Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:6983

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
01-06-2021
Datum publicatie
21-07-2021
Zaaknummer
83/317248-20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

veroordeling voor het medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan en meermalen gepleegd, tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, en een proeftijd van drie jaar en algemene en bijzondere voorwaarden, en een taakstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf 2

Parketnummer: 83/317248-20

Datum uitspraak: 1 juli 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor economische strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] te ( [postcode verdachte] ) [woonplaats verdachte] ,

raadsman mr. D. Fontein, advocaat te Koog aan de Zaan.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 17 juni 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, zoals deze op de terechtzitting overeenkomstig de vordering van de officier van justitie is gewijzigd.

De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Broere heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 282 dagen met aftrek van voorarrest, waarvan 180 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en met de bijzondere voorwaarden die Reclassering Nederland adviseert in haar rapport van 15 juni 2021, alsmede een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering ten aanzien van feit 1

Het onder 1 ten laste gelegde (voorhanden hebben van professioneel vuurwerk) is op grond van de in bijlage 2 genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen. De verdediging heeft zich ten aanzien van dit feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewijswaardering ten aanzien van feit 2

4.2.1.

Standpunten officier van justitie en verdediging

De officier van justitie heeft op basis van de bewijsmiddelen in het dossier gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. De verdachte zorgde, samen met een ander of anderen, voor de aflevering van de bestellingen bij verschillende afnemers. Hoewel ten aanzien van afnemer [naam afnemer 1] niet kan worden vastgesteld dat de verdachte daar feitelijk bij betrokken was, kan gelet op de gehanteerde werkwijze van de verdachte en de medeverdachten ook het medeplegen met betrekking tot deze aflevering bewezen worden verklaard.

De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de leveringen aan de afnemers [naam afnemer 2] en [naam afnemer 3] . Ten aanzien van de levering aan de afnemer [naam afnemer 1] is partiële vrijspraak bepleit. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte een rol bij die levering heeft gehad. Daarnaast is sprake geweest van pseudokoop. De stukken hiervan en van het onderzoek naar het vuurwerk (COV-rapport) ontbreken. Gelet op dit laatste kan niet worden vastgesteld dat sprake is van professioneel vuurwerk. Dat geldt ook voor de leveringen aan [naam afnemer 4] en [naam afnemer 5] , nu in het dossier geen stukken (COV-rapporten) zijn aangetroffen waaruit zou blijken dat bij deze leveringen sprake zou zijn van professioneel vuurwerk. Gelet hierop moet partiële vrijspraak volgen.

4.2.2.

Beoordeling

De rechtbank stelt op basis van het dossier en de verklaring van de verdachte het volgende vast. De verdachte heeft slechts een uitvoerende rol gehad in het ten laste gelegde. De verdachte was, zoals hij ook zelf verklaart, degene die de opdracht kreeg om het vuurwerk te gaan halen uit de container in [plaats delict] en af te leveren bij diverse afnemers. Hij had naar eigen zeggen geen verstand van het vuurwerk dat in de dozen in de container zat, maar wist wel dat het om illegaal vuurwerk ging. De werkwijze was veelal zo dat de verdachte samen met een ander (of anderen) een afspraak met de afnemer maakte, de auto van de afnemer meenam naar de container, deze vollaadde met het bestelde vuurwerk en vervolgens de auto weer terugbracht naar de afnemer. Uit het dossier is niet gebleken dat een van de afnemers beschikte over gespecificeerde kennis van vuurwerk. Daarnaast is de verdachte meermalen samen met een ander met een bestelbus bij de container in [plaats delict] gezien, alwaar zij dozen aan het inladen waren. Gelet hierop is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte samen en in vereniging met een ander of anderen meermalen op bestelling vuurwerk heeft afgeleverd.

De rechtbank is met de verdediging van oordeel dat ten aanzien van de levering aan afnemer [naam afnemer 1] niet kan worden vastgesteld dat de verdachte uitvoerende handelingen heeft verricht. Gelet hierop dient de verdachte hiervan (partieel) te worden vrijgesproken. Van de levering aan afnemer [naam afnemer 4] is wel vast te stellen dat de verdachte uitvoerende handelingen heeft verricht. De verdediging heeft betoogd dat ten aanzien van deze levering niet is vast te stellen dat sprake was van professioneel vuurwerk, omdat het COV-rapport ontbreekt. De rechtbank volgt deze redenering, behalve voor wat betreft het vuurwerk van het type Cobra 6. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat een Cobra 6 zwaar professioneel vuurwerk is. Afnemer [naam afnemer 4] verklaart daarnaast zelf ook dat het professioneel vuurwerk betrof. Gelet hierop kan de levering aan [naam afnemer 4] voor wat betreft genoemd vuurwerk van het type Cobra 6 ook wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Ten aanzien van de aflevering aan afnemer [naam afnemer 5] is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden vastgesteld of sprake was van professioneel vuurwerk aangezien het COV-rapport daaromtrent ontbreekt. Gelet hierop zal de verdachte ook van dit onderdeel (partieel) worden vrijgesproken.

4.2.3.

Conclusie

Bewezen is het onder feit 2 ten laste gelegde.

4.3.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

Hij op 12 december 2020, te [plaats delict] , tezamen en in vereniging met meerdere anderen, opzettelijk,

als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis, (circa 4.500 kilogram) professioneel vuurwerk, te weten:

- één of meer stuks knalvuurwerk (Gold Thunder en Big Thunder en Caramella en Cobra 6 en TP2 en Baby Magnum) en

- één of meer stuks mortierbommen (shells) en

- één of meer stuks knalstrengen (Celebration Cracker) en

- één of meer stuks flowerbeds (batterij enkelschotsbuizen)

heeft opgeslagen en voorhanden heeft gehad in een container gelegen op een terrein aan de [adres delict] te [plaats delict] ;

2.

hij in de periode van 20 november 2020 tot en met 12 december 2020, te [plaats delict] en [plaats 1] , beiden gemeente West-Betuwe, en [plaats 2] , gemeente Waalre, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met meerdere anderen, opzettelijk, meermalen, aan anderen dan (een) perso(o)n(en) met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk ter beschikking heeft gesteld, te weten

A.

- één of meer stuks knalvuurwerk (Gold Thunder), en mortierbommen (shells) en flowerbeds (batterij enkelschotsbuizen) aan [naam afnemer 2] en

B.

- flowerbeds (batterij enkelschotsbuizen) en vuurpijlen (Planet X) aan [naam afnemer 3] en

D.

- één of meer stuks knalvuurwerk (Cobra 6 ) aan [naam afnemer 4] .

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

feit 1

medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

feit 2

medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan en meermalen gepleegd.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straffen die aan de verdachte worden opgelegd, zijn gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straffen zijn gebaseerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het voorhanden hebben van en de handel in illegaal professioneel vuurwerk. De verdachte fungeerde daarbij als koerier en leverde het illegale vuurwerk op bestelling af.

Door een grote hoeveelheid illegaal vuurwerk voorhanden te hebben en het in omloop brengen daarvan, heeft de verdachte onverantwoorde risico’s genomen en de algemene veiligheid van personen en goederen ernstig in gevaar gebracht. Het gaat om professioneel vuurwerk dat krachtige explosies teweeg brengt. Algemeen bekend is dat bij het afsteken van dergelijk professioneel en zwaar vuurwerk door particulieren met regelmaat iets fout gaat en dat daarbij ernstig letsel aan personen en schade aan goederen kan ontstaan. De verdachte heeft niet stilgestaan bij deze risico’s, maar enkel gedacht aan zijn eigen financieel gewin.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 29 maart 2021, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld, zij het niet voor soortgelijke feiten.

7.3.2.

Rapportage

Reclassering Nederland (hierna: de reclassering) heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 15 juni 2021. Dit rapport houdt onder meer het volgende in.

De reclassering adviseert aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden (te weten: een meldplicht, meewerken aan ambulante behandeling met de mogelijkheid tot een kortdurende klinische opname en meewerken aan begeleid wonen) op te leggen. Het recidiverisico wordt laag tot gemiddeld geschat.

Er is bij de verdachte sprake van drugsproblematiek waardoor hij op diverse leefgebieden in de problemen is gekomen. Het voorarrest heeft veel indruk op hem gemaakt en heeft hem doen inzien dat het anders moet. De verdachte wordt ambulant begeleid door AntesZorg. De verdachte zou inmiddels vier weken abstinent zijn van verdovende middelen, heeft sinds kort werk gevonden en stelt zijn leven op een “hoger plan” te willen brengen. Zijn schulden zouden inmiddels met behulp van bewindvoering grotendeels zijn afbetaald. De verdachte ziet in dat hij hulp en begeleiding nodig heeft en staat hiervoor open. Hij heeft zich bereid verklaard mee te werken aan de door de reclassering opgestelde bijzondere voorwaarden.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gelet op de ernst van de bewezen verklaarde feiten, dient in beginsel te worden gereageerd met een forse (al dan niet deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de bepaling van de aan de verdachte op te leggen straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in min of meer vergelijkbare gevallen zijn opgelegd.

De rechtbank ziet in de persoon van de verdachte, zijn persoonlijke omstandigheden en zijn louter uitvoerende rol bij de bewezenverklaarde feiten aanleiding om te bepalen dat de verdachte niet terug hoeft naar de gevangenis. De verdachte is al geschorst uit de voorlopige hechtenis en wordt sindsdien begeleid door de reclassering. De rechtbank is met de reclassering van oordeel dat de verdachte gebaat is bij verdere begeleiding en ondersteuning. De rechtbank zal daarom aan de verdachte een deels voorwaardelijke straf opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd en een proeftijd van drie jaren. Het voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Daarnaast zal de rechtbank om recht te doen aan de ernst van de feiten ook een taakstraf van aanzienlijke duur opleggen.

Het door de verdediging ter terechtzitting in het kader van de strafmaat gedane

voorwaardelijke verzoek tot het horen van de betrokken reclasseringsmedewerker behoeft gelet op het vorenstaande geen bespreking.

De rechtbank komt tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist, nu zij minder bewezen acht en zij de persoonlijke omstandigheden van de verdachte zwaar in de strafmaat laat meewegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1a, onder 1 van de Wet op de economische delicten, artikel 9.2.2.1 Wet milieubeheer en artikel 1.2.2, tweede en derde lid van het Vuurwerkbesluit.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 283 (tweehonderddrieëntachtig) dagen;

bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 180 (honderdtachtig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt gesteld op 3 (drie) jaar;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde:

- de veroordeelde zal zich vóór het einde van de proeftijd niet aan een strafbaar feit schuldig maken;

stelt als bijzondere voorwaarden:

1. de veroordeelde zal zich melden bij Reclassering Nederland zo lang en frequent als die reclasseringsinstelling noodzakelijk vindt;

2. de veroordeelde zal zijn medewerking verlenen aan nadere diagnostiek en behandeling gericht op zijn verslavingsproblematiek en meewerken aan urinecontroles, gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering verantwoord vindt, waarbij een kortdurende klinische (detox-)opname voor de duur van maximaal zeven weken tot de mogelijkheden behoort;

3. de veroordeelde zal meewerken aan aanmelding en verblijven in een instelling voor begeleid wonen/maatschappelijke opvang en zal zich houden aan de aanwijzingen die door of namens de directeur van die instelling worden gegeven, gedurende de proeftijd of zoveel korter als de directeur van die instelling verantwoord vindt;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarden

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;

- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan reclasseringstoezicht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht;

geeft aan genoemde reclasseringsinstelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 120 (honderdtwintig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. B.E. Dijkers, voorzitter,

en mrs. K.A. Baggerman en N. Freese, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V.E. Scholtens, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juli 2021.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst gewijzigde tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 5 december 2020 tot en met 12 december 2020, in

ieder geval op of omstreeks 12 december 2020 te [plaats delict] , gemeente West Betuwe, in

elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met meerdere anderen, althans alleen,

opzettelijk,

als een ander dan een persoon met gespecialiseerde kennis,

(circa 4.500 kilogram) professioneel vuurwerk, te weten:

- één of meer stuks knalvuurwerk (Gold Thunder en/of Big Thunder en/of Caramella

en/of Cobra 6 en/of TP2 en/of Baby Magnum) en/of

- één of meer stuks mortierbommen (shells) en/of

- één of meer stuks knalstrengen (Celebration Cracker) en/of

- één of meer stuks flowerbeds (batterij enkelschotsbuizen)

heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad in een container gelegen op een terrein

aan/bij de [adres delict] te [plaats delict] ;

2.

hij in of omstreeks de periode van 28 oktober 2020 tot en met 12 december 2020, te

[plaats delict] en/of [plaats 1] , beiden gemeente West-Betuwe, en/of [plaats 2] , gemeente Waalre

en/of Hardinxveld-Giessendam, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met meerdere anderen, althans alleen,

opzettelijk,

meermalen, althans eenmaal,

aan (een) andere(n) dan (een) perso(o)n(en) met gespecialiseerde kennis,

professioneel vuurwerk ter beschikking heeft gesteld, te weten

A.

- één of meer stuks knalvuurwerk (Gold Thunder), en/of mortierbommen (shells) en/of

flowerbeds (batterij enkelschotsbuizen)

aan [naam afnemer 2] en/of

B.

- flowerbeds (batterij enkelschotsbuizen) en/of vuurpijlen (Planet X)

aan [naam afnemer 3] en/of

C.

- mortierbommen (shells)

aan [naam afnemer 1] en/of

D.

- één of meer stuks knalvuurwerk (Cobra 6 en/of Retorno 100 en/of Giant Maroon en/of

Scream)

aan [naam afnemer 4] en/of

E.

- flowerbeds (batterij enkelschotsbuizen)

aan [naam afnemer 5] ;