Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:6906

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
04-06-2021
Datum publicatie
20-07-2021
Zaaknummer
C/10/617394 / JE RK 21-1088
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaaknummer: C/10/617394 / JE RK 21-1088

datum uitspraak: 4 juni 2021

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West Zuid-Holland,

gevestigd te Dordrecht, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[naam minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum minderjarige 1] 2007 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen: [voornaam minderjarige 1] ,

[naam minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige 2] 2012 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige 2] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van

23 april 2021, ingekomen bij de griffie op 23 april 2021.

Op 4 juni 2021 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld.

[voornaam minderjarige 1] is in de gelegenheid gesteld om haar mening kenbaar te maken. Zij heeft hiervan geen gebruik gemaakt.

De moeder, de vader en de vertegenwoordigster van de GI zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wordt uitgevoerd door de ouders.

[voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen bij de moeder.

Bij beschikking van 16 juni 2020 zijn [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] onder toezicht gesteld tot 16 juni 2021.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] te verlengen met zes maanden, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken is gebleken dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] nog steeds ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. Tussen de ouders is al jaren sprake van forse relatieproblematiek, waardoor de ouders [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] niet de verzorging en opvoeding kunnen bieden die zij nodig hebben. Er wordt gezien dat [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] klem zitten tussen de ouders. De komende periode is het noodzakelijk dat er hulpverlening wordt ingezet om zicht te krijgen op de thuissituatie van de moeder. Daarnaast is het in het belang van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] dat er wordt toegewerkt naar herstel van het contact met de vader. Het is nog steeds van groot belang dat de moeder, bij wie [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] wonen, de kinderen hierbij stimuleert en stuurt. Om bovengenoemde redenen is het noodzakelijk dat de jeugdbeschermer betrokken blijft bij het gezin.

Gezien het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom het verzoek toewijzen en de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] verlengen voor de duur van zes maanden.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige 1] en [voornaam minderjarige 2] tot 16 december 2021;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.A.J. de Nijs, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Hermans, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2021.

Deze beschikking is schriftelijk vastgesteld op 18 juni 2021.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.