Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:7547

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-08-2021
Datum publicatie
10-08-2021
Zaaknummer
C/10/618353 / HA RK 21-541
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Benoeming vereffenaar op verzoek van voormalig bewindvoerder. Nalatenschap van erflater is onbeheerd. Bewindvoerder heeft zich als enige over de nalatenschap ontfermd. De bewindvoerder mag de kosten van het verzoek ten laste van de nalatenschap brengen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ERF-Updates.nl 2021-0236
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team handel en haven

Zittingsplaats Rotterdam

zaaknummer / rekestnummer: C/10/618353 / HA RK 21-541

Beschikking van 2 augustus 2021

in de zaak van

[verzoeker] , h.o.d.n. [naam bedrijf] ,

wonende te [woonplaats verzoeker] ,

verzoeker,

advocaat mr. J.J.M. Melissen te Apeldoorn.

1. Het procesverloop

1.1.

Op 7 mei 2021 is ter griffie ingekomen het verzoekschrift van verzoeker om een vereffenaar te benoemen, met producties.

1.2.

Op 9 juni 2021 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden door middel van een videoverbinding met het programma Skype voor Bedrijven. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn advocaat.

1.3.

Op 16 juli 2021 heeft de advocaat van verzoeker twee verklaringen uit het Centraal Testamentenregister overgelegd van 14 juli 2021.

1.4.

De datum van deze beschikking is vervolgens bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

2.1.

Op 14 maart 2019 is te Rotterdam overleden de heer [erflater] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , laatstelijk wonende aan het adres [adres 1] , [postcode 1] te Rotterdam (hierna: erflater).

2.2.

Volgens het Centraal Testamentenregister heeft erflater geen testament opgemaakt. Erflater was ten tijde van zijn overlijden ongehuwd en niet geregistreerd als partner. Erflater heeft geen kinderen achtergelaten.

2.3.

Verzoeker is door de kantonrechter te Rotterdam tot bewindvoerder benoemd over de goederen die (zullen) toebehoren aan erflater.

3. Het verzoek en de beoordeling daarvan

3.1.

Erflater woonde op het moment dat hij overleed in Rotterdam. Gelet op deze woonplaats is de rechtbank Rotterdam, op grond van artikel 268 lid 1 Rv, bevoegd om van dit verzoek kennis te nemen.

3.2.

Het verzoek strekt tot benoeming van verzoeker tot vereffenaar in de nalatenschap van erflater, omdat de nalatenschap onbeheerd is. Verzoeker heeft artikel 4:204 lid 1 onder a BW aan zijn verzoek ten grondslag gelegd.

3.3.

Op grond van artikel 4:204 lid 1 onder a BW kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende een vereffenaar benoemen. Als de nalatenschap niet onder voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, kan de rechtbank tot die benoeming besluiten wanneer er geen erfgenamen zijn, wanneer het niet bekend is of er erfgenamen zijn of wanneer de nalatenschap niet door een executeur wordt beheerd en de erfgenamen die bekend zijn haar geheel of ten dele onbeheerd laten.

3.4.

De vraag die als eerste beantwoord moet worden is of verzoeker als belanghebbende kan worden aangemerkt. De rechtbank is van oordeel dat verzoeker voldoende heeft onderbouwd dat hij belanghebbende bij dit verzoek is. Verzoeker is de voormalig bewindvoerder van erflater. Hij heeft het vermogen voor erflater beheerd tot zijn overlijden. Het bewind over de goederen van erflater is door het overlijden van erflater weliswaar beëindigd, maar verzoeker heeft na het overlijden van erflater nog wel verplichtingen. Verzoeker blijft op grond van artikel 1:448 lid 3 BW verplicht om al datgene te doen, wat niet zonder nadeel van rechthebbende kan worden uitgesteld, totdat degene die na hem tot het beheer van de goederen bevoegd is, dit heeft aanvaard. Daarnaast moet verzoeker als bewindvoerder ook rekening en verantwoording afleggen aan de eventuele erfgenamen van erflater aan het einde van het bewind (artikel 1:445 lid 1 BW). Gelet hierop zal vastgesteld moeten worden wie de erfgenamen van erflater zijn, zodat verzoeker belang heeft bij het benoemen van een vereffenaar.

3.5.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft verzoeker ook toegelicht dat hij kosten heeft moeten maken na het overlijden van erflater, omdat de nalatenschap onbeheerd was. Verzoeker is gelet hierop ook schuldeiser van de nalatenschap, zodat hij ook om die reden belangende is bij dit verzoek.

3.6.

Voorts zal beoordeeld moeten worden of aan de andere voorwaarden van artikel 4:204 lid 1 onder a BW is voldaan. De nalatenschap is niet onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaard. Volgens verzoeker is het ook niet bekend of er erfgenamen zijn en is de nalatenschap thans onbeheerd. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat ook aan de andere voorwaarden van artikel 4:204 lid 1 BW is voldaan, zodat het verzoek wordt toegewezen.

3.7.

Verzoeker heeft voorgesteld om hemzelf als vereffenaar te benoemen. Nu verzoeker bewindvoerder van erflater is geweest en op de hoogte is van zijn vermogen, zal de rechtbank dit verzoek toewijzen en verzoeker tot vereffenaar benoemen.

3.8.

Een vereffenaar moet op grond van artikel 4:225 BW een onderzoek doen naar de erfgenamen van erflater. De rechtbank zal verzoeker opdragen om dit ook te doen. Hij kan daarvoor eventueel met behulp van zijn advocaat en een notaris het Genealogisch Bureau in Den Haag benaderen en de kosten van een erfgenamenonderzoek ten laste van de nalatenschap brengen.

3.9.

De rechtbank kan niet beslissen op het verzoek van verzoeker om hem een uurtarief van € 96,80 inclusief btw toe te kennen. Het is aan de kantonrechter om te beslissen over het uurtarief van de vereffenaar, zodat verzoeker zijn verzoek te zijner tijd separaat aan de kantonrechter moet voorleggen.

3.10.

Verzoeker mag de kosten van dit verzoek ten laste van de nalatenschap brengen. De kosten die een beoogd vereffenaar heeft gemaakt voorafgaand aan de formele benoeming tot vereffenaar zijn – in beginsel – geen vereffeningskosten en kunnen niet worden verhaald op de nalatenschap. De rechtbank ziet in deze situatie waarin op dit moment geen erfgenamen bekend zijn, de nalatenschap onbeheerd is en verzoeker zich als enige over de nalatenschap heeft ontfermd echter wel grond om de nalatenschap te veroordelen in de kosten van deze procedure, zodat verzoeker langs die weg de kosten van dit verzoek ten laste van de nalatenschap kan brengen. Het is immers niet redelijk als verzoeker zelf deze kosten moet dragen. Bij deze beslissing weegt ook mee dat de nalatenschap volgens verzoeker voldoende toereikend is om deze kosten te kunnen dragen. De kosten van dit verzoek omvatten het griffierecht van € 309,- en de daadwerkelijke advocaatkosten van verzoeker ten behoeve van dit verzoek. Een en ander dient inzichtelijk te worden gemaakt in de door de vereffenaar af te leggen rekening en verantwoording.

4. De beslissing

De rechtbank

benoemt:

de heer [verzoeker], h.o.d.n. [naam bedrijf],

wonende aan de [adres 2] , [postcode 2] te [woonplaats verzoeker] ,

tot vereffenaar van de nalatenschap van:

[erflater] ,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,

laatstelijk wonende aan de [adres 1] , [postcode 1] te [woonplaats] ,

overleden op [datum overlijden] te Rotterdam;

verzoekt en – voor zoveel nodig – beveelt de vereffenaar om zo spoedig mogelijk een erfgenamenonderzoek te laten uitvoeren en binnen drie maanden na heden aan de kantonrechter te Rotterdam verslag te doen van de resultaten daarvan;

veroordeelt de nalatenschap van erflater in de kosten van deze procedure, omvattende het griffierecht van € 309,- en de daadwerkelijke advocaatkosten van verzoekster;

verzoekt de griffier de benoeming onverwijld in te schrijven in het boedelregister van de rechtbank op voet van het bepaalde in artikel 4:206 lid 6 BW;

verzoekt de griffier de kantonrechter te Rotterdam op de hoogte te stellen van deze benoeming;

draagt de vereffenaar op de benoeming bekend te maken in de digitale Staatscourant;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. G.A.F.M. Wouters en in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2021.1

3120

1 Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.