Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:7086

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-05-2021
Datum publicatie
06-09-2021
Zaaknummer
C/10/618926 / FA RK 21-3936
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel, artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg, via beeld- en geluidverbinding gehoord, advocaat bepleit afwijzing vanwege onveranderde feiten en omstandigheden waarop een eerdere crisismaatregel is afgewezen, wijst het verzoek toe

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM


Team familie

Zaak-/rekestnummer: C/10/618926 / FA RK 21-3936

Referentienummer: [nummer]

Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 28 mei 2021 betreffende een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)

op verzoek van:

de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam, hierna: de officier,

met betrekking tot:

[naam betrokkene] ,

geboren op [geboortedatum betrokkene] , [geboorteplaats betrokkene] ,

hierna: betrokkene,

wonende te [woonplaats betrokkene] ,

thans verblijvende in Yulius, locatie [naam locatie] te Sliedrecht,

advocaat mr. C.K. Visser te Oud-Beijerland.

1. Procesverloop

1.1.

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 25 mei 2021, heeft de officier verzocht om voortzetting van de op 21 mei 2021 opgelegde crisismaatregel.


Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • -

    een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 21 mei 2021;

  • -

    de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater 1] , psychiater, van 21 mei 2021;

  • -

    de gegevens over eerder afgegeven machtigingen op grond van de Wet Bopz en de Wvggz;

  • -

    de relevante politiegegevens van betrokkene; en

  • -

    het bericht dat er geen strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene zijn.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 28 mei 2021.

Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord:

  • -

    betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;

  • -

    [naam psychiater 2] , psychiater, en [naam verpleegkundig specialist] , verpleegkundig specialist, beiden verbonden aan Yulius.

2. Beoordeling

2.1.

De advocaat bepleit namens betrokkene afwijzing van het verzoek omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn sinds het verzoek om een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel is afgewezen op 17 mei jl. De rechtbank verwerpt dit verweer.

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang en de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept. Voorafgaand aan de opname sliep betrokkene met moeite ongeveer twee uren per nacht en belde hij familie op waardoor er gevaar dreigde voor lichamelijke uitputting. Betrokkene heeft vanuit zijn maniforme ontregeling en verminderde impulsiebeheersing zijn huis te koop gezet en een boot aangeschaft waarvoor reeds aanbetalingen zijn gedaan. Betrokkene was provocerend en zeer kwetsend in contact naar anderen waarbij er sprake was van snel oplopend agitatie. Betrokkene is opgenomen met een crisismaatregel na een hoog opgelopen conflict met de buren. Aan het begin van de opname heeft betrokkene noodmedicatie toegediend gekregen en moest hij gesepareerd worden. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart de verpleegkundig specialist dat het eerdere verzoek om een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel op 17 mei jl. werd afgewezen omdat er toen geen sprake meer was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel vanwege het effect van de toegediende noodmedicatie. Nadat het effect van de noodmedicatie wegviel, bleek onverminderd sprake te zijn van het (huidige) maniforme toestandsbeeld. Inmiddels gaat het beter met betrokkene en is er sprake van een pril herstel, maar er is geen enkele ziektebesef of -inzicht. Betrokkene accepteert sinds kort zijn medicatie en behandeling en de behandelaren zien daarom een voorzichtige verbetering. De psychiater verklaart ter zitting dat het voor betrokkene nog te vroeg is om met ontslag te gaan omdat hij nog niet goed is ingesteld op medicatie. Betrokkene heeft een verhoogde geprikkelde stemming, verhoogd energieniveau, verminderde slaapbehoefte en spreekdrang. Er is sprake van breedsprakigheid en een verheven presentatie passend bij een opgeblazen gevoel van eigenwaarde. Betrokkene heeft forse oordeels- en kritiekstoornissen. Bovendien belt betrokkene volgens de verpleegkundig specialist nog constant naar familie en zet hen op die wijze onder druk. De psychiater acht een langere opname noodzakelijk om een duurzame stabiliteit te bereiken zodat de noodzakelijke zorg in ambulante setting kan worden gegeven en betrokkene verder wordt ingesteld op medicatie.

De instelling en de advocaat brengen ter zitting verschillende feiten naar voren over hoe de familie, met name de echtgenote, het gedrag van betrokkene beleeft. Betrokkene verklaart ter zitting dat zijn echtgenote door de omstandigheden bij hun dochter is ingetrokken. Daarom kan hij thuis verblijven. Een alternatief is dat hij in een hotel intrekt. De rechtbank stelt hiermee vast dat betrokkene in zoverre het bedreigende karakter van de feitelijke situatie onderschrijft. Daarom kan het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel zoals voornoemd worden aangenomen. De rechtbank merkt daarbij op dat er meer duidelijkheid dient te komen over de feitelijke situatie binnen het gezin en hoe zich dat verhoudt tot het gedrag van betrokkene, wat leidt tot ernstig nadeel als gevolg van zijn psychische stoornis.

2.2.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een maniforme ontregeling in het kader van een bipolaire stoornis.

2.3.

De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

2.4.

Op basis van de medische verklaring en de mondelinge behandeling, acht de rechtbank de volgende in de crisismaatregel genomen vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:

  • -

    het toedienen van medicatie;

  • -

    het beperken van de bewegingsvrijheid, gedurende de opname;

  • -

    het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen voor zover hij hiermee anderen lastigvalt of zichzelf ernstig benadeelt; en

  • -

    het opnemen in een accommodatie.

2.5.

De overige door de officier verzochte vormen van verplichte zorg, te weten het toedienen van vocht en voeding, het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, het insluiten, het uitoefenen van toezicht op betrokkene, het onderzoek aan kleding of lichaam, het onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedragsbeïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen, het controleren op de aanwezigheid van gedragsbeïnvloedende middelen en het beperken van het recht op het ontvangen van bezoek, worden door de rechtbank niet noodzakelijk geacht, omdat de noodzakelijkheid daarvan niet (afdoende) is gemotiveerd.

2.6.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. De verpleegkundig specialist verklaart ter zitting dat er geen duurzame stabiliteit kan worden bereikt in een vrijwillig kader omdat er sprake is van ontbrekend ziekte-inzicht. Betrokkene accepteert zijn medicatie enkel door de structuur van de afdeling en onder toeziend oog van de behandelaren. Betrokkene meent immers niet ziek te zijn en staat niet open voor behandeling. Tijdens de mondelinge behandeling verklaart betrokkene dat hij naar huis kan. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.

2.7.

De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

2.8.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na vandaag.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1.

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van [naam betrokkene] voornoemd;

3.2.

bepaalt dat bij wijze van verplichte zorg de maatregelen zoals opgenomen in rechtsoverweging 2.4. kunnen worden getroffen;

3.3.

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 18 juni 2021;

3.4.

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is op 28 mei 2021 mondeling gegeven door mr. M. van Kuilenburg, rechter, in tegenwoordigheid van G. de Man, griffier, en op 7 juni 2021 schriftelijk uitgewerkt en getekend.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.