Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:7724

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-06-2021
Datum publicatie
12-08-2021
Zaaknummer
C/10/617917 / FA RK 21-3454
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg. Afwijzen, betrokkene heeft een zelfbindingsverklaring opgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/617917 / FA RK 21-3454

Externe referentie: [referentienummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 2 juni 2021 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] te [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende en verblijvende te [plaats] ,

advocaat mr. M.H. de Lange te Vlaardingen.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 4 mei 2021.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1] , psychiater, van 26 april 2021;

  • -

    de zorgkaart van 20 april 2021;

  • -

    het zorgplan van 20 april 2021;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft in eerste instantie plaatsgevonden op 18 mei 2021. Tijdens die mondelinge behandeling is de zaak aangehouden, teneinde betrokkene in de gelegenheid te stellen een zelfbindingsverklaring op te stellen of een plan van aanpak te maken. Van die mondelinge behandeling is een proces-verbaal opgemaakt.

1.3.

De rechtbank heeft vervolgens op 31 mei 2021 de volgende stukken ontvangen:

  • -

    de zelfbindingsverklaring van 28 mei 2021;

  • -

    een verklaring als bedoeld in artikel 4:1 lid 7 Wvggz, van [naam psychiater 2] , psychiater, van 28 mei 2021, waaruit blijkt dat betrokkene ten tijde van het opstellen van de zelfbindingsverklaring tot een redelijke waardering van haar belangen in staat was;

  • -

    het zorgplan van 20 april 2021.

1.4.

De mondelinge behandeling van het verzoek is voortgezet op 2 juni 2021.

Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met haar hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam verpleegkundige] , verpleegkundige, verbonden aan Antes.

1.5.

De officier is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2. Beoordeling

2.1.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een bipolaire-I-stoornis.

2.2.

Om ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, heeft betrokkene zorg nodig. Betrokkene heeft daartoe met haar behandelaren een zelfbindingsverklaring opgesteld die is ondertekend door betrokkene, de zorgverantwoordelijke en de geneesheer-directeur. In deze zelfbindingsverklaring staat dat betrokkene wil dat er verplichte zorg aan haar wordt verleend wanneer zij niet met het ambulante team tot zorg kan komen op de momenten dat zij manisch aan het worden is. Op zulke momenten is betrokkene drukker aan het praten, haar leefomgeving wordt rommelig, zij kan niet langer met stressvolle situaties omgaan en zij leeft in een andere werkelijkheid. Ook staat in de zelfbindingsverklaring omschreven dat de vormen van zorg ‘het toedienen van medicatie, het in gesprek gaan met de ambulante behandeling en indien noodzakelijk eventuele opname’ mogen worden verleend. De verplichte zorg mag maximaal vier weken duren. Tijdens de mondelinge behandeling is besproken dat het zorgplan van 20 april 2021 op korte termijn zal worden aangepast aan de huidige situatie van betrokkene.

2.3.

Uit de zelfbindingsverklaring blijkt naar het oordeel van de rechtbank in voldoende mate dat er mogelijkheden zijn voor zorg op basis van vrijwilligheid. Dit heeft tot gevolg dat er niet meer wordt voldaan aan het bepaalde in artikel 3:3 Wvggz. Het verzoek dient daarom te worden afgewezen.

3. Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.

Deze beschikking is op 2 juni 2021 mondeling gegeven door mr. J. van Driel, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 9 juni 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.