Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:7340

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
29-06-2021
Datum publicatie
29-07-2021
Zaaknummer
C/10/620384 / FA RK 21-4612
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artikel 7:11 Wvggz. Zorgmachtiging aansluitend op crisismaatregel. Toegewezen voor de duur van 6 maanden. Betrokkene is 80 jaar. Verward gedrag, thans sprake van een psychische stoornis. Diagnostiek nog niet afgerond. Mogelijk geriatrisch.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/620384 / FA RK 21-4612

Externe referentie: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 29 juni 2021 betreffende een zorgmachtiging in aansluiting op een voortzetting crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene], [geboorteplaats betrokkene],

hierna: betrokkene,

wonende te [woonplaats betrokkene],

thans verblijvende te [verblijfplaats betrokkene],

advocaat mr. S. Lodder te Rotterdam.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 17 juni 2021.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 9 juni 2021;

  • -

    de zorgkaart van 2 juni 2021, niet ondertekend door betrokkene;

  • -

    het zorgplan van 31 mei 2021;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz; en

  • -

    de relevante politiegegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 juni 2021.

Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met advocaat mr. G. Ozveren, namens de hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    mr. B. de Ruijter, de officier; en

  • -

    [naam 2], arts, verbonden aan Antes.

2. Beoordeling

2.1.

Bij beschikking van deze rechtbank van 27 mei 2021, is op grond van artikel 7:7 Wvggz een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Tijdig, te weten op 17 juni 2021, is onderhavig verzoek ingediend.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten neurobiologische ontwikkelingsstoornissen en neurocognitieve stoornissen.

2.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van haar psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.

Bij betrokkene is vermoedelijk sprake van een neurocognitieve stoornis in combinatie met psychotische stoornissen. Betrokkene is klinisch opgenomen na overlastgevend gedrag in de woonomgeving en een uitgeput steunsysteem. Betrokkene woont op dit moment alleen, omdat haar partner revalideert in een verpleeghuis. De betrokken thuiszorg sloeg alarm vanwege warrig, onrustig en psychotisch gedrag van betrokkene. Medicatie van de huisarts had geen effect. Bij aanvang van de opname in de ouderenkliniek, die eerst vrijwillig was, vertoonde betrokkene ook psychotisch gedrag. Op korte termijn zal betrokkene onderzocht worden door een neuroloog teneinde een definitieve diagnose te kunnen stellen, om zo betrokkene passende behandeling en een geschikte woonplek te kunnen bieden – mogelijk in een verpleeghuis.

2.4.

Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en om de fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen in het geval diens gedrag als gevolg van haar psychische stoornis leidt tot ernstig nadeel daarvoor, heeft betrokkene verplichte zorg nodig. Buiten de kliniek dreigt er gevaar voor betrokkene en zij kan niet meer voor zichzelf zorgen.

2.5.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de arts dat het beeld van betrokkene complex is. Verdere diagnostiek is nog noodzakelijk en in het belang van betrokkene. Mede om die reden is de opname nog nodig.

Bij multiproblematiek, zoals in het geval van betrokkene, geldt dat de Wvggz van toepassing is als de psychische stoornis voorliggend is en als de zorgbehoefte van betrokkene aansluit bij de zorg die op dit moment wordt geboden vanuit de Wvggz. Uit de medische verklaring blijkt dat de psychiater als (voorlopige) diagnose neurocognitieve stoornis heeft gesteld en dat deze stoornis leidt tot het beschreven ernstig nadeel. Op grond van de stukken en de toelichting tijdens de mondelinge behandeling is het de rechtbank voldoende gebleken dat sprake is van een psychische stoornis en dat er daarnaast sprake is van een verstandelijke beperking. Het kan wel zo zijn dat in de toekomst naar aanleiding van de resultaten van de verdere diagnostiek, de geriatrische klachten, eventueel in combinatie met de verstandelijke beperking, wel de overhand gaan krijgen en dat betrokkene alsnog zorg nodig heeft in het kader van de Wzd.

Om die reden is thans verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie;

  • -

    het verrichten van medische controles;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid; en

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht, het toedienen van voeding, het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, het uitoefenen van toezicht op betrokkene, het onderzoek aan kleding of lichaam en het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.6.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.5. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 29 december 2021;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 29 juni 2021 mondeling gegeven door mr. A.C. Hendriks, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier, en op 12 juli 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.