Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:7011

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-05-2021
Datum publicatie
22-07-2021
Zaaknummer
9033102 \ CV EXPL 21-6798
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incasso facturen, bik, rente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 9033102 \ CV EXPL 21-6798

uitspraak: 28 mei 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Capabel Onderwijs Groep B.V.,

gevestigd te: Zwolle,

eiseres bij exploot van dagvaarding van 8 februari 2021,

gemachtigde: [naam bedrijf] te Rotterdam,

tegen

[gedaagde] ,

woonplaats: [woonplaats gedaagde],

gedaagde,

die in persoon procedeert.

Partijen worden hierna aangeduid als Capabel respectievelijk [gedaagde].

1. Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken:

  • -

    het exploot van dagvaarding, met producties;

  • -

    de aantekeningen van de griffier van op de rolzitting van 25 februari 2012 door [gedaagde] gegeven mondelinge antwoord;

  • -

    de conclusie van repliek.

1.2

[gedaagde] heeft, hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, niet op de conclusie van repliek gereageerd.

1.3

De kantonrechter heeft de uitspraak van dit vonnis bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, staat tussen partijen, voor zover van belang, het volgende vast.

2.1

[gedaagde] heeft zich bij Capabel ingeschreven voor de opleiding Verzorgende -IG.

2.2

Capabel heeft ter zake deze opleiding bij facturen van 7 september 2018 en 20 december 2018 bedragen van elk € 450,00 aan [gedaagde] in rekening gebracht. [gedaagde] heeft deze facturen niet betaald.

2.3

[naam bedrijf] heeft [gedaagde] bij brief van 4 augustus 2021 tot betaling gemaand en daarbij meegedeeld dat indien [gedaagde] niet binnen een termijn van 14 dagen na ontvangst van de brief tot betaling overgaat, zij een bedrag van € 125,24 aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zal zijn.

3. De vordering

3.1

Capabel heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen aan haar te betalen een bedrag van € 846,33, vermeerderd met de wettelijke rente over € 846,33 te berekenen vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, waaronder een bedrag aan salaris voor de gemachtigde van Capabel.

3.2

Capabel legt daaraan, gelet op voornoemde feiten, het volgende ten grondslag. [gedaagde] is, ondanks daartoe te zijn aangemaand, in gebreke gebleven met betaling van de onder 2.2 vermelde facturen. [gedaagde] is op grond van artikel 6:119 BW wettelijke rente verschuldigd die, vanaf de dag van verzuim tot de dag van dagvaarding, € 31,09 bedraagt.

Daarnaast maakt Capabel, op grond van artikel 6:96 BW aanspraak op een bedrag van

€ 125,24 aan buitengerechtelijke incassokosten. [gedaagde] heeft een bedrag van € 210,00 betaald, waardoor de restantvordering € 846,33 bedraagt.

4. Het verweer

[gedaagde] heeft de vordering erkend. Zij heeft schulden, maar niet veel geld en is bezig om hulp in te schakelen. [gedaagde] is bereid te betalen, maar kan niet meer dan € 50,00 per maand aflossen.

5. De beoordeling

5.1

[gedaagde] heeft de vordering erkend. De gevorderde hoofdsom is daarom in beginsel verschuldigd. Gebleken is dat [gedaagde] voorafgaand aan het uitbrengen van de dagvaarding een bedrag van € 210,00 heeft betaald. Op grond van artikel 6:44 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) strekken betalingen ter voldoening van een geldsom éérst in mindering op de kosten, vervolgens op de verschenen rente, daarna op de hoofdsom en tot slot op de lopende rente. Daarom wordt eerst beoordeeld of [gedaagde] een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten en/of verschenen rente verschuldigd is.

5.2

[naam bedrijf] heeft op 4 augustus 2020 een aanmaning aan [gedaagde] verstuurd en buitengerechtelijke incassokosten aangezegd. Nu deze aanmaning voldoet aan de eisen die artikel 6:96 BW daaraan stelt, het bedrag van € 125,24 (incl. btw) overeenkomt met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en [gedaagde] niet binnen de in de aanmaning gestelde termijn heeft betaald, is [gedaagde] deze kosten verschuldigd geworden.

5.3

[gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke rente, zodat die - als op de wet gegrond - wordt toegewezen. De verschenen rente bedraagt, berekend tot 8 februari 2020, € 31,09. De wettelijke rente vanaf de dan van dagvaarding wordt toegewezen op de wijze zoals hierna vermeld.

5.4

Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de door [gedaagde] gedane betaling van € 210,00 éérst in mindering strekt op de buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 125,24 (incl. btw), daarna op de vervallen rente van € 31,09 en daarna pas op de hoofdsom van € 900,00. Dit brengt met zich dat de resterende hoofdsom thans nog € 846,33 bedraagt. Dit bedrag zal worden toegewezen.

5.5

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van Capabel vastgesteld op € 615,22 aan verschotten en € 228,00 aan salaris voor de gemachtigde.

5.6

Voor het treffen van een eventuele betalingsregeling kan [gedaagde] zich wenden tot [naam bedrijf]

6. De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Capabel tegen kwijting te betalen een bedrag van € 846,33, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Capabel vastgesteld op € 615,22 aan verschotten en € 228,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst af het méér of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.M. van Breevoort en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

426