Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:6893

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
28-06-2021
Datum publicatie
10-09-2021
Zaaknummer
618520
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing accommodatie van een jeugdhulpaanbieder

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd

zaakgegevens: C/10/618520 / JE RK 21-1311

datum uitspraak: 28 juni 2021

beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

locatie Rotterdam, hierna te noemen: de GI,

betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2004 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen: [voornaam minderjarige] .

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen: de moeder, wonende te [woonplaats] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen: de vader, wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 14 mei 2021, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum.

Op 28 juni 2021 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn:
- [voornaam minderjarige] , die apart is gehoord;
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.

[voornaam minderjarige] verblijft bij Timon.

Bij beschikking van 4 juli 2019 is [voornaam minderjarige] onder toezicht gesteld. Bij beschikking van 18 juni 2020 is de ondertoezichtstelling verlengd tot 4 juli 2021. De kinderrechter heeft bij beschikking van 18 februari 2020 ook de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 4 juli 2021.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen tot het bereiken van de meerderjarigheid, te weten tot 16 februari 2022. Tevens wordt verzocht de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 16 februari 2022.

De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De afgelopen periode is de relatie tussen [voornaam minderjarige] en de ouders niet verbeterd. De ouders willen geen toestemming geven voor de aanmelding van [voornaam minderjarige] bij het Grafisch Lyceum. Verder staan de ouders niet open voor hulpverlening. Er wordt gezien dat [voornaam minderjarige] zelf wel open staat voor hulpverlening en daarom heeft er een startgesprek bij de Hoop plaatsgevonden. Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat de ondertoezichtstelling voortduurt tot het bereiken van zijn meerderjarigheid. [voornaam minderjarige] kan ook na het bereiken van zijn meerderjarigheid bij Timon blijven tot zelfstandigheid. Bij Timon zal [voornaam minderjarige] vervolgens begeleid worden totdat hij begeleid kan gaan wonen.

Het standpunt van de belanghebbenden

Door de ouders is verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. De ouders vinden het allereerst onterecht dat zij als negatief worden bestempeld. De reden dat de ouders niet willen tekenen voor de aanmelding van [voornaam minderjarige] bij het Grafisch Lyceum is dat zij van mening zijn dat er een school moet worden gevonden op niveau. [voornaam minderjarige] is geclassificeerd als hoogbegaafd en de ouders hebben er daarom voor gezorgd dat hij naar speciaal onderwijs kon op Havoniveau. Ook speelt hierbij mee dat [voornaam minderjarige] op de havo twee keer is blijven zitten. De ouders zijn bang dat [voornaam minderjarige] op het Grafisch Lyceum ook zal blijven zitten. De ouders horen van de GI dat er een vooruitgang te zien is in de schoolprestaties van [voornaam minderjarige] , terwijl zij juist het gevoel hebben dat [voornaam minderjarige] alleen maar achteruit gaat. Ten tweede zijn de ouders van mening dat er onvoldoende hulpverlening en begeleiding is ingezet voor [voornaam minderjarige] . De ouders vinden het vreemd dat zij de GI nog nooit hebben gezien of gesproken. Ook zijn de ouders niet betrokken bij de opstelling van het gezinsplan. Zij hebben het gezinsplan nooit mogen ontvangen en zij hebben hier dus ook geen reactie op kunnen geven. Hierdoor hebben de ouders het idee dat de complexiteit van de problematiek van [voornaam minderjarige] niet wordt ingezien. Ten derde baart het de ouders grote zorgen dat [voornaam minderjarige] in de tijd dat hij bij Timon verblijft is begonnen met roken en drinken, een nacht op het politiebureau heeft vastgezeten en is blijven zitten op school. Volgens de ouders heeft [voornaam minderjarige] te veel vrijheid bij Timon. De ouders zouden graag zien dat er op korte termijn passende hulpverlening wordt geboden aan [voornaam minderjarige] . Verder vinden de ouders het belangrijk om de GI te ontmoeten en in gesprek te gaan over de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] .

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat [voornaam minderjarige] bij Timon verblijft. Er is sprake van een verstoorde ouder-kind relatie tussen [voornaam minderjarige] en de ouders. Sinds [voornaam minderjarige] bij Timon verblijft ervaart hij veel rust, structuur en regelmaat. [voornaam minderjarige] ziet de ouders regelmatig en dit contact verloopt vaak positief. [voornaam minderjarige] heeft aangegeven dat hij graag bij Timon wil blijven totdat hij zelfstandig kan gaan wonen. Gezien het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengen tot het bereiken van de meerderjarigheid. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265c, tweede lid, BW). Het is in het belang van [voornaam minderjarige] dat zijn verblijf bij Timon wordt voortgezet en dat er wordt toegewerkt naar een vorm van zelfstandig wonen. Het baart de kinderrechter wel zorgen dat [voornaam minderjarige] is begonnen met roken en drinken en dat [voornaam minderjarige] een nacht in een politiecel heeft doorgebracht in de tijd dat hij bij Timon verblijft. De kinderrechter verwacht van de GI dat deze zorgen zorgvuldig worden onderzocht en worden besproken met de ouders.

Tot slot hebben de ouders hebben te kennen gegeven dat zij geen toestemming willen verlenen voor de aanmelding van [voornaam minderjarige] op het Grafisch Lyceum. Hoewel de ouders duidelijk hebben aangegeven waarom zij deze toestemming niet willen verlenen, acht de kinderrechter het van belang dat de ouders en de GI hierover in gesprek zullen gaan. Het risico bestaat immers dat [voornaam minderjarige] zonder de toestemming van de ouders geen vorm van dagbesteding meer zal hebben.

De beslissing

De kinderrechter:

verlengt de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] tot het bereiken van de meerderjarigheid, te weten tot 16 februari 2022;

verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [voornaam minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot het bereiken van de meerderjarigheid, te weten tot 16 februari 2022;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2021 door mr. S. Jordaan, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M. Hermans, als griffier.

Deze beslissing is schriftelijk vastgesteld op ***.

Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:

- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.