Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:7320

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
15-06-2021
Datum publicatie
29-07-2021
Zaaknummer
C/10/619762 / FA RK 21-4324
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Artikel 6:4 Wvggz. Zorgmachtiging aansluitend op crisismaatregel. Toegewezen voor de duur van 6 maanden. Schizoaffectieve stoornis, autismespectrumstoornis en polymiddelengebruik.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/619762 / FA RK 21-4324

Externe referentie: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 15 juni 2021 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene], [geboorteplaats betrokkene],

hierna: betrokkene,

wonende te [woonplaats betrokkene],

thans verblijvende te [verblijfplaats betrokkene],

advocaat mr. M.G. Eckhardt te Den Haag.

1. Procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 7 juni 2021.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam 1], psychiater, van 26 mei 2021;

  • -

    het zorgplan van 30 april 2021;

  • -

    de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens en/of de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 juni 2021.

Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam 2], de officier;

  • -

    [naam 3], psychiater, en

  • -

    [naam 4], verpleegkundige, beiden verbonden aan GGZ Rivierduinen;

  • -

    [naam 5], psychiater, verbonden aan Fivoor.

2. Beoordeling

2.1.

Bij beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 17 mei 2021, is op grond van artikel 7:7 Wvggz een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend. Tijdig, te weten op 7 juni 2021, is onderhavig verzoek ingediend.

2.2.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten neurobiologische ontwikkelingsstoornissen, schizofreniespectrum - en andere psychotische stoornissen en middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.

Bij betrokkene is sprake van een schizoaffectieve stoornis, een autismespectrumstoornis en polymiddelengebruik. Op dit moment is er sprake van een psychotische stoornis met geloofsovertuigingen. Volgens eigen zeggen is betrokkene Achmed en Allah en is hij goddelijk en onsterfelijk. Tevens draagt betrokkene lange tijd dezelfde kleding en geeft hij aan niet te hoeven douchen omdat hij rein is. Betrokkene weigert al langere tijd medicatie, ook wanneer de familie daarop aandringt. Betrokkene heeft een beperkt ziekte inzicht en overziet de gevolgen van staken met medicatie niet. Zonder medicatie zal betrokkene opnieuw fors ontregelen en behoeft hij weer een langdurige opname om te stabiliseren. Tijdens eerdere psychotische episodes heeft betrokkene jarenlang behandeling afgehouden en was dwangbehandeling nodig om hem weer in te stellen op adequate medicatie. Behandeling in een ambulante setting is niet haalbaar en passende behandeling is alleen mogelijk middels een klinische opname met voldoende beveiligingsniveau.

2.3.

Het gedrag van betrokkene leidt als gevolg van zijn psychische stoornis tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander, de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept en de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

2.4.

Om ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en om de geestelijke gezondheid van betrokkene dusdanig te herstellen dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene verplichte zorg nodig.

2.5.

Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.

Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene onvoldoende bereid is om behandeling of zorg op vrijwillige basis te accepteren. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de psychiater van GGZ dat betrokkene al jaren bekend is binnen de GGZ. Het toestandsbeeld wordt forser, maar betrokkene kan zich sociaal wenselijk gedragen waardoor de psychose minder zichtbaar wordt voor anderen, wat een valkuil is voor de hulpverlening. De (gedwongen) depotmedicatie heeft jarenlang goed gewerkt, waardoor betrokkene redelijk kon functioneren. De ontregeling kwam niet onverwachts, maar was wel binnen een week acuut. Volgens de psychiater van Fivoor vertoont betrokkene binnen hun kliniek keurig gedrag. De voorgeschreven medicatie weigert betrokkene en als hij dwang ervaart, wordt zijn minder prettige kant zichtbaar.

Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift opgenomen vormen van verplichte zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en de bevindingen van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie;

  • -

    het verrichten van medische controles;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid;

  • -

    het insluiten;

  • -

    het uitoefenen van toezicht op betrokkene;

  • -

    het onderzoek aan kleding of lichaam;

  • -

    het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

  • -

    het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht, het toedienen van voeding en het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd en de behandelaar tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd heeft verklaard dat deze niet nodig zijn om het ernstig nadeel af te wenden.

2.6.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.7.

Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de verzochte duur van zes maanden met ingang van vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 december 2021;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 15 juni 2021 mondeling gegeven door mr. W.J. van den Bergh, rechter, in tegenwoordigheid van S.M. Plaisier-van Welie, griffier, en op 22 juni 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.