Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:8048

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
11-08-2021
Datum publicatie
16-08-2021
Zaaknummer
C/10/607378 / HA ZA 20-1064
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Levensverzekering afgesloten door een inmiddels gescheiden man, met als mede-begunstigde zijn ‘echtgenote.’ Geen aansprakelijkheid assurantietussenpersoon tegenover nieuwe vriendin van de man. Man had verschil tussen vriendin en echtgenote zelf moeten onderkennen en bovendien had vriendin gezegd dat zij (wél) zijn echtgenote was.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

zaaknummer / rolnummer: C/10/607378 / HA ZA 20-1064

Vonnis van 11 augustus 2021

in de zaak van

[naam eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres,

advocaat mr. M.P.C. Bilderbeek te Utrecht,

tegen

1. [naam gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SCHREUDER GROEP B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagden,

advocaat mr. C. Banis te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [naam eiseres] , [naam gedaagde] en Schreuder Groep, genoemd worden. [naam gedaagde] en Schreuder Groep tezamen zullen [naam gedaagde] c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding, met producties 1 tot en met 26,

  • -

    de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 44,

  • -

    de mondelinge behandeling (via Skype) op 27 mei 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De vaststaande feiten

2.1.

[naam eiseres] heeft vanaf 2003 (ongehuwd/ongeregistreerd) samengewoond met [naam 1] (hierna: [naam 1] ). Uit deze relatie zijn twee kinderen geboren. Uit een eerder huwelijk van [naam 1] zijn ook twee kinderen geboren.

2.2.

Schreuder Groep is een assurantietussenpersoon. In de periode tussen 2003 en 2014 heeft [naam 1] diverse levensverzekeringen afgesloten via bemiddeling van een onderneming genaamd [naam bedrijf ] (hierna: [naam bedrijf ] ). [naam bedrijf ] is de rechtsvoorganger van Schreuder Groep. [naam gedaagde] (hierna: [naam gedaagde] ) heeft als assurantietussenpersoon namens [naam bedrijf ] opgetreden voor [naam 1].

2.3.

[naam 1] heeft via bemiddeling van [naam bedrijf ] de navolgende overlijdensrisicoverzekeringen afgesloten op zijn eigen leven:

1) polis Fortis ASR uit 2005, contractnummer [contractnummer]. Verzekerde uitkering € 150.000. Begunstigden:

1. [naam eiseres] [geboortedatum eiseres] (55%)

[naam 2] [geboortedatum 1] (15%)

[naam 3] [geboortedatum 2] (15%)

[naam 4] [geboortedatum 3] (15%)

2. Erfgenamen verzekerde.

2) polis Nationale Nederlanden uit 2007, polisnummer [polisnummer 1] . Verzekerde uitkering € 138.856,75. Begunstigden:

1. de echtgenote van de verzekeringnemer

2. de kinderen van de verzekeringnemer

3. de erfgenamen van de verzekeringnemer

In 2011 heeft [naam 1] een verzoek gedaan tot aanpassing van deze polis. Daarbij heeft [naam eiseres] meegetekend als ‘echtgeno(o)t(e) van ondergetekende’.

3) polis Nationale Nederlanden uit 2007, polisnummer [polisnummer 2] . Verzekerde uitkering € 100.000 Begunstigden:

1. de echtgenote van de verzekeringnemer

2. de kinderen van de verzekeringnemer

3. de erfgenamen van de verzekeringnemer

4) polis Nationale Nederlanden uit 2010, polisnummer [polisnummer 3] . Verzekerde uitkering € 300.000 Begunstigden:

1. de echtgenote van de verzekeringnemer

2. de kinderen van de verzekeringnemer

3. de erfgenamen van de verzekeringnemer.

(de rechtbank zal deze 4 polissen hierna aanduiden als polis 1, polis 2, polis 3 en polis 4).

2.4.

[naam 1] heeft ook een aantal levensverzekeringen afgesloten op het leven van [naam eiseres] .

2.5.

Op 26 december 2014 is [naam 1] overleden.

2.6.

[naam eiseres] heeft Schreuder Groep en [naam gedaagde] meermaals schriftelijk aansprakelijk gesteld voor schade omdat niet is geadviseerd/ bewerkstelligd dat zij, [naam eiseres] , als (mede) begunstigde onder de polissen 2,3 en 4 is aangemerkt. Schreuder Groep en [naam gedaagde] hebben geen aansprakelijkheid erkend.

3. De vordering en het verweer

[naam eiseres] vordert bij vonnis, zoveel als rechtens mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. te verklaren voor recht dat de heer [naam gedaagde] en Schreuder groep hoofdelijk

aansprakelijk zijn voor de schade die [naam eiseres] heeft geleden doordat de heer [naam gedaagde] en Schreuder Groep zijn tekortgeschoten in de zorgplicht;

II. de heer [naam gedaagde] en Schreuder Groep hoofdelijk te veroordelen tot vergoeding van de in hoofdstuk 7.2 van de dagvaarding bedoelde schade van [naam eiseres] nader op te maken bij staat;

III. de heer [naam gedaagde] en Schreuder Groep hoofdelijk- in die zin dat als de een betaalt, de

ander bevrijd is - te veroordelen tot betaling tegen behoorlijk bewijs van kwijting van de buitengerechtelijke kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 sub b BW ad € 1.525,74;

IV. de heer [naam gedaagde] en Schreuder Groep hoofdelijk te veroordelen tot betaling tegen

behoorlijk bewijs van kwijting tot betaling van de kosten van deze en voor wat betreft de nakosten op € 131,- indien geen betekening plaatsvindt, dan wel op € 199,- vermeerderd met de explootkosten indien niet binnen veertien dagen na de datum van het vonnis is voldaan aan de bij het vonnis uitgesproken (proces)kostenveroordeling en betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden.

3.1.

[naam eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat [naam gedaagde] c.s. zijn tekortgeschoten in de zorgplicht die zij als redelijk handelend assurantietussenpersoon hadden moeten betrachten jegens haar en tevens dat [naam gedaagde] c.s. jegens haar onrechtmatig hebben gehandeld. Aangezien [naam gedaagde] c.s. op de hoogte waren van de doelstellingen van [naam 1] , namelijk dat de overlijdensrisicoverzekeringen ten gunste dienden te komen van [naam eiseres] , hadden [naam gedaagde] c.s. onderzoek moeten doen naar de feitelijke situatie van [naam 1] en de door hem aangeleverde informatie moeten controleren. [naam gedaagde] c.s. hebben dit nagelaten en de standaardbegunstiging opgenomen in de polissen 2 tot en met 4. Dit had als gevolg dat deze polissen ten onrechte niet ten gunste zijn gekomen van [naam eiseres] , die immers niet met [naam 1] gehuwd was.

3.2.

Schreuder Groep en [naam gedaagde] voeren verweer.

3.3.

De stellingen en weren zullen, waar nodig, in de beoordeling worden betrokken.

4. De beoordeling

4.1.

Vaststaat dat [naam eiseres] wél is aangewezen als begunstigde onder polis 1, maar niet onder de polissen 2 tot en met 4. In polissen 2 tot en met 4 is niet [naam eiseres] maar “de echtgenote” van [naam 1] als (mede-) begunstigde aangewezen. Ter zitting heeft [naam eiseres] haar vordering beperkt: van de polissen 2 en 3 bleken de uitkeringen verpand (en uitgekeerd) te zijn aan een derde, zodat [naam eiseres] ten aanzien van die twee polissen geen schade lijdt. [naam eiseres] beperkt haar vordering daarom tot polis 4.

4.2.

De rechtbank is van oordeel dat gedaagden niet aansprakelijk zijn. Het gevorderde zal daarom worden afgewezen. Dit oordeel berust op het volgende.

4.3.

De vordering van [naam eiseres] kan geen contractuele grondslag hebben, want [naam eiseres] heeft niet zelf de in geding zijnde overeenkomst(en) van levensverzekering gesloten. Het was haar levenspartner [naam 1] die dat deed. Dat impliceert dat [naam eiseres] hoogstens een vordering uit onrechtmatige daad kan hebben.

4.4.

Gedaagden hebben niet onrechtmatig gehandeld. Van [naam 1] mocht worden verwacht dat hij de persoon of personen die hij als begunstigde(n) van de polis wilde aanwijzen correct zou aanduiden. Ook mocht van [naam 1] worden verwacht dat hij wist in welke juridische/familiale verhouding hij tot de beoogde begunstigde(n) stond. Immers, dit betreft informatie van feitelijke aard die volledig in de sfeer van de verzekeringsnemer ligt. Meer specifiek mocht [naam 1] verondersteld worden bekend te zijn met het verschil tussen enerzijds een echtgenote dan wel geregistreerd partner en anderzijds een levenspartner met wie geen huwelijk of geregistreerd partnerschap is gesloten. Immers, dit verschil raakt ook andere facetten van het maatschappelijk verkeer. Door [naam eiseres] zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan dient te worden aangenomen dat [naam 1] niet van de (juridische) aard van zijn relatie met [naam eiseres] op de hoogte was. [naam eiseres] heeft in dat verband ook niets van belang gesteld over het ontwikkelingsniveau van [naam 1] , die ondernemer was.

4.5.

Daarbij komt dat zelfs als zou moeten worden aangenomen dat [naam 1] niet van de juiste status van zijn relatie met [naam eiseres] op de hoogte was, er geen feiten of omstandigheden zijn gesteld op grond waarvan [naam gedaagde] c.s. dit zouden hebben moeten begrijpen. Temeer niet, nu [naam eiseres] zelf bij de wijziging van polis 2 heeft ondertekend als de echtgenote van [naam 1] . Gedaagden mochten er daarom op vertrouwen dat [naam eiseres] de echtgenote was van [naam 1] en gedaagden behoefden dat niet meer te verifiëren.

4.6.

Ten overvloede tekent de rechtbank aan dat er ook nog een andere hobbel genomen had moeten worden, wil de vordering van [naam eiseres] toewijsbaar zijn. Het is niet zonder meer gezegd dat [naam eiseres] schade lijdt door de gestelde normschending. De schade moet worden vastgesteld door een vergelijking te maken tussen de situatie dat de normschending wel heeft plaatsgevonden en het scenario in het geval dat die schending niet heeft plaatsgevonden. [naam eiseres] gaat ervan uit dat dat [naam 1] zou hebben bedoeld [naam eiseres] als (mede-) begunstigde van polis 4 aan te wijzen. Die stelling kán juist zijn maar zeker is dat niet. Denkbaar is bijvoorbeeld dat [naam 1] gewild had dat de uitkering uit polis 4 volledig naar zijn kinderen zou gaan. Omdat echter de vordering toch al niet toewijsbaar is behoeft deze kwestie niet verder onderzocht te worden.

4.7.

[naam eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van gedaagden. Deze kosten worden begroot op € 2.063, zijnde € 937 aan griffierecht en € 1.126 aan salaris advocaat (conform de Liquidatietarieven: 2 punten, tarief II ad € 563 per punt voor een vordering van onbepaalde waarde). De proceskostenvergoeding zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente en nakosten. De nakosten zijn toewijsbaar overeenkomstig de thans daarvoor geldende tarieven. De proceskostenveroordeling zal, zoals gevorderd, uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt [naam eiseres] in de proceskosten van de gedaagden, tot op heden begroot op € 2.063, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening,

5.3.

veroordeelt [naam eiseres] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [naam eiseres] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met € 83 en de explootkosten van betekening, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. den Hollander. Het is ondertekend en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 11 augustus 2021.

[2517/2872]