Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:6694

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
22-04-2021
Datum publicatie
13-07-2021
Zaaknummer
10/005712-21, 10-323402-20 (ter terechtzitting gevoegd)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte is veroordeeld voor het medeplegen van verduistering en een diefstal met geweld in vereniging. De verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 90 uur met aftrek, waarvan 40 uur voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummers: 10/005712-21, 10-323402-20 (ter terechtzitting gevoegd)

Datum uitspraak: 22 april 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 2005,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte],

raadsvrouw mr. F. Tosun, advocaat te Zaandam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzitting van 22 april 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. A.P.G. de Beer heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het bij parketnummer 10-005712-21 onder 1 en 2 ten laste gelegde;

  • -

    bewezenverklaring van de bij parketnummer 10-323402-20 ten laste gelegde diefstal en partiële vrijspraak voor zover het aanwenden van geweld ten laste is gelegd;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van 100 uur, subsidiair 50 dagen vervangende jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest, waarvan 50 uur werkstraf, subsidiair 25 dagen vervangende jeugddetentie, voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zich dient te houden aan een meldplicht bij de jeugdreclassering, onderwijs en behandeling bij het MFC blijft volgen en inzicht geeft in zijn vriendenkeuze;

  • -

    met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het bij parketnummer 10-005712-21 onder 1 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal daarom zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Vrijspraak

4.2.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het bij parketnummer 10-005712-21 onder 2 ten laste gelegde.

4.2.2.

Beoordeling

Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting kan de rechtbank niet vaststellen dat met gebruikmaking van de verduisterde pinpas van de aangever door de verdachte of een medeverdachte geld is opgenomen of afgeschreven van de bankrekening van de aangever. De ten laste gelegde diefstal met gebruikmaking van een valse sleutel kan dan ook niet wettig en overtuigend worden bewezen.

4.2.3.

Conclusie

Het bij parketnummer 10-005712-21 onder 2 ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.

4.3.

Bewijswaardering

4.3.1.

Standpunt verdediging en officier van justitie

Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben het standpunt ingenomen dat de bij parketnummer 10-323402-20 ten laste gelegde diefstal in vereniging kan worden bewezen, maar dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van het aanwenden van geweld. De verdediging heeft daarnaast bepleit dat ook geen sprake is geweest van bedreiging met geweld.

4.3.2.

Beoordeling

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte, dan wel een medeverdachte, de aangever tegen het hoofd heeft geslagen of gestompt. Van dit gedeelte van de tenlastelegging zal de verdachte dan ook worden vrijgesproken. De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat door de verdachte tegen de aangever is gezegd “laat me je fouilleren”, dat de aangever door de verdachte en medeverdachten is omsingeld en dat de verdachte een Airpod uit het oor van de aangever heeft gepakt. De rechtbank kwalificeert de eerste twee handelingen als bedreiging met geweld, nu voor de aangever een dreigende situatie is ontstaan toen de verdachte en de medeverdachten dicht om hem heen kwamen staan en onder die omstandigheid tegen de aangever is gezegd dat hij zich moest laten fouilleren. Het vervolgens pakken van de Airpod uit het oor van de aangever kwalificeert de rechtbank als een lichte vorm van geweld.

4.3.3.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

4.4.

Bewezenverklaring

parketnummer 10-323402-20

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

parketnummer 10-005712-21, feit 1

In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat:

Parketnummer 10-005712-21

1.

hij op 21 september 2020 te Vlaardingen

tezamen en in vereniging met een ander

opzettelijk een bankpas en een rijbewijs en een mobiele telefoon

toebehorende aan [naam slachtoffer 1]

en welke goederen verdachte en zijn medeverdachteanders dan

door misdrijf onder zich hadden, te weten door overgifte, wederrechtelijk zich

hebben toegeëigend;

Parketnummer 10-323402-20

hij op 20 november 2020 te Rotterdam

op de openbare weg, de Koperstraat,

tezamen en in vereniging met anderenAirpods en een Airpodhouder en een pasjeshouder met

pasjes en10 euro en een fiets (merk Gazelle) die aan aan [naam slachtoffer 2] toebehoorden, heeft weggenomen met het

oogmerk om die zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld en

bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden en gemakkelijk te maken, door

- die [naam slachtoffer 2] toe te voegen: "Laat me je fouilleren" en

- die [naam slachtoffer 2] te omsingelen en

- een Airpod uit het oor van die [naam slachtoffer 2] te pakken;

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

Parketnummer 10-005712-21

1.

medeplegen van verduistering

Parketnummer 10-323402-20

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd op de openbare weg en terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft zich op 15-jarige leeftijd schuldig gemaakt aan twee strafbare feiten.

Allereerst heeft hij goederen verduisterd die toebehoorden aan een geestelijk beperkte man. De verdachte heeft zich via Snapchat voorgedaan als een meisje die met het slachtoffer wilde afspreken en vervolgens een afspraak met hem gemaakt.. Toen zij elkaar troffen, heeft de verdachte zich voorgedaan als de broer van het meisje waarmee het slachtoffer dacht te hebben afgesproken en aan hem gevraagd zijn telefoon (met pincode), rijbewijs en bankpas te overhandigen. Nadat het slachtoffer dit had gedaan, omdat hij dacht dat de verdachte hem wilde helpen, is de verdachte met deze goederen weggereden. Het feit is voor het slachtoffer allereerst belastend geweest aangezien onder meer zijn bankrekening moest worden geblokkeerd en hij na het feit tijdelijk niet over een rijbewijs beschikte. Ook heeft het feit ervoor gezorgd dat het slachtoffer buitenshuis angstig is.

Daarnaast heeft de verdachte zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld en bedreiging met geweld. Na met het slachtoffer te hebben afgesproken om illegaal vuurwerk te kopen, hebben de verdachte en zijn medeverdachten deze jongen beroofd van verschillende goederen. Het slachtoffer is daarbij nog door een medeverdachte gefilmd, waarbij aan de video onder meer de tekst is toegevoegd “geroofd van zijn airpods” met vervolgens lachende emoji’s. Het is de rechtbank gebleken dat de verdachte de grootste rol heeft gehad in deze beroving; de verdachte heeft het slachtoffer meegenomen naar een plek waar de medeverdachten stonden te wachten en heeft het merendeel van de goederen van het slachtoffer weggenomen.

Met zijn handelen heeft de verdachte laten zien geen respect te hebben voor andermans eigendommen of voor de gevoelens van anderen. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

7.3.1.

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 18 maart 2021, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

7.3.2.

Rapportage en verklaring van deskundige op de terechtzitting

De rechtbank heeft kennisgenomen van een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, gedateerd 8 april 2021, waarin wordt geadviseerd de verdachte een deels voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf op te leggen onder de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal houden aan een meldplicht bij de jeugdreclassering.

Daarnaast heeft de rechtbank kennis genomen van een briefrapportage van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR), gedateerd 21 april 2021. Geadviseerd wordt een onvoorwaardelijke straf in de vorm van een werkstraf op te leggen, alsmede een voorwaardelijke straf met jeugdreclasseringsbegeleiding en de bijzondere voorwaarde dat de verdachte tot het einde van het schooljaar 2020-2021 onderwijs en behandeling bij het MFC zal volgen. Momenteel krijgt de verdachte veel

onderwijs, omdat hij in een examenklas zit. De behandeling verloopt goed en de verdachte laat al een tijd positief gedrag zien. Advies voor een (vervolg) behandeling is er niet.

Ter terechtzitting heeft deskundige [naam 1] van JBRR het rapport nader toegelicht.

Desgevraagd heeft zij aangegeven dat het van belang is dat de verdachte zijn school en

behandeling bij het MFC afmaakt, maar dat het niet noodzakelijk is dit als bijzondere

voorwaarden op te nemen.

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van de feiten zal de rechtbank een taakstraf, bestaande uit een werkstraf van de hierna te noemen duur opleggen. De rechtbank zal een lagere werkstraf opleggen dan is geëist door de officier van justitie, omdat de verdachte wordt vrijgesproken van het bij parketnummer 10-005712-21 onder 2 ten laste gelegde.

Nu de rechtbank het noodzakelijk acht dat de verdachte begeleid wordt door de jeugdreclassering zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal, overeenkomstig het advies van de deskundige ter terechtzitting, het volgen van onderwijs en behandeling bij MFC geen deel laten uitmaken van de bijzondere voorwaarden.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Vordering benadeelde partij / schadevergoedingsmaatregel

Als benadeelde partij heeft zich in het geding gevoegd: [naam benadeelde], wettelijk vertegenwoordigd door zijn bewindvoerder [naam 2], ter zake van het onder 1 tenlastegelegde feit met parketnummer 10-005712-21.

De benadeelde partij vordert een bedrag van € 1074,78 aan materiële schade en een bedrag van € 895,-- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

8.1.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade tot een bedrag van € 200,-- voor de telefoon kan worden toegewezen en dat de benadeelde partij voor de overige gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vordering, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. De immateriële schade dient tot een bedrag van € 500,-- te worden toegewezen en voor de overige gevorderde immateriële schade dient de benadeelde partij niet-ontvankelijk te worden verklaard.

8.2.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering benadeelde partij ten aanzien van de materiële schade hoogstens tot een bedrag van € 300,-- voor de telefoon en het rijbewijs kan worden toegewezen. De benadeelde partij dient ten aanzien van de gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering, nu deze onvoldoende is onderbouwd.

8.3.

Beoordeling

Nu is komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks materiële schade is toegebracht en de vordering voor een deel genoegzaam is onderbouwd, zal dit deel worden toegewezen. Dit leidt ertoe dat de rechtbank voor vergoeding van de telefoon een bedrag zal toewijzen van € 250,--. De schade als gevolg van het verduisteren van het rijbewijs zal de rechtbank schatten op € 50,--. In totaal zal hiermee een bedrag van € 300,-- aan materiële schade worden toegewezen. De benadeelde partij zal voor de overige gevorderde materiële schade niet-ontvankelijk worden verklaard. De beoordeling hiervan vergt nader onderzoek en dat is een onevenredige belasting van dit strafgeding. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Tevens is vast komen te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks immateriële schade is toegebracht. Die schade zal op basis van de thans gebleken feiten en omstandigheden naar maatstaven van billijkheid worden vastgesteld op € 350,--. De benadeelde partij zal voor de overige gevorderde immateriële schade niet-ontvankelijk worden verklaard. De beoordeling hiervan vergt nader onderzoek en dat is een onevenredige belasting van dit strafgeding. Dit deel van de vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

De benadeelde partij heeft gevorderd het te vergoeden bedrag te vermeerderen met wettelijke rente. De rechtbank bepaalt dat het te vergoeden schadebedrag vermeerderd wordt met wettelijke rente vanaf 21 september 2020.

Nu de vordering van de benadeelde partij deels zal worden toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 35,84 en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken.

8.4.

Conclusie

De verdachte moet de benadeelde partij een schadevergoeding betalen van € 650,--, vermeerderd met de wettelijke rente en kosten als hieronder in de beslissing vermeld.

Tevens wordt oplegging van de hierna te noemen maatregel als bedoeld in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht passend en geboden geacht. Gelet op de jeugdige leeftijd van de verdachte zal geen gijzeling of vervangende jeugddetentie worden toegepast.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 36f, 47, 77a, 77g, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 312 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.

10. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

11 . Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen dat de verdachte het bij parketnummer 10-005712-21 onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte het bij parketnummer 10-005712-21 onder 1 ten laste gelegde feit en het onder parketnummer 10-323402-20 ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

legt de verdachte een taakstraf op, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 90 (negentig) uren, waarbij de Raad voor de Kinderbescherming dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 78 (achtenzeventig) uren te verrichten werkstraf resteren;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 39 (negenendertig) dagen;

bepaalt dat een gedeelte van de taakstraf groot 40 (veertig) uren, subsidiair 20 (twintig) dagen vervangende jeugddetentie, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich gedurende een door gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) en op door de jeugdreclassering te bepalen tijdstippen zal melden bij de reclassering, zo vaak en zo lang deze instelling dat noodzakelijk acht;

- verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarde

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht;

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, dat bij eerdere beslissing is geschorst;

veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [naam benadeelde], te betalen een bedrag van € 650,-- (zegge: zeshonderdvijftig euro), bestaande uit € 300,-- aan materiële schade en € 350,-- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 21 september 2020 tot aan de dag der algehele voldoening;

verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;

veroordeelt de verdachte in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op € 35,84 (zegge: vijfendertig euro en vierentachtig cent) en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan de verdachte de maatregel tot schadevergoeding op, inhoudende de verplichting aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij te betalen € 650,-- (zegge: zeshonderdvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 september 2020 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;

verstaat dat betaling aan de benadeelde partij tevens geldt als betaling aan de staat ten behoeve van de benadeelde partij en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A. Verweij, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. J.C.M. Persoon en A.L. Pöll, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.J. van Heel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 april 2021.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:

Parketnummer 005712-21

1

hij op of omstreeks 21 september 2020 te Vlaardingen

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk een bankpas met pincode en/of eem rijbewijs en/of mobiele telefoon

met pincode, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam slachtoffer 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

medeverdachte[n] en welk goed verdachte en/of zijn medeverdachte[n] anders dan

door misdrijf onder zich had[den], te weten door overgifte, wederrechtelijk zich

heeft toegeëigend;

2

hij op of omstreeks 21 september 2020 te Rotterdam, althans in het arrondissement

Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meerdere

geldbedrag[en], in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 1], heeft

weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl

verdachte en/of zijn mededader(s) dat/die weg te nemen goed onder zijn/hun

bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, te weten een

verduisterde pinpas tot welks gebruik verdachte en/of zijn medeverdachte[n] niet

gerechtigd was/waren;

Parketnummer 10/323402-20

hij op of omstreeks 20 november 2020 te Rotterdam

op de openbare weg, de Koperstraat,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (

een) Airpod(s) en/of Airpodhouder/Airpodcase en/of pasjeshouder met (diverse)

pasje(s) en/of (een hoeveelheid) geld (10 euro) en/of een fiets (merk Gazelle), in elk

geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) toebehoorde, te weten aan [naam slachtoffer 2], heeft weggenomen met het

oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [naam slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal

voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan

zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door

- die [naam slachtoffer 2] toe te voegen: "Laat me je fouilleren", althans woorden van een

dergelijke dreigende aard en strekking, en/of

- die [naam slachtoffer 2] insluiten en/of omsingelen en/of

- een Airpod uit het (linker)oor van die [naam slachtoffer 2] te pakken/grissen en/of

- ( met kracht) een of meermaals op/tegen het hoofd van die [naam slachtoffer 2] te slaan en/of te

stompen;