artikel

289 jo 83 van het Wetboek van Strafrecht)

- een ander heeft trachten te bewegen om het misdrijf te plegen, te doen

plegen of mede te plegen, om daarbij behulpzaam te zijn of om daartoe

gelegenheid, middelen of inlichtingen te verschaffen en/of

- gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van het misdrijf aan

zichzelf of aan anderen heeft verschaft en/of

- voorwerpen voorhanden heeft gehad waarvan zij wist dat zij bestemd waren tot

het plegen van het misdrijf

immers heeft/hebben zij, verdachte, en/of haar mededader(s)

A. zich het radicaal extremistisch gedachtegoed van de gewapende Jihadstrijd

met een terroristisch oogmerk, gevoerd door de (terroristische) organisatie

zoals de Islamitische Staat (verder IS), dan wel Islamic State of Iraq and

Shaam (ISIS) of Islamic State of Iraq and Levant (ISIL), althans (een) aan

voornoemde organisatie(s) gelieerde Jihadistische strijdgroep(en), althans

(een) organisatie(s) die de gewapende Jihadstrijd voorstaat/voorstaan, eigen

gemaakt en/of

B. zich laten informeren over het afreizen naar en/of verblijven in het

strijdgebied in Syrië en/of Irak en/of

C. de reis naar Syrië en/of Irak gemaakt teneinde zich te begeven naar het

strijdgebied, althans naar een, door een terroristische organisatie (zoals

IS(IS/IL), althans een hieraan gelieerde strijdgroep) gecontroleerd gebied

en/of (gedurende enige tijd) verbleven in bedoeld (strijd)gebied in Syrië

en/of Irak en/of

D. zich gevoegd bij één of meer mededader(s) en/of IS(IS/IL) strijder(s),

althans (telkens) perso(o)n(en) gelieerd aan (een) terroristische

organisatie(s) die de gewapende Jihadstrijd voorstaat/voorstaan en/of is zij,

verdachte, één of meermalen (op Islamitische wijze) een huwelijk aangegaan met

(een) IS(IS/IL) strijder(s), althans (telkens) (met) een persoon die

(eveneens) deelnam aan een terroristische organisatie die de gewapende

Jihadstrijd voorstaat en/of

E. met één of meer mededader(s) in Syrië en/of Irak deelgenomen en/of

bijgedragen aan de gewapende Jihadstrijd gevoerd door de (terroristische)

organisatie IS(IS/IL), althans (een) aan IS(IS/IL) gelieerde terroristische

organisatie(s), althans (een) terroristische organisatie(s) die de gewapende

Jihadstrijd voorstaat/voorstaan en/of

F. zich (middels internet/social mediakana(al(en)/mediaplatform(s))

geuit en/of met (een) ander(en) perso(o)n(en) gechat/gecommuniceerd en/of

berichten en/of afbeeldingen geplaatst en/of gedeeld, met betrekking tot

en/of inhoudende (onder meer) (gewelddadig) jihadistisch getinte en/of

(pro)IS-gerelateerde content;

G. (één of meer) (automatisch(e)) (vuur)wapen(s) voorhanden gehad;

welke gedragingen en/of voorwerp(en) en/of informatie al dan niet in

combinatie met elkaar, kennelijk bestemd waren tot het in vereniging, althans

alleen, begaan van dat/die misdrijf/misdrijven;

(art. 96 lid 2 jo 289 jo 289a jo 288 jo 288a jo 83 en art. 96 lid 2 jo 157 jo

176a jo 176b jo 83 Wetboek van Strafrecht)

art 96 lid 2 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

1 Arrest van de Hoge Raad van 3 november 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1720).