Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:7681

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
07-06-2021
Datum publicatie
05-08-2021
Zaaknummer
C/10/618076 / JE RK 21-1232 (verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing), C/10/618099 / JE RK 21-1235 (verzoek wijziging verblijfplaats)
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

verzoekschrift inzake verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing en verzoekschrift toestemming tot

wijziging verblijf

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

Zaaknummer: C/10/618076 / JE RK 21-1232 (verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing), C/10/618099 / JE RK 21-1235 (verzoek wijziging verblijfplaats)

Datum uitspraak: 7 juni 2021

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling, verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en toestemming wijziging verblijf

in de zaken van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2008 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader] ,

Mr. L.A. MIDDELKOOP,

hierna te noemen: de bijzondere curator, kantoorhoudende te Rotterdam.

De kinderrechter merkt als informant aan:

[naam grootmoeder] ,

hierna te noemen: de grootmoeder, wonende te [woonplaats grootmoeder] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 mei 2021, ingekomen bij de griffie

op 6 mei 2021, ingeschreven onder zaaknummer 618076;

- het afzonderlijke verzoekschrift met bijlagen van de GI van 6 mei 2021, ingekomen bij de griffie op 6 mei 2021, ingeschreven onder zaaknummer 618099;

- de toetsing voorgenomen besluit verlenging ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing na twee jaar van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 14 mei 2021, ingekomen bij de griffie op 17 mei 2021.

Op 7 juni 2021 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden en heeft de kinderrechter de zaken met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
- [voornaam minderjarige] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord, in het bijzijn van de

bijzondere curator;
- de moeder;

- de vader;

- de grootmoeder;

- [persoon A] namens de GI.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige] verblijft op een leefgroep van Horizon Rijnhove.

Bij beschikking van 20 juni 2019 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld tot 20 juni 2020. Deze maatregel is daarna verlengd, voor het laatst tot 20 juni 2021.

De kinderrechter heeft bij beschikking van 20 juni 2019 tevens een machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] bij de grootouders (moederszijde) verleend tot

20 december 2019. Deze maatregel is daarna verlengd, voor het laatst tot 20 juni 2021.

Bij beschikking van 5 december 2019 - en bij beschikking van 4 juni 2020 - is

mr. L.A. Middelkoop benoemd tot bijzondere curator over [voornaam minderjarige] . Deze benoeming geldt tot 20 juni 2021.

De verzoeken

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen met een jaar.

Tevens wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden met ingang van 20 juni 2021.

Daarnaast verzoekt de GI toestemming te verlenen tot wijziging in het verblijf van [voornaam minderjarige] naar Horizon Rijnhove, de groep de Merel, te Alphen aan den Rijn. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

Ter zitting heeft de GI de verzoeken gehandhaafd en als volgt toegelicht.

[voornaam minderjarige] is op 29 maart 2021 op de leefgroep geplaatst. Hiervoor verbleef zij bij de grootouders van moederszijde. In oktober 2020 heeft [voornaam minderjarige] een poging tot suïcide ondernomen. Hierop is Yulius met behandeling van [voornaam minderjarige] gestart en in de opvoedingssituatie bij de grootmoeder is intensieve thuisbegeleiding ingezet.

Op de leefgroep hebben veel incidenten plaats gehad. Zo is [voornaam minderjarige] op 5 mei 2021 vanaf de groep weggelopen met een 22-jarige man en heeft zij op 17 mei 2021 opnieuw een serieuze poging tot suïcide ondernomen door op het tramspoor te gaan liggen. Met alle betrokkenen heeft overleg plaatsgehad over wat het best passend voor [voornaam minderjarige] zou zijn. Een klinische opname bij Inktvis (Youz) is overwogen. Met [voornaam minderjarige] zijn de regels besproken en zijn afspraken gemaakt. Op 26 mei 2021 vond echter weer een incident plaats. [voornaam minderjarige] bleek op haar kamer papieren in brand te hebben gestoken. De jeugdbeschermer is de dag daarna bij [voornaam minderjarige] op bezoek geweest. Er is afgesproken dat als [voornaam minderjarige] zich de twee weken daarop niet aan de regels zou houden, naar een andere plek (mogelijk in een accommodatie voor gesloten jeugdhulp) gezocht zou gaan worden. Vanaf 27 mei 2021 hebben geen incidenten meer plaatsgevonden. Wel laat [voornaam minderjarige] onvoorspelbaar gedrag zien. Duidelijk is dat [voornaam minderjarige] behandeling en begeleiding nodig heeft. De relatie tussen de grootmoeder en de moeder is verstoord geraakt. Ook zijn er spanningen tussen [voornaam minderjarige] en de grootmoeder. De GI wil op korte termijn een systeemweekend organiseren. De grootmoeder heeft een training gehad voor het leren omgaan met getraumatiseerde kinderen. De GI heeft er vertrouwen in dat de onderlinge relaties zullen verbeteren. [voornaam minderjarige] leert dat incidenten niet nodig zijn om dingen af te dwingen. Op 27 mei 2021 vertelde ze de jeugdbeschermer dat ze niet meer van plan is om onvoorspelbare dingen te doen. Het heeft indruk op [voornaam minderjarige] (en de anderen op de groep) gemaakt dat een groepsgenoot gesloten is geplaatst.

Het standpunt van de moeder

De moeder heeft te kennen gegeven dat zij zich met de verzoeken kan verenigen. Zij hoopt dat alle betrokkenen zich voor [voornaam minderjarige] in zullen zetten. Na het laatste gesprek met de jeugdbeschermer begrijpt [voornaam minderjarige] dat zij haar best moet doen als ze iets wil bereiken. [voornaam minderjarige] had eerst geen perspectief op verlof. Als beloning voor haar goede gedrag mag [voornaam minderjarige] nu met weekendverlof naar de moeder. Zij doen leuke dingen, zoals paardrijden. Het verlof moet echter langzaam worden opgebouwd.

Het standpunt van de vader

De vader heeft medegedeeld dat hij nu zeven jaar geen contact met [voornaam minderjarige] heeft. Hij heeft de stukken in het dossier gelezen en herkent zichzelf in hetgeen hij over [voornaam minderjarige] leest. In het verleden hoorde de vader - net als [voornaam minderjarige] - stemmen in zijn hoofd. Hij heeft hiervoor behandeling gehad. Hoewel de vader [voornaam minderjarige] haar uitjes van harte gunt en een plaatsing op een open groep beter is dan een verblijf bij de moeder of de grootmoeder, zou hij meer geruststelling hebben als [voornaam minderjarige] gesloten geplaatst zou worden. Hij denkt namelijk dat [voornaam minderjarige] zich nu mogelijk zogenaamd meegaand opstelt, maar dat zij plannen maakt om zichzelf iets aan te doen.

Het standpunt van de bijzondere curator

De bijzondere curator heeft namens [voornaam minderjarige] kenbaar gemaakt met de verzoeken in te stemmen. In de afgelopen periode is veel gebeurd. [voornaam minderjarige] heeft het op de groep in Rijnhove naar haar zin en wil hier blijven. Ook heeft zij een goed gesprek met de moeder gehad. Het is de komende periode van belang dat [voornaam minderjarige] haar behandeling goed afrondt.

De mening van de grootmoeder

De grootmoeder heeft medegedeeld dat het in de periode dat [voornaam minderjarige] bij haar verbleef, het eerst goed ging. De grootmoeder kan achter een verblijf bij Rijnhove staan en wil graag een oma voor [voornaam minderjarige] zijn. De deur staat open voor [voornaam minderjarige] . Zij geeft de voorkeur aan een aanmelding bij Inktvis. Daar kan [voornaam minderjarige] behandeling krijgen.

De beoordeling

Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW).

Op grond van artikel 1:265i, eerste lid BW behoeft de GI de toestemming van de kinderrechter voor wijziging in het verblijf van een minderjarige die ten minste een jaar door een ander als de ouder is opgevoed en verzorgd als behorende tot zijn gezin.

De kinderrechter is van oordeel dat de wijziging van het verblijf van [voornaam minderjarige] toegewezen kan worden. De verzoeken zijn niet weersproken.

Gebleken is dat [voornaam minderjarige] bij de grootouders gedurende een lange periode een stabiele verzorgings- en opvoedingsklimaat had, wat haar meer rust gaf. Vanaf oktober 2020 namen de zorgen echter toe. [voornaam minderjarige] liet suïcidaal gedrag zien en zij verklaarde dat zij al een geruime periode met negatieve gedachten rondloopt. De opvoedsituatie bij de grootouders kwam steeds meer onder druk te staan. De behandeling van Yulius en de ingezette intensieve thuisbegeleiding van Youz hebben tot onvoldoende verbetering geleid. Als oplossing zag men - ook [voornaam minderjarige] - alleen een plaatsing in een instelling.

In het belang van [voornaam minderjarige] , acht de kinderrechter het noodzakelijk dat de komende periode zal worden ingezet op behandeling en rust op Horizon Rijnhove, zodat [voornaam minderjarige] zich evenwichtig kan ontwikkelen. Daarnaast acht de kinderrechter het van belang dat [voornaam minderjarige] contact houdt met de moeder en dat wordt geïnvesteerd in een verbetering in de onderlinge contacten. De behoeften van [voornaam minderjarige] dienen hierbij leidend te zijn.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 20 juni 2022;

verleent de GI toestemming tot wijziging van het verblijf van [voornaam minderjarige] naar een verblijfaccommodatie zorgaanbieder 24-uurs, te weten Horizon Rijnhove

te Alphen aan de Rijn;

verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 20 juni 2022;

benoemt (opnieuw) tot bijzondere curator teneinde [voornaam minderjarige] te vertegenwoordigen:

mr. L.A. Middelkoop, kantoorhoudende aan de Westersingel 92, 3015 LC Rotterdam;

bepaalt dat de benoeming tot bijzondere curator geldt tot 20 juni 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2021 door

mr. J.C.M. Persoon, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.A. den Hartog, als griffier.

Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op 22 juni 2021.

De kinderrechter is buiten staat verklaard

deze beschikking te ondertekenen.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.