Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:7576

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-06-2021
Datum publicatie
13-08-2021
Zaaknummer
C/10/601196 / JE RK 20-2128
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling. De GI heeft onvoldoende gedaan met de punten die in een eerdere beschikking zijn opgeschreven. Op dit moment doet de curieuze situatie zich voor dat de ouders voornamelijk niet in staat zijn om de noodzakelijke hulpverlening te aanvaarden, omdat de GI die niet aanbiedt. De GI dient de ouders veel meer te gaan betrekken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/601196 / JE RK 20-2128

datum uitspraak: 29 juni 2021

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2006 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:

- de beschikking van deze rechtbank van 11 maart 2021 en de daaraan ten grondslag liggende stukken;

- de briefrapportage van de GI van 11 juni 2021, ingekomen bij de griffie op diezelfde datum.

Op 29 juni 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord zijn:

- de ouders, bijgestaan door hun advocaat mr. J.A. Smits,

- een vertegenwoordigster van de GI, [naam vertegenwoordigster] .

Opgeroepen en niet verschenen is [voornaam minderjarige] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige] woont bij de ouders.

Bij beschikking van 11 maart 2021 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot 1 juli 2021. Het verzoek is voor het overige aangehouden.

Het aangehouden verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van één jaar, te weten tot 1 oktober 2021.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht.

Er zijn al veel verschillende jeugdbeschermers betrokken geweest, waardoor de hulpverlening niet van de grond is gekomen. Ook bij deze behandeling speelt dit, want de huidige jeugdbeschermer kon ter zitting niet aanwezig zijn. De ouders hebben zelf contact opgenomen met een onderwijsconsulent, maar die heeft de ouders terugverwezen naar de GI in verband met financiering. Uit een intern overleg binnen de GI is gebleken dat Timon een leertraject met MDFT zou kunnen aanbieden. Hier staat een intake voor gepland. Er zal dan gekeken worden naar wat [voornaam minderjarige] aan kan en hoe ze uit haar sociaal isolement gehaald kan worden. De ouders geven aan dat het traject bij Timon niet met hen is besproken en bovendien ook niet passend is voor de problematiek van [voornaam minderjarige] . Timon is echter de enige instelling die een dergelijk traject kan aanbieden. Ter zitting komt naar voren dat de ouders door de GI niet betrokken zijn bij het overleg over welke hulpverlening ingezet dient te worden. Nu de ouders aangeven aan alle hulpverlening mee te willen werken, kan wellicht ook het wijkteam ingezet worden.

Het standpunt van de ouders

Door en namens de ouders is geen verweer gevoerd tegen het verzoek. Het zit de ouders heel hoog. Ze hebben al veel meegemaakt met [voornaam minderjarige] . De ouders en hulpverlening vinden dat [voornaam minderjarige] naar school moet en sociale contacten moet hebben, maar [voornaam minderjarige] geeft zelf aan dat ze gelukkig is. De vraag is of ze wel geïsoleerd is en of ze door haar autisme niet overbelast wordt met meer sociale contacten. Via via moesten de ouders horen dat [voornaam minderjarige] stond aangemeld voor een hulpverleningstraject in Drenthe. De ouders zijn hun vertrouwen in de GI verloren. Ze willen meegenomen worden in de beslissingen. Er is in de laatste twee jaar weinig gebeurd. Een ondertoezichtstelling moet wel ergens aan bijdragen en dat gebeurt nu niet. Het wijkteam is eerder ook al betrokken geweest.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat er nog niet gesproken kan worden van een positieve ontwikkeling. In de beschikking van 11 maart 2021 heeft de kinderrechter expliciet benadrukt dat het van groot belang is dat de ouders betrokken en gekend moeten worden in het traject van de hulpverlening, ook in de keuze en afwegingen voorafgaand. Er dient met de ouders besproken te worden aan welke hulpverlening de GI denkt en voordat deze hulpverlening daadwerkelijk ingezet wordt, dient dit overlegd te worden met de ouders. Uit de reactie van de ouders en de vertegenwoordiger van de GI ter zitting blijkt dat de GI aan deze duidelijke opdracht geen gehoor heeft gegeven. De ouders geven aan niet betrokken te worden door de GI en vaak pas achteraf te horen te krijgen wat de GI voornemens is. Daarnaast heeft de kinderrechter in eerdergenoemde beschikking de GI verzocht om uitgebreid te rapporteren over de huidige stand van zaken, met daarin informatie over welke hulpverlening al dan niet passend is voor [voornaam minderjarige] . De briefrapportage van 11 juni 2021 omvat een uitgebreide omschrijving van de problematiek van [voornaam minderjarige] , welke al jaren onveranderd is, maar geeft vervolgens minimale informatie over wat de GI in de afgelopen periode heeft ondernomen om de situatie te verbeteren. Het is betreurenswaardig dat de GI geen gehoor heeft gegeven aan deze punten die helder zijn verwoord in de beschikking van 11 maart 2021.

In de tussentijd zijn de zorgen om de schoolgang en sociale contacten van [voornaam minderjarige] nog steeds aanwezig en kan er nog niet gesproken worden van een verbetering. De kinderrechter onderschrijft het standpunt van de advocaat van de ouders dat de ondertoezichtstelling wel iets moet bijdragen aan de huidige situatie. Daarnaast heeft de GI ter zitting aangeven dat zij, gelet op de houding van de ouders, overwegen om na te denken of de hulpverlening ook vorm kan krijgen binnen het vrijwillige kader. Wanneer de ondertoezichtstelling echter nu al afgesloten zal worden, bestaat de kans dat alles stil komt te liggen en dat er de komende periode geen stappen meer worden gezet om [voornaam minderjarige] te helpen. Er dient goed gekeken te worden naar wat [voornaam minderjarige] nodig heeft, maar de ouders geven aan bereid te zijn om mee te willen werken aan de hulpverlening, wat een verlenging van de ondertoezichtstelling over een paar maanden waarschijnlijk niet meer noodzakelijk maakt. Voor de komende maanden is het van belang dat gekeken gaat worden welke hulpverlening passend is en of een overdracht naar het wijkteam mogelijk is. De kinderrechter benadrukt dat dit alles bovenal in overleg met de ouders gedaan dient te worden. Op dit moment doet de curieuze situatie zich voor dat de ouders voornamelijk niet in staat zijn om de noodzakelijke hulpverlening te aanvaarden, omdat de GI die niet aanbiedt.

Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen voor de resterende termijn van het verzoek, te weten tot 1 oktober 2021.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot 1 oktober 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2021 door mr. M. van Kuilenburg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E. den Breejen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2021.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 16 juli 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.