Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:724

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-01-2021
Datum publicatie
03-02-2021
Zaaknummer
8814031 / CV EXPL 20-30010
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding en ontruiming woning toegewezen. Feiten waarop de vordering is gebaseerd zijn niet betwist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8814031 / CV EXPL 20-30010

uitspraak: 22 januari 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats eiser] ,

eiser bij exploot van dagvaarding van 5 oktober 2020,

gemachtigde: BoitenLuhrs Incasso Gerechtsdeurwaarders te ‘s-Gravenhage,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde,

verschenen in persoon.

1. Het verloop van de procedure

Eiser heeft gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

  • -

    de huurovereenkomst tussen partijen met betrekking tot het gehuurde aan de [adres] te Rotterdam te ontbinden;

  • -

    gedaagde te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde binnen drie dagen na betekening van het vonnis en daarbij de sleutels ter vrije en algehele beschikking van eiser te stellen;

  • -

    gedaagde te veroordelen aan eiser te betalen:

o € 4.400,00 aan achterstallige huur berekend tot en met de maand januari 2021;

o € 37,74 aan rente berekend tot en met de dag der dagvaarding;

o de rente over € 3.200,00 vanaf de dag der dagvaarding;

o € 400,00 (exclusief eventuele huurverhoging) voor iedere maand die gedaagde voormeld gehuurde na januari 2021 in bezit zal houden, waarbij een ingegane maand voor een volle maand gerekend wordt;

o € 490,05 aan buitengerechtelijke kosten;

- gedaagde te veroordelen tot betaling van de kosten van dit geding.

Gedaagde heeft op de eis geantwoord.

Bij tussenvonnis van 21 oktober 2020 heeft de kantonrechter een mondelinge behandeling bepaald, die op 5 januari 2021 heeft plaatsgevonden. Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden door de griffier.

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De beoordeling

Gedaagde heeft de feiten waarop de vordering is gebaseerd niet betwist.

De vordering is op de wet gegrond en de hoogte van de betalingsachterstand rechtvaardigt ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling tot ontruiming van het gehuurde.

De vordering wordt dan ook toegewezen, met inachtneming van het volgende. Ter zitting heeft gedaagde gesteld het gehuurde reeds vanaf mei 2020 te hebben ontruimd en dat er in het gehuurde geen spullen van hem meer aanwezig zijn. De (drie) sleutels van het gehuurde heeft gedaagde ter zitting overhandigd aan de gemachtigde van eiser. De gemachtigde van eiser gaf aan op dat moment niet te kunnen controleren of dit daadwerkelijk de sleutels van het gehuurde betrof. De gevorderde overgave van de sleutels zal dan ook - zekerheidshalve - worden toegewezen.

Gedaagde wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld, bestaande uit verschotten en gemachtigdensalaris. De verschotten worden vastgesteld op € 105,03 aan explootkosten en € 236,00 aan griffierecht. Aan gemachtigdensalaris wordt in totaal twee punten à € 210,00 (gebaseerd op het totale bedrag dat ten tijde van het uitbrengen van het exploot van dagvaarding toewijsbaar was) toegekend.

3. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen € 4.927,79 (bestaande uit achterstallige huur tot en met de maand januari 2021, rente berekend tot en met de dagvaarding en buitengerechtelijke kosten), vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW over een bedrag van € 3.200,00 aan hoofdsom vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

ontbindt de bovengenoemde huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt gedaagde om binnen drie dagen na de uitspraak van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle personen en zaken die zich vanwege gedaagde daar bevinden en het gehuurde ter beschikking van eiser te stellen en de sleutels ter vrije en algehele beschikking van eiser te stellen;

veroordeelt gedaagde om aan eiser te betalen € 400,00 (exclusief eventuele huurverhoging) met ingang van de maand februari 2021 tot en met de maand waarin de ontruiming plaatsvindt;

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van eiser vastgesteld op € 341,03 aan verschotten en € 420,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. drs. D.L. Spierings en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

[46009]