Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBROT:2021:6674

Instantie
Rechtbank Rotterdam
Datum uitspraak
02-04-2021
Datum publicatie
13-07-2021
Zaaknummer
10/053597-21
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor het handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie. De verdachte heeft twee gaswapens met bijbehorende munitie voorhanden gehad. De verdachte is veroordeeld tot een jeugddetentie van 90 dagen waarvan 46 dagen voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team jeugd

Parketnummer: 10/053597-21

Datum uitspraak: 2 april 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] 2005,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte],

ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Rijks Justitiële Jeugdinrichting De Hartelborgt te Spijkenisse,

raadsvrouw mr. I.K. Oosterveen, advocaat te Rotterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de besloten terechtzitting van 2 april 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. D. van Zetten heeft gevorderd:

  • -

    bewezenverklaring van het laste gelegde;

  • -

    veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 90 dagen met aftrek
    van voorarrest, waarvan 32dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en als bijzondere voorwaarden dat de verdachte zal deelnemen aan de gedragsinterventie “sociale vaardigheden op maat”, met opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (hierna: JBRR) tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.

4. Waardering van het bewijs

4.1.

Bewezenverklaring zonder nadere motivering

Het ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

hij omstreeks 25 februari 2021 te Rotterdam,
meerdere vuurwapens als bedoeld in de zin van artikel 2, lid 1
categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten
vuurwapens in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet,
- van het merk Blow, model TR 34, kaliber 9 mm pak, en
- van het merk Zoraki, model 918 T, kaliber 9 mm pak, en
- daarbij voor dat wapen geschikte munitie,
voorhanden heeft gehad;

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feit

Het bewezen feit levert op:

handelen in strijd met artikel 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het feit is dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft twee gaswapens met bijbehorende munitie voorhanden gehad. Hij heeft verklaard dat hij betaald kreeg om deze wapens voor anderen te bewaren in het huis waar hij met zijn moeder, broertjes en zusje woonde en dat hij de wapens in het portiek van de woning aan vrienden heeft laten zien. Hij had de wapens verstopt achter de plint van de keuken. Dit soort gaswapens kunnen niet alleen worden gebruikt voor bedreigingen, maar kunnen ook ernstig lichamelijk letsel veroorzaken wanneer daarmee op korte afstand op personen wordt geschoten. Ook zorgt het enkele bezit van wapens in de samenleving niet alleen voor gevoelens van angst en onveiligheid maar wordt dat bezit ook als schokkend ervaren en ten sterkste afgekeurd. De jeugdige leeftijd van de verdachte versterkt dit alleen maar.

De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van de verdachte van 5 maart 2021, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 25 maart 2021. Hieruit komt naar voren dat sprake is van zowel beschermende factoren als risicofactoren in het leven van de verdachte die de kans op herhaling van strafbaar gedrag beïnvloeden. De verdachte spreekt zijn wens uit om aan een goede toekomst te gaan werken. Tegelijkertijd ziet de Raad risicofactoren die de kans op herhaling kunnen vergroten. Het lukt zijn moeder niet altijd om het gedrag van de verdachte te begrenzen en toezicht op hem te houden. De verdachte trekt regelmatig zijn eigen plan. Er vinden buitenshuis incidenten plaats waarin de verdachte agressie vertoont. School signaleert veelvuldig verzuim bij de verdachte en weinig inzet op de dagen wanneer hij wel aanwezig is. De verdachte heeft geen structurele vrijetijdsbesteding en lijkt gelet op het ten laste gelegde contact te hebben met jongeren met antisociaal gedrag. Aangezien zijn netwerk een grote rol heeft gespeeld in de huidige verdenking, heeft de Raad grote zorgen over de positie van de verdachte binnen dergelijke netwerken en over zijn weerbaarheid. De verdachte is onvoldoende in staat gebleken om de gevolgen van zijn gedrag te overzien. Met betrekking tot de huidige verdenking worden er wel verschillende denkfouten waargenomen waaronder het snel geld willen verdienen middels het ten laste gelegde.
Gezien de bovengenoemde zorgen adviseert de Raad een jeugdreclasseringsmaatregel op te leggen. Het is van belang dat er gewerkt wordt aan de schoolgang van de verdachte en aan zijn vrijetijdsbesteding, en dat er passende individuele en systemische behandeling ingezet wordt. De Raad adviseert de rechtbank om de verdachte een gedragsinterventie 'Sociale
vaardigheden op maat' met een voorwaardelijke jeugddetentie op te leggen met voornoemd toezicht en begeleiding vanuit de jeugdreclassering.

Ter terechtzitting heeft [naam], werkzaam bij JBRR, als deskundige verklaard dat het op dit moment goed gaat met de verdachte. JBRR staat achter het advies van de Raad, maar over de geadviseerde gedragsinterventie is opgemerkt dat de verdachte binnen het civiele kader is aangemeld voor FAST (systeemtherapie vanuit de Waag) en dat beide behandelingen vergelijkbare doelen hebben. Omdat het van belang is de verdachte niet te overvragen, wordt het niet wenselijk geacht dat hij zowel de systeemtherapie als de gedragsinterventie zal volgen.

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Gezien de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een jeugddetentie. Bij de bepaling van de duur van de jeugddetentie heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd.

Nu de Raad en de jeugdreclassering begeleiding en een bijzondere voorwaarde noodzakelijk achten, zal de rechtbank een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde feit, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 90 dagen,

bepaalt dat een gedeelte van de jeugddetentie groot 46 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

verbindt hieraan een proeftijd, die wordt vastgesteld op twee jaren;

tenuitvoerlegging kan worden gelast als de veroordeelde de algemene voorwaarde niet naleeft en ook als de veroordeelde gedurende de proeftijd een bijzondere voorwaarde niet naleeft of een voorwaarde die daaraan van rechtswege is verbonden;

stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van die proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- gedurende de proeftijd, of zo lang de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond dat noodzakelijk acht, zal deelnemen aan de gedragsinterventie ‘Sociale vaardigheden op maat’ of een soortgelijke gedragsinterventie;

verstaat dat van rechtswege de volgende voorwaarden zijn verbonden aan de hierboven genoemde bijzondere voorwaarde

- de veroordeelde zal ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verlenen aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden;
- de veroordeelde zal medewerking verlenen aan jeugdreclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de jeugdreclassering zo vaak en zolang als de jeugdreclassering dit noodzakelijk acht.

geeft opdracht aan de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover deze tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van de dag waarop de totale duur van de tot dan toe ondergane verzekering en voorlopige hechtenis gelijk zal zijn aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. V.F. Milders, voorzitter, tevens kinderrechter,

en mrs. L. Stevens en F.W.H. van den Emster, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. L.J. van Heel, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 april 2021.

De oudste rechter, de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 25 februari 2021 te Rotterdam,
een of meerdere vuurwapens als bedoeld in de zin van artikel 2, lid 1
categorie III onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten (een)
vuurwapen(s) in de zin van artikel 1 onder 3 van die wet,
- van het merk Blow, model TR 34, kaliber 9 mm pak, en/of
- van het merk Zoraki, model 918 T, kaliber 9 mm pak, en/of
- daarbij voor dat wapen geschikte munitie,
voorhanden heeft gehad;