Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:7177

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-06-2021
Datum publicatie
27-07-2021
Zaaknummer
KTN-8798122_22062021
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Vernietiging ontslag op staande voet. Strijd met opzegverbod tijdens ziekte. Verzoekster was door psychische stoornis op ontslagdatum niet geschikt voor haar functie in volledige omvang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0956
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8798122 VZ VERZ 20-18099

uitspraak: 22 juni 2021

beschikking van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats verzoekster],

verzoekster,

gemachtigde: mr. N.S. de Haas, advocaat te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VANAD Contact Centers Nederland B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

verweerster,

gemachtigde: mr. R.H. Stam, advocaat te Utrecht.

Partijen worden hierna aangeduid als “[verzoekster]” en “VANAD”.

1. Het verloop van de procedure

1.1

Van de volgende processtukken is kennisgenomen:

  • -

    het verzoekschrift van [verzoekster] van 2 oktober 2020, met producties 1 tot en met 10;

  • -

    het verweerschrift van VANAD, met producties 1 tot en met 4;

  • -

    de aantekeningen van de op 16 november 2020 gehouden mondelinge behandeling en de bij die gelegenheid door de gemachtigde van [verzoekster] overgelegde pleitnotities;

  • -

    de brief van VANAD, ontvangen op 20 november 2020, met als productie 5 een terugkoppeling van de bedrijfsarts van 18 november 2020;

  • -

    de brief van [verzoekster], ontvangen op 20 november 2020, houdende mededeling dat een aanvraag om een deskundigenoordeel is ingediend bij het Uwv en verzocht is om aanhouding in afwachting van de uitkomst daarvan;

  • -

    de brieven van partijen van 23 en 24 november 2020;

  • -

    het e-mailbericht van de griffier waarin is meegedeeld dat het deskundigenoordeel van het Uwv wordt afgewacht alvorens uitspraak te doen;

  • -

    het e-mailbericht van de gemachtigde van [verzoekster], met als productie 11 het deskundigenoordeel van het Uwv van 18 januari 2021;

  • -

    de e-mailberichten van de griffier van 29 januari 2021 en 2 februari 2021 aan de gemachtigden van partijen;

  • -

    het e-mailbericht van de gemachtigde van [verzoekster] van 26 februari 2021, waarin verzocht is een beschikking te geven;

  • -

    de brief van 26 februari 2021 waarmee de huidige gemachtigde van VANAD zich heeft gesteld en waarin verzocht is om te mogen reageren in verband met nieuwe feiten en omstandigheden die zijn opgekomen;

  • -

    het e-mailbericht van de griffier waarin partijen is meegedeeld dat een nadere schriftelijk ronde komt in deze zaak en aan de gemachtigde van VANAD de gelegenheid is gegeven om uiterlijk op 30 maart 2021 schriftelijk te reageren en aan de gemachtigde van [verzoekster] te kennen is gegeven dat hij daarna gelegenheid krijgt om daarop te reageren;

  • -

    het aanvullende verweerschrift van VANAD, met bijlage;

  • -

    de schriftelijke reactie daarop van [verzoekster].

1.2

De datum van de uitspraak van de beschikking is bepaald op heden.

2. De feiten

In deze procedure wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1

VANAD is een onderneming die zich hoofdzakelijk bezig houdt met het verrichten van

callcenterdiensten voor derden, voornamelijk in retail en telecommunicatie.

2.2

Op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is [verzoekster] op

3 februari 2020 bij VANAD in dienst getreden in de functie van Klantexpert, voor 36 uur per week (parttime, 90%), laatstelijk, in de maand juli 2020, tegen een salaris van € 1.621,60 bruto per maand (inclusief toeslaguren en onregelmatigheidstoeslagen), plus 8% vakantietoeslag. Wat betreft de werktijden is overeengekomen dat de uren worden gewerkt op maandag tot en met zaterdag tussen 8:00 en 22:00 uur, flexibel in te delen in overleg met de leidinggevende en/of afdeling Workforce Professionals. [verzoekster] is werkzaam geweest op het project Intergamma.

2.3

Medio maart 2020 heeft VANAD in navolging van de maatregelen van overheidswege tegen verspreiding van het coronavirus haar medewerkers opgedragen om zoveel mogelijk vanuit huis te gaan werken, zo ook [verzoekster], aan wie daartoe op 27 maart 2020 een laptop ter beschikking is gesteld.

2.4

Eind maart / begin april 2020 heeft [verzoekster] zich genoodzaakt gezien haar woning te verlaten en is zij tijdelijk ingetrokken bij een vriendin. [verzoekster] heeft vervolgens een kamer kunnen huren, maar die huurovereenkomst is na korte tijd door de verhuurder beëindigd, waarna [verzoekster] wederom haar intrek heeft genomen bij haar vriendin. [verzoekster] heeft haar leidinggevende op de hoogte gesteld van haar huisvestingsproblematiek.

2.5

Op 30 maart 2020 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verzoekster] en haar leidinggevende [naam 1], waarbij [verzoekster] aangesproken is op herhaaldelijk te laat komen/te laat inloggen. [verzoekster] is gewezen op het belang van op tijd komen/inloggen. Te kennen is gegeven dat zij minimaal 15 minuten voor aanvang van de dienst aanwezig moet zijn en rekening moet houden met omstandigheden die nadelige invloed kunnen hebben op haar reistijd. Tevens is te kennen gegeven dat zij bijtijds moet inloggen en rekening moet houden met eventuele opstartproblemen. Afgesproken is dat [verzoekster] voorafgaand aan de dienst telefonisch contact opneemt met haar leidinggevende als zij om wat voor reden ook te laat mocht komen.

2.6

Bij aangetekend verzonden brief van 29 april 2020 met als onderwerp “1e officiële Waarschuwing” heeft VANAD - verkort weergegeven - het volgende aan [verzoekster] geschreven:

“Beste [verzoekster],

Je bent sinds 3 februari 2020 werkzaam voor VANAD en bent vooraf en tijdens je werktijd bij VANAD meerdere malen geïnformeerd over jouw verantwoordelijkheid om op tijd te komen bij aanvang van jouw shift (behoudens bijzondere omstandigheden of ziekte). Zo staat in onze Verklaringen & Procedures duidelijk aangegeven dat je 15 minuten voordat je shift begint aanwezig dient te zijn op je werkplek.

Op 9 april 2020 heb jij een gespreksverslag gehad van jouw leidinggevende [naam 1], waarbij is geconstateerd dat jij 9 keer te laat begin op kantoor ben verschenen, namelijk op 13/2, 17/2, 24/2, 19/3, 25/3, 26/3, 3/4,7/4 en 8/4.

Op 29 april 2020 is door jouw leidinggevende [naam 1] geconstateerd dat jij sinds 9 april 2020 nog 4 keer te laat bent gekomen, namelijk op 14/4, 20/4, 28/4 en 29/4.

Te laat komen is niet acceptabel, omdat dit jouw collega’s benadeelt en wij afspraken met de opdrachtgevers niet na kunnen komen met betrekking tot de bereikbaarheid van de dienst. Hier zijn inmiddels reeds meerdere

gesprekken over gevoerd met jou, waarvan er 1 schriftelijk is vastgelegd.

Op dit moment werk je vanuit huis en heb je niet goed je rooster in de gaten gehouden. Deze reden(en) vinden wij niet billijk, omdat je zelf verantwoordelijk bent om op tijd in te loggen wanneer je ingeroosterd staat om te werken. Derhalve ontvang jij bij deze een eerste officiële waarschuwing.

De komende periode zal je gemonitord worden op het op tijd komen bij aanvang van je shift.

Wij verwachten van jou het volgende gedrag:

Je bent een kwartier voor aanvang van je dienst ingelogd op jouw laptop/computer.

Zo heb je voldoende tijd om in te loggen en zit je op tijd klaar wanneer jouw shift begint. Wanneer je verwacht dat je niet op tijd kunt komen op je werkplek door een geldige reden die buiten jouw invloedssfeer ligt, bel je uiterlijk 30 minuten voor aanvang van je shift naar je leidinggevende. Die kan dan bepalen of deze reden geldig is. Zoals hiervoor reeds aangegeven is problemen met het rooster geen geldige gebeurtenis. Indien je niet in jouw rooster kan, kan je deze altijd opvragen bij een van jouw teamleiders.(…)”

2.7

Bij aangetekend verzonden brief van 7 juli 2020 met als onderwerp “Laatste Officiële Waarschuwing” heeft VANAD - verkort weergegeven - het volgende aan [verzoekster] geschreven:

“(…) Er is op 6 juli jl. (…) wederom door jouw leidinggevende [naam 1] geconstateerd dat je wederom veelvuldig te laat bent gekomen, namelijk op de volgende data:

30 april jl. - Aanvang shift 09:00 - Te laat: 29 minuten

4 mei jl. - Aanvang shift 08:00. - Te laat: 60 minuten

9 mei jl. - Aanvang shift 09:00 - Te laat 59 minuten

14 mei jl. - Aanvang shift 08:00. - Te laat 114 minuten

9 juni jl. - Aanvang shift 09:30 - Te laat 49 minuten

16 juni jl. - Aanvang shift 11:30 - Te laat 3 minuten

25 juni jl. - Aanvang shift 09:00 - Te laat 17 minuten

29 juni jl. - Aanvang shift 11:30 - Te laat 6 minuten

1 juli jl. - Aanvang shift 09:00 - Te laat 202 minuten

7 juli jl. - Aanvang shift 09:00 - Te laat 38 minuten

9 juli jl. - Aanvang shift 09:00 - Te laat 30 minuten

Te laat komen is niet acceptabel, omdat dit jouw collega’s benadeelt en wij afspraken met de opdrachtgevers niet na kunnen komen met betrekking tot de bereikbaarheid van de dienst.

Op 1 juli jl. was je 3 uur en 22 minuten te laat heeft jouw leidinggevende [naam 1] jou gevraagd waarom (…) om jouw kant van het verhaal toe te lichten. Je gaf als reden aan dat je je had verslapen. De andere dagen dat jij te laat was gaf jij ook als redenen aan dat jij je had verslapen of niet goed op jouw rooster had gekeken. Deze reden(en) vinden wij niet billijk, omdat je zelf verantwoordelijk bent om op tijd in te loggen wanneer je ingeroosterd staat om te werken. Derhalve ontvang jij bij deze een laatste officiële waarschuwing.

De komende periode zal je gemonitord worden op het op tijd komen bij aanvang van je shift. Wij verwachten van jou het volgende gedrag: Je bent een kwartier voor aanvang van jouw dienst ingelogd op je laptop/computer. Zo heb je voldoende tijd om in te loggen en zit je op tijd klaar wanneer jouw shift begint. Wanneer je verwacht dat je niet op tijd kunt komen op je werkplek door een geldige reden die buiten jouw invloedssfeer ligt, bel je uiterlijk 30 minuten voor aanvang van je shift naar je leidinggevende. Die kan dan bepalen of deze reden geldig is. Zoals hiervoor reeds aangegeven is problemen met het rooster geen geldige gebeurtenis. Indien je niet in jouw rooster kan, kan je deze altijd opvragen bij een van jouw teamleiders. Houd jij je niet aan deze afspraken, gaan wij over op een volgende sanctie. Afhankelijk van de situatie zal dan ontslag op staande voet volgen.”

2.8

In juli 2020 heeft [verzoekster] een kamer gevonden, die zij kon huren vanaf eind juli/begin augustus.

2.9

Bij e-mailbericht van 20 juli 2020 heeft [naam 1] – verkort weergegeven – het volgende aan [verzoekster] geschreven:

“Op 7 juli heb jij van ons een laatste officiële waarschuwing gekregen waarin wij de afspraak hebben gemaakt dat bij nog een keer te komen er sancties zouden komen. Vandaag hebben wij elkaar telefonisch gesproken en heb jij over je privé omstandigheden verteld waardoor jij je niet aan jou afspraak hebt kunnen houden.

Jij hebt verteld dat vanaf volgende week, 28 juli, jouw privé omstandigheden zijn verbeterd en je hierdoor wel aan de afspraken te kunnen houden. Daarom spreken wij af dat we vanaf 28 juli kijken hoe dit verloopt en of er aan de afspraken wordt gehouden. (…)”

2.10

Bij aangetekend verzonden brief van 5 augustus 2020 met als onderwerp “Ontslag op staande voet” heeft VANAD - verkort weergegeven - het volgende aan [verzoekster] geschreven:

“Door jouw leidinggevende [naam 1] (Teamleider Intergamma) is geconstateerd dat je op woensdag 5 augustus 2020 wederom zonder geldige reden, 69 minuten te laat bent ingelogd. Je logde om 10:39 in, terwijl jouw ingeroosterde shift om 09:30 startte.

Dit is al meerdere malen voorgekomen en door middel van gespreksverslagen en officiële waarschuwingen (…) zijn hierover duidelijke afspraken met jou gemaakt. (…)

Vervolgens heeft jouw leidinggevende [naam 1] contact met jou opgenomen en gevraagd waarom je wederom te laat was ingelogd. Je gaf aan dat je je verslapen had. Je verslapen vinden wij geen legitieme reden om te laat in te loggen. Het wederom te laat inloggen beschouwen wij als werkweigering. De sanctie voor werkweigering is ontslag op staande voet.

Gezien alle omstandigheden betreffende de geconstateerde werkweigering kunnen we tot geen ander oordeel komen dan je op staande voet te ontslaan. (…)”

2.11

Van 7 tot 20 augustus 2020 is [verzoekster] opgenomen bij Antes locatie Kliniek Poortmolen te Capelle aan den IJssel in verband met een psychose en toegenomen suïcidaliteit.

2.12

Bij e-mailberichten van 28 augustus 2020 en 2 september 2020 heeft de gemachtigde van [verzoekster] een brief d.d. 28 augustus 2020 aan VANAD doen toekomen, waarin - verkort weergegeven - VANAD erop gewezen is dat het ontslag op staande voet vernietigbaar is. Verzocht is om het ontslag in te trekken. Daarbij is te kennen gegeven dat [verzoekster] op

5 augustus 2020 arbeidsongeschikt was als gevolg van ziekte en dat verband bestaat tussen de reden voor het ontslag en de ziekte. Tevens is verzocht om [verzoekster] op te roepen voor een afspraak met de bedrijfsarts en meegedeeld dat zij zich beschikbaar houdt voor re-integratieverplichtingen. Voorts is verzocht om haar loon over de maand augustus uit te betalen.

2.13

Bij e-mailbericht van 2 september 2020 heeft bedrijfsjurist mr. M. Bouman (voormalig gemachtigde) van VANAD - verkort weergegeven - aan de gemachtigde van [verzoekster] meegedeeld wat de reden voor het ontslag op staande voet is geweest en welke feiten en omstandigheden daartoe hebben geleid. Ontkend is dat [verzoekster] op 5 augustus 2020 arbeidsongeschikt was. Daarbij is vermeld dat [verzoekster] die dag op kantoor is geweest, na de mededeling van het ontslag haar laptop ingeleverd heeft en vervolgens vertrokken is, waarbij zij normaal gedrag vertoonde. Te kennen is gegeven dat VANAD het ontslag niet intrekt en een procedure met vertrouwen tegemoet ziet.

2.14

Bij e-mailbericht van 7 september 2020 heeft de gemachtigde van [verzoekster] aan

mr. Bouman meegedeeld dat, anders dan VANAD, [verzoekster] zich op het standpunt stelt dat zij op 5 augustus 2020 arbeidsongeschikt was. Voorgesteld is om de bedrijfsarts van VANAD te consulteren nu partijen er onderling niet uitkomen.

2.15

In reactie hierop heeft mr. Bouman bij e-mailbericht van 7 september 2020 aan de gemachtigde van [verzoekster] meegedeeld dat haar e-mailbericht van 2 september duidelijk is.

3. Het geschil

3.1

[verzoekster] verzoekt, na eiswijziging ter zitting, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. het door VANAD aan [verzoekster] gegeven ontslag op staande voet van 5 augustus

2020 te vernietigen;

2. VANAD te verplichten [verzoekster] binnen 24 uur na betekening van de te wijzen

beschikking toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden of ingeval van

arbeidsongeschiktheid [verzoekster] in de gelegenheid te stellen aan re

integratieverplichtingen te voldoen, tot het moment dat de arbeidsovereenkomst

tussen partijen rechtsgeldig zal zijn geëindigd, onder verbeurte van een dwangsom van € 500,- per dag dat VANAD in gebreke blijft met een maximum van € 35.000,-;

3. VANAD te veroordelen tot betaling van het salaris van [verzoekster] van € 1.751,33

bruto per maand inclusief vakantiegeld vanaf 5 augustus 2020 tot het moment

dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn geëindigd,

waarbij het loon over de periode 5 augustus 2020 tot de datum van het te wijzen

vonnis wordt verhoogd met 50% wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW,

althans met een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen percentage en wordt verhoogd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW;

4. om bij wijze van voorlopige voorziening ex art. 223 Rv, voor de duur van het geding VANAD te veroordelen tot betaling aan [verzoekster] van het salaris van € 1.751,33 bruto per maand inclusief vakantiegeld vanaf 5 augustus 2020 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn geëindigd en [verzoekster] in staat te stellen om de bedongen werkzaamheden te verrichten althans ingeval van arbeidsongeschiktheid [verzoekster] in staat te stellen te voldoen aan re-integratieverplichtingen, onder verbeurte van een dwangsom van

€ 500,- per dag, met een maximum beloop van € 35.000,-, dat VANAD in gebreke blijft om [verzoekster] op te roepen en toe te laten om de bedongen werkzaamheden te verrichten althans aan haar re-integratieverplichtingen te voldoen;

5. VANAD te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, het salaris

van de gemachtigde [verzoekster] en nakosten daaronder begrepen.

3.2

Aan het verzoek legt [verzoekster] - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - ten grondslag dat het ontslag op staande voet dient te worden vernietigd, omdat zij op de ontslagdatum ziek was en causaal verband bestaat tussen de ontslaggrond en haar ziekte

3.3

VANAD voert verweer, bestrijdt de door VANAD gestelde arbeidsongeschiktheid op de ontslagdatum en concludeert - zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang - tot afwijzing van het verzochte en om daarbij voor recht te verklaren dat [verzoekster] terecht op staande voet ontslagen is.

3.4

De stellingen van partijen worden voor zover nodig in het kader van de beoordeling van het verzoek nader besproken.

4. De beoordeling

4.1

Gelet op artikel 7:677 lid 1 BW is ieder der partijen bevoegd de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen om een dringende reden, onder onverwijlde mededeling van die reden aan de wederpartij. Ingevolge artikel 7:678 lid 2 BW zal een dringende reden onder andere aanwezig geacht kunnen worden wanneer de werknemer hardnekkig weigert te voldoen aan redelijke bevelen of opdrachten, hem door of namens de werkgever verstrekt (zie onder j) of wanneer hij op andere wijze grovelijk de plichten veronachtzaamd, welke de arbeidsovereenkomst hem oplegt (zie onder k). De werkgever kan echter niet opzeggen gedurende de tijd dat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, zo volgt uit artikel 7:670 lid 1 BW.

4.2

Vast staat dat [verzoekster] veelvuldig te laat gekomen is op haar werk, althans te laat ingelogd heeft in haar werkomgeving op de aan haar van werkgeverszijde verstrekte laptop. Ondanks meermaals hierop te zijn aangesproken en twee officiële waarschuwingen, waarbij [verzoekster] gewezen is op het belang van het op tijd beginnen, namelijk het vermijden van werkdruk voor haar collega’s en het zonder onnodige wachttijd telefonisch te woord staan van klanten van opdrachtgevers van VANAD, en waarbij zij tevens erop gewezen is hoe te handelen bij aanvang van het werk en bij te laat komen, is dit zich blijven voortdoen. In het oog springt dat, als vermeld in de laatste officiële waarschuwing (zie 2.7), het niet gaat om een paar minuten te laat aanvangen met het werk, maar dat [verzoekster] dikwijls aanzienlijk te laat begonnen is, terwijl haar uitdrukkelijk te verstaan is gegeven dat zij op tijd moest beginnen. Tegen deze achtergrond heeft de constatering op 5 augustus 2020 dat [verzoekster] die dag wederom zonder goede reden 69 minuten te laat had ingelogd, met de wetenschap van toen een dringende reden kunnen opleveren. Dat is [verzoekster] ook onverwijld meegedeeld. In de ontslagbrief is het vorenstaande verwoord, want daarin zijn het vele te laat komen en de naar aanleiding daarvan gegeven waarschuwingen genoemd alsmede dat [verzoekster] op 5 augustus 2020 weer zonder geldige reden te laat was. Dat VANAD de handelwijze van [verzoekster] heeft geduid als werkweigering is niet onbegrijpelijk, gelet op de eerdere waarschuwingen en het hardnekkige en uitzonderlijke werkverzuim. Het draagt bij aan het beeld dat voor VANAD de maat vol is geweest en dat zich op 5 augustus 2020 voor haar een dringende reden voordeed.

4.3

Overwogen wordt dat onder de gegeven omstandigheden geconcludeerd zou kunnen worden dat VANAD op 5 augustus 2020 bevoegd is geweest de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, ware het niet dat [verzoekster] een gemotiveerd beroep heeft gedaan op haar psychische toestand en op het opzegverbod tijdens ziekte.

4.4

Ten aanzien hiervan wordt vooropgesteld dat VANAD voorafgaand aan het ontslag op staande voet niet heeft geweten dat [verzoekster] kampt met een psychische stoornis en dat zij, gezien de contacten die er met [verzoekster] zijn geweest, ook niet heeft hoeven vermoeden dat dit speelde. In dit verband is relevant dat [verzoekster] vanaf medio maart 2020 thuis heeft gewerkt, als gevolg van de maatregelen om de coronapandemie tegen te gaan, waardoor hoofdzakelijk sprake is geweest van (WhatsApp) contacten op afstand, wat onderkenning van het bestaan van psychische problematiek, indien al mogelijk, heeft bemoeilijkt. [verzoekster] heeft, zoals zij ter zitting heeft erkend, haar direct leidinggevende ook nimmer op de hoogte gebracht van haar psychische problemen. Zij heeft het wel gehad over haar problemen om woonruimte te vinden. Anders dan van de zijde van [verzoekster] is gesteld, is er voor VANAD dan ook geen aanleiding geweest om de bedrijfsarts in te schakelen. Dat heeft zij ook niet hoeven doen naar aanleiding van de twee korte ziekteperiodes van [verzoekster] in februari en maart 2020 toen zij nog in haar proeftijd zat en nadien is daarvoor evenmin reden geweest, omdat er geen ziekmelding was. [verzoekster] deed gewoon haar werk en maakte haar uren door de momenten waarop zij te laat kwam te compenseren.

4.5

Tegelijkertijd staat vast [verzoekster] op 7 augustus 2020, dus kort na haar ontslag, met een psychose is opgenomen in een kliniek. Inmiddels verblijft [verzoekster] niet meer in de kliniek, maar zij is nog steeds onder behandeling en gebruikt medicijnen in verband met haar psychische toestand.

4.6

Het vorenstaande heeft de vraag opgeroepen hoe de toestand van [verzoekster] was op

5 augustus 2020, in het bijzonder of zij toen arbeidsongeschikt was als gevolg van haar ziekte.

4.7

VANAD heeft te kennen gegeven bereid te zijn om deze vraag voor te leggen aan haar bedrijfsarts. Dit heeft op 18 november 2020 geleid tot een terugkoppeling van bedrijfsarts [naam 2], waarin het volgende wordt vermeld:

“Heden sprak ik uw medewerkster.

De vraagstelling luid: Was medewerkster op 5-08-2020 arbeidsgeschikt.

Medewerkster is al langer bekend met klachten. Zij geeft aan dat deze vanaf maart 2020 zijn toegenomen. Hierdoor startte zij frequent te laat met het werk, maar heeft over het algemeen wel haar afgesproken uren netjes gemaakt. Regelmatig was zij

5-10 minuten te laat met het werk, maar een enkele keer ook een uur. In deze gehele periode had medewerkster klachten, en bezocht zij haar behandelaar. Het is duidelijk dat betrokkene na 5-08-2020 een forse toename van klachten heeft

gekregen.

Ondanks haar klachten heeft medewerkster dus haar eigen werk gedaan. Het feit dat zij regelmatig 5- 10 minuten te laat was (en een enkele keer langer) zie ik als onvoldoende grond om te stellen dat zij arbeidsongeschikt was.

Hoewel het nooit zeker met terugwerkende kracht vast te stellen is, acht ik het op basis van bovenstaande informatie plausibel dat zij op 5-08-2020 arbeidsgeschikt was.

Medewerkster is het niet eens met mijn conclusie en is van mening dat zij op 5-08-2020 dermate veel klachten had dat zij arbeidsongeschikt was.”

4.8

In reactie hierop heeft [verzoekster] een aanvraag om een deskundigenoordeel ingediend bij het UWV. De uitspraak in deze zaak is aangehouden in afwachting van de uitkomst daarvan. Dit heeft geleid tot het deskundigenoordeel van het UWV van 18 januari 2021, gebaseerd op een sociaal-medische beoordeling van verzekeringsarts [naam 3], waarin - verkort weergegeven - het volgende wordt vermeld:

“(…)

1. Betreft

Deskundigenoordeel (on)geschiktheid tot werken.

2. Vraagstelling

Is cliënt bij geschildatum 05-08-2020 geschikt voor het uitvoeren van haar functie in volledige omvang?

3. Onderzoeksactiviteiten

Het dossier werd bestudeerd. Een telefonisch spreekuur met cliënt vond plaats op 04-01-2021. (…)

4. Onderzoeksgegevens

(…)

4.2

Anamnese

Algemeen

Arbeidsanamnese en re-integratie

Cliënte werkt er sinds februari 2020 voor haar werkgever. Ze moest telefoontjes en emails beantwoorden, bestellingen doen en soms chatten met klanten. Het was vooral klantvragen beantwoorden. Het werk was best leuk en niet echt stresserend. Het was eerst vanuit kantoor, maar vanaf corona periode vanuit huis. Ze werkte fulltime, ongeveer 36 uur per week. Contact met klanten ging op het begin nog goed, want ze kan het goed verbloemen. Later kostte het meer tijd om een oplossing te verzinnen, waardoor ze veel langer in de wacht stonden. Haar focus was weg. Omdat ze steeds dezelfde soort vragen kreeg, lukte het deels op de automatische piloot. Ze deed haar eigen werk, maar ze was niet helder. De werkgever was wel tevreden. Chatten en mailen ging minder snel en slordiger. Ze kwam vaak te laat, maar nooit veel tijd. Op 05-08-2020 ging ze door haar wekker heen. Haar werkgever was het zat, waarna ze werd ontslagen.

Claimklachten en ervaren belemmeringen

Cliënt versliep zich vaak, omdat ze ‘s nachts lang wakker was en regelmatig een hele nacht niet kan slapen.

(…)

4.4

Informatie van derden

Algemeen

Er is geen informatie opgevraagd omdat voldoende informatie aanwezig is. (…)

Op 14-01-2021 vond telefonisch overleg plaats met de bedrijfsarts [naam 2].

5. Beschouwing

5.1

Overwegingen

Cliënt is op staande voet ontslagen omdat ze meermaals niet tijdig op haar werk verscheen. Tijdig op het werk verschijnen blijkt dus een belangrijk onderdeel van haar functie. Dit aspect van haar functie is de oorzaak dat cliënt niet volledig geschikt wordt geacht voor haar eigen werk in volledige omvang. Het is namelijk aannemelijk dat zij op de geschildatum, te weten 05-08-2020, door ziekte niet in staat was haar werk structureel op tijd aan te vangen. De vastgestelde aandoening kan namelijk gepaard gaan met slaapproblemen, welke door de behandelaar worden bevestigd. Hierdoor is het goed voorstelbaar dat zij ‘s ochtends moeite had om tijdig wakker te worden en adequaat op te starten. Daarbij heeft ondergetekende geen aanwijzingen om te twijfelen aan de motivatie van cliënt om tijdig te willen beginnen.

6. Conclusie

Cliënt is per geschildatum 05-08-2020 niet geschikt te achten voor haar functie in volledige omvang. (…)”

4.9

Naar aanleiding hiervan is aangevoerd dat de verzekeringsarts geen overleg heeft gehad met VANAD, maar dat betekent niet dat de verzekeringsarts niet tot een afgewogen oordeel is kunnen komen, door naast een gesprek met [verzoekster] en bestudering van haar dossier - waarover hieronder meer - tevens overleg te voeren met de bedrijfsarts. Op die wijze is er inbreng is geweest van de zijde van de werkgever. Medische gegevens heeft de verzekeringsarts niet mogen delen met VANAD. Dat over het overleg met de bedrijfsarts niets inhoudelijks opgenomen is in het deskundigenoordeel, laat onverlet dat het oordeel van de verzekeringsarts gemotiveerd is, zodat inzichtelijk is waarom het afwijkt van het standpunt van de bedrijfsarts. Dat de verzekeringsarts geen woord heeft gerept over de omstandigheid dat [verzoekster] ook te laat begon bij diensten die aanvingen later op de dag, is op zichzelf genomen een juiste constatering, maar doet niet af aan het gelegde verband tussen het te laat komen en de psychische ziekte van [verzoekster], waarbij niet uitgesloten wordt geacht dat dit tevens een rol heeft gespeeld bij het te laat beginnen met de voor 11:30 uur geplande diensten. Overigens was [verzoekster] bij die diensten minder excessief te laat.

4.10

Onderkend wordt dat de beoordeling door de verzekeringsarts heeft plaatsgevonden geruime tijd na de ontslagdatum, maar dat geldt ook voor de beoordeling door de bedrijfsarts. Beiden hebben hun oordeel voornamelijk moeten baseren op informatie verstrekt door [verzoekster], zij het dat de verzekeringsarts nog overleg gevoerd heeft met de bedrijfsarts. Beiden hebben ook, gelet op de bewoordingen van de terugkoppeling respectievelijk het deskundigenoordeel, te kennen gegeven dat sprake is van enige mate van onzekerheid omtrent de vaststelling of [verzoekster] al dan niet (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt was op 5 augustus 2020, mede omdat zij die dag wilde gaan werken en ook voordien gewerkt heeft.

4.11

Anders dan VANAD voorstaat, volgt de kantonrechter het oordeel van de verzekeringsarts dat [verzoekster] niet geschikt was voor haar functie in volledige omvang. Vast staat immers dat tijdige aanvang van de werkzaamheden van belang is geweest voor een goede uitoefening van de functie. [verzoekster] is daarmee bekend geweest. Ook staat vast dat zij desondanks herhaaldelijk te laat begonnen is met haar werk. Evenals de verzekeringsarts acht de kantonrechter het verband tussen het op 5 augustus 2020 niet op tijd aanvangen met het werk door [verzoekster] en haar psychische ziekte aannemelijk. Dat geldt ook voor de constatering dat [verzoekster] door de vastgestelde aandoening niet in staat was haar werk structureel op tijd aan te vangen. In dit verband is van betekenis dat de conclusie van de verzekeringsarts niet op zichzelf staat, maar steun vindt in het medisch overzicht dat [verzoekster] als productie 9 in het geding heeft gebracht. Verkort weergegeven gaat het om de volgende passages:

Reden van aanmelding/verwijzing *

Aug 2019 - heden Antes, VIP Zuid. Verwezen door de Crisisdienst in verband met psychotische klachten sinds 8 maanden, na eten van spacecake. Tevens depressieve klachten en gedachten aan de dood, waarbij pte zichzelf niet meer onder controle

had, veel aan het schreeuwen is en ruzie op straat.

7 aug 2020 opname Poortmolen vanwege toename suicidaliteit en psychose na ontslag van werk en schulden.

Beschrijving van klachten/speciële anamnese *

Het betreft hier een 26-jarige vrouw van Marokkaans/ Arubaanse afkomst die sinds 2019 in behandeling is bij VIP Zuid, na beoordeling door Crisisdienst in verband psychotische klachten, sinds eind 2018 (…). Tevens sprake van depressieve klachten (…). Heden zijn psychotische klachten partieel in remissie, maar zijn er nog akoestische hallucinaties en waandenkbeelden, en vermoedelijk dissociatieve klachten bestaande uit uitgebreide fantasievoorstellingen. (…)

Psychiatrisch voorgeschiedenis *

Samenvatting behandeling aug 2020

- [verzoekster] startte eind sep 2019 met psychologische behandeling. Deze startte met grote tussenpozen op. Omdat [verzoekster] moeite had met in de realiteit blijven zijn eerst tips gegeven in het hier en nu te blijven. (…) Februari 2020 kreeg zij een fulltime baan op kantoor (…), wat het moeilijk maakte afspraken na te komen. Omdat zij moeilijk in slaap kwam, was vroeg opstaan lastig en miste ze nog wel eens een afspraak die ze graag in de ochtend voor haar werk wilde. Zij wilde echter wel graag komen op de afspraak en merkte behoefte aan contact om te praten over haar ervaringen. We zochten naar afspraken, soms belden we terwijl zij zich aan het klaar maken was voor haar werk. Qua ervaringen kwam naar voren dat [verzoekster] tijdens haar psychoses belevingen heeft waarbij zij zich gestuurd voelt, door geesten, demonen of aliens, het lijkt alsof ze bezeten is. Daarnaast hoort zij denigrerende en oordelende stemmen en vreest zij voor gedachtenuitzending en gedachten lezen door anderen. Deze belevingen blijven na de psychose, maar

minder intens, waarbij [verzoekster] het eerder ervaart als projecties. Als anderen wat tegen haar zeggen wordt dit in haar hoofd vaak vervormd naar iets negatiefs, waarbij zij zichzelf naar beneden haalt in persoon en uiterlijk. Zij kan dit weerleggen met het werkelijke leven waar zij op haar werk tevreden over haar zijn (…). Met het toeslaan van Corona en de maatregelen daaromtrent, vonden er alleen nog telefonische contacten plaats. [verzoekster] verdween af en toe uit zicht, waarbij de vraag was of ze zo druk was of dat het niet goed ging. Tijdens contacten kwam naar

voren dat het dan minder gaat waarop medicatie werd ingezet om te proberen goed te slapen en de ervaringen te verminderen. [verzoekster] herkent het fenomeen slaapverlamming van jongsaf aan en kreeg hier meer last van met uitgebreide

droomervaringen (piraat op schip). Hoewel [verzoekster] aangaf graag weer EMDR te willen en verder te willen met de CGT verdween zij opnieuw uit zicht, waarop 7 aug bleek dat het helemaal niet goed ging en opname volgde. (…)

Psychiatrisch Onderzoek 12-05-2020

(…)

Pte telefonisch gesproken in verband met coronamaatregelen. Pte is inmiddels een tijd in behandeling binnen VIP Zuid. Tevreden over de behandeling bij collega [naam 4] (klinisch psycholoog). Therapie helpt haar, ze kan weer met beide benen

op de grond blijven. Echter pte behoudt klachten passend bij de psychose, waarvoor zij in behandeling is. Ze ervaart dat ze nog wel eens in een verhaal vast komt te zitten, waarna zij last krijgt van projecties. Ze komt er dan ook niet meer uit, pas als

zij het heeft opgelost. Als voorbeeld geeft zij dat ze bijvoorbeeld bedenkt dat zij kapitein moet worden van een schip. Het wordt een grotere fantasie, dat ze tegen een piraat dan moet vechten. Ander voorbeeld is dat ze de Duivel moet weerstaan, of dat ze denkt een profeet te zijn. Het probleem is dat deze fantasieën de hele nacht kunnen duren, en komt er zelf niet uit. Is dus de hele nacht wakker. (…)

Stemming is wel somber, wat kan varieren in een week. Soms doodsgedachten maar geen suicidale gedachten. Pte wil liever geen medicatie, en ook niet elke dag. Maar wil er wel nu over nadenken. (…)”

4.12

Op basis van het vorenstaande kan niet alleen geconcludeerd worden dat [verzoekster] op

5 augustus 2020 een psychische stoornis had, maar ook dat deze stoornis met zich kan brengen dat vroeg opstaan lastig is, wat kennelijk zo nu en dan aan behandelcontact in de weg heeft gestaan. Dit zal ook effect hebben gehad op andere activiteiten in de ochtend, waarvoor [verzoekster] bijtijds dient op te staan, zoals de aanvang met het werk. Het verklaart het, ondanks waarschuwing, bij tijd en wijle uitzonderlijk lange werkverzuim van [verzoekster]. Daarom, en met het oog op de bescherming die artikel 7:670 lid 1 BW beoogt te bieden, houdt de kantonrechter het ervoor dat het door [verzoekster] te laat aanvangen met haar werk op 5 augustus 2020 haar oorzaak vindt in haar ziekte. Het ontslag op die datum stuit dus op het ontslagverbod.

4.13

Daarbij komt dat, met de wetenschap van nu, anders dient te worden gekeken naar de keren waarop [verzoekster] te laat gekomen is op haar werk. De omstandigheid dat de oorzaak hiervan mogelijkerwijs in haar ziekte heeft gelegen, doet af aan het verwijt aan het adres van [verzoekster] met betrekking tot het vele te laat komen. Het geeft goede grond om aan te nemen dat geen sprake geweest is van onwil, maar van onmacht. Het aangevoerde dat [verzoekster] haar wekker een kwartier eerder had kunnen zetten, miskent de ernst van haar toestand en dat zijzelf wel geprobeerd heeft om op tijd met haar werk te beginnen. Zij vond het vervelend als zij te laat begon. Illustratief zijn WhatsAppberichten van [verzoekster] aan haar leidinggevende nadat zij zich had verslapen:

“(…) ik heb me ernstig verslapen vandaag ik kan echt janken”,

“Ben dwars door drie wekkers heen gegaan vraag me niet hoe”,

“7 uur 3 wekkers en ik word net paar min geleden wakker, gaat nergens over” en

“Hey [naam 1], ik heb me verslapen. Ik vind het zo rot, ben nu aan het werk”

4.14

Bij nader inzien is dan ook de dringendheid komen te ontvallen van de reden voor het ontslag.

4.15

Gelet op het vorenstaande wordt het onder 1 verzochte toegewezen en het op

5 augustus 2020 aan [verzoekster] gegeven ontslag op staande voet vernietigd. Voor de door VANAD verzochte verklaring voor recht is dus geen grond.

4.16

Dit betekent dat de verbintenissen voortvloeiend uit de arbeidsovereenkomst herleven, waaronder de verbintenis om [verzoekster] de overeengekomen werkzaamheden te laten verrichten en, voor zover zij daartoe als gevolg van arbeidsongeschiktheid niet of niet volledig in staat is, te voldoen aan de re-integratieverplichtingen. Niet alleen [verzoekster], maar ook VANAD heeft er belang bij om hieraan te voldoen. Daarom, en omdat het gestelde geen basis biedt om ervan uit te gaan dat VANAD wat dit betreft onwelwillend zal zijn, wordt het onder 2 verzochte afgewezen.

4.17

Wel zal VANAD worden veroordeeld tot betaling van het salaris van [verzoekster] vanaf

5 augustus 2020, zij het niet € 1.751,33 bruto per maand, want dat is het laatst verdiende salaris van € 1.621,60 bruto plus € 129,73 bruto aan vakantietoeslag, maar € 1.621,60 bruto per maand. Voor zover aanspraak is ontstaan op uitbetaling van vakantietoeslag (doorgaans vindt uitbetaling plaats met het salaris van de maand mei) en dit nog niet is uitbetaald, dient tevens het opgebouwde bedrag aan vakantietoeslag te worden uitbetaald. Een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente. Betaling dient plaats te vinden binnen veertien dagen na deze beschikking. In zoverre wordt het onder 3 verzochte toegewezen. Geen grond wordt gezien om te bepalen dat betaling dient te geschieden tot het moment dat de arbeids-overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig zal zijn geëindigd, want zolang de overeenkomst voortduurt is VANAD in beginsel gehouden loon te betalen. Thans wordt geen reden gezien waarom zij dat niet zal doen. Ook kunnen zich tijdens het dienstverband omstandigheden voordoen die maken dat loonbetaling niet langer in de rede ligt.

4.18

Anders dan verzocht, is er reden om het salaris niet op de voet van artikel 7:625 BW te verhogen met 50%. Daartoe wordt overwogen dat VANAD ten tijde van het ontslag niet bekend is geweest met de ziekte van [verzoekster]. Daarmee is zij pas nadien bekend geraakt en medische onderbouwing daarvan is pas in deze procedure gekomen. Hoogstwaarschijnlijk zou VANAD niet tot ontslag op staande voet zijn overgegaan als [verzoekster] haar voordien had geïnformeerd over haar psychische ziekte, maar in plaats daarvan met inschakeling van de bedrijfsarts naar een voor partijen passende oplossing hebben gezocht. VANAD is immers voorafgaand aan het ontslag ook behoorlijk geduldig en begripvol geweest tegenover [verzoekster], wat betreft het te laat komen en haar huisvestingsproblematiek. Door tegen VANAD te zwijgen over haar psychische problemen heeft [verzoekster] in hoge mate bijgedragen aan de ontstane situatie waarin zij van salarisbetaling verstoken is gebleven, wat reden is waarom verhoging van het salaris niet billijk wordt geacht.

4.19

Bij deze stand van zaken wordt de onder 4 verzochte voorlopige voorziening afgewezen.

4.20

VANAD wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten veroordeeld, aan de zijde van [verzoekster] vastgesteld op € 83,- aan griffierecht en € 721,- aan salaris voor de gemachtigde. De apart gevorderde nakosten worden toegewezen als hierna vermeld, nu de proceskostenveroordeling hiervoor reeds een executoriale titel geeft en de kantonrechter van oordeel is dat de nakosten zich reeds vooraf laten begroten.

5. De beslissing

De kantonrechter:

vernietigt het op 5 augustus 2020 door VANAD aan [verzoekster] gegeven ontslag op staande voet;

veroordeelt VANAD tot betaling aan [verzoekster], binnen veertien dagen na heden, van:

  • -

    € 1.621,60 bruto per maand aan salaris vanaf 5 augustus 2020;

  • -

    haar opgebouwde en niet uitbetaalde vakantietoeslag, voor zover aanspraak op uitbetaling daarvan is ontstaan;

  • -

    een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf de data waarop uitbetaling van het salaris respectievelijk de vakantietoeslag had dienen plaats te vinden tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt VANAD in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verzoekster] vastgesteld op:

  • -

    € 83,- aan griffierecht; en

  • -

    € 721 aan salaris voor de gemachtigde;

van welke bedragen het totaal rechtstreeks aan die gemachtigde dient te worden voldaan en indien VANAD niet binnen veertien dagen na de datum van deze beschikking vrijwillig aan de beschikking heeft voldaan, begroot op € 120,- aan nasalaris. Indien daarna betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, dient het bedrag aan nasalaris nog te worden verhoogd met de kosten van betekening;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

465